Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummers: 08/730312-17 en 08/730009-15 (tul) (P) Datum vonnis: 3 oktober 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaken van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats 1] , nu verblijvende in [verblijfadres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 september 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink-Van Dijk en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw mr. R.N. Sahebdien, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: [slachtoffer 1] heeft mishandeld; feit 2: [slachtoffer 2] heeft mishandeld; feit 3: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] met een bijl heeft bedreigd. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1. hij op of omstreeks 01 juni 2017 te Enschede [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] - bij de arm(band) vast te pakken en/of door aan die arm(band) te trekken en/of - bij de keel/hals (vast) te pakken en/of die keel/hals dicht te knijpen en/of - in de arm te bijten en/of - één of meermalen (krachtig) in/tegen het gezicht, althans tegen/op het hoofd te slaan en/of te stompen en/of - tegen/op/aan het lichaam te duwen en/of te trekken; 2. hij op of omstreeks 01 juni 2017 te Enschede [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] (krachtig) tegen/op het lichaam te duwen; 3. hij op of omstreeks 01 juni 2017 te Enschede [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, door - met een bijl één of meer (slaande) bewegingen te maken naar en/of in de richting van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of - een bijl in zijn handen te hebben en/of door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga jou afmaken" en/of "Ik ga jou doodmaken" en/of "Ik ga jullie vermoorden" en/of "Jullie zullen wel zien wat ik ga doen!" en/of "Ik maak jullie allemaal kapot" en/of "Omdat jij je moeder helpt ga jij er ook aan" en/of "Ik sla alles kort en klein", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op standpunt dat op basis van de verklaringen van verdachtes ex-echtgenote [slachtoffer 1] en die van verdachtes dochter [slachtoffer 2] , de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zijn ex-echtgenote en dochter heeft mishandeld en bedreigd. Verdachte zou volgens de raadsvrouw hooguit gestraft kunnen worden voor het feit dat hij zijn ex-echtgenote bij haar schouders heeft gepakt en haar tegen de koelkast heeft gezet. Het bijten van verdachte in de arm van zijn ex-echtgenote, hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft toegegeven, was volgens de raadsvrouw geboden door de noodzakelijke verdediging van zijn eigen lijf tegen de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door zijn ex-echtgenote, die verdachte in het kruis had gegrepen. Verdachte kan tijdens dit moment zijn ex-echtgenote ook anderszins hebben geraakt, aldus de raadsvrouw. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, het volgende. Aangeefster [slachtoffer 1] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard. Ik doe aangifte van mishandeling en bedreiging door mijn ex-man [verdachte] . Op 1 juni 2017 omstreeks 21.00 uur kwam [verdachte] bij mij thuis en begon ruzie te maken. Ik zag en voelde dat hij met geweld mijn armband van mijn arm probeerde te rukken. De rode plek op mijn arm komt door het trekken van [verdachte] aan de armband. Daar deed het pijn door het geweld dat hij toepaste. Hierop begon [verdachte] mij te slaan. Ik zag en voelde dat hij mij opzettelijk met zijn vuist op de wang sloeg. Ook raakte hij mijn oog. Hij sloeg mij meerdere keren. Daar waar hij mij raakte deed het pijn. Hij beet mij opzettelijk in mijn onderarm. Daar voelde ik pijn. [verdachte] greep mij ook met twee handen vast bij de keel waardoor ik even geen lucht kreeg. Mijn keel doet erg pijn en de spieren rond mijn hals zijn door zijn geweld en kracht opgezet en op mijn hals zijn nog strepen te zien. Mijn dochter [slachtoffer 2] die de ruzie hoorde, kwam naar ons toe. Met haar ging ik naar de voordeur om weg te komen. Dat was het moment dat [verdachte] met een bijl aan kwam. [verdachte] kwam met die bijl op mij af en ik zag dat hij daarmee naar mij sloeg. Ik was ervan overtuigd dat hij mij met die bijl in stukken wilde hakken. Terwijl ik wegrende maakte hij slaande bewegingen met de bijl in mijn richting. [slachtoffer 2] was daar ook bij. Ik hoorde [verdachte] tegen [slachtoffer 2] zeggen: “Ik ga jou afmaken” en “Ik ga jou doodmaken”. Datzelfde riep hij ook meerdere keren tegen mij. [slachtoffer 2] stond bij mij in de buurt. Die slaande bewegingen met de bijl maakte [verdachte] naar ons beiden. Ik had het gevoel dat hij ons beiden wilde raken met de bijl. Het lukte [slachtoffer 2] en mij om naar buiten te vluchten. Ik zag dat [verdachte] ook naar buiten kwam. Ik hoorde hem zeggen: “Ik ga jullie vermoorden” en “Jullie zullen wel zien wat ik ga doen”. Ik voelde mij bedreigd door die woorden, zeker na het slaan met de