vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer / rolnummer: C/08/197326 / HA ZA 17-50 Vonnis van 9 mei 2018 in de zaak van 1. vennootschap onder firma [eiser 1] , gevestigd te [plaats 1] , 2. [eiser 2], wonende te [plaats 1] , 3. [eiser 3], wonende te [plaats 1] , 4. [eiser 4], wonende te [plaats 1] , eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. N.E. Koelemaij te Assen, tegen 1 [A] , wonende te [plaats 2] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. J.M.E. Hamming te Drachten, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COUNTUS ACCOUNTANTS + ADVISEURS B.V., gevestigd te Zwolle, gedaagde in conventie, niet verschenen. Partijen zullen hierna [eiser 1 c.s.] , [A] en Countus genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de akte vermindering van eis de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens akte vermeerdering van eis de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie de conclusie van dupliek in reconventie de akte uitlating producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser 1 c.s.] exploiteert een melkveebedrijf. [A] heeft een kalver opfokbedrijf, waarbij boeren voor een zekere periode hun jongvee (vaarskalveren voordat zij voor het eerst drachtig zijn geworden) in de stallen van [A] kunnen onderbrengen. [A] fokt over een cyclus van ongeveer een jaar het jongvee verder op. Het jongvee blijft eigendom van de boer die [A] de opdracht geeft. 2.2. [eiser 1 c.s.] heeft [A] eind 2012 opdracht gegeven om de kalveren van [eiser 1 c.s.] op te fokken. [eiser 1 c.s.] heeft daartoe een door Countus opgestelde concept overeenkomst voorgelegd. [A] heeft dat concept niet getekend. Vanaf januari 2013 heeft [eiser 1 c.s.] zijn kalveren bij [A] gestald. 2.3. [A] heeft facturen aan [eiser 1 c.s.] verzonden voor de door hem uitgevoerde werkzaamheden en deze facturen heeft [eiser 1 c.s.] tot en met april 2016 betaald. [A] factureerde zijn werkzaamheden doorgaans per de eerste van de maand over de afgelopen maand. De facturen die [A] vanaf mei 2016 heeft verzonden aan [eiser 1 c.s.] zijn niet voldaan. Het betreft de volgende facturen: Datum aantal jongvee kenmerk bedrag (€) 01-05-2016 179 11504 10.178,30 01-06-2016 179/178 11505 10.649,18 01-07-2016 177/162 11523 10.004,68 01-08-2016 162 11525 9.688,44 01-09-2016 162 11533 9.688,44 01-10-2016 162/145 11544 9.229,29 02-12-2016 145 11547 25.455,79 84.894,12 2.4. [A] en zijn gemachtigde hebben [eiser 1 c.s.] diverse malen gesommeerd om tot betaling van de openstaande facturen over te gaan. 2.5. Bij brief van 24 juni 2016 heeft [eiser 1 c.s.] de overeenkomst met [A] opgezegd met inachtneming van een termijn van 6 maanden per 1 januari 2017. 2.6. Bij ongedateerde brief, die [A] op 23 september 2016 heeft ontvangen, reageert [eiser 1 c.s.] op een sommatiebrief van [A] van 30 augustus 2016: “(…) U weet waarom er nu op dit moment niet betaald wordt en wat daar dus de reden van is. U verzorgt het jongvee niet goed waardoor er grote schade ontstaat. Dit terwijl u duidelijke verplichtingen heeft in de overeenkomst voor de opfok van jongvee die Countus voor ons heeft gemaakt. (…) U heeft zelfs daarna nog getekend voor verbetering waarna ik weer zou gaan betalen. Als u weer aan uw verplichtingen voldoet, gaan we weer om tafel hoe verder.” 2.7. Op 1 oktober 2016 heeft [eiser 1 c.s.] het jongvee bij [A] opgehaald. 2.8. Op 17 oktober 2016 heeft [B 2] een rapport uitgebracht op verzoek van [eiser 1 c.s.] over de groei en ontwikkeling van het door [eiser 1 c.s.] bij [A] gestalde jongvee. [B 2] komt kort gezegd tot de conclusie dat sprake is van ondermaatse verzorging van het jongvee, waardoor schade aan de zijde van [eiser 1 c.s.] is ontstaan. Deze schade begroot [B 2] als volgt: “Te laag gewicht en lagere melkproductie 60 dieren a € 900,- € 54.000,- Te laag gewicht en lagere melkproductie 25 dieren a € 900,- € 22.500,- Verlies lactatiedagen wegens onzorgvuldig insemineren (…) € 23.520,- Verschil tussen gefactureerd en werkelijk opgefokt/aanwezig (…) € 3.536,- Correct te hoge dagvergoeding dieren > 24 maanden € 6.832,- Totaal schade € 103.556,-” 2.9. Nadat betaling van de zijde van [eiser 1 c.s.] uitbleef, heeft [A] [eiser 1 c.s.] in december 2016 gedagvaard in kort geding tot betaling van de openstaande facturen. 2.10. Bij beschikking van 14 december 2016 heeft deze rechtbank op verzoek van [eiser 1 c.s.] verlof verleend tot het leggen van bewijsbeslag onder [A] en Countus. 2.11. Bij vonnis in kort geding van 11 januari 2017 van deze rechtbank, locatie Almelo, heeft de voorzieningenrechter [eiser 1 c.s.] veroordeeld tot betaling aan [A] van de helft van het openstaande bedrag tot 1 oktober 2016, zijnde € 29.753,66, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen en de proceskosten. Op 23 januari 2016 heeft [eiser 1 c.s.] naar aanleiding van bedoeld vonnis in kort geding een bedrag van € 32.333,28 aan [A] betaald. 