vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer / rolnummer: C/08/196521 / HA ZA 17-31 Vonnis van 21 november 2018 in de zaak van 1 [eiser] en 2. [eiseres], beiden wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat mr. N.E. Koelemaij te Assen, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE STAPHORST, zetelend te Staphorst, gedaagde, advocaat mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle. Eisers zullen hierna [eiser] en [eiseres] genoemd worden en gedaagde de gemeente. 1De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 15 maart 2017 de akte overlegging producties van de zijde van [eiser] en [eiseres] de brief van de gemeente d.d. 2 mei 2017 met een (vervangende) aanvullende productie - de aantekeningen van de griffier van de comparitie d.d. 9 mei 2017 en de pleitnota’s die partijen op die zitting hebben voorgedragen - het proces-verbaal van de comparitie d.d. 27 juni 2018 - de akte uitlating na comparitie van de zijde van [eiser] en [eiseres] . 1.2. Hierna is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] , die verbonden is aan de eenmanszaak [X] , en [eiseres] zijn beiden woonachtig aan de [adres 1] te [plaats] , in de bedrijfswoning behorende bij de eenmanszaak. 2.2. Tussen [eiser] en [eiseres] enerzijds en de gemeente anderzijds lopen sinds begin 2012 meerdere (bestuursrechtelijke) procedures, die alle zijn terug te voeren op het gebruik van hun perceel en het daarnaast gelegen perceel aan de [adres 2] , alwaar onder meer de heer [A] woonachtig is (hierna te noemen: [A] ). 2.3. Op 30 oktober 2014 heeft de gemeente [A] een last onder dwangsom opgelegd. In het betreffende besluit staat onder meer het volgende: “4. BesluitOp grond van vorenstaande gelasten wij u om met ingang van zes weken na verzenddatum van deze brief de met artikel 38.1 aanhef en onderdeel a in samenhang met artikel 38.5.1 aanhef en onderdeel c van de planregels van het ter plaatse van uw perceel [adres 2] geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ strijdige activiteiten ter zake van het repareren en verhandelen van motorvoertuigen, zoals hiervoor in paragraaf 3.3 omschreven, te beëindigen en beëindigd te houden onder verbeurte van een dwangsom van €2.000,- per geconstateerde overtreding tot een maximum €20.000,-. Concreet betekent dit dat niet meer dan 2 auto’s tegelijkertijd op het perceel aanwezig mogen zijn, hetzij voor reparatie, hetzij voor handel, voorts dat jaarlijks niet meer dan 12 auto’s gerepareerd op en verhandeld mogen worden van het perceel en dat de te repareren en de te verhandelen auto’s doorgaans in de schuur gestald moeten worden, behoudens tijdens proefritten. (..)” 2.4. De gemeentesecretaris van de gemeente heeft op 19 januari 2015 aan [eiseres] een e-mail gestuurd waarin onder meer het volgende staat: “Ik heb van mijn secretaresse begrepen op welke wijze u zich over mij heeft uitgelaten. Dat betreur ik, het siert u in elk geval niet.” 2.5. [eiser] en [eiseres] hebben medio februari 2015 RTV Oost in kennis gesteld van de problematiek tussen partijen, waarna RTV Oost in 2015 daarover diverse reportages heeft gemaakt. In die reportages wordt een negatief beeld geschetst van het functioneren en de integriteit van de gemeente. 2.6. Naar aanleiding van deze reportages is de gemeente een intern feitenonderzoek gestart. De resultaten daarvan (hierna te noemen: het feitenrelaas) zijn op 30 juni 2015 door het College van Burgemeester en Wethouders gepresenteerd aan de gemeenteraad. Op de inhoud van het feitenrelaas rustte op dat moment geheimhouding en voor derden is alleen een samenvatting gepubliceerd op de website van de gemeente. 2.7. [eiser] en [eiseres] hebben in augustus 2015 een website ontwikkeld onder de naam “rechtvaardigstaphorst.nl”. 