bijl en ik ben bang dat hij dat een keer gaat doen. Aangeefster [slachtoffer 2] heeft op 2 juni 2017, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard. Ik doe aangifte van mishandeling en bedreiging tegen mijn vader [verdachte] . Gisteravond tussen 21.00 en 22.00 uur hoorde ik ineens mijn moeder gillen. Ik stond op en zag mijn vader in de achtertuin. Hij stond tegenover mijn moeder en hield haar pols vast. Mijn moeder duwde hem opzij en vluchtte naar binnen. Mijn vader kwam haar achterna en ik zag dat hij mijn moeder bij de keel greep. Tegelijkertijd sloeg hij met zijn vuist op het gezicht van mijn moeder. Ik heb geprobeerd mijn moeder te bevrijden door mijn vader weg te duwen. Hij leek wel blind van woede. Mijn vader werd ook boos op mij. Ik zag en voelde dat hij mij een krachtige duw tegen de bovenarm gaf. Nadat hij de achtertuin was ingelopen kwam hij met een bijl in zijn hand weer binnen. Ik zag dat hij op mijn moeder kwam aflopen waarbij hij zijn hand in de lucht hief en de bijl dreigend in de lucht vast hield. Ik ben voor mijn moeder gaan staan. Mijn vader kwam dichterbij en haalde met de bijl uit in de richting van mijn moeder. Ik zag dat hij over mij heen naar mijn moeder uithaalde. Hij stond op dat moment nog geen halve meter van mij af. Ik ben ervan overtuigd dat hij mijn moeder had geraakt als zij niet achteruit was gestapt. Op dat moment pakte mijn vader mij heel stevig bij de arm vast. In zijn rechterhand hield hij nog steeds de bijl vast. Mijn vader hief opnieuw zijn arm met de bijl en ging heel dreigend voor mij staan. Ik zag dat hij een slaande beweging maakte in mijn richting. Mijn vader heeft mij heel hard weggeduwd en weggetrokken. Hij deed mij hiermee pijn. Mijn vader heeft ons bedreigd met de woorden: “Ik maak jullie allemaal kapot”. Ik hoorde hem nog roepen: “Omdat je je moeder helpt ga jij er ook aan”. Mijn moeder en ik zijn samen de woning uit gevlucht. Verdachte heeft ter terechtzitting, zakelijk weergegeven, als volgt verklaard: Op 1 juni 2017 kreeg ik in de woning van mijn ex-echtgenote [slachtoffer 1] aan het [adres] , ruzie met [slachtoffer 1] . Ook mijn dochter [slachtoffer 2] was daarbij betrokken. Tijdens die ruzie heb ik [slachtoffer 1] in de arm gebeten en [slachtoffer 2] van mij afgeduwd. Ook had ik op een gegeven moment een bijl in mijn handen en heb ik gedreigd alles in de woning kort en klein te slaan. Verdachte heeft bij zijn verhoor op 2 juni 2017 onder meer verklaard dat hij zijn ex-vrouw op een gegeven moment bij de keel heeft gepakt en het best kan zijn dat hij zijn ex-vrouw heeft geslagen/gestompt. Op basis van het vorenstaande acht de rechtbank de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Bij de beoordeling van het beroep van verdachte op noodweer ter zake feit 1, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of de feitelijke toedracht die door verdachte ten verwere is aangevoerd, aannemelijk is geworden, anders gezegd, of in de gegeven omstandigheden sprake was van een noodweersituatie. De rechtbank overweegt daartoe dat die feitelijke toedracht uit het procesdossier onvoldoende aannemelijk is geworden en er aldus geen sprake was van een noodweersituatie, zodat het verweer dient te worden verworpen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: 1. hij op 1 juni 2017 te Enschede [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] - bij de armband vast te pakken en door aan die armband te trekken en - bij de keel/hals vast te pakken en die keel/hals dicht te knijpen en - in de arm te bijten en - in het gezicht te stompen; 2. hij op 1 juni 2017 te Enschede [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] krachtig tegen het lichaam te duwen; 3. hij op 1 juni 2017 te Enschede [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat, door - met een bijl slaande bewegingen te maken in de richting van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en - een bijl in zijn handen te hebben en door die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga jou afmaken" en "Ik ga jou doodmaken" en "Ik ga jullie vermoorden" en "Jullie zullen wel zien wat ik ga doen!" en "Ik maak jullie allemaal kapot" en "Omdat jij je moeder helpt ga jij er ook aan" en "Ik sla alles kort en klein". De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 en 2 telkens het misdrijf: mishandeling; feit 2 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat; 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake de feiten 1 tot en met 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 56 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden een reclasseringstoezicht, een contactverbod met zijn ex-echtgenote [slachtoffer 1] en zijn dochter [slachtoffer 2] en een drugs- en alcoholverbod, waarbij de officier van justitie heeft gevorderd vorenstaande bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bij een bewezenverklaring van een of meer tenlastegelegd(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.