← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2019:3244

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 7968137 \ CV EXPL 19-2812 Vonnis in kort geding van 10 september 2019 in de zaak van de stichting ALMELOSE WONINGSTICHTING "BETER WONEN",gevestigd en kantoorhoudende te Almelo, eisende partij, hierna te noemen Beter Wonen, gemachtigde: mr. M. Douwenga, tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding van 22 augustus 2019 inclusief producties,- de mondelinge behandeling op 3 september 2019, - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [gedaagde] huurt sinds 9 april 2018 voor onbepaalde tijd een woning met aanhorigheden aan de [adres] , [plaats] (hierna: de woning) van Beter Wonen. 2.
  4. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden van 17 maart 2014 van Beter Wonen van toepassing (hierna: AV). In de AV staat onder meer het volgende: ‘(…) Artikel 6 De verplichtingen van huurder (…)
  5. Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd zelf als woonruimte voor hem en leden van zijn huishouden bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben. Hij zal het gehuurde, waaronder begrepen alle aanhorigheden en de eventuele gemeenschappelijke ruimten, overeenkomstig de bestemming gebruiken en deze bestemming niet wijzigen. Het is huurder zonder toestemming van de verhuurder niet toegestaan bedrijfsmatige activiteiten in het gehuurde, delen van het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten te ontplooien. (…)’ 2.
  6. Op 5 maart 2019 is door de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (hierna: AVIM), geconstateerd dat er prostitutie heeft plaatsgevonden in de woning en dat de woning is ingericht als bedrijfsmatige seksinrichting. 2.
  7. Bij brief van 24 juni 2019 heeft de gemeente Almelo aan [gedaagde] een last onder dwangsom opgelegd. 2.
  8. Bij brief van 3 juli 2019 heeft de advocaat van Beter Wonen [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen en de woning op te leveren. 2.
  9. Op 10 juli 2019 heeft [gedaagde] de huurovereenkomst telefonisch opgezegd, met als einddatum 31 juli
  10. 2.
  11. Bij brief van 24 juli 2019 heeft Beter Wonen bevestigd dat de huurovereenkomst is opgezegd en eindigt op 31 juli
  12. 2.
  13. Op 24 juli 2019 heeft een vooroplevering plaatsgevonden. De eindoplevering zou plaatsvinden op 31 juli
  14. [gedaagde] is niet verschenen en reageert niet meer op berichten van de advocaat van Beter Wonen, met als gevolg dat dit kort geding is aangezegd. 3Het geschil en de beoordeling 3.
  15. Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. 3.
  16. Beter Wonen vordert – samengevat – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, primair en subsidiair:- [gedaagde] te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis de woning te ontruimen, in goede staat op te leveren, en deze ter vrije beschikking van Beter Wonen te stellen en te laten, - [gedaagde] te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot betaling van de vergoeding ex artikel 7:225 BW of de huurprijs van € 530,45 per maand, vanaf 1 augustus 2019 tot aan de dag der algehele ontruiming,- [gedaagde] te veroordelen in de (na)kosten van deze procedure. 3.
  17. De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een ingrijpende en meestal onomkeerbare maatregel is. Gezien de ernst van de gevolgen voor de betrokken huurder kan daarom een ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening slechts worden uitgesproken, indien het voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter (wanneer zijn oordeel wordt gevraagd) de huurder tot ontruiming zal veroordelen. 3.
  18. De kantonrechter is van oordeel dat dat het geval is. De door Beter Wonen ingenomen stellingen in de dagvaarding vinden steun in de bij de dagvaarding overgelegde producties en zijn niet weersproken door [gedaagde] . Dit betekent ook dat de kantonrechter van oordeel is dat de huurovereenkomst tussen partijen is beëindigd per 31 juli
  19. [gedaagde] heeft de woning nog niet opgeleverd en bevindt zich derhalve zonder recht en/of titel in de woning. Op grond van het bepaalde in artikel 7:225 BW overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] een maandelijkse gebruiksvergoeding ter hoogte van de huur verschuldigd is. 3.
  20. De vorderingen komen de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoren daarom te worden toegewezen. 3.
  21. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. 4De beslissing in kort geding De kantonrechter 4.
  22. veroordeelt [gedaagde] om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis de woning met aanhorigheden aan de [adres] te [plaats] te ontruimen, in goede staat op te leveren en de woning ter vrije beschikking van Beter Wonen te stellen en te laten, 4.
  23. veroordeelt [gedaagde] om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot betaling van de vergoeding ex artikel 7:225 BW van € 530,45 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] de woning in gebruik heeft, vanaf 1 augustus 2019 tot aan de ontruiming, 4.
  24. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van Beter Wonen begroot op € 1.067,06 waaronder € 480,00 wegens het salaris van de gemachtigde, 4.
  25. begroot de nakosten op € 120,00 (0,5 punt x liquidatietarief met een maximum van € 120,00), 4.
  26. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.
  27. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.