2.8. Nadat [eiser] en [eiseres] schriftelijk bezwaar hadden gemaakt tegen de geheimhouding van het feitenrelaas, heeft de gemeenteraad op 13 oktober 2015 besloten om deze geheimhouding op te heffen. Het volledige feitenrelaas is vervolgens op de website van de gemeente gepubliceerd. 2.9. Per brief van 24 februari 2016 hebben [eiser] en [eiseres] de gemeente verzocht het feitenrelaas van haar website te verwijderen. Bij brief van 3 mei 2016 heeft de gemeente aan [eiser] en [eiseres] kenbaar gemaakt niet tot verwijdering van het feitenrelaas te zullen overgaan en het relaas nader te anonimiseren. 2.10. In het feitenrelaas staat onder meer het volgende: “Inleiding(…) De voorbeelden waarop de journalist zijn onderzoek baseerde, betroffen – zo bleek later – autoherstelbedrijf [eiser] voor wat betreft een wijziging van de bestemmingsplankaart, de door hem verlangde handhaving jegens de directe buren en de door hen ingediende verzoeken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Casus A). (…) Casus A, feitenrelaas (…) Vermeend conflict woning RTV Oost vertelt in de reportage dat er sprake is van een conflict met de gemeente over de onterecht verleende vergunning voor de bouw van de bedrijfswoning. Tijdens het onderzoek is duidelijk geworden dat het proces van de vergunningverlening voortvarend en qua bejegening keurig is verlopen. De vergunde woning was echter niet in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan en had feitelijk zonder wijziging van het bestemmingsplan niet vergund mogen worden. Destijds is, na constatering van dit feit, in het belang van de aanvrager besloten bij de hernieuwing van de bestemmingsplannen de bedrijfswoning ‘positief te bestemmen’ en op deze wijze de fout van de zijde van de gemeente te corrigeren. Tijdens het onderzoek is gebleken dat de bewoners van voornoemde woning graag een serre zouden willen bouwen aan de achterzijde van de woning. Dit is de zijde die grenst en zicht heeft op het achtergelegen natuurgebied. Deze serre kan niet vergund worden. Zowel het huidige als het vorige bestemmingsplan verzetten zich tegen de bouw van een serre in de tuin. (…) Verzoeken Wet openbaarheid van bestuur (Wob) In deze casus zijn (tot 1 mei 2015) een viertal omvangrijke verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid bestuur ingediend. Het betreft vragen die te maken hebben met het handelen van en door de gemeente, informatie over de buren en de vermeende handel in roerende goederen, informatie over constateringen door toezichthouders, informatie over handhaving bij schadeherstelbedrijven in de gemeente, de politie en informatie over de handelsactiviteiten van de buren bij de Belastingdienst. (…) Casus A, constateringen en conclusies Vermeend conflict woning Uit onderzoek is niet gebleken dat de gemeente gesprekken heeft gevoerd of anderszins stappen heeft ondernomen om de bouw van de woning, vergund in 2010, te voorkomen. Het is mij niet gebleken dat er sprake is geweest van een conflict tussen de gemeente en de betrokkenen in deze casus aangaande dit onderwerp. Bij bestudering van relevante stukken (inclusief rechtbankverslagen) geeft de gemeente de fout toe en geeft ook aan dit door ‘positief bestemmen’ op te lossen. Geconcludeerd wordt dat er inderdaad een fout is gemaakt door de gemeente. Deze is onderkend. De gemeente heeft zich tegen de realisatie van de woning nimmer verzet en herkent de bewering dat er sprake is van een conflict niet. Verzoeken handhaving jegens buren (…) Bij de onderzochte handhavingsverzoeken in de onderhavige casus blijkt dat de verwachtingen van de indieners niet aansluit bij de aanpak door de gemeente. Tevens ontstaat de indruk dat dit ertoe leidt dat er voortdurend aanvullende verzoeken tot handhaving worden ingediend. In voorkomende gevallen als een volledig verzoek tot handhaving, in een aantal gevallen echter ook als bijzin in een mailbericht over een andere kwestie. Geconcludeerd wordt dat handhaving conform het beleid van de gemeente wordt uitgevoerd, (…). (…) Daarnaast doet zich de vraag voor of het niet verstandig is verzoeken tot handhaving nader de formaliseren. Dat voorkomt dat er ‘verdwaalde’ of ‘verstopte’ verzoeken tot handhaving in correspondentie met een ander doel verloren gaan. (…) Verzoeken Wet openbaarheid van bestuur Uit onderzoek blijkt dat de behandeling van de Wob-verzoeken in zijn algemeenheid, de omvang, de complexiteit van de verzoeken en het feit dat de systemen (…) zich nog niet voldoende lenen voor het beantwoorden van deze vragen hier in hoofdzaak debet aan zijn. Beantwoorden van een veelheid aan vragen leidt tot een buitensporige belasting van de organieke capaciteit. Van de gemeente mag verlangd worden dat zij binnen de gestelde kaders handelt. Hieraan wordt de komende tijd meer aandacht besteed. Rechtsbescherming is niet in het geding geweest. (…) Werken aan vertrouwen Geconcludeerd wordt dat dit traject verstoord wordt door de wijze waarop [eiser] en [eiseres] zich opstellen. Zij nemen heimelijk gesprekken op en bezigen uitlatingen die niet passen binnen normale, fatsoenlijke omgang. Nadat hen dringend is verzocht hiermee te staken en nadat is geconstateerd dat er geen verbeteringen plaats hebben gevonden is het ‘werken aan vertrouwen’ sinds 19 januari 2015 tot nader order gestaakt. (…)” 2.11. De gemeente heeft op enig moment bij de Raad voor de Journalistiek inzake de berichtgeving over de problematiek tussen partijen een klacht ingediend tegen RTV Oost. In verband met deze klacht is op 22 april 2016 een openbare hoorzitting gehouden. Tijdens die zitting, waarbij [eiser] en [eiseres] niet aanwezig waren, heeft een journalist van RTV Oost heimelijk een geluidsopname gemaakt. Uit deze opname volgt dat de raadsman van de gemeente tijdens de zitting onder meer het volgende heeft verklaard: “(…) [eiser] [eiseres] die heeft zoiets van: we zullen die familie [A] weleens krijgen, en de gemeente wordt bestookt met handhavingsverzoeken (…).”en “(…) dan moet u het zo zien: aan de andere kant, dus je hebt [eiser] [eiseres] , je hebt de gemeente die wordt ingezet door [eiser] [eiseres] om [A] mores te leren, en dan heb je aan de andere kant de familie [A] (…)”. 2.12. [eiser] en [eiseres] hebben voornoemde opname gepubliceerd op de hiervoor onder 2.7. genoemde website. 3Het geschil 3.1. [eiser] en [eiseres] vorderen bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. de gemeente te bevelen zich met onmiddellijke ingang te onthouden van uitlatingen aan het adres van [eiser] en [eiseres] van gelijke aard of strekking als in het feitenrelaas; II. de gemeente te bevelen zich met onmiddellijke ingang te onthouden van uitlatingen aan het adres van [eiser] en [eiseres] van gelijke aard of strekking als op de openbare hoorzitting bij de Raad voor de Journalistiek d.d. 22 april 2016; III. te verklaren voor recht dat de gemeente door haar toezicht op de naleving van de op 30 oktober 2014 aan [A] opgelegde last onder dwangsom vooralsnog niet zodanig in te richten dat daadwerkelijk vastgesteld kan worden of al dan niet sprake is van overtreding van bedoelde last, onrechtmatig handelt jegens [eiser] en [eiseres] ; IV. de gemeente te veroordelen om binnen veertien dagen na heden ter rectificatie van publicaties waarin onjuiste/door onvolledigheid misleidende gegevens zijn opgenomen waarvoor de gemeente aansprakelijk is, op haar kosten de rectificatie zoals genoemd in het petitum van de dagvaarding op haar website te plaatsen op de wijze zoals in dat petitum vermeld staat, althans een zodanige rectificatie als de rechtbank in goede justitie zal bepalen; V. de gemeente te veroordelen na het uitspreken van het onderhavige vonnis ter rectificatie van publicaties waarin onjuiste/door onvolledigheid misleidende gegevens zijn opgenomen waarvoor de gemeente aansprakelijk is, op haar