vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/207215 / KG ZA 17-294 Vonnis in kort geding van 4 oktober 2017 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. M.M.J. Severiens te Enschede, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats] , gedaagden, advocaat mr. P.H.J. Nij Bijvank te Hardenberg. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde 1] c.s., dan wel afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de producties 1 tot en met 25 aan de zijde van [eiser] de producties 1 tot en met 9 aan de zijde van [gedaagde 1] c.s. de mondelinge behandeling de pleitnota van [eiser] de pleitnota van [gedaagde 1] c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] en [gedaagde 1] c.s. zijn buren / noabers. 2.2. Bij onderhandse akte van 3 november 2016 heeft [eiser] het woonhuis van zijn buren met verdere opstallen, ondergrond erf en tuin, plaatselijk bekend [adres 1] en [adres 2] te [plaats] , kadastraal bekend [gemeente] sectie Q nummer [xxx] , groot zevenenveertig are en zestien centiare (47 a en 16 ca), hierna ook te noemen: het woonhuis of het verkochte, gekocht voor een koopprijs van € 450.000,- kosten koper. [gedaagde 1] c.s. zijn beide als verkoper aangeduid in de koopovereenkomst, alhoewel alleen [gedaagde 1] juridisch eigenaar is van het huis. 2.3. [eiser] heeft ter afwending van een op 2 november 2016 geplande executoriale verkoop het verkochte van [gedaagde 1] c.s. gekocht. In overleg met de bank en [gedaagde 1] c.s. heeft [eiser] € 450.000,- aan toenmalig hypotheekhouder ABN AMRO NV betaald. De bank heeft deze betaling aangemerkt als aflossing van een schuld van [gedaagde 1] c.s. aan de bank. Een en ander is verwerkt in de koopovereenkomst en wel in artikel 3 dat – voor zover hier van belang - als volgt luidt: “1. De betaling van de koopprijs is reeds geschied doordat koper een schuld van verkoper heeft voldaan, aan partijen genoegzaam bekend, waardoor de koopsom is omgezet in een schuld wegens door verkoper van koper geleende gelden groot € 450.000,-, voor welke geldlening koper en verkoper onderling nadere voorwaarden zullen vaststellen.” De koop is op 3 november 2016 omstreeks 11.29 uur ingeschreven in de openbare registers van de Dienst voor het Kadaster. 2.4. Artikel 1 van de koopovereenkomst bepaalt dat: “De voor de overdracht vereiste akte van levering zal worden verleden (…) op 15 november 2016 of zover eerder of later als partijen nader zullen overeenkomen.“ 2.5. Artikel 6 lid 1 van de koopovereenkomst bepaalt voor zover hier van belang: “Het verkochte zal worden overgedragen met alle daarbij behorende rechten en aanspraken en vrij van pandrechten, van beslagen, hypotheken en van inschrijvingen daarvan (…)” 2.6. De levering van het woonhuis conform de koopovereenkomst is tot op heden niet geschiedt. 2.7. Door meerdere beslagleggers zijn voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst voor in totaal € 115.671,40 beslagen op het woonhuis gelegd, te vermeerderen met € 2.497,- aan kosten. [gedaagde 1] c.s. hadden [eiser] verzekerd dat zij met de beslagleggers een akkoord hadden c.q. een akkoord zouden bereiken. Dit bleek niet het geval te zijn. 2.8. Omdat [gedaagde 1] c.s. niet over gelden beschikten om de beslagleggers te voldoen, heeft [eiser] deze op 26 april 2017 voldaan en zijn de voornoemde beslagen opgeheven. Om [eiser] ’s positie (als schuldeiser uit hoofde van de reeds verstrekte leningen) in afwachting van de levering zo veel mogelijk veilig te stellen, zijn op 26 april 2017 een hypotheekakte, een geldleningsovereenkomst, alsmede een pandakte getekend. 2.9. Blijkens de geldleningsovereenkomst hebben [gedaagde 1] c.s. een bedrag van in hoofdsom € 567.168,40 van [eiser] geleend. De hoofdsom is te allen tijde opeis- en aflosbaar. De rente van de lening bedraagt 2% per jaar, te voldoen in maandelijkse termijnen van € 1.000,- op de laatste dag van elke kalendermaand voor het eerst op 31 mei 2017. Onder meer bij het niet- of niet tijdig voldoen van rente en aflossing is de hoofdsom of het restant daarvan met de daarover verschuldigde rente zonder opzegging of in verzuimstelling steeds dadelijk opeisbaar. 2.10. Tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen [eiser] blijkens haar administratie van hypotheekgever [gedaagde 1] , zowel van hen samen als van ieder van hen afzonderlijk, te vorderen heeft of mocht hebben uit hoofde van onder meer de verstrekte en/of te verstrekken geldleningen en kredieten is recht van hypotheek verleend tot een totaalbedrag van € 1.012.500,- met als onderpand – kort gezegd – het woonhuis. Ingevolge de hypotheekakte dienen [gedaagde 1] c.s. het woonhuis goed te onderhouden en te verzekeren, mag het niet van bestemming veranderen, niet met andere rechten worden belast, niet worden verhuurd/verpacht, niet onder andere titel in gebruik of genot worden afgestaan. Als [gedaagde 1] c.s. als hypotheekgevers in ernstige mate jegens [eiser] als hypotheeknemer tekort schieten in hun verplichtingen, mag [eiser] na een daartoe verkregen machtiging van de rechtbank, het woonhuis zelf in beheer nemen. Als dit met het oog op de executie vereist is, mag [eiser] het woonhuis onder zich nemen en verlangen dat ontruiming plaatsvindt. [eiser] mag het woonhuis openbaar verkopen als [gedaagde 1] c.s. in verzuim zijn met het voldoen van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt. 2.11. Ter meerdere zekerheid van betaling van al hetgeen [eiser] bijkens zijn administratie van [gedaagde 2] te vorderen heeft, is tot een bedrag van maximaal € 567.168,40 ten behoeve van [eiser] een recht van eerste pand gevestigd op gewassen op stam met een waarde van circa € 140.000,-, genoemd in de aan de pandakte gehechte inventarislijst. De pandakte is op 29 augustus 2017 aan de belastingdienst te Rotterdam ter registratie aangeboden. 2.12. Op 10 mei 2017 is er, in afwijking van het gepaalde in artikel 13.1 van de koopovereenkomst, een sleutelverklaring getekend, waarmee het risico met betrekking tot het woonhuis is overgegaan op de koper. Dit was voor de verzekeringsmaatschappij een voorwaarde om het woonhuis, dat niet meer verzekerd was, weer in dekking te nemen. 2.13. [eiser] heeft de notaris gevraagd de levering van het woonhuis in gang te zetten De afspraak ter zake de levering stond aanvankelijk gepland op 8 september 2017. Vanwege een dreigende executieveiling is vervolgens 25 augustus 2017 als passeerdatum bepaald. Op 24 augustus 2017 heeft [gedaagde 2] de notaris laten weten dat de toegezonden concept-leveringsakte nog moest worden aangepast. De bedoeling was de beoogde wijzigingen voorafgaand aan de ondertekening op 25 augustus 2017 te bespreken. Bij die gelegenheid gaven [gedaagde 1] c.s. aan dat zij de akte van levering niet wilden tekenen en dat zij eerst een gesprek wilden hebben met [A] van het notariskantoor, die op 28 augustus 2017 weer aanwezig zou zijn. Deze verklaring is op schrift gesteld en door [gedaagde 1] c.s. ondertekend. 2.14. Op 25 augustus 2017 heeft [eiser] [gedaagde 1] c.s. in gebreke gesteld. Overeenkomstig artikel 14 van de koopovereenkomst is [gedaagde 1] c.s. meegedeeld dat, indien zij niet uiterlijk 2 september 2017 de leveringsakte tekenen, [eiser] nakoming van de koopovereenkomst zal vorderen, op grond waarvan [gedaagde 1] c.s. hem een boete verschuldigd zijn van 3 promille van de koopprijs per dag, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding. 2.15. [A] heeft [gedaagde 2] vervolgens uitgenodigd voor een op 30 augustus 2017 te houden bespreking over de ontstane situatie. [gedaagde 2] is daarbij niet verschenen en heeft een nieuwe afspraak gemaakt, waarbij ook [gedaagde 1] aanwezig zou zijn. Deze bespreking heeft uiteindelijk plaatsgevonden op 31 augustus 2017. Uit de bespreking is naar voren gekomen dat de levering van het woonhuis niet op korte termijn zal plaatsvinden. 2.16. Op 4 september 2017 heeft [eiser] de melding ex artikel 22 bis Invorderingswet 1990 aan de belastingdienst gezonden, waarmee hij de belastingdienst meedeelt dat hij van plan is om zijn rechten op een bodemzaak of bodemzaken, in dit geval de gewassen op stam, jegens [gedaagde 1] c.s. uit te oefenen of enigerlei andere handeling te (laten) verrichten waardoor het niet meer als bodemzaak kwalificeert. 2.17. Op 8 september 2017 heeft de rechtbank de dagvaarding ontvangen, waarmee [eiser] dit kort geding heeft ingeleid. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert: I. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk, althans [gedaagde 1] , althans [gedaagde 2] , te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis medewerking te verlenen aan de notariële akte tot overdracht betreffende het woonhuis met verdere opstallen, ondergrond, erf en tuin, plaatselijk bekend [adres 1] en [adres 2] te [plaats] , kadastraal bekend [gemeente] sectie Q nummer [xxx] , groot zevenenveertig are en zestien centiare (47 a en 16 ca), en tevens te bepalen dat indien [gedaagde 1] c.s., althans [gedaagde 1] , althans [gedaagde 2] bovenomschreven medewerking weigert, in de ruimste zin van het woord – dit vonnis in de plaats treedt van deze medewerking in die zin dat het woonhuis gekocht en geleverd wordt voor de reeds betaalde koopsom ad € 450.000,- kosten koper aan [eiser] , althans te bepalen, dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm van akte van [gedaagde 1] c.s., [gedaagde 1] , c.q. [gedaagde 2] strekkende tot eigendomsoverdracht van voormeld woonhuis tegen de reeds betaalde koopprijs, kosten koper, zoals gespecificeerd in de koopovereenkomst, zodat het in deze te wijzen vonnis in plaats van eerder genoemde akte van eigendomsoverdracht c.q. een gedeelte daarvan zal treden als bedoeld in artikel 3:300 BW, althans een zodanige beslissing te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren; II. [gedaagde 1] c.s. te veroordelen met de zijne(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.