vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/234256 / KG ZA 19-171 (pm) Vonnis in kort geding van 15 juli 2019 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat mr. M.A. Knobben te Nijverdal, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, niet verschenen. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding, betekend op 1 juli 2019, met acht producties, de mondelinge behandeling gehouden op 11 juli 2019, het tijdens de behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [eiseres] en [gedaagde] hebben een affectieve relatie gehad. Zij hebben een zoon, [X] , geboren op [geboortedatum] 2015 (hierna te noemen: [X] ). Het gezag over [X] berust bij [eiseres] . 2.
- [eiseres] en [gedaagde] hebben samengewoond in [woonplaats 2] van maart 2015 tot januari
- Daarna is [eiseres] met [X] in [woonplaats 1] gaan wonen. 2.
- In januari 2017 heeft [eiseres] aangifte gedaan van bedreiging en belediging door [gedaagde] . 2.
- [X] is onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming Overijssel. Stichting Jeugdbescherming Overijssel heeft op 15 maart 2019 een verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling met een jaar ingediend bij deze rechtbank. [eiseres] heeft met dat verzoek ingestemd. Op 4 juli 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden van het verzoekschrift van [gedaagde] tot vaststelling van een omgangsregeling. [gedaagde] is niet op die zitting verschenen. 2.
- Er is al geruime tijd geen omgang tussen [gedaagde] en [X] . 3De vordering 3.
- [eiseres] vordert -samengevat- om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagde] te verbieden gedurende een periode van twaalf maanden na dit vonnis, zich te begeven naar of op te houden binnen een straal van 500 meter rondom [eiseres] en [X] ; II. [gedaagde] te verbieden gedurende een periode van twaalf maanden na dit vonnis zich te bevinden in de [wijk] in [woonplaats 1] ; III. [eiseres] te machtigen om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van deze veroordelingen te bewerkstelligen; IV. [gedaagde] te verbieden gedurende een periode van één jaar na dit vonnis -anders dan via zijn advocaat of een medewerker van Stichting Jeugdbescherming Overijssel- direct of indirect, persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, per e-mail of anderszins contact op te nemen met [eiseres] ; V. [gedaagde] te verbieden zich gedurende één jaar via (sociale) media, internetfora of op andere publieke wijze negatief of diskwalificerend uit te laten over [eiseres] ; VI. alle voornoemde veroordelingen op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere keer dat [gedaagde] zich daaraan niet houdt, met een maximum van € 25.000,--; VII. kosten rechtens. 3.
- [eiseres] legt -samengevat- aan haar vorderingen ten grondslag dat zij de relatie met [gedaagde] , die zich heeft gekenmerkt door fysiek en verbaal geweld, heeft beëindigd. Voor [X] was die relatie geen gewenste situatie om in op te groeien. Desondanks probeert [gedaagde] op alle mogelijke manieren contact met [eiseres] te onderhouden. Deze pogingen grijpen diep in op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] . Op 2 en 3 juni 2019 heeft [gedaagde] [eiseres] tientallen keren gebeld, zelfs midden in de nacht. Op 5 juni 2019 is er een incident geweest met [gedaagde] bij de woning van [eiseres] , waarover contact is geweest met de politie. [eiseres] heeft [gedaagde] op 7 juni 2019 een brief gestuurd waarin zij aangeeft dat zij geen contact meer met [gedaagde] wil. Uit de reactie daarop van [gedaagde] kan echter worden afgeleid dat hij dit niet serieus neemt. [gedaagde] blijft niet alleen contact met [eiseres] opnemen, maar ook met haar vrienden. Zo heeft hij op 17 juni 2019 de auto van [eiseres] zien staan bij een vriendin en heeft hij kort daarna een bericht naar deze vriendin gestuurd. [gedaagde] is bovendien niet op het stopgesprek (onderdeel van het protocol stalking) geweest bij de politie op 14 juni
- Dit vergroot de zorgen bij [eiseres] . Het contact met [X] zal moeten verlopen via Stichting Jeugdbescherming Overijssel. [eiseres] is bereid daaraan mee te werken. [eiseres] heeft gegronde vrees dat [gedaagde] haar op indirecte wijze beledigt of bedreigt. Daarom wordt ook een (sociale) media verbod gevorderd, aldus steeds [eiseres] . 4De beoordeling 4.
- [eiseres] vordert zowel een gebiedsverbod als een contact- en (sociale) mediaverbod. De voorzieningenrechter acht, op grond van de onweersproken stellingen van [eiseres] , de toelichting van jeugdbeschermer [Z] op de zitting, en de bij dagvaarding overgelegde stukken, aannemelijk dat [gedaagde] op een ontoelaatbare wijze inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] . Het gevorderde komt de voorzieningenrechter dan ook niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende. 4.
- Het gevorderde onder I zal worden afgewezen, omdat dit niet uitvoerbaar is. [eiseres] en [X] bevinden zich immers niet steeds op dezelfde plek. 4.
- Het gevorderde gebiedsverbod onder II zal worden toegewezen met betrekking tot het gebied dat omsloten wordt door de volgende straten: [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] , [adres 5] , [adres 6] , [adres 7] en de [adres 8] , zoals aangegeven op de kaart die aan dit vonnis is gehecht. De straten waarbinnen (en dus niet waarop) het verbod voor [gedaagde] zal gelden, zijn gearceerd op de betreffende kaart. 4.
- De voorzieningenrechter begrijpt de vordering onder III aldus, dat met “deze veroordelingen” bedoeld wordt de vorderingen onder I en II. Omdat de vordering onder I wordt afgewezen, zal [eiseres] alleen worden gemachtigd om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van het onder II gevorderde gebiedsverbod te bewerkstelligen. 4.
- Aangezien partijen ex-partners zijn, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
- verbiedt [gedaagde] om zich gedurende een periode van één jaar na de datum van dit vonnis te bevinden in de [wijk] in [woonplaats 1] , zulks met betrekking tot het gebied dat omsloten wordt door de volgende straten: [adres 1] , [adres 1] , [adres 1] , [adres 4] , [adres 5] , [adres 6] , [adres 7] en de [adres 8] , zoals weergegeven op de aan dit vonnis gehechte kaart, 5.
- machtigt [eiseres] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [gedaagde] het onder 5.
- van dit vonnis bepaalde verbod overtreedt; 5.
- verbiedt [gedaagde] om gedurende een periode van één jaar na de datum van dit vonnis -anders dan via zijn advocaat of een medewerker van Stichting Jeugdbescherming Overijssel- direct of indirect, persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, per e-mail of anderszins contact op te nemen met [eiseres] ; 5.
- verbiedt [gedaagde] om zich gedurende een periode van één jaar na de datum van dit vonnis via (sociale) media, internetfora of op andere publieke wijze negatief of diskwalificerend uit te laten over [eiseres] ; 5.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 1.000,-- voor iedere keer dat hij niet aan één van de onderdelen 5.
- en/of 5.
- en/of 5.
- van dit vonnis voldoet, tot een maximum van € 25.000,-- is bereikt, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2019.