kosten een advertentie te plaatsen in de eerstvolgende editie van zowel de Stentor, de Meppeler Courant als het weekblad De Staphorster, gelijkluidend als de onder IV genoemde rectificatie en op de wijze zoals in het petitum van de dagvaarding vermeld staat, althans zodanige rectificatie als de rechtbank in goede justitie zal bepalen; VI. de gemeente te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding ex artikel 6:106 lid 1 sub b BW ter grootte van € 10.000,-, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal bepalen; VII. wat betreft de onder I, II, IV en VI uit te spreken veroordelingen te bepalen dat bij niet nakoming hiervan de gemeente een dwangsom zal verbeuren van € 500,- voor iedere dag of gedeelte hiervan dat de gemeente in gebreke mocht blijven aan de veroordelingen te voldoen, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal bepalen; VIII. veroordeling van de gemeente in de kosten van deze procedure. 3.2. [eiser] en [eiseres] leggen aan deze vorderingen – kort samengevat – het navolgende ten grondslag. Het feitenrelaas betreft een onjuiste en door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard in de zin van artikel 6:167 lid 1 BW en ook de uitlatingen van de gemeente tijdens de zitting van de Raad voor Journalistiek betreffen een dergelijke publicatie. De betreffende publicaties zijn bezijden de waarheid en zetten [eiser] en [eiseres] publiekelijk weg als querulanten. [eiser] en [eiseres] worden hierdoor in hun eer en goede naam aangetast, als gevolg waarvan zij (reputatie)schade hebben geleden. De gemeente documenteert de bij [A] afgelegde controlebezoeken slechts summierlijk. Hierdoor blijft onduidelijk op welke momenten en op welke manier de gemeente welke reparatie- en/of handelsactiviteiten heeft geregistreerd, zodat ook onduidelijk is op welke manier de gemeente meent te kunnen vaststellen of, en zo ja op welk moment, het dwangsombesluit overtreden wordt. 3.3. De gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. De rechtbank zal eerst de vorderingen tot rectificatie behandelen. Deze vorderingen zijn gebaseerd op artikel 6:167 lid 1 BW. Voor toewijzing van een vordering tot rectificatie op grond van deze bepaling is in beginsel vereist dat de gedaagde op grond van een onrechtmatige daad jegens de eiser aansprakelijk is. Die aansprakelijkheid moet berusten op een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard. 4.2. De vraag of een publicatie onrechtmatig is, ligt in het spanningsveld tussen enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting en anderzijds het recht op bescherming van de goede naam. Hierbij staan in beginsel twee, ieder voor zich hoogwaardige, maatschappelijke belangen tegenover elkaar: aan de ene kant het belang dat individuele burgers niet door (openbare of openbaar gemaakte) uitlatingen via onder meer de pers en internet worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen; aan de andere kant het belang dat niet, door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, (beweerdelijk aanwezige) misstanden die de samenleving raken kunnen blijven voortbestaan. Welk van deze belangen in een gegeven geval de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden. 4.3. Bij de beoordeling van de vorderingen tot rectificatie wordt vooropgesteld dat in de reportages van RTV Oost een (zeer) negatief beeld is geschetst over het functioneren en de integriteit van de gemeente en dat het feitenrelaas en de bij de Raad voor de Journalistiek gedane uitlatingen een reactie vormen op deze negatieve beeldvorming. 4.4. [eiser] en [eiseres] menen dat de publicatie van het feitenrelaas onrechtmatig is jegens hen aangezien de gemeente daarin ten onrechte suggereert dat: - zij in de periode voorafgaand aan 19 januari 2015 heimelijk gesprekken met (een) medewerker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.