← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2018:5100

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer 08/730604-17 (P) Datum vonnis: 12 juli 2018 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] , wonende te [adres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 juli

  1. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Zwartjes en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw mr. E.M. van Zuuk, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte indirect [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , medewerkers van Dimence, heeft bedreigd. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 09 oktober 2017 in de gemeente Zwolle [slachtoffer 1] ( [medewerker 1] Dimence) en/of [slachtoffer 2] ( [medewerker 2] Dimence) heeft bedreigd (via [medewerker 3] [naam] van Dimence) met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, door die [slachtoffer 1] ( [medewerker 1] Dimence) en/of [slachtoffer 2] ( [medewerker 2] Dimence) (indirect) dreigend de woorden toe te voegen: "Ik ga de huizen van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in brand steken" en/of "Ik weet hoe ik [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kan vinden, ik heb het adres waar ze wonen opgezocht" en/of "Ik heb ze al een keer opgewacht met de intentie ze in elkaar te slaan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen De rechtbank acht, net als de officier van justitie en de raadsvrouw, niet bewezen dat sprake is van een strafbare bedreiging als bedoeld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het ten laste gelegde. 5De schade van benadeelden [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot het vergoeden van de door hem geleden schade van € 1.345,
  2. Nu verdachte echter van het ten laste gelegde wordt vrijgesproken en aan hem geen maatregel wordt opgelegd, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. 6De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; schadevergoeding - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; opheffing bevel voorlopige hechtenis - heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door mr. K. Haar, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.