Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/770049-17 (P) Datum vonnis: 11 augustus 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] , nu verblijvende in het Huis van Bewaring Arnhem Zuid te Arnhem. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 juli 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Hoekstra en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J. Engels, advocaat te Vroomshoop, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven op neer dat verdachte: primair: al dan niet in vereniging een overval heeft gepleegd; subsidiair: medeplichtig is geweest aan de onder primair tenlastegelegde overval. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 27 januari 2017, in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
(3)jaren de navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen: - stelt als algemene voorwaarden dat verdachte: - zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; - medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: - zich moet melden bij de Reclassering Enschede. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - de verdachte wordt verplicht om op basis van de door het NIFP-IFZ af te geven indicatiestelling zich te laten opnemen in een verslavingskliniek, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, en zulks voor de duur van maximaal zes maanden, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven; - draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; schadevergoedingen - bepaalt dat de benadeelde partij [winkel] voor een deel van € 6.214,74 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [winkel] van een bedrag van respectievelijk € 2.367,80, € 1.550,00 en € 525,08 telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2017 en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor de gehele bedragen aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, de ander daarvan telkens in zoverre zal zijn bevrijd, om deze bedragen tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partijen; - veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden telkens begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invorderingen; - legt telkens de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.367,80, € 1.550,00 en € 525,08 , telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2017 ten behoeve van de benadeelden, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van respectievelijk 33, 25 en 11 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan; Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichtingen onverlet; - bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoelde bedragen daarmee telkens de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partijen het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partijen het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee telkens de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. B.W.M. Hendriks, voorzitter, mr. G. van Eerden en mr. A. Skerka, rechters, in tegenwoordigheid van H.K.S. Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 augustus
- Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. De verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 27 januari 2017 bevond ik mij in de woning van [medeverdachte 2] . Aldaar was ook [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zei dat hij een overval wilde plegen op een postkantoor. Ik heb toen gezegd dat een overval op de [winkel] een beter idee was, omdat bij een postkantoor mogelijk de toegangsdeur dicht kon vallen. Wij hebben daar met z’n drieën over gesproken. Op een gegeven moment zijn wij in de auto van [medeverdachte 2] weggereden en stapte [medeverdachte 1] uit. Dat was kort nadat wij de [winkel] voorbij waren gereden. Ik wist ook dat [medeverdachte 1] naar de [winkel] zou gaan. Toen [medeverdachte 1] terug kwam is hij achter in de auto gaan zitten en reden wij direct weg. Ik zat toen op de bijrijdersplaats. [medeverdachte 2] en ik kregen toen geld van [medeverdachte 1] . Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Oost-Nederland met het dossiernummer ON2R017012 van 28 februari 2017 en welk geheel is doorgenummerd blz. 1 tot en met blz.
