RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer : C/08/229974 / HA RK 19-44 Beschikking van 12 juni 2019 in de zaak van 1de stichting [Stichting] , gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , hierna te noemen de stichting, 2. [naam], wonende te [woonplaats 1] , verzoekende partijen, advocaten: mr. R.J. van Betten en mr.drs. H. Hommes te Zwolle, tegen 1 [verweerder 1] , wonende te [woonplaats 2] , 2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats 3] , verwerende partijen, procederend in persoon, en 1 [belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats 4] , 2. [belanghebbende 2], wonende te [woonplaats 5] , 3. [belanghebbende 3], wonende te [woonplaats 6] , 4. [belanghebbende 4], wonende te [woonplaats 7] , 5. [belanghebbende 5], wonende te [woonplaats 8] , 6. [belanghebbende 6], wonende te [woonplaats 9] , belanghebbenden. 1De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: de tussenbeschikking van 26 maart 2019 de e-mail van 28 mei 2019 waarin belanghebbende sub 6 kenbaar maakt geen bestuurslid te willen worden/zijn bij de stichting en niet langer als belanghebbende wenst te worden beschouwd de mondelinge behandeling van 5 juni 2019 het ter zitting door verweersters voorgelezen verweerschrift. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2De feiten Naast de feiten die vermeld staan in de tussenbeschikking van 26 maart 2019 zijn voor de beoordeling van het onderhavige verzoek de volgende feiten van belang: 2.1. In de statuten van de stichting staat, voor zover relevant, het volgende vermeld: “Bestuur Artikel 4 (…) 5. De medewerkers van de stichting hebben het recht kandidaten voor te dragen voor twee posities in het bestuur. Het bestuur is evenwel niet verplicht de voordracht te volgen. (…) Bestuursvergaderingen en bestuursbesluiten Artikel 5 (…) 8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.” 2.2. Op enig moment hebben de bij de stichting werkzame verpleegkundigen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna te noemen de inspectie) hun zorgen geuit over de kwaliteit van de zorgverlening van de stichting. 2.3. Verweersters hebben in verband met voornoemde zorgen en het optreden in dat kader van verzoekster sub 2 het vertrouwen in haar opgezegd. 2.4. De inspectie heeft naar aanleiding van de door de verpleegkundigen geuite zorgen een onaangekondigd verificatiebezoek gebracht aan de stichting. Bij brief van 11 januari 2019 heeft de inspectie aan de stichting kenbaar gemaakt dat daarbij geconstateerd is dat goede zorg wordt geleverd door medewerkers met hart voor de zorg, maar ook dat sprake is van een tweespalt binnen het bestuur en daarmee van geen goed bestuur. De inspectie heeft in de betreffende brief aangedrongen op een oplossing van dit probleem. 2.5. Bij brief van 7 februari 2019 heeft de inspectie het bestuur van de stichting uitgenodigd voor een gesprek op het kantoor van de inspectie. 2.6. De inspectie heeft de stichting eind maart 2019 onder verscherpt toezicht gesteld. 2.7. Verzoeksters hebben vijftien verklaringen van (de twintig) werknemers van de stichting overgelegd waarin die werknemers de rechtbank verzoeken belanghebbenden sub 1 en 2 als bestuurders van de stichting te benoemen en verklaren vertrouwen te hebben in de benoeming van belanghebbenden sub 3 tot en met 5 als bestuurders van de stichting. 3De beoordeling 3.1. Het verzoekschrift strekt tot de vervulling van de ledige plaatsen in het bestuur van de stichting in de zin van artikel 2:299 BW. De rechtbank kan hiertoe op verzoek van iedere belanghebbende of het openbaar ministerie overgaan, wanneer het door de statuten voorgeschreven bestuur geheel of gedeeltelijk ontbreekt en daarin niet overeenkomstig de statuten wordt voorzien. Zij neemt daarbij zoveel mogelijk de statuten in acht. 3.2. Verweersters menen dat de situatie van artikel 2:299 BW zich niet voordoet, aangezien wel degelijk sprake is geweest van herbenoemingen. Volgens verweersters hebben die herbenoemingen niet schriftelijk plaatsgehad, maar zijn deze in de bestuursvergaderingen besproken en staat in de statuten van de stichting nergens vermeld dat herbenoemingen niet stilzwijgend kunnen plaatsvinden. 3.3. In artikel 4 van de statuten van de stichting is bepaald dat het bestuur uit tenminste vijf leden bestaat en dat de benoeming van een bestuurslid voor een periode van hooguit vier jaar geschiedt. Ook is in dat artikel bepaald dat ieder periodiek aftredend bestuurslid terstond herbenoembaar is en dat bij het ontstaan van een (of meer) vacature(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.