RECHTBANK OVERIJSSEL Team Familierecht en Jeugdrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer: C/08/200204 / FA RK 17-754 beschikking van de rechtbank Overijssel d.d. 22 december 2017 inzake [verzoekster] , verder te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats] , verzoekster, advocaat: mr. R.H.H. Schepers te Almelo, en [belanghebbende] , verder te noemen: de vader, wonende te [woonplaats] , belanghebbende, advocaat: mr. R.J. Sparreboom te Spijkenisse . 1Het procesverloop 1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende bescheiden: - het verzoek met bijlagen, binnengekomen op 3 april 2017; - het verweer met bijlagen, binnengekomen op 9 juni 2017. 1.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 12 juni 2017. Ter zitting zijn verschenen: - de ouders, beiden bijgestaan door hun advocaat,- de heer [A] , namens de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen “de raad”. 1.3. Na de mondelinge behandeling zijn met toestemming van de rechtbank binnengekomen: - op 9 november 2017 een brief van mr. Schepers van die datum met bijlagen; - op 26 november 2017 een brief van mr. Sparreboom van die datum met bijlage en - op 7 december 2017 een mail van mr. Schepers. 2De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn geregistreerde partners geweest, uit welk partnerschap is geboren [B], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , verder ook te noemen [B] . De minderjarige is door de vader erkend. De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het gezag over [B] . De minderjarige heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder. 2.2. Bij beschikking van 5 maart 2014 heeft de rechtbank Amsterdam het geregistreerde partnerschap tussen de vader en de moeder ontbonden, welke beschikking op 3 april 2014 is ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand. 2.3. De vader en de moeder hebben de gevolgen van de ontbinding van hun geregistreerde partnerschap geregeld en neergelegd in het door beiden op 26 januari 2014 ondertekende echtscheidingsconvenant tevens houdende een ouderschapsplan. In dit ouderschapsplan zijn de vader en de moeder een regeling overeengekomen, doch vanwege de verhuizing van moeder naar [plaats 1] en het feit dat vader vanwege omscholing en een andere functie/baan een eerder geldende regeling niet langer kon nakomen, zijn ouders uiteindelijk overeengekomen dat [B] afhankelijk van het werkschema van vader over een periode van vijf weken twee weekenden bij vader verblijft. Daarnaast zijn de ouders overeengekomen dat de vader een woensdagavond per vijf weken met [B] doorbrengt en in de buurt van [woonplaats] verblijft. 3Het verzoek 3.1. De moeder verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: te bepalen dat aan haar vervangende toestemming wordt verleend om met [B] te mogen verhuizen naar [plaats 2] en een beslissing te geven omtrent de kosten van de procedure. 3.2. De reden voor moeder om naar [plaats 2] te verhuizen is het feit dat de moeder een nieuwe partner heeft die woonachtig is in [plaats 2] . Hij heeft daar een eigen woning en een eigen onderneming. Bovendien heeft hij drie kinderen uit een eerdere relatie die bij de nieuwe partner van moeder woonachtig zijn, zodat niet van de partner kan worden gevergd om naar (de omgeving van) [woonplaats] te verhuizen. De moeder heeft de verhuizing naar haar zeggen goed doordacht en voorbereid, waarbij ook de gevolgen voor [B] zijn betrokken. Moeder is van mening dat zij met het bespreekbaar maken van de door haar gewenste verhuizing met vader op Valentijnsdag ruimschoots op tijd haar verzoek aan vader heeft voorgelegd. Bij toewijzing van het verzoek zou [B] na de zomervakantie in groep 3 op de nieuwe school starten. [B] is eveneens op de hoogte van de wens van moeder om te verhuizen. [B] heeft al voor Valentijnsdag de door moeder uitgekozen school in [plaats 2] bezocht. Deze school komt qua grootte en lesmethode overeen met de school in [woonplaats] . De moeder heeft geen vast werk (haar contract zal per 30 april 2017 aflopen) en geen eigen woning. Ze heeft goede vooruitzichten om in de kop van Groningen een nieuwe baan te vinden, aldus de moeder. 4Het verweer 4.1. De vader verzoekt de rechtbank het verzochte onder a. af te wijzen. Vader erkent dat het moeder vrijstaat om een nieuw leven op te bouwen. Het verweer van vader richt zich met name op het ontbreken van de noodzaak van moeder om naar [plaats 2] te verhuizen. Vader is van mening dat moeder daarmee haar eigen belang laat prevaleren boven het belang van [B] . Het was juist moeder die na de scheiding wilde verhuizen naar Twente, onder meer omdat haar familie in die buurt woonde. [B] is nu gesetteld in [woonplaats] en vader acht voortzetting van die situatie gewenst omdat hij daar behalve met zijn vriendjes ook contact kan hebben met de familie moederszijde die in de directe omgeving van [woonplaats] woonachtig is. Daarnaast betwist de vader dat de verhuizing en de gevolgen daarvan goed zijn voorbereid en doordacht en vreest vader dat de verhuizing negatieve invloed zal hebben op de omgang die hij heeft met [B] in de omgangsweekenden én (eens per vijf weken) doordeweeks; de reistijd wordt langer en vader zal het contact met school verliezen. 