Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/963541-15 (P) Datum vonnis: 12 juni 2018 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 5 oktober 2017 en 29 mei 2018. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.J. Jansen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J. Zevenboom, advocaat te Almere-Haven, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de uitvoer van 16 kilogram heroïne, 6 kilogram cocaïne en 350.000 tabletten/pillen bevattende MDMA vanuit Nederland naar Engeland. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2014 tot en met 20 juni 2014, te Kapel-Avezaath en/of te Tiel en/of te Nieuwegein en/of te Hagestein en/of te IJmuiden en/of te Maarsbergen en/althans (elders) in Nederland en/of in Engeland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 16 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (diamorfine) en/of ongeveer 6 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 350.000 tabletten/pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methylendioxymethamfetamine), zijnde heroïne en/of cocaïne en/of MDMA, (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde feit. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe dat het niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de in de tenlastelegging genoemde verdovende middelen in de vorkheftruck. Gelet hierop kan ook van medeplegen geen sprake zijn. 5De beslissing De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. W. Foppen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2018.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.