3Het geschil in conventie 3.1. [eiser 1 c.s.] vordert samengevat en na wijzigingen van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen partijen is gesloten conform de bepalingen van het schriftelijke contract zoals door [eiser 1 c.s.] overgelegd bij productie 3 van het beslagrekest dat tot de verlofbeschikking van 14 december 2016 leidde, mitsdien/althans dat tussen partijen (in het bijzonder) is bedongen (zo nodig ook losgezien van het schriftelijk contract) dat in geval de overheid besluit tot het invoeren van dierrechten voor rundvee (waaronder de vermoedelijk per begin 2018 in te voeren fosfaatrechten mede begrepen zijn), de verkregen dierrechten - op basis van het uitbesteden van jongvee door [eiser 1 c.s.] aan [A] - voor 50% eigendom van [A] en voor 50 % eigendom van [eiser 1 c.s.] zullen zijn; II. [A] te veroordelen om, in het geval dierrechten voor rundvee (met inbegrip van fosfaatrechten) worden ingevoerd en aan [A] worden toegekend op basis van het uitbesteden van jongvee door [eiser 1 c.s.] aan [A] , ervoor zorg te dragen dat 50% van deze dierrechten aan [eiser 1 c.s.] worden geleverd of ten name van [eiser 1 c.s.] worden gesteld (met dien verstande dat het bij de overdracht eventueel verloren gaan van dierrechten door afroming van overheidswege, door partijen gezamenlijk en voor gelijke delen zal dienen te worden gedragen en de eventuele aan de overdracht verbonden en van overheidswege opgelegde kosten door partijen gezamenlijk en voor gelijke delen zullen worden gedragen), zulks binnen drie dagen nadat zowel de dierrechten aan [A] zijn toegekend als dat het vonnis is betekend op straffe van een dwangsom ad € 5.000,00; III. voorwaardelijk, voor het geval metterdaad dierrechten voor rundvee (met inbegrip van fosfaatrechten) worden ingevoerd maar de daarover tussen [eiser 1 c.s.] en [A] gemaakte afspraken door [A] blijvend niet nagekomen worden, [A] te veroordelen tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat, alsmede [A] te veroordelen tot betaling van een voorschot op deze schadevergoeding - zoals opeisbaar zal zijn vanaf het moment dat de dierrechten worden ingevoerd - van € 200.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid; IV. te verklaren voor recht dat [A] toerekenbaar jegens [eiser 1 c.s.] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst, in het bijzonder door de dieren niet naar behoren te verzorgen en/of onvoldoende gegevens aan [eiser 1 c.s.] te verstrekken en/of het jongvee te laat te insemineren, dat [A] terzake in verzuim is getreden, en volledig aansprakelijk is voor de dientengevolge door [eiser 1 c.s.] geleden en te lijden schade; V. te verklaren voor recht dat [eiser 1 c.s.] op goede gronden de partiële ontbinding heeft ingeroepen van de tussen [eiser 1 c.s.] en [A] gesloten overeenkomst tot opfok van jongvee, voor zover het betreft de uitvoering van deze overeenkomst in de periode vanaf 1 april 2016 tot en met 31 december 2016, onverminderd het van kracht blijven van de bepalingen van de overeenkomst voor zover deze ook de strekking hadden te blijven gelden na het voltooien van de opfok van alle dieren die onder de overeenkomst opgefokt zouden worden, dan wel de betreffende overeenkomst op die voet bij vonnis partieel te ontbinden, alsmede/althans te verklaren voor recht dat [eiser 1 c.s.] van zijn verbintenissen uit hoofde van deze overeenkomst - voor zover het de genoemde periode betreft - bevrijd is zonder dat op hem enige verplichting tot (waarde)vergoeding aan [A] rust of is komen te rusten; VI. [A] te veroordelen aan [eiser 1 c.s.] , als schadevergoeding, te betalen het bedrag ad € 110.389,00, vermeerderd met de wettelijke rente over genoemd bedrag vanaf 29 december 2016, subsidiair [A] te veroordelen tot schadevergoeding - in relatie tot de in het voorgaande gevorderde verklaringen voor recht - als in goede justitie te begroten dan wel op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; VII. [A] te veroordelen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [eiser 1 c.s.] te betalen het bedrag ad € 6.445,19 aan expertisekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 23 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; VIII. te verklaren voor recht dat [eiser 1 c.s.] naar de stand van zaken per (in ieder geval) eind 2016, geen enkele betaling aan [A] meer verschuldigd was uit hoofde van de tussen [eiser 1 c.s.] en [A] gesloten overeenkomst tot opfok van jongvee (subsidiair, dat voor zover [eiser 1 c.s.] nog wel iets verschuldigd zou zijn geweest, hij bevoegdelijk tot verrekening is overgegaan met aan hem toekomende vorderingen op [A] , en tot het moment van verrekening toe op goede gronden rechtens zijn vermeende betalingsverplichtingen heeft opgeschort), en dat derhalve de betalingen die [eiser 1 c.s.] heeft verricht ter voldoening aan het vonnis in kort geding van 11 januari 2017 (r.o. 2.9) onverschuldigd zijn geweest; IX. [A] te veroordelen tot terugbetaling aan [eiser 1 c.s.] van al hetgeen [eiser 1 c.s.] aan [A] heeft betaald ter voldoening aan het voornoemde vonnis in kort geding (te weten € 32.333,28), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2017; X. [A] te veroordelen in de beslag- en bewaringskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente; XI. [A] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente; XII. de proceskosten tussen [eiser 1 c.s.] en Countus te compenseren. 