5De beoordeling De vervangende toestemming 5.1. De rechtbank dient te beslissen op het verzoek van de moeder tot verlening van vervangende toestemming om met [B] te mogen verhuizen naar [plaats 2] . 5.1.1. Vast staat dat beide ouders met het ouderlijk gezag zijn belast. De rechtbank stelt voorop dat de gezamenlijke gezagsuitoefening door partijen met zich brengt dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats van [B] in beginsel toestemming van de andere met het gezag belaste ouder behoeft. 5.2. Ter zitting van 12 juni 2017 is de mogelijkheid van mediation met de ouders besproken. Ouders hebben te kennen gegeven dat zij van deze mogelijkheid gebruik wilden maken, waarop de zaak twee weken werd aangehouden. Na twee weken heeft de rechtbank een uitstelverzoek van ouders ontvangen om op die manier een vervolg te geven aan de mediation. Uiteindelijk heeft de mediation niet tot overeenstemming tussen de ouders geleid. Wel is er discussie ontstaan over de vraag of de moeder al dan niet de geheimhouding van de mediation heeft geschonden door stukken in het geding te brengen. Vader heeft hier in ieder geval bezwaar tegen gemaakt. Wat daarvan ook zij, die discussie speelt in het kader van deze procedure naar het oordeel van de rechtbank geen rol. Voor de rechtbank is duidelijk dat het overleg, dat tussen partijen in het kader van mediation heeft plaatsgevonden, niet tot een gewenst resultaat heeft geleid, zodat de rechtbank alsnog dient te beslissen op het verzoek van moeder om aan haar vervangende toestemming voor een verhuizing met [B] naar [plaats 2] te geven. Bij deze beoordeling zal de rechtbank geen nadere acht slaan op de inhoud van de overgelegde stukken van de mediation. Deze informatie is immers niet met partijen ter zitting besproken en bovendien verschillen partijen van mening over datgene waarover door partijen is gesproken en/of overeenstemming is bereikt. 5.2.1. Indien en voorzover ouders nu al uitvoering geven aan eventuele deelafspraken uit de mediation, gaat de rechtbank ervan uit dat zij hieraan ook uitvoering blijven geven. Voorts spreekt de rechtbank de waardering uit voor de inzet van ouders in het mediationtraject om hun geschil op te lossen en de rechtbank hoopt ook dat het overleg tussen ouders in het belang van [B] ook in de toekomst wordt voortgezet. Het wettelijk criterium 5.3. Ingevolge artikel 1:253a, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen tussen ouders omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. In overeenstemming met vaste rechtspraak dient de rechter bij de beslissing over een geschil als het onderhavige alle omstandigheden van het geval in acht te nemen en alle belangen af te wegen. Het oordeel 5.4. Het belang van het kind dient altijd voorop te staan. Blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad mag uit voornoemd artikel echter niet worden afgeleid dat het belang van het kind bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. De rechter zal op basis van jurisprudentie bij zijn beslissing over dergelijke geschillen alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen wat er ook toe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind. De navolgende omstandigheden en belangen kunnen een rol spelen en dienen vervolgens te worden meegewogen: het recht en belang voor de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten; de noodzaak om te verhuizen; de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid; e door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren; de mate waarin partijen in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg; de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving; de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg; de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing; de leeftijd van de minderjarige(n), hun mening en de mate waarin zij geworteld zijn in hun omgeving of juist gewend zijn aan verhuizingen; of de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing geheel of deels worden gecompenseerd door de verhuizende ouder. 5.4.1. De raad heeft ter zitting geadviseerd dat een verhuizing van [B] naar [plaats 2] op dit moment niet in zijn belang is. [B] heeft belang bij voortzetting van zijn huidige sociale leven met vriendjes en familie in de buurt. Nu opnieuw verhuizen wordt, mede gelet op de leeftijd van [B] in relatie tot school, niet in zijn belang geacht. Ten tijde van de vorige verhuizing van [woonplaats] naar [woonplaats] ging [B] nog niet naar school, maar hiervan is nu wel sprake. Daarnaast is de reisafstand van [woonplaats] naar [woonplaats] groot, hetgeen nadelige consequenties zal hebben op de (duur van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.