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Blz. 6-13: het relaas van de verbalisant [verbalisant]: In het hieronder weergegeven onderzoek zijn de genoemde personen als verdachte aangehouden ter zake het plegen van een overval op vrijdag 27 januari 2017 te Almelo. Als verdachten werden aangehouden [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] . Aanleiding onderzoek: Op vrijdag 27 januari 2017 omstreeks 14.30 uur werd er een overval gepleegd op de [winkel] in Almelo, gevestigd aan het [adres] , gemeente Almelo. Er kwam rond genoemd tijdstip één overvaller de winkel binnen. Er waren op dat moment drie personen in de winkel aanwezig. Achter de balie stond aangeefster [slachtoffer 1] . Voor de balie stond de getuige [getuige] en de aangever [slachtoffer 2] . De overvaller bedreigde de genoemde drie personen met een pistool. Hij was geheel in het zwart gekleed en droeg een zwarte bivakmuts. De overvaller legde een tas op de balie en riep dat hij geld moest hebben. Hij bleef dreigend wijzen met het pistool, zowel naar aangeefster als aangever. Aangeefster [slachtoffer 1] was aanvankelijk verstijfd van schrik. Op aandringen van haar man, aangever [slachtoffer 2] , haalde zij een geldbedrag uit de kassa en stopte dit in de tas. De overvaller bleef doorlopend dreigen met het pistool. De overvaller pakte de tas en liep de winkel weer uit. Door getuigen, die op het moment van de overval in de directe omgeving van de [winkel] waren, werd een opvallende persoon gezien die in een donkerkleurige personenauto stapte. In deze auto zaten nog twee personen. De derde (opvallende) persoon, naar later bleek de overvaller, stapte achterin deze auto. Door meerdere politie-eenheden werd het verkeer op de toegangswegen rond Almelo geobserveerd. Omstreeks 14.55 uur zagen politieambtenaren een personenauto, merk Volkswagen type Passat variant (stationmodel) rijden over de Henriëtte Roland Holstlaan te Almelo. Dit is een toegangsweg van Almelo richting de autosnelweg A-
- De auto trok de aandacht omdat de bestuurder, kennelijk bij het zien van de politieauto, plotseling van rijrichting veranderde en de A-35 opreed richting Wierden/Zwolle. Bij controle van de auto zagen de politieambtenaren dat er drie personen in de auto zaten. Verdachte [medeverdachte 2] was de bestuurder van de auto. Verdachte [verdachte] zat naast de bestuurder. Verdachte [medeverdachte 1] zat achterin de auto. Hij droeg geen zwarte kleding, maar had wel tatoeages aan weerszijden van de hals/nek. Nadat de personen waren uitgestapt zagen de politieambtenaren een bivakmuts liggen, naast de zitting van de bijrijder, verdachte [verdachte] . Tevens zagen zij onder de zitting van de bijrijder een pistool liggen. De door de verdachten gebruikte auto is eigendom van verdachte [medeverdachte 2] . Er werd geen geld in de auto aangetroffen. Aangever [slachtoffer 2] verklaarde dat er een bedrag van 630 euro was meegenomen door de overvaller. Onder verdachte [medeverdachte 1] werd een bedrag van 260 euro in beslag genomen. Onder verdachte [medeverdachte 2] werd een bedrag van 240 euro in beslag genomen. Onder verdachte [verdachte] werd een bedrag van 130 euro in beslag genomen. Blz. 31-35: de verklaring van de verdachte [medeverdachte 1]: V = vraag verbalisanten A = antwoord verdachte 0 = opmerking verbalisanten. V: Je wordt verdacht van diefstal met geweld en/of afpersing. Het feit waarvan je wordt verdacht is gepleegd op vrijdag 27 januari 2017 omstreeks 14:35 uur in een winkel, ' [winkel] ', [adres] te Almelo. V: Wat is er gebeurd op die dag? A: Vrijdagochtend ben ik naar [medeverdachte 2] gegaan, [verdachte] zat er ook. Ik was daar om mijn holster op te halen. Ik had namelijk een week daarvoor een pistool van hem overgenomen. Ik heb dat ding van hem gekocht. Ik kwam toen op het idee om met dat pistool iets te gaan doen. Ik had dat pistool toen bij me, toen ik naar [medeverdachte 2] ging. Om een overval te plegen, dat idee kwam van mij. V: Wat zeiden [verdachte] en [medeverdachte 2] daarvan? A: [verdachte] die dacht dat ik eerst een geintje maakte, ik zei toen dat het geen geintje was en dat we dat gewoon konden gaan doen. Iedereen werd er beter van. Ik ben toen snel naar huis gegaan op de fiets en toen heb ik me omgekleed. lk heb kleren over elkaar aangetrokken. Ik ben weer naar [medeverdachte 2] gegaan. Ze hebben me goede opties gegeven, [verdachte] noemde de [winkel] , hij zei dat er goede vluchtroutes waren. Ik ken Almelo wel een beetje, ik heb in de [winkel] wel eens sigaretten gekocht. Ze zeiden dat bij het postkantoor de deur kan dichtvallen, dus dat vond ik geen goed idee. De [winkel] was de beste keuze. Ik kreeg toen de bivakmuts van [medeverdachte 2] . Hij vroeg of ik een tas had. Ik zei nee en ik kreeg een Action tas van hem. Dat was in de woonkamer. De bedoeling was om [naam 1] , de vriendin van [medeverdachte 2] , bij Humanitas af te zetten en dat we dan de overval zouden zetten. Zij zouden dan klaar staan om me te helpen vluchten. [medeverdachte 2] reed, ik zat er naast, [naam 1] en [verdachte] zaten achterin. Wij hebben [naam 1] afgezet. [naam 1] heeft misschien wel een zin opgevangen over de overval maar we hebben het er niet met haar over gehad. Wij zijn toen naar de [winkel] gereden. Ik had een bivakmuts op mijn hoofd. We zijn de [winkel] voorbij gereden, we zijn de eerste straat links in gegaan, dat is volgens mij de Gerard Doustraat, daar is [medeverdachte 2] gestopt. Ik ben toen uitgestapt. Ik had nog niet de bivakmuts over mijn ogen. Ik had mijn pistool voor in mijn broeksband gedaan. Ik ben naar binnen gegaan. Op een moment zei ik ‘geld’. Er was nog iemand aan het afrekenen. Er stonden twee mensen achter de kassa, een vrouw en een man, de klant bleef gewoon staan. De man achter de kassa, ik denk dat dat de eigenaar was, zei tegen de vrouw ‘doe maar'. Ik gooide de Action tas naar haar toe. Ik zag dat ze er geld in deed. Toen ik het geld kreeg vond ik het wel best, ik dacht als de bliksem wegwezen. Ik ben toen weggerend. De auto stond een stukje verder, ik ben achterin ingestapt, dat was het meest makkelijk. Dan kon ik ook die dubbele kleren uittrekken. Als je voorin zit dan ziet iedereen dat. [verdachte] zat nu voorin naast [medeverdachte 2] , [medeverdachte 2] reed. [medeverdachte 2] had dat eerder voorgesteld, ik bedoel dat ik achterin zou zitten. Tijdens het rijden heb ik de kleren uitgetrokken, dat was een zwarte trainingsbroek en een trainingsvest. Ik zei tegen [medeverdachte 2] dat ik alleen geld had meegenomen. Ik zei rijden, wegwezen. V: Waar zijn jullie naar toegegaan? A: Ik wou naar Zwolle maar die lul wilde eerst zijn auto wassen. [medeverdachte 2] zei nee, eerst de auto wassen, niks aan de hand. We zijn naar de Shell gegaan en daar hebben we het geld verdeeld. Meneer de idioot ging zijn auto wassen. We zijn ongeveer twintig minuten bij de Shell geweest. [medeverdachte 2] heeft de kleren weggegooid, hij heeft de tas gehouden. Ik zei onderweg dat we mijn kleren weg moesten gooien. Blz. 123-125: de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]: Ik doe aangifte van afpersing c.q. diefstal met geweld. Vandaag, vrijdag 27 januari 2017 rond 14:30 uur was ik werkzaam in de [winkel] gelegen aan het [adres] te Almelo. De eigenaar is mijn man. Ik stond achter de toonbank. Aan de andere zijde van de toonbank stond een klant [getuige] en mijn man. Rond genoemd tijdstip zag ik een man met bivakmuts de winkel binnen komen. Op het moment dat hij net de winkel binnen kwam en richting de toonbank liep zag ik dat hij zijn rechterhand naar zijn broeksriem bracht, achter zijn rug. Ik zag toen dat hij een pistool had gepakt en ik zag dat hij de loop van het pistool op mij richtte. Ik schrok enorm. Ik zag dat de overvaller in zijn linkerhand een boodschappentas van de winkelketen Action vast had. Ik hoorde dat híj schreeuwde "overval, geld geld!" Ik zag dat de overvaller de Action tas op de balie zette en zei "geld, geld, alles". Ik wilde dit eerst niet doen, maar ik hoorde mijn man zeggen "doe maar". Ik ben vervolgens de stapeltjes geld uit de kassalade gaan halen en heb deze in de Action tas gedaan. Vervolgens griste de overvaller de Action tas van de toonbank. Ik hield de tas nog heel even vast maar de overvaller trok de tas mee en liep met versnelde pas de winkel uit. Ik zag dat hij links af ging, in de richting van Gerard Doustraat. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. Blz. 129-134: de verklaring van aangever [slachtoffer 2]: Ik doe aangifte van afpersing c.q. overval op mijn winkel. Ik ben eigenaar van de [winkel] gelegen aan het [adres] te Almelo. Vandaag, vrijdag 27 januari 2017 was ik samen met mijn vrouw [slachtoffer 1] werkzaam in onze zaak. Mijn vrouw stond achter de toonbank en ik stond ervoor. Mijn vrouw was op dat moment een klant genaamd [getuige] aan het helpen. Als je achter de toonbank staat zoals mijn vrouw stond, sta je met je gezicht naar onze ingang, en dus ook naar de straatzijde. Ik hoorde in één keer achter mij een mannenstem die schreeuwde "overval, geld geld!" Ik draaide mij om en ik zag een man op nog geen paar meter van mij af staan. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een pistool vast had, en in de andere hand een boodschappentas met op de buitenkant de naam van de winkelketen Action. De man richtte zijn pistool op mijn vrouw en later wees hij ook de loop van het pistool op mij. Ik zag dat de overvaller de Action tas op de toonbank zette en riep tegen mijn vrouw "Geld, alles, alles". Ik zag dat mijn vrouw niet direct deed wat de man riep. Ze pakte geen geld uit de kassalade. Ze keek mij aan. Ik maakte haar duidelijk dat ze moest doen wat de overvaller zei. Ik zag vervolgens dat mijn vrouw geld uit de kassalade haalde en dit in de Action tas deed die op de toonbank stond. Ik zag vervolgens dat de overvaller de Action tas van de balie trok en met versnelde pas richting de uitgang liep. Ik zag dat de overvaller vanuit de winkel gezien linksaf sloeg en liep in de richting van de Gerard Doustraat. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. Blz. 147-148: de verklaring van de getuige [getuige]: Vandaag vrijdag 27 januari 2017omstreeks 14:30 uur, was ik bij [winkel] aan het [adres] te Almelo. Bij de kassa was ik aan het praten met [naam 2] , (de rechtbank begrijpt dat getuige [slachtoffer 1] bedoelt) de vrouw van de eigenaar. Op een gegeven moment hoorde ik van achter een mannenstem. Ik hoorde toen: “Dit is een overval”. Ik keek over mijn schouder en zag toen een persoon zwaaien met een pistool. Ik hoorde de persoon toen zeggen: geld, geld, geld. Ik zag ook dat de persoon een witte tas op de toonbank had gelegd. Het betrof een tas met opschrift: ‘Action’. Toen het niet snel genoeg ging hoorde ik ook dat de persoon begon te vloeken. [slachtoffer 2] de man van [naam 2] (de rechtbank begrijpt dat getuige [slachtoffer 1] bedoelt) , hoorde ik toen tegen [naam 2] (de rechtbank begrijpt dat getuige [slachtoffer 1] bedoelt) zeggen: “geef het geld maar”. Ik zag toen dat [naam 2] (de rechtbank begrijpt dat getuige [slachtoffer 1] bedoelt) de kassa opendeed en het geld uit de lade haalde. Ik zag toen dat ze het geld in de tas deed. Ik zag toen dat de persoon toen de winkel uit ging met witte tas en inhoud. Blz. 161-164: de verklaring van [naam 3]: Mijn vriend [verdachte] is aangehouden voor een overval. Hij is samen aangehouden met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Ik weet dat ze zijn aangehouden op vrijdag 27 januari
- Ik woon al meer dan drie jaar samen met [verdachte] . Op vrijdag 27 januari is [verdachte] naar de woning van [medeverdachte 2] gegaan. Na een tijdje kwam hij weer thuis. Tegen 13.30 uur ging hij weer naar [medeverdachte 2] omdat [medeverdachte 2] aan hem vroeg of hij mee ging naar de winkel. [medeverdachte 2] belde en de telefoon stond op de luidspreker waardoor ik kon horen dat [medeverdachte 2] vroeg of [verdachte] zou komen om naar de winkel te gaan. [verdachte] is daarna weg gegaan.