RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08-730281-17 Datum vonnis: 13 november 2018 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 19 juni 2018 en 30 oktober
- De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door de uitdrukkelijk gemachtigde raadsman mr. S.A.S. Jansen, advocaat te Veenendaal, naar voren is gebracht. Verdachte is zelf niet ter zitting verschenen. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: in de periode van 30 november 2015 tot en met 8 februari 2016, al dan niet samen met een ander of anderen, -onder meer- hennep heeft geteeld. feit 2: in de periode van 30 november 2015 tot en met 8 februari 2016, al dan niet samen met een ander of anderen, illegaal stroom heeft afgetapt. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
- hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Staphorst, gemeente Staphorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (telkens), opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, (in een pand aan de [adres 1] en [adres 2] ), een (grote) hoeveelheid hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
- hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2015 tot en met 8 februari 2016, te Staphorst, gemeente Staphorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 en 2 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat verdachte van het onder 1 en 2 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. De rechtbank kan op grond van de stukken van het strafrechtelijk onderzoek zoals die zijn gepresenteerd ten aanzien van de verdachte niet tot bewijs van de strafbare feiten komen. 5De schade van benadeelden 5.1 De vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.504,13, te vermeerderen met de wettelijke rente. 5.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich, gezien de gevorderde vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. 5.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich, gezien de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. 5.4 Het oordeel van de rechtbank De vordering heeft betrekking op het onder 2 tenlastegelegde feit. Nu verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 6De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; schadevergoeding - bepaalt dat de benadeelde partij: Enexis Netbeheer B.V. in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering; Dit vonnis is gewezen door M. Melaard, voorzitter, mr. F. van der Maden en mr. K. Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2018.