vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/210191 / KG ZA 17-374 Vonnis in kort geding van 13 december 2017 in de zaak van
(2)ingediende inschrijvingen zijn rechtsgeldig ingediend en voldeden aan de (procedurele) randvoorwaarden. Op basis van de, vooraf bekendgemaakte, gunningsmethodiek is [A] B.V. als economisch meest voordelige inschrijving naar voren gekomen. In de daarop volgende verificatiebesprekingen is gebleken dat de financiële consequenties van de wijzigingen c.q. aanpassingen, om de inschrijving in lijn te brengen met de wensen en bedoeling van de aanbestedende dienst, de inschrijving boven het budget brengen, waardoor er in onderhavig geval ook sprake is van een wezenlijke wijziging van de oorspronkelijke uitvraag. Mede vanwege de inzichten is een situatie ontstaan waarbij de beoogde opdracht niet overeenstemt met de wensen en eisen van de aanbestedende dienst nu. Genoemde budgetoverschrijding wordt mede ingegeven vanuit een wijziging van de economische context in relatie tot de opdracht. Met bovenstaande inachtneming heeft de aanbestedende dienst, Stichting Keender, besloten om, gebruikmakend van het recht dat genoemd staat in hoofdstuk 8.0 van de aanbestedingsprocedure, de aanbesteding vroegtijdig af te breken. (…)”. 2.
- [A] heeft tegen deze brief bezwaar gemaakt bij schrijven van 23 oktober 2017 bezwaar. Vervolgens is gecorrespondeerd tussen de advocaten van partijen.
- De vordering en de standpunten van partijen 3.
- [A] vordert, na wijziging van eis samengevat -: - primair veroordeling van Stichting Keender tot nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, met dien verstande dat daarbij moet worden uitgegaan van de aanbieding van [A] en de daaruit blijkende afwijkingen op de vraagspecificatie; - subsidiair, voor het geval geen overeenkomst zou zijn gesloten, een verbod aan Stichting Keender de gunningsbeslissing in te trekken en de aanbesteding te beëindigen en een gebod aan Stichting Keender de contractbesprekingen te hervatten en op basis daarvan alsnog een overeenkomst aan te gaan; - meer subsidiair zodanige voorzieningen te treffen die de voorzieningenrechter op zijn plaats acht, - uiterst subsidiair een gebod aan Stichting Keender de intrekking, althans het afbreken van de aanbesteding uit te stellen, - met veroordeling van Stichting Keender in de proces- en nakosten. standpunt [A] 3.
- legt - samengevat - het volgende ten grondslag aan haar vorderingen. Zij heeft (als combinatie met Averesch) ingeschreven op de aanbesteding. Daarbij is zij afgeweken van de Vraagspecificatie, hetgeen op grond van de aanbestedingsstukken was toegestaan. Zo kon [A] onder het maximumbedrag van € 1.600.000,- ex BTW blijven. 3.
- Bij brief van 11 augustus 2017 heeft Stichting Keender de opdracht voorlopig gegund aan [A] . Op 13 september 2017 heeft Stichting Keender de opdracht definitief aan [A] gegund en die opdracht op TenderNed bekendgemaakt. Aldus is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen. De aanbesteding is daarmee geëindigd, zodat Stichting Keender die aanbesteding niet meer kan afbreken. standpunt Stichting Keender 3.
- Stichting Keender stelt zich - samengevat - op het standpunt dat zij op grond van paragraaf 8.0 van het proceduredocument 1e fase gerechtigd was om de aanbestedingsprocedure te beëindigen. Door ondertekening van het inschrijfbiljet had [A] verklaard de uitvoering aan te nemen conform de Vraagspecificatie én de maximale aanneemsom van € 1.600.000,- exclusief btw, maar in haar presentatie is [A] ten onrechte van de vraagspecificatie afgeweken. 3.
- Bij brief van 11 augustus 2017 heeft Stichting Keender aan [A] laten weten voornemens te zijn om met [A] in overleg te treden over een eventuele gunning, maar op dat moment was er nog geen voorlopige gunning. 3.
- De mail van 17 september 2017 van TenderNed kwam vervolgens als een verrassing voor Stichting Keender en [X] . [X] heeft de aankondiging van opdracht per direct gepubliceerd, maar deze aankondiging is ten onrechte geplaatst, want er was nog geen sprake van (voorlopige) gunning. 3.
- [A] heeft op 26 september 2017 aan Stichting Keender een aangepast voorstel gedaan. Dat voorstel voldeed niet aan de eisen van de aanbesteding, nu deze met een bedrag van € 237.500,- uitsteeg boven het plafondbedrag van € 1.600.000,- exclusief btw. Stichting Keender heeft dat aanbod dan ook niet aanvaard. 3.
- Gezien het voorgaande is tussen partijen geen wilsovereenstemming bereikt. tussen partijen. Daarom heeft Stichting Keender de aanbesteding op 13 oktober 2017 ingetrokken. 4De beoordeling 4.
- Aan de orde is de vraag, of partijen in het kader van de door Stichting Keender uitgeschreven aanbestedingsprocedure een overeenkomst hebben gesloten, zoals [A] stelt (en waarvan zij in deze procedure nakoming vordert) en Stichting Keender betwist. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag bevestigend. 4.5 Stichting Keender heeft in een niet-openbare aanbestedingsprocedure en twee partijen, waaronder [A] , uitgenodigd om een inschrijving te doen aan de hand van een vraagspecificatie. Die uitnodiging geldt als een uitnodiging tot het doen van een aanbod. 4.
