← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2017:4091

Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/993172-16 (P) Datum vonnis: 2 november 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 juli 2017 en 19 oktober 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.J. Heidema en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. V. Wolting, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 26 juli 2010 tot en met 23 november 2011 samen met (een) andere(

  1. n)meerdere facturen heeft vervalst. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op één of meer tijdstippen in de periode van 26 juli 2010 tot en met 23 november 2011 in de gemeente Assen , althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, één of meer factu(u)r(en), te weten een: 1. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 26 juli 2010 ( DOC-075a ); en/of 2. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 20 september 2010 ( DOC-088a ); en/of 3. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 23 november 2010 ( DOC-127a ); en/of 4. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 16 december 2010 ( DOC-137a ); en/of 5. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 23 mei 2011 ( DOC-183a ); en/of 6. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 15 september 2011 ( DOC-232a ); en/of 7. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 19 september 2011 ( DOC-234a ); en/of 8. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 22 november 2011 ( DOC-245a ); en/of 9. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 23 november 2011 ( DOC-246a ), (telkens) zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, immers hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(
  2. n)in strijd met de waarheid op de factu(u)r(
  3. en)een BTW-percentage van 0% opgenomen, dan wel in strijd met de waarheid geen BTW opgenomen op de factu(u)r(en), (telkens) met als oogmerk om deze factu(u)r(
  4. en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4. De bewijsoverwegingen 4.1 Inleiding In mei 2014 ontving de Belastingdienst een telefonische tip dat bij de onderneming [verdacht bedrijf 1] sprake zou zijn van fraude met omzetbelasting. Naar aanleiding hiervan werd door de Belastingdienst een onderzoek ingesteld waaruit bleek dat onjuiste facturen werden vervaardigd en verwerkt in de administratie van [verdacht bedrijf 1] en [verdacht bedrijf 2] Uit onderzoek bij afnemers bleek dat zij facturen van [verdacht bedrijf 1] ontvingen voor leveringen met daarop vermeld een bedrag aan omzetbelasting. In de administratie van [verdacht bedrijf 1] en [verdacht bedrijf 2] bevonden zich echter facturen die zagen op dezelfde levering maar dan met een andere buitenlandse afnemer voor hetzelfde totaalbedrag maar dan zonder omzetbelasting. Op deze laatst genoemde facturen stond vermeld dat de leveringen in het buitenland, binnen de EU, hadden plaatsgevonden. Deze leveringen werden vervolgens in de aangifte omzetbelasting vermeld als zijnde een intracommunautaire levering vallende onder het 0% tarief. Hierdoor werd voor deze leveringen van goederen door [verdacht bedrijf 1] en [verdacht bedrijf 2] geen omzetbelasting aangegeven en afgedragen aan de Belastingdienst. Verdachte was vanaf eind 2007 in loondienst bij [verdacht bedrijf 1] en als in- en verkoper onder andere belast met het opstellen van verkoopfacturen. 4.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het ten laste gelegde, gelet op de bekennende verklaring van verdachte. De officier van justitie heeft partieel vrijspraak gevorderd ten aanzien van de facturen met de nummers DOC-245a en DOC-246a . 4.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. 4.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op het proces-verbaal van bevindingen aangiften omzetbelasting 2010, proces-verbaal van bevindingen aangiften omzetbelasting 2011 en de verklaring van verdachte. Op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaat de rechtbank met een opgave van voornoemde bewijsmiddelen. De rechtbank is – met partijen - van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte ten aanzien van de facturen met de nummers DOC-245a en DOC-246a valsheid in geschrift heeft gepleegd. Van dit onderdeel in de tenlastelegging zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken. 4.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat: hij in de periode van 26 juli 2010 tot en met 23 november 2011 in de gemeente Assen , tezamen en in vereniging met één andere, één of meer facturen, te weten een: 1. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 26 juli 2010 ( DOC-075a ); en 2. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 20 september 2010 ( DOC-088a ); en 3. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 23 november 2010 ( DOC-127a ); en 4. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 16 december 2010 ( DOC-137a ); en 5. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 23 mei 2011 ( DOC-183a ); en 6. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 15 september 2011 ( DOC-232a ); en 7. factuur van [verdacht bedrijf 1] aan [bedrijf] d.d. 19 september 2011 ( DOC-234a ) (telkens) zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers hebbende verdachte en zijn medeverdachte in strijd met de waarheid op de facturen een BTW-percentage van 0% opgenomen, (telkens) met als oogmerk om deze facturen als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 47 en 225 van het Wetboek van strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en daarnaast een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht om bij bepaling van de straf rekening te houden met het gegeven dat verdachte geen voordeel heeft gehad bij het vervalsen van de facturen, hij in opdracht van zijn werkgever heeft gehandeld en de persoonlijkheid van verdachte zoals deze blijkt uit de reclasseringsrapportage. Voorts heeft de raadsman verzocht acht te slaan op de oriëntatiepunten van het LOVS en daarbij uit te gaan van het benadelingsbedrag dat volgt uit de bewezenverklaring. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door valse facturen op te maken. Hiermee heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming. Daarnaast heeft verdachte met zijn handelen gefaciliteerd dat belastingfraude kon worden gepleegd. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan. De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 13 oktober 2017. Hieruit blijkt dat verdachte op verzoek van zijn werkgever de adressering op facturen en het te factureren bedrag heeft aangepast. Hij durfde hier geen nee tegen te zeggen uit loyaliteit naar zijn werkgever en angst om zijn baan te verliezen. Verdachte was zich er al die tijd naar eigen zeggen terdege van bewust dat zijn handelen fout was, maar durfde zelf niet de stap te zetten om naar de politie te gaan. Verdachte voerde volgens de reclassering een innerlijke strijd tussen zijn geweten en grenzeloze loyaliteit en ontbrekende assertiviteit. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank uitdrukkelijk mee dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven en van meet af aan heeft meegewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek, hij niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest en hij geen voordeel heeft genoten van het plegen van het strafbare feit. Tevens houdt de rechtbank rekening met de gezagsverhouding tussen verdachte en zijn werkgever ten tijde van het plegen van het strafbare feit. Alles overziend komt de rechtbank tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis. 8De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d Sr. 9De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde; straf veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden; bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit; veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 180 uren; beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. A.A.A.M. Schreuder en mr. G.H. Meijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.J. de Vries, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 november 2017. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 25 juli 2016, genummerd 54952 , opgemaakt door Belastingdienst/FIOD, doorgenummerd 1 tot en met 1848. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 444 Pagina 850 tot en met 859 Pagina 860 tot en met 871 Pagina 450, 453, 455, 462, 464

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.