RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer 08-770077-18 (P) Datum vonnis: 25 januari 2019 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1998 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , nu verblijvende in PI Almelo te Almelo. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 januari
- De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. T.R. Oude Veldhuis, advocaat te Hengelo, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair: geprobeerd heeft om met een mes [slachtoffer] te doden, of subsidiair: geprobeerd heeft om met een mes [slachtoffer] zwaar te mishandelen, of meer subsidiair: [slachtoffer] heeft mishandeld door hem met een mes te steken. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1 Primair hij op of omstreeks 1 oktober 2018 te Hengelo (OV), in elk geval Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] , opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, met een (keuken)mes, in ieder geval een dergelijk (scherp) steekvoorwerp, in de buik en/of zij, in elk geval in het (boven)lichaam heeft gestoken/ geprikt/ gesneden terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Subsidiair hij op of omstreeks 1 oktober 2018 te Hengelo (OV), in elk geval Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, met een (keuken)mes, in ieder geval een dergelijk (scherp) steekvoorwerp, in de buik en/of zij, in elk geval in het (boven)lichaam heeft gestoken/ geprikt/ gesneden terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Meer subsidiair hij op of omstreeks 1 oktober 2018 te Hengelo (OV),in elk geval Nederland, [slachtoffer] , heeft mishandeld door hem meermalen, althans in ieder geval éénmaal, met een (keuken)mes, in ieder geval een dergelijk (scherp) steekvoorwerp, in de buik en/of zij, in ieder geval in het (boven)lichaam te steken/ te prikken en/of te snijden; 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie Het standpunt van de officier van justitie is dat uit de aangifte, de verklaringen van diverse getuigen en de geneeskundige informatie over het letsel is komen vast te staan dat verdachte geprobeerd heeft om [slachtoffer] van het leven te beroven. Verdachte heeft het slachtoffer immers in de buik gestoken, waar zich kwetsbare en vitale organen bevinden. Er was sprake van voorwaardelijke opzet, omdat verdachte door daar met een mes te steken de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer aan zijn verwondingen zou komen te overlijden. Het primair ten laste gelegde is dan ook wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging Verdachte heeft ter terechtzitting – zoals ook tegenover de politie – ontkend degene te zijn die heeft gestoken. De verdediging heeft benadrukt dat uit de letselverklaring volgt dat de buikverwondingen bij het slachtoffer niet passen bij een steekwond. Verder hebben getuigen afwijkende en deels onjuiste verklaringen afgelegd, waarbij de getuige [getuige 1] in tweede instantie niet zeker meer weet of hij gezien heeft dat verdachte een mes vasthield. Ook is het mes door huisgenoten van verdachte verborgen, wat niet logisch is. Ten slotte is er geen verband gelegd tussen het aangetroffen mes en de geconstateerde verwonding en is er geen DNA van verdachte aangetroffen op het mes. Gelet op het voorgaande moet verdachte worden vrijgesproken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Wanneer op 1 oktober 2018 bij de politie telefonisch wordt gemeld dat iemand in Hengelo (O) is gestoken, gaat de politie naar een pand waarin een vijftal jongemannen van buitenlandse afkomst woont. Op de parkeerplaats achter de woning treft de politie drie mannen. Eén van hen is [slachtoffer] , die vertelde dat hij was gestoken door ene [verdachte] . De politiemensen constateren dat genoemde [slachtoffer] een steekwond in zijn buik heeft. Deze [slachtoffer] (aangever) verklaarde verder dat hij die dag met [verdachte] onenigheid had gehad over de eigendom van etenswaren. [slachtoffer] was, aldus aangever, met medebewoner [getuige 2] aan het koken. Vervolgens sloeg – aldus aangever – [verdachte] (verdachte) aangever met de handen op het hoofd, waarna aangever hem terugsloeg. Daarop pakte verdachte een mes en stak [slachtoffer] daarmee twee keer in zijn lichaam, waarbij [verdachte] zei: “Ik ga jou dood maken.” De getuige [getuige 1] verklaarde dat hij op 1 oktober 2018 met [slachtoffer] en [getuige 2] aan het koken was, toen [verdachte] de keuken in kwam lopen en aan [slachtoffer] vroeg waar zijn, [verdachte] , eten was. Kort daarop ziet hij dat [slachtoffer] [verdachte] met een kabel tegen het oor slaat. Daarna ziet hij dat [verdachte] een mes in zijn hand heeft, waarmee hij [slachtoffer] in zijn buik steekt. Een getuige, genaamd [getuige 2] , verklaarde tegenover de politie dat hij had gezien dat [verdachte] een mes van het aanrecht pakte en hiermee krachtig in het lichaam van [slachtoffer] stak. De broer van [getuige 2] , [getuige 3] , verklaarde tegenover de politie dat [getuige 2] hem had verteld dat [verdachte] [slachtoffer] met een mes gestoken had, waarna [slachtoffer] hem zijn steekwonden had laten zien. Na onderzoek door een arts en een arts-assistent en na overleg met een traumachirurg worden op 1 oktober 2018 na onderzoek van de buikstreek van [slachtoffer] “Messteek abdomen” geconstateerd. De conclusie is: “Tweetal steekverwondingen in abdomen.” En: “Actieve bloeding ileopsoas en m. quadratus lumborum.” Voorts worden de verwondingen van het slachtoffer op 2 oktober 2018 onderzocht door een forensisch arts van GGD Twente. Hij constateert onder meer: “de plek en het uiterlijk van de wond past bij toegebracht letsel. De scherpe wondranden en de vorm van de wond kunnen passend zijn voor letsel toegebracht met een scherp voorwerp.” En: “De door de onderzochte persoon aangegeven toedracht kan passen bij het geconstateerde letsel.” Voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang gezien, leiden naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, in die zin dat verdachte, door met een mes in de buik van [slachtoffer] te steken, alwaar zich belangrijke en kwetsbare organen bevinden, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer ten gevolge van dat steken gedood zou worden. Dat uit de letselverklaring volgt dat er ook andere verwondingen zijn, zoals is betoogd door de raadsvrouw, doet niet af aan de conclusie van de forensisch arts van de GGD, nu deze andere verwondingen naar alle waarschijnlijkheid het gevolg zijn van medische ingrijpen. 