- [A] heeft die uitnodiging aanvaard door ondertekening van het inschrijfbiljet en door op 7 juli 2017 een presentatie te houden. [A] heeft bij die gelegenheid een aanbod gedaan. Bij dat aanbod is zij op enkele punten afgeweken van de Vraagspecificatie. Zij was daartoe ook gerechtigd. Zij was niet op grond van de letterlijke tekst van het inschrijfbiljet verplicht om zich te binden aan zowel de maximale prijs van € 1.600.000,- excl. BTW als aan alle in de Vraagspecificatie vermelde wensen. 4.
- Uit de vastgestelde feiten komt duidelijk naar voren dat [A] al bij de presentatie, en dus bij het doen van haar aanbod, buiten twijfel heeft gesteld dat zij alleen voor het gestelde maximumbedrag zou kunnen bouwen na aanpassing van de specificaties. 4.
- Stichting Keender heeft in haar brief van 11 augustus 2017 de opdracht kennelijk voorlopig gegund aan [A] . Hoewel in die brief zelf geen van de inschrijvers bij naam wordt genoemd, mocht [A] die brief toch opvatten als een voorlopige gunning van de opdracht aan haar, namelijk op grond van de bijlage bij de brief, waarin uitdrukkelijk staat dat [A] een hogere eindscore had behaald dan de andere inschrijver (zie r.o. 2.9). 4.
- [A] mocht die conclusie ook trekken uit de aankondiging in de brief van een bezwaartermijn van 20 dagen, waarbinnen uitgesloten en afgewezen inschrijvers een kort geding tegen Stichting Keender zouden kunnen instellen. Het openstellen van die termijn had uiteraard alleen zin als Stichting Keender een voorlopige beslissing omtrent de gunning had genomen, tegen welke beslissing afgewezen gegadigden door middel van een kort geding zouden kunnen opkomen, en uit de bijlage viel af te leiden dat Stichting Keender zo’n voorlopige beslissing op grond van de eindscores had genomen ten gunste van [A] . 4.
- De brief is in zoverre gebrekkig dat [A] daarin niet uitdrukkelijk wordt genoemd als de partij, aan wie Stichting Keender voornemens was de opdracht te gunnen, maar dat gebrek valt niet aan [A] toe te rekenen. De in die brief aangekondigde bezwaartermijn is vervolgens ongebruikt verstreken. 4.
- Dat Stichting Keender de opdracht vervolgens definitief aan [A] heeft gegund blijkt uit de publicatie op TenderNed op 18 september
- Dat die publicatie bij vergissing zou zijn geplaatst acht de voorzieningenrechter ongeloofwaardig. Die stelling wordt daarom gepasseerd, ook op grond van het systeem van het aanbestedingsrecht, waarin zo’n publicatie fungeert als een duidelijke markering van het einde van een aanbesteding. 4.
- Stichting Keender heeft daarmee het aanbod van [A] aanvaard, zoals zij dit bij de presentatie heeft gedaan. Latere onderhandelingen in ‘contractsbesprekingen’ tussen partijen hebben immers kennelijk niet geleid tot wilsovereenstemming over een ander resultaat. Partijen hebben dus over dat aanbod van [A] een overeenkomst gesloten. 4.
- Partijen hebben immers overeenstemming bereikt over de essentialia van de opdracht, namelijk dat [A] , met een aantal door [A] bij de presentatie genoemde beperkingen in de uitvoering, voor Stichting Keender het nieuwe onderwijsgebouw zal gaan bouwen voor een bedrag van € 1.600.000,- exclusief btw. 4.
- De conclusie moet luiden dat Stichting Keender verplicht is om de voor haar uit die overeenkomst voortvloeiende verbintenissen na te komen. Zij kan niet, althans niet zonder in meer of mindere mate schadeplichtig te worden, van de overeenkomst afzien en de aanbesteding afbreken. Haar budgettaire complicaties komen voor haar risico. 4.
- De primaire vordering is dus voor toewijzing vatbaar, zoals in het dictum wordt geformuleerd. Daarom komt de voorzieningenrechter niet toe aan een beoordeling van de (meer) subsidiaire vorderingen. De gevorderde dwangsom zal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, mede in aanmerking genomen de hoogte van de aanneemsom, worden beperkt als volgt. 4.
- Stichting Keender zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten en de nakosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [A] worden begroot op: - dagvaarding € 85,21 - griffierecht 618,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal € 1.519,
- 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
- gebiedt Stichting Keender de tussen partijen gesloten overeenkomst na te komen, met dien verstande dat daarbij moet worden uitgegaan van de aanbieding van [A] en de daaruit blijkende afwijkingen op de Vraagspecificatie, 5.
- veroordeelt Stichting Keender om aan [A] een dwangsom te betalen van € 200.000,00 ineens indien zij niet aan de in 5.
- uitgesproken veroordeling voldoet, 5.
- veroordeelt Stichting Keender in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 1.519,21, 5.
- veroordeelt Stichting Keender in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Stichting Keender niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2017.