← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2018:1663

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 6593622 \ CV EXPL 18-285 Vonnis van 24 april 2018 in de zaak van [X], h.o.d.n. AUTOBEDRIJF [X],wonende te [woonplaats], eisende partij, hierna te noemen [X], gemachtigde: M.F.M. Bunnik, tegen [Y] ,wonende te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen [Y], verschenen in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 18 januari 2018 - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [X] heeft aan [Y] een factuur doen toekomen, waarop onder meer is vermeld: Factuurnummer : 17000447 Factuurdatum : 14-08-2017 (…) Omschrijving (…) Bedrag Apk voorkeuring Werkplaatstarief (…) 39,38 (…) Te betalen € 47,65 3Het geschil 3.
  4. [X] vordert veroordeling van [Y] tot betaling van een bedrag van € 47,65 vermeerderd met wettelijke rente (tot aan 10 januari 2018 berekend op een bedrag van € 1,41) en buitengerechtelijke incassokosten van € 40,= onder veroordeling van [Y] in de kosten van de procedure. 3.
  5. [X] legt aan de vordering ten grondslag dat [Y] zijn auto voor een keuring in het kader van de APK bij het autobedrijf van [X] heeft gebracht. In verband daarmee heeft [X] werkzaamheden verricht (de zogenaamde voorkeuring), waarvoor zij de factuur van 14 augustus 2017 (ten bedrage van € 47,65 inclusief BTW) aan [Y] heeft doen toekomen. Nadien is [Y] aangemaand om tot betaling over te gaan. Desondanks is betaling uitgebleven. 3.
  6. [Y] heeft verweer gevoerd. Volgens [Y] is de auto niet voor een voorkeuring naar [X] gebracht, maar ging het slechts om de APK keuring zelf. De auto is door [X] afgekeurd. [Y] voert aan dat hem op de factuur van [X] een te hoog bedrag in rekening is gebracht. Daarom is hij niet tot betaling overgegaan. 4De beoordeling 4.
  7. [Y] heeft niet betwist dat hij zijn auto bij [X] heeft gebracht. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat dit feit tussen partijen vaststaat. 4.
  8. [X] heeft blijkens zijn toelichting op de vordering een zogenaamde voorkeuring in rekening gebracht, om daarmee in eerste instantie onnodige kosten voor de klant, in dit geval [Y], te vermijden. Uit het verweer begrijpt de kantonrechter dat de auto door [X] niet goedgekeurd kon worden. 4.
  9. [Y] betwist dat hij een voorkeuring heeft laten uitvoeren. Volgens [Y] had hij al een voorkeuring laten uitvoeren door zijn neef en heeft hij vervolgens met [A], een medewerker van [X], afgesproken dat de auto bij [X] gekeurd zou worden. Over die afspraak zouden berichten zijn verzonden via WhatsApp. Deze berichten staan echter niet meer in zijn telefoon. Ander bewijs is door [Y] niet aangeboden. Al met al levert dit een onvoldoende betwisting op van de door [X] gestelde afspraak. Daarbij betrekt de kantonrechter dat het in ieder geval de bedoeling was van [Y] om een keuring uit te laten voeren. Voorts heeft [Y] weliswaar aangevoerd dat een voorkeuring duurder zou zijn dan een APK keuring, maar hij heeft dit niet voorzien van enige onderbouwing. De stelling van [X] dat bij een APK keuring sprake zou zijn van kosten ten bedrage van € 62,=, een hoger bedrag dan de gevorderde hoofdsom, heeft [Y] niet betwist. Evenmin heeft hij betwist dat de gefactureerde werkzaamheden zijn verricht. 4.
  10. Dit betekent dat de gevorderde hoofdsom van € 47,65 moet worden toegewezen. In verband met de vertraging in de betaling is tevens de wettelijke rente daarover, op basis van artikel 6:119 BW, toewijsbaar. 4.
  11. [X] heeft een bedrag van € 40,= voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Deze kosten zijn toewijsbaar nu de incassokosten zijn aangezegd op de door de wet in artikel 6:96 lid 6 BW voorgeschreven wijze en [X] voor de hoogte van de kosten is uitgegaan van de staffel uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. 4.
  12. Als in het ongelijk gestelde partij dient [Y] te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op € 83,99 voor explootkosten, € 79,= voor griffierecht en € 60,= voor salaris gemachtigde. Dat is samen een bedrag van € 222,
  13. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  14. veroordeelt [Y] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te voldoen de som van € 89,06 vermeerderd met de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) over € 47,65 vanaf 10 januari 2018 tot aan de dag van algehele voldoening; 5.
  15. veroordeelt [Y] in de kosten van deze procedure tot aan deze uitspraak aan de zijde van [X] begroot op € 222,99; 5.
  16. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.