RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer : C/08/188644 / HA ZA 16-301 Vonnis van 22 augustus 2018 in de zaak van de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam, eisende partij in conventie,verwerende partij in reconventie, hierna te noemen ABN Amro, advocaat: mr. J. Meuleman te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid R&W BEHEER B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Enschede, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen R&W Beheer, advocaat: mr. J.J. Paalman te Almelo. Het procesverloop in conventie en in reconventie 1. Bij vonnis van 16 mei 2018 heeft de rechtbank ABN Amro opgedragen zich bij akte uit te laten over al dan niet door [X] verrichte betalingen op de schuld van De Bergvennen Recreatie BV (hierna: De Bergvennen) aan ABN Amro. De rechtbank heeft iedere verdere beslissing aangehouden. 2. ABN Amro heeft een akte genomen en daarbij één productie overgelegd. R&W Beheer heeft een antwoordakte genomen. ABN Amro heeft verzocht in de gelegenheid te worden gesteld een nadere akte te nemen. De rolrechter heeft dat verzoek afgewezen en de zaak verwezen naar de zitting van 22 augustus 2018 voor vonnis. De overwegingen in conventie en in reconventie 3. De rechtbank neemt over hetgeen zij in het vonnis van 16 mei 2018 heeft overwogen en beslist. 4. Partijen hebben de opdracht van de rechtbank -terecht- aldus uitgelegd, dat de rechtbank geïnformeerd wenste te worden over mogelijke betalingen door [X] op de schuld van De Bergvennen van nà 27 februari 2015. 5.1 ABN Amro heeft aangevoerd dat zij na voornoemde datum één betaling van [X] heeft ontvangen, te weten een bedrag ad € 25.000,--, dat op 6 april 2018 is voldaan op de bankrekening van De Bergvennen Recreatie B.V. Na deze betaling bedroeg de schuld -per 30 april 2018- een bedrag ad € 479.862,59. ABN Amro heeft een kopie van het betreffende rekeningafschrift als productie in het geding gebracht. 5.2 ABN Amro heeft opgemerkt dat de uitstaande schuld nog steeds hoger is dan het totaalbedrag van haar vordering in deze procedure ad € 245.753,26, dat zij uit hoofde van het aan haar verschafte pandrecht te vorderen heeft van R&W Beheer . 6.1 R&W Beheer stelt dat de betaling van € 25.000,-- blijkbaar is bedoeld als afkoopsom voor de aflossings-/rentevorderingen van ABN Amro. R&W Beheer neemt, bij gebrek aan wetenschap, aan dat dit tegen finale kwijting is gebeurd. R&W Beheer stelt dat daarmee ook de vorderingen die ABN Amro op R&W Beheer zegt te hebben van de baan zijn en dat ABN Amro haar pijlen ten onrechte op R&W Beheer richt. 6.2 Subsidiair leidt R&W Beheer uit de imputatieregeling van 6:44 lid 1 BW af dat de betaling van € 25.000,-- in mindering strekt op de door Bergvennen aan ABN Amro verschuldigde rente. De vordering van Bergvennen op R&W Beheer en daarmee de vordering van ABN Amro op R&W Beheer is aldus met € 25.000,-- verminderd, zo stelt R&W Beheer. De beoordeling in conventie 7.1 Op het door ABN Amro overgelegde rekeningafschrift d.d. 30 april 2018 van De Bergvennen is een creditering vermeld ad € 25.000,-- met als omschrijving ‘afkoop privé-commitment / hoofdelijkheid [A] ’. Na deze creditering beliep de debetstand een bedrag ad € 479.862,59. R&W Beheer veronderstelt dat het een afkoopsom voor de vorderingen van ABN Amro betreft en neemt -bij gebrek aan wetenschap- aan dat dit tegen finale kwijting is gedaan. 7.2 De rechtbank gaat er vanuit dat in bovengenoemde omschrijving met ‘ [A] ’ wordt bedoeld: [X] . Het is de rechtbank niet bekend wie de omschrijving, zoals voorkomend op het rekeningafschrift, heeft geformuleerd. De rechtbank laat in het midden of de bij de betaling vermelde omschrijving juist is in die zin, dat met die betaling de hoofdelijkheid van [X] zou zijn afgekocht. Een dergelijke afkoop zou immers de rechtsverhouding tussen ABN Amro en De Bergvennen niet raken. 7.3 R&W Beheer stelt dat de betaling “blijkbaar (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.