3.2. [A] voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. [A] vordert samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. te verklaren voor recht dat [eiser 1 c.s.] gehouden was de door de voorzieningenrechter toegewezen bedragen te voldoen en dat deze derhalve verschuldigd zijn betaald; II. [eiser 1 c.s.] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 55.140,46 ter zake van de nog onbetaald gebleven facturen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de verschillende vervaldata; III. [eiser 1 c.s.] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 1.326,42 wegens buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 10 mei 2017; IV. te verklaren voor recht dat [eiser 1 c.s.] door ondanks de opzegging tegen 1 januari 2017 het vee zonder aankondiging reeds op 1 oktober 2016 uit de stallen van [A] te verwijderen, toerekenbaar te kort is geschoten jegens [A] ; V. [eiser 1 c.s.] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van schadevergoeding aan [A] , nader op te maken bij staat, voor zover [A] door de voortijdige beëindiging van het contract door [eiser 1 c.s.] op 1 oktober 2016 uiteindelijk geen fosfaatrechten krijgt toegewezen; VI. [eiser 1 c.s.] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.5. [eiser 1 c.s.] voert verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie ten aanzien van Countus 4.1. [eiser 1 c.s.] heeft naast [A] eveneens Countus gedagvaard. De voorgeschreven formaliteiten en termijnen zijn daarbij in acht genomen zodat, aangezien Countus niet is verschenen, verstek is verleend tegen haar. [eiser 1 c.s.] heeft de vorderingen tegen Countus na wijziging van eis niet langer gehandhaafd, zodat bedoelde vorderingen tegen Countus zullen worden afgewezen. [eiser 1 c.s.] zal in de proceskosten worden veroordeeld, aan de zijde van Countus begroot op nihil. in conventie ten aanzien van [A] Inhoud overeenkomst - dierrechten 4.2. Allereerst verschillen partijen van mening over de vraag wat de inhoud is van de tussen partijen gesloten overeenkomst tot opfok van jongvee en dan met name of de bepaling over dierrechten onderdeel van die overeenkomst uitmaakt. Volgens [eiser 1 c.s.] is een schriftelijke overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen, opgesteld door Countus en gevoegd bij een brief van 4 januari 2013 van ing. [B 1] van Countus (hierna: [B 1] ), waarin onder meer een bepaling over dierrechten is opgenomen, namelijk artikel 26: “In geval de overheid besluit tot het invoeren van dierrechten, zijn de verkregen dierrechten - op basis van het uitbesteden van jongvee door partij A op het bedrijf van partij B - voor 50% eigendom van partij B en voor 50% eigendom van partij A.” (productie 15 en 16 bij conclusie van repliek in conventie). In voornoemde brief staat vermeld “hierbij ontvangt u de definitieve jongvee opfok overeenkomst. We adviseren u de overeenkomst door de heer [A] te laten ondertekenen.” 4.3. Volgens [A] is er geen overeenstemming bereikt over het door Countus toegezonden concept en met name niet met betrekking tot de bepaling over de dierrechten. [A] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt een andere versie van het concept overgelegd (zonder de bepaling over de dierrechten), die meegezonden zou zijn met een e-mailbericht van [B 1] van 21 december 2012 (productie 1 en 2 bij conclusie van antwoord in conventie). Daarin staat de bepaling over de dierrechten niet vermeld en een aantal andere bepalingen uit de door [eiser 1 c.s.] overgelegde concept overeenkomst evenmin. [A] stelt zich op het standpunt dat hij het met een aantal bepalingen niet eens was en dat hij daarom niet akkoord is gegaan met het door hem overgelegde concept (hierna zal het concept zoals overgelegd door [eiser 1 c.s.] worden aangeduid met “Eikelbooms concept” en het door [A] overgelegde concept met “Van Keulens concept”). 4.4. De rechtbank oordeelt als volgt. Tussen partijen is in ieder geval een mondelinge overeenkomst tot het opfokken van jongvee tot stand gekomen, aangezien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.