RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08-760168-18 (P) Datum vonnis: 19 juli 2019 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] , nu verblijvende in P.I. Overijssel. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 februari 2019, 11 april 2019 en 5 juli 2019. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.H. van der Weert en van hetgeen door de verdachte en de raadsman mr. A.L. Rinsma, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (zware) mishandeling met voorbedachte rade, vrijheidsberoving, diefstal met geweld danwel afpersing en bedreiging. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 02 november 2018 te Enschede aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten ten aanzien van die [slachtoffer 1] : -ernstige kneuzingen en/of bloeduitstortingen in het gezicht en/of een of meerdere breuk(
(4)jaren; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; maatregel - de rechtbank gelast dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd. schadevergoeding - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 10.134,- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 november 2018); - wijst af een bedrag van € 2.147,- (diverse posten); - veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; - legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten 2, 3 en 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 10.134,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 november 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 85 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet; - bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; - bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 5.873,- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 november 2018); - wijst af een bedrag van € 339,- (tandartskosten) - veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; - legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feiten 1, 2, 3 en 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.873,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 november 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet; - bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; - bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; de inbeslaggenomen voorwerpen - gelast de teruggave van een geldbedrag van € 53,- aan [slachtoffer 1] . Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. E.J.M. Bos en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 juli
- Buiten staat Mr. S.K. Huisman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Feit 1 en feit 3
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 april 2019, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte: “(…) De tenlastegelegde feiten heb ik gepleegd en zijn strafrechtelijk te bewijzen. (…) Ik heb de mobiele telefoon, de bankpas en de auto meegenomen. (…) Met het gepinde geld ben ik naar de hoeren geweest, heb ik cocaïne gekocht en heb ik in de stad in een café wat gedronken. (…).”
- Het proces-verbaal van aangifte van aangeefster [slachtoffer 1] , van 5 november 2018, pagina’s 16 t/m 23, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster: “(…) Op vrijdag 2 november 2018 omstreeks 20.30 uur waren mijn zoontje van 15 maanden oud en mijn vriend [slachtoffer 2] en ik in onze woonkamer. (…) Ik zag dat [verdachte] de slaapkamer van [zoontje] naar binnen liep. (…) Ik zag dat [verdachte] gekleed was in een zwarte jas, een muts, donkere spijkerbroek en donkere sportschoen (…). (…) Ik weet alleen dat [verdachte] mij met kracht met een gebalde vuist in mijn gezicht sloeg, [verdachte] raakte hierbij mijn rechteroog. (…) Ik zag dat [slachtoffer 2] ook door [verdachte] meerder malen werd geslagen. (…) Ik zag dat [verdachte] een schroevendraaier in zijn handen had. (…) [verdachte] schreeuwde hard en schold grof en bedreigde ons neer te steken. (…) Vervolgens pakte hij uit zijn jas een moersleutel en hij zei jullie gaan er allemaal aan. Ik sla je de tanden uit je bek. (…) Op een gegeven moment vroeg [verdachte] aan mij: “ Waar is jouw autosleutel”. Ik vertelde hem waar hij lag. Ik hoorde hem zeggen, ik neem [zoontje] mee, dan ontvoer ik hem. Ik ken nog wel ergens een chick die hem kan opvoeden. (…) Na een tijdje vroeg hij aan mij waar mijn pinpas en wat mijn pincode was. Ik heb hem mijn pincode gegeven. Ik hoopte zo mijn leven nog iets te verlengen. (…) Maar daarna moesten we via de trap naar beneden, (…). (…) Ik zag dat [verdachte] de deurklink van de wc-deur eruit haalde en tegen ons zei dat we in het hokje moesten gaan zitten en vervolgens deed [verdachte] de deur dicht. Ik wees [verdachte] er nog op waar de huisdeursleutel, zodat hij makkelijk het huis kon verlaten. [slachtoffer 2] en ik bleven heel lang en stil in het toilet zitten wachten en we hoopten dat we de auto hoorden vertrekken. (…).”
- Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 1] , van 12 november 2018, pagina’s 24 t/m 37, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster: “(…) Ik zag en ik voelde dat [verdachte] daarna mij met zijn vuist op mijn linkeroog sloeg. (…) Ik hoorde [verdachte] tegen [slachtoffer 2] zeggen Haal je handen weg, ik vermoord je, ik steek je neer. Dit heeft hij heel vaak gezegd. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 2] weer sloeg. (…) [verdachte] zei dat de politie er dan wel aan zou komen. Zowel ik als [slachtoffer 2] hebben gezegd dat de politie niet zou komen. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat als de politie kwam hij ons eerst af zou maken en daarna moeten zij mij dood schieten (…) Ik zag dat hij uit zijn binnenzak een moersleutel haalde. Waarmee je moeren of bouten kan aandraaien met beide kanten. Hij hield hem voor zich uit naar mij gericht en zei dat hij daarmee alle tanden uit m’n bek wilde slaan (…). (…) Ondertussen had hij ook steeds de schroevendraaier vast. Hij heeft 1 keer de schroevendraaier op mijn linkerbeen gezet en een schram gemaakt. Daar is ook een foto van. En later heeft hij mij geprikt op dit been. (…) [verdachte] vroeg ook om mijn pinpas. (…) [verdachte] vroeg om mijn pincode. Ik heb mijn pincode gezegd en dat heeft hij in zijn telefoon getypt en gezet en opgeslagen. (…) Ik hoorde dat hij vroeg waar de autosleutel was. (…) Ik heb gezegd dat in het sleutelboshoesje ook nog veel geld zat. Hier zat nog geld in van de vakantie, zo rond de 80,- aan los brief en muntgeld, maar ik weet niet meer precies hoeveel. In ieder geval een briefje van 50 en 2 van 10 en wat muntjes. (...).”