4.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: hij op 1 oktober 2018 te Hengelo (Ov), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] meermalen met een mes in de buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: poging tot doodslag. 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 3 jaar, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en meewerken aan begeleiding. Voorts heeft zij een contact- en locatieverbod gevorderd. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich niet uitgelaten over een eventuele straf. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. Verdachte heeft, nadat hij woordenwisseling over boodschappen had met de medebewoner [slachtoffer] , een mes gepakt en in de buik van [slachtoffer] gestoken. Dat [slachtoffer] ten gevolge van het gewelddadige optreden van verdachte niet het leven heeft verloren is allerminst de verdienste van verdachte. Uit de slachtofferverklaring blijkt hoeveel impact dit feit heeft gehad en nog heeft, nu hij, zoals hij kortgezegd stelt, somber en depressief is, hij zich niet veilig voelt als hij alleen is en dat hij daarvoor psychische hulp nodig heeft. Uit het uittreksel van de Justitiële Documentatie blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Uit een over verdachte opgemaakt reclasseringsadvies blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor een ontwikkelingsstoornis, een verstandelijke beperking of persoonlijkheidsproblematiek. Uit contact met eerdere hulpverleningsinstanties volgt dat verdachte zich in het verleden nauwelijks begeleidbaar opstelde. Niettemin is de reclassering van mening dat verdachte gebaat is bij een intensief begeleidingstraject om zijn leven in Nederland verder vorm te geven en hem minder gelegenheid te geven zich hieraan te onttrekken. Ondersteuning en begeleiding lijken, aldus de reclassering, essentieel omdat verdachte door onderhavig delict zijn woning is verloren en voor zover bekend ook niet meer welkom is bij ROC Twente. Geadviseerd wordt om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en dat verdachte meewerkt aan begeleiding door een externe hulpverleningsinstantie. Verder wordt een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor Enschede voorgesteld. Gelet op de ernst van feit en alles afwegende acht te rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met aftrek van het voorarrest, passend. De rechtbank zal tevens de door de reclassering geadviseerde proeftijd en bijzondere voorwaarden, inclusief het contact- en locatieverbod, opleggen. De in voorarrest doorgebrachte tijd wordt op de onvoorwaardelijke straf in mindering gebracht. 8De schade van benadeelden 8.1 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 2.179,14, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten: - eigen risico zorgverzekering 2018 € 385,00; - ziekenhuisdag geldvergoeding € 150,00; - kleding € 59,00; - reiskosten € 85,
- De gevorderde immateriële schade bedraagt € 1.500,
- 8.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat de vordering redelijk en billijk en dus voor toewijzing vatbaar is. 8.3 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich niet over een eventuele schadevergoeding uitgelaten. 8.4 Het oordeel van de rechtbank Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 2.179,14, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. 8.5 De schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht. 9De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 27 Sr. 10De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: poging tot doodslag; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezenverklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden; - bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen: - stelt als algemene voorwaarden dat verdachte: - zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; - medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: - zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, Heerderweg 25, 6224 LA Maastricht, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht; - verdachte werkt mee aan begeleiding door een externe hulpverleningsinstelling. Verdachte zal bij de start van het onderzoek door zijn toezichthouder worden aangemeld bij een passende instelling n de omgeving van Kerkrade; - op geen enkele wijze contact opneemt en/of onderhoudt met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1998, zo lang de reclassering dit nodig acht; - zich niet bevindt in Enschede, zo lang de reclassering dit nodig acht; - draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; schadevergoeding - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 2.179,14 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2018); - veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; - legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.179,14, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 31 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet; - bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Rikken, voorzitter, mr. U. van Houten en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 januari
- Mr. Jordaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, Districtsrecherche Twente, “Onderzoek MEZEN”. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Proces-verbaal aanhouding d.d. 1 oktober 2018 (pagina 39 – vanaf “Bevindingen” en pagina 40, eerste alinea). Proces-verbaal aangifte d.d. 2 oktober 2018 (pagina’s 56 en 57). Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 oktober 2018 (pagina 83, laatste pagina). Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 1 oktober 2018 (pagina 77 twee laatste alinea’s en pagina 78, eerste en tweede alinea). Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 1 oktober 2018 (pagina 79 laatste alinea en pagina 80 eerste alinea). Medische info Medisch Spectrum Twente d.d. 1 oktober 2018 (pagina 64, vanaf “Indicatie, en pagina 66, bij “Conclusie”). Letselbeschrijving Forensische Geneeskundig GGD Twente d.d. 2 oktober 2018 (pagina 67 en 68).