RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige economische kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/995307-18 Datum vonnis: 27 december 2018 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte 2] , geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 december 2018. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.H. Overbeek en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. H. Dontje, advocaat te Rolde, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de maanden september 2017 en/of oktober 2017 al dan niet samen met anderen professioneel vuurwerk voor particulier gebruik van Duitsland naar Nederland heeft gebracht. Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat: hij in of omstreeks de maand(
- en)september 2017 en/of oktober 2017, althans in of omstreeks het jaar 2017, te Zwartemeer, in de gemeente Emmen en/of elders in het arrondissement Noord Nederland, althans in Nederland en/of in Duitsland tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten: (in totaal) 12 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB215 en/of (in totaal) 16 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB228) en/of (in totaal) 6 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB87) en/of (in totaal) 3 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer T388) en/of (in totaal) 2 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB89) en/of (in totaal) 3 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB217) en/of (in totaal) 6 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB300) en/of 1 batterij enkelschotsbuizen (flowerbed) (artikelnummer TB229) en/of 1 batterij enkelschotsbuizen (flowerbed) (artikelnummer TB213) en/of (in totaal) 19 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB203) en/of (in totaal) 2 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB94) en/of (in totaal) 11 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer(
- s)TB312 en/of 950F en/of Z304D en/of 950B en/of F304B) en/of (in totaal) 12 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB307) en/of (in totaal) 3 stuks, althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB240) en/of (in totaal) 2 stuks,- althans een of meer stuks, batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB218) en/of 372 kilogram, althans een hoeveelheid, knalvuurwerk (artikelnummer TP2) binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht door (telkens) (een deel van) vorengenoemd vuurwerk met een (bedrijfs-)bus, althans een vervoermiddel, vanuit Duitsland de grens over naar Nederland te vervoeren en/of (een deel van) vorengenoemde hoeveelheid/hoeveelheden vuurwerk voorhanden heeft gehad. 3De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat het tenlastegelegde bewezen wordt verklaard en dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. 4De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 5De beoordeling van het bewijs De verdediging heeft bepleit dat het tenlastegelegde medeplegen van het voorhanden hebben niet bewezen kan worden. Voor medeplegen is vereist dat dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. De rechter dient daarbij rekening te houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De verdachte moet een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het delict. De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat de verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte 2] en [medeverdachte 3] in de maanden september 2017 en oktober 2017 drie keer vuurwerk hebben opgehaald uit Duitsland. Dat vuurwerk hebben zij ingevoerd in Nederland, vervoerd naar de woning van [medeverdachte 3] en daar opgeslagen. De rechtbank stelt tevens vast dat [medeverdachte 1] voor het verkrijgen van vuurwerk contact heeft gelegd met [verdachte 2] . [verdachte 2] heeft contact gelegd met een hem bekende [naam] in Duitsland die hij nog kende uit de tijd dat hij een winkel in vuurwerk had in Duitsland. [verdachte 2] heeft de aanschaf van het vuurwerk gefinancierd. [medeverdachte 3] is in een gehuurde bedrijfsbus naar een afgesproken plaats bij de grens gereden. [medeverdachte 1] is twee keer met zijn auto voor de gehuurde bedrijfsbus uit gereden naar de afgesproken plaats. [medeverdachte 1] is ook één keer zelf met een gehuurde bedrijfsbus naar de afgesproken plaats gereden. [verdachte 2] is op dezelfde afgesproken plaats verschenen. Daar heeft hij de bedrijfsbus overgenomen en is daarmee naar een andere plek gereden waar de bus is geladen met dozen illegaal vuurwerk. [verdachte 2] is daarna met de volgeladen bedrijfsbus teruggereden naar [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] is twee keer met de volgeladen bedrijfsbus naar Nederland gereden; [medeverdachte 1] is hem daarbij vooruitgereden om te kijken of er al dan geen marechaussee bij de grensovergang stond. De hoeveelheden vuurwerk zijn steeds naar de woning van [medeverdachte 3] gebracht, waar de dozen in de schuur zijn opgeslagen. [medeverdachte 1] heeft [verdachte 2] een bedrag van € 1.700,-- betaald. De rechtbank is op grond van voornoemde feiten en omstandigheden van oordeel dat [verdachte 2] in bewuste en nauwe samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het tenlastegelegde feit. Elk van de verdachten heeft een eigen rol in het geheel gehad. [medeverdachte 1] is de initiatiefnemer geweest door met [verdachte 2] het contact te leggen voor de vuurwerktransporten. Ook is [medeverdachte 1] meegereden naar Duitsland en heeft hij de grens gecontroleerd. Hij heeft één keer zelf een transport verzorgd en het vuurwerk afgeleverd bij de woning van [medeverdachte 3] . [verdachte 2] heeft contact gelegd met de vuurwerkhandelaar in Duitsland en [medeverdachte 3] heeft twee keer een hoeveelheid vuurwerk vervoerd. De totale hoeveelheid is bij [medeverdachte 3] in de schuur opgeslagen. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met de medeverdachten opzettelijk hoeveelheden professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik vanuit Duitsland de grens over naar Nederland heeft vervoerd en voorhanden heeft gehad. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat verdachte: in de maanden september 2017 en oktober 2017 in Nederland en in Duitsland tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten: 12 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB215 en/of 16 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB228) en/of 6 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB87) en/of 3 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer T388) en/of 2 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB89) en/of 3 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB217) en/of 6 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB300) en/of 1 batterij enkelschotsbuizen (flowerbed) (artikelnummer TB229) en/of 1 batterij enkelschotsbuizen (flowerbed) (artikelnummer TB213) en/of 19 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB203) en/of 2 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB94) en/of 11 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB312 en 950F en Z304D en 950B en F304B) en/of 12 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB307) en/of 3 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB240) en/of 2 stuks batterijen enkelschotsbuizen (flowerbeds) (artikelnummer TB218) en/of 372 kilogram knalvuurwerk (artikelnummer TP2) binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht door telkens (een deel van) vorengenoemd vuurwerk met een bedrijfsbus vanuit Duitsland de grens over naar Nederland te vervoeren en (een deel van) vorengenoemde hoeveelheden vuurwerk voorhanden heeft gehad. In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan. 7De strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. 8De op te leggen straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het over de grens vervoeren en het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik. Daarbij is sprake geweest van een georganiseerd verband tussen verdachte en zijn mededaders. Dozen met illegaal vuurwerk (in totaal meer dan duizend kilogram) zijn vanuit Duitsland vervoerd naar de woning van de medeverdachte en opgeslagen in diens schuur. De rechtbank overweegt dat het vervoeren, het voorhanden hebben en het opslaan van illegaal vuurwerk grote gevaren oplevert en daarom maatschappelijk onacceptabele risico’s met zich brengt. De brandgevaarlijkheid was in deze zaak aanzienlijk, nu de bewuste opslag in een schuur bij de woning van een medeverdachte was, welke gelegen was in een woonwijk. Ook de ontbranding van dergelijk zwaar en onveilig vuurwerk brengt risico's met zich, niet alleen voor degene die het ontsteekt, maar ook voor omstanders. Ernstige gehoorbeschadiging of zwaar lichamelijk letsel kan het gevolg zijn. Met zijn handelen heeft verdachte deze risico’s op de koop toegenomen. Bovendien heeft verdachte in het verleden een winkel in vuurwerk gehad in Duitsland. Verdachte was derhalve bekend met het gevaar en de risico’s die een onjuist vervoer en opslag van vuurwerk met zich brengen. Verdachte heeft zich van het gevaarzettende karakter geen enkele rekenschap gegeven. Bij het antwoord op de vraag welke straf aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum. De rechtbank merkt in dit verband op dat zij anders dan de officier van justitie is uitgegaan van de in de tenlastelegging genoemde aantallen vuurwerk, dat wil zeggen ‘stuks’ in plaats van de door de officier van justitie ingelezen aantallen waaruit een stuk vuurwerk zou bestaan. Vanwege de ernst van het gepleegde feit acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank heeft evenwel bij de strafoplegging de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die ter zitting naar voren zijn gekomen en in het rapport van Reclassering Nederland van 15 november 2018 zijn beschreven, laten meewegen. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal immers onwenselijk grote gevolgen hebben voor het gezin van verdachte. De echtgenote van verdachte zal moeten stoppen met werken om voor hun zorgbehoevende dochter thuis te zijn. Zowel de impact van de dan ontstane financiële gevolgen als de ontwrichting van het gezin zal groot zijn. Hoewel de gezinssituatie reeds bestond ten tijde van het plegen van het delict en die situatie er niet aan in de weg heeft gestaan dat verdachte zijn financiën heeft aangewend voor het financieren van het vuurwerk, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het in het reclasseringsrapport beschrevene, verdachte wellicht de ernst van het feit en de gevolgen van zijn handelen, niet heeft kunnen inschatten. Verdachte heeft zich bovendien meewerkend getoond in het opsporingsonderzoek en ter terechtzitting. De rechtbank zal verdachte een taakstraf van 200 uren opleggen. Daarnaast zal de rechtbank verdachte, om hem een duidelijke waarschuwing voor de toekomst mee te geven, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand opleggen. Een proeftijd van drie jaren acht de rechtbank daarbij passend. 9De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr. 10De beslissing De rechtbank: vrijspraak/bewezenverklaring verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan; verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde; straf veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaren; bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit; veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 200 uren; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen; beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt. Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, voorzitter, mr. M. Aksu en mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 december 2018. Mrs. Aksu en Leentjes zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.