vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/208098 / HA ZA 17-434 Vonnis van 15 november 2017 (fs) in de zaak van naamloze vennootschap ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR N.V., voorheen handelend onder de naam Achmea Zorgkantoor N.V., handelend onder de naam Zorgkantoor Rotterdam, Zorgkantoor Kennemerland, Zorgkantoor Drenthe, Zorgkantoor Zwolle, Zorgkantoor Flevoland, Zorgkantoor Zaanstreek-Waterland, Zorgkantoor Amsterdam, Zorgkantoor ’t Gooi, Zorgkantoor Apeldoorn, Zutphen e.o., Zorgkantoor Utrecht, gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht, mede kantoorhoudende te Zwolle, eiseres, advocaat mr. R.J. Hoogeveen te Almelo, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Eiseres vordert - samengevat - dat gedaagde wordt veroordeeld om aan eiseres te betalen een bedrag van € 40.381,49, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 37.385,
- Tevens vordert eiseres gedaagde te veroordelen in de proceskosten. 2.
- Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat aan gedaagde als budgethouder op zijn verzoek een Persoonsgebonden Budget (PGB) is toegekend en aan hem periodiek bedragen ter beschikking zijn gesteld. Gedaagde heeft onvoldoende verantwoording afgelegd over het PGB, waarna eiseres het aan gedaagde toegekende PGB met tergwerkende kracht heeft beëindigd en het reeds betaalde voorschotbedrag, dan wel de reeds verrekende bedragen, als zijnde onverschuldigd betaald heeft teruggevorderd. Ondanks (herhaalde) aanmaning en aanzegging van kosten verhogende incassomaatregelen heeft eiseres van gedaagde geen betaling van het verschuldigde bedrag kunnen verkrijgen. Eiseres stelt door de wanbetaling van gedaagde, die hier handelt als consument, tevens vermogensschade te lijden. 2.
- Met betrekking tot de bevoegdheid wordt het volgende overwogen. De rechtbank stelt vast dat gedaagde niet volgens de hoofdregel, zoals neergelegd in artikel 99 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is gedaagd voor de rechter van zijn woonplaats. Hoewel de relatieve bevoegdheid van de rechtbank in beginsel niet ambtshalve wordt getoetst, gebeurt dit ingevolge artikel 110 lid 2 Rv in samenhang gelezen met artikel 101 Rv wel indien het - zoals hier het geval is - een consumentenzaak betreft. Aangezien de rechtbank Overijssel, locatie Almelo zijn bevoegdheid niet aan een van de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering neergelegde gronden kan ontlenen, zal zij zich onbevoegd verklaren om van de vordering kennis te nemen. De rechtbank zal de zaak in de stand waarin zij zich bevindt verwijzen naar de rechtbank Amsterdam . Het bepaalde in artikel 74 lid 1 en 3, eerste volzin Rv, is van toepassing. 3De beslissing De rechtbank 3.
- verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen, 3.
- verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Amsterdam , afdeling civiel. 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 15 november
- type: coll: