RECHTBANK OVERIJSSEL Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer: C/08/224041 / FA RK 18-2549 (JT) beschikking van 14 november 2018 op het verzoek van: [verzoeker 1] , verder te noemen: de vrouw, en [verzoeker 2] , verder te noemen: de man, beiden wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. W.T.M. Krieger, verzoekers. Het procesverloop 1Het procesverloop De rechtbank heeft kennis genomen van de navolgende bescheiden: het verzoek met bijlagen, binnengekomen op 19 oktober 2018; het op 26 oktober 2018 binnengekomen F9-formulier van mr. W.T.M. Krieger van 25 oktober 2018 met bijlage. 2De vaststaande feiten 2.
- De man en de vrouw zijn gehuwd. Staande het huwelijk is uit de vrouw op 23 september 2018 te Almelo geboren: [A] (hierna te noemen: de minderjarige). 2.
- De minderjarige bezit de Nederlandse nationaliteit. 3Het verzoek 3.
- Verzoekers verzoeken de voornaam van het minderjarige kind “ [A] ” te wijzigen in de voornamen “ [A] [B] [C] ”. 3.
- Verzoekers stellen ten aanzien van de door hun gewenste voornaamswijziging dat de minderjarige bij de geboorte de voornamen [A] [B] [C] heeft gekregen, met als roepnaam [A] . De vrouw is bevallen in het ziekenhuis te Almelo in het bijzijn van haar man. Aan verzoekers is na de bevalling door het ziekenhuis de gelegenheid geboden om middels het gebruik van een iPad digitaal aangifte te doen van de geboorte van het minderjarige kind. 3.
- Verzoekers hebben ter onderbouwing van hun verzoek aangevoerd dat zij in het proces van de digitale geboorteaangifte de voornaam van het kind moesten invullen. Verzoekers twijfelden of hiermee de roepnaam [A] werd bedoeld of alle officiële voornamen, te weten [A] [B] [C] . Verzoekers hebben navraag gedaan bij het ziekenhuispersoneel, waarbij door een verpleegkundige aan de verzoekers kenbaar werd gemaakt dat dit enkel de roepnaam betrof. Verzoekers hebben zich derhalve beperkt tot het invullen van de roepnaam [A] . Nadat verzoekers bij brief van de gemeente Tubbergen van 28 september 2018 de persoonslijst van de minderjarige ontvingen werd hen duidelijk dat zij onjuist waren geïnformeerd. 4De beoordeling 4.
- Ingevolge artikel 1:4 lid 4, eerste en tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijziging van de voornamen worden gelast door de rechtbank. De wijziging geschiedt doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. 4.
- Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. 4.
- De rechtbank overweegt dat voornamen een middel zijn om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. Daarom vallen voornamen onder het begrip ‘privéleven en familie- en gezinsleven’ in de zin van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Voor een wijziging van de voornaam zoals verzocht dient voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Het persoonlijk belang van de minderjarige dient afgewogen te worden tegen het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in namen. Bepalend bij de vraag of een weigering om een bepaalde voornaam toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, is de mate van ongemak of overlast die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder ook de vraag of het voor de betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornaam te voeren. 4.
- De rechtbank is van oordeel dat verzoekers genoegzaam aannemelijk hebben gemaakt dat de minderjarige een zwaarwegend belang heeft bij de door verzoekers verzochte wijziging van de voornaam [A] . Verzoekers hebben hun verzoek voldoende gemotiveerd gesteld en onderbouwd. 4.
- De rechtbank is van oordeel dat de door de verzoekers genoemde feiten en omstandigheden zwaarder wegen dan het maatschappelijk belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in namen. Nu de door de minderjarige gewenste voornaam geoorloofd is naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW, zal de rechtbank het verzoek toewijzen. 4.6 In een eerdere uitspraak van deze rechtbank (ECLI:NL:RBOVE:2017:4507) is uitvoerig aandacht besteed aan het proces van digitale aangifte van geboorte en de rol van de ambtenaar van de burgerlijke stand. De rechtbank constateert dat dit er – kennelijk – niet toe heeft geleid dat de werkprocessen bij de gemeente Almelo zijn aangepast teneinde dit soort fouten en kostbare procedures om tot herstel te komen te voorkomen.
- De beslissing De rechtbank: I. gelast wijziging van de voornaam van: [A] , geboren te Almelo op 23 september 2018, in die zin dat deze na wijziging zal luiden: [A] [B] [C] [A] ; II. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand de latere vermelding aan de hiervoor genoemde geboorteakte van het jaar 2018, nummer 101689, toe te voegen. Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 november
- Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.