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , van 3 november 2018, pagina’s 48 t/m 50, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever: “(…) Ik zag dat [verdachte] in de deuropening stond. Ik hoorde dat [verdachte] aangaf dat hij via het dak en dakraam naar binnen is gekomen. Ik zag dat [verdachte] met een schroevendraaier in zijn handen stond en mij daarmee bedreigde. [verdachte] heeft mij meegenomen naar de slaapkamer van [zoontje] . Op dat moment was [slachtoffer 1] en [zoontje] ook in de slaapkamer. (…) Ik kreeg een klap tegen mijn mond en voelde dat mijn tand los zat. Door deze klap voelde ik direct een stekende pijn in mijn mond. Vervolgens sloeg [verdachte] [slachtoffer 1] ook. (…) Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 1] nog meer sloeg. Ik moest haar beschermen waardoor ik vervolgens nog meer klappen kreeg van [verdachte] . Deze klappen kwamen op mijn neus. [verdachte] heeft ons tegen onze wil in vast gehouden op de slaapkamer. We hebben erg lang op de slaapkamer vast gezeten. [verdachte] heeft alle tijd genomen. (…) Tijdens het ondervragen bleef [verdachte] [slachtoffer 1] op het gezicht stompen (…) [verdachte] liet vervolgens een moersleutel zien en zei dat hij mijn tanden daarmee wilde uitslaan. (…) [verdachte] zei dat hij de pinpas, mobiele telefoon en de autosleutels van [slachtoffer 1] wilde hebben. (…) Vervolgens heeft [verdachte] de deur van de wc geopend en heeft de deurklink aan de binnenzijde van de wc afgebroken. [verdachte] heeft ons vervolgens in de wc opgesloten. (…).”
- Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 2] , van 5 november 2018, pagina’s 51 t/m 54, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever: “(…) Ik hoorde [verdachte] zeggen: “Ik ga jou vermoorden. Ik steek dit ding in je ballen. [verdachte] bedoelde hiermee de schroevendraaier die hij nog steeds vast had. Ik zag dat [verdachte] toen naar [slachtoffer 1] liep. Ik zag dat hij haar een harde stomp met gebalde vuist op haar rechteroog gaf. (…) Ik probeerde ertussen te komen door mijn armen te strekken maar ik kreeg direct weer een harde stomp in mijn gezicht van [verdachte] . Dit was direct op mijn neus. Ik voelde direct de hevige pijn en bloedde nu ook uit mijn neus. (…) Ik hoorde dat [verdachte] begon over het alarm dat [slachtoffer 1] heeft. Hij wilde weten of de politie zou komen. Ik zei: “Ik denk het niet.”. Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen “Nee, die komen niet.” Ik hoorde [verdachte] toen zeggen: “Ok. Anders dan had ik jullie nu direct vermoord of de politie had mij dood moeten schieten danwel ik maak mezelf af door mezelf in mijn hoofd te steken.” (…).”
- Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 2] , van 6 november 2018, pagina’s 54 t/m 59, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever: “(…) [verdachte] had de hele tijd de schroevendraaier in zijn hand. Hij speelde ermee. Op een gegeven moment porde [verdachte] met de schroevendraaier dwars door de broek van [slachtoffer 1] en prikte haar in haar been. Dit deed hij ook bij het andere been van [slachtoffer 1] waardoor [slachtoffer 1] wondjes heeft aan beide benen. (…).”
- Het geschrift, zijnde een letselbeschrijving van de Forensische Geneeskunde GGD Twente inzake [slachtoffer 2] , van 27 februari 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van forensisch arts Drs. A. Schrooyen: “(…) datum incident: 02-11-2018 omstreeks 20:
- (…) SEH diagnose: chirurg: status na mishandeling: breuk van het neusbot. Breuk van eerste snijtand links. Neuroloog: laag traumatisch schedelhersenletsel. (…) lichaamsdeel: hoofd: (…) rechteroog. (…) bloeduitstorting. (…) linkeroog (…) bloeduitstorting. (…) Over de linker 4 tanden is een tandspalk zichtbaar. Hiermee wordt de losse tand op zijn plek gehouden door hem te verbinden met naastliggende tanden. (…) Afgebroken tand. (…) De door de onderzochte persoon aangegeven toedracht kan goed passen bij het geconstateerde letsel. (…).”
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , van 6 december 2018, pagina’s 66 t/m 67, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever: [verdachte] heeft [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in het toilet opgesloten en heeft toen onder andere de sleutelbos meegenomen. Aan de sleutelbos hing ook de sleutel van de auto en [verdachte] heeft toen de auto zonder toestemming meegenomen. Ons huis is voorzien van camera’s en op de beelden is te zien hoe [verdachte] wegrijd met de auto.
- Het proces-verbaal van bevindingen van 26 november 2018, pagina’s 81 t/m 85 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: 4 pintransacties van elk € 250,-- op 3 november 2018 van rekening [rekeningnummer] op naam van [slachtoffer 1] . Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.