← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2019:3270

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer 08-730516-17 (P) Datum vonnis: 17 september 2019 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 6 juli 2018 en 3 september 2019. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.J. Wiegant en van hetgeen door de (gemachtigde) raadsman mr. R. Oude Breuil, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 6 april 2017 in Enschede openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen en leden van de mobiele eenheid. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1 hij op of omstreeks 6 april 2017 in de gemeente Enschede met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan het "Colosseum", in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten op het terrein van de "Grolsch Veste" en/of in de omloop van het stadion van de "Grolsch Veste" openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen - één (of meer) hekwerk(

  1. en)en/of - één (of meer) deur(
  2. en)en/of - één (of meer) rolluik(
  3. en)en/of - één (of meer) fiets(
  4. en)en/of - één (of meer) kliko('
  5. s)en/of - een embleem van FC Twente en/of - één (of meer) voertuig(en)/bus(sen) althans telkens tegen een (of meer) goed(eren) van voetbalclub FC Twente en/of de Politie Eenheid Oost-Nederland, welke geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, - slaan en/of trappen tegen een (of meer) rolluik(
  6. en)en/of een embleem en/of - (met kracht) (door)trappen van/tegen een (toegangs)deur en/of - trekken/rukken en/of (omver) trekken van een (of meer) op het terrein aanwezige hek(ken) en/of - slaan en/of trappen tegen een voertuig van de Mobiele Eenheid en/of openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een (of meer) lid/leden van de Mobiele Eenheid van de Politie Eenheid Oost-Nederland, welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, - maken van een (of meer) armgeba(a)r(
  7. en)en/of opsteken van de middelvinger in de richting van een (of meer) lid/leden van de mobiele eenheid en/of - aanvallen/uitdagen van en/of indringen op/tegen een (of meer) lid/leden van die mobiele eenheid (die in linie stonden) en/of - gooien van/met een (stoep)tegel en/of een kliko en/of (of meer) fiets(en), en/althans een (of meer) voorwerp(
  8. en)in de richting van een (of meer) lid/leden van de Mobiele Eenheid en/of voertuig(
  9. en)van de Mobiele Eenheid en/of - spugen in de richting van een (of meer) lid/leden van de Mobiele Eenheid en/of - zwaaien en/of slaan met (een) riem(
  10. en)op/tegen het lichaam van een (of meer) lid/leden van de Mobiele Eenheid en/of - duwen en/of slaan op/tegen het lichaam van een (of meer) lid/leden van de Mobiele Eenheid 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich met betrekking tot de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wel is door de raadsman aangevoerd dat het door verdachte gepleegde geweld geen betrekking had op een fiets en een kliko en dat, nu verdachte niet betrokken was bij het tegen de ME gerichte geweld, het zeer discutabel is of bewezen kan worden verklaard dat verdachte openlijk geweld heeft gepleegd tegen personen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Op donderdag 6 april 2017, tijdens de voetbalwedstrijd tussen FC Twente en PSV, vond er een politie-inval plaats in het supportershome van Vak-P (hierna: het supportershome). Dit supportershome bevindt zich in voetbalstadion de Grolsch Veste, gelegen aan het Colosseum in Enschede. Vervolgens braken er ongeregeldheden uit in het stadion, welke zich later verplaatsten naar de openbare weg om het stadion. Hierbij werd getrapt tegen rolluiken die toegang gaven tot het supportershome, geslagen tegen een embleem van FC Twente, getrapt tegen een toegangsdeur tot het supportershome die later ook daadwerkelijk werd ingetrapt, werd getrokken aan hekken, geslagen tegen een voertuig van de politie, werden middelvingers opgestoken naar leden van de mobiele eenheid, werden leden van de mobiele eenheid aangevallen en uitgedaagd, werd een stoeptegel naar politieruiters gegooid, werden een kliko en andere voorwerpen naar leden van de mobiele eenheid en hun voertuig gegooid, werd gespuugd in de richting van leden van de mobiele eenheid en geslagen met riemen tegen leden van de mobiele eenheid. Dit is door camera’s vastgelegd. Naar aanleiding van het bekijken van die camerabeelden is een aantal personen aangehouden, waaronder verdachte. Aan hen is het openlijk in vereniging plegen van geweld ten laste gelegd. Openlijk geweld Voor de bewezenverklaring van het openlijk in vereniging plegen van geweld is vereist dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking binnen een groep waarvan geweld uitgaat. Het opzet van de dader moet gericht zijn op het geweld en zijn bijdrage daaraan. Ook moet hij materieel aan het geweld hebben bijgedragen door zelf geweld te gebruiken, of een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het geweld van anderen. Daarbij is alleen het deel uitmaken van een groep waarvan geweld uitgaat op zichzelf niet voldoende. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte zelf geleverde bijdrage aan het geweld van voldoende gewicht is. Daarvoor is dus niet vereist dat verdachte (ook) zelf geweld heeft gebruikt. Ook door intellectuele bijdragen aan het verband dat geweld pleegt kan hiervan sprake zijn. Handelen verdachte Verbalisant [verbalisant] heeft hetgeen hij op de camerabeelden heeft waargenomen gerelateerd in een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal. [verbalisant] zag verdachte, die hem ambtshalve bekend is, met anderen tegen het eerste rolluik trappen. Vervolgens trok verdachte met een ander één van de toegangshekken van het stadion open. Verdachte heeft zich tegenover de politie beroepen op zijn zwijgrecht. Conclusie Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de bovenstaande bewijsmiddelen dat door een in homogeen verband opererende groep supporters van FC Twente openlijk geweld is gepleegd tegen personen, namelijk leden van de mobiele eenheid, en goederen. Het geweld is tijdens een voetbalwedstrijd begonnen in de Grolsch Veste – waarvan evident is dat het op dat moment een voor publiek toegankelijke plaats is – en heeft zich vervolgens verplaatst naar de openbare weg om het stadion en duurde ongeveer van 22:00 uur tot 23:18 uur. De rechtbank is van oordeel dit openlijk geweld als één gebeurtenis kan worden aangemerkt. Verdachte heeft daarin een actief en wezenlijk aandeel gehad, door een substantiële bijdrage te leveren aan het gepleegde geweld. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan een sfeer van ontremming, waarin anderen (ook) zijn overgegaan tot het plegen van geweld, niet alleen tegen goederen, maar ook tegen personen. Hieruit volgt dat verdachtes opzet zich (ook) uitstrekte tot het geweld dat anderen tijdens deze gebeurtenis pleegden. Ook dat geweld kan verdachte daarom worden toegerekend. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat: hij op 6 april 2017 in de gemeente Enschede met anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan het "Colosseum", en op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten op het terrein van de "Grolsch Veste" openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen - hekwerken en - één deur en - rolluiken en - één kliko en - een embleem van FC Twente en - één voertuig welke geweld bestond uit het meermalen, - slaan en trappen tegen rolluiken en een embleem en - (in)trappen van/tegen een toegangsdeur en - trekken aan op het terrein aanwezige hekken en- slaan tegen een voertuig van de mobiele eenheid; en openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen leden van de mobiele eenheid van de politie eenheid Oost-Nederland, welk geweld bestond uit het meermalen, - opsteken van de middelvinger in de richting van leden van de mobiele eenheid en - aanvallen/uitdagen van leden van die mobiele eenheid en - gooien van/met een stoeptegel en een kliko en, En voorwerpen in de richting van politieruiters en/of leden van de mobiele eenheid en een voertuig van de mobiele eenheid en - spugen in de richting van leden van de mobiele eenheid en - slaan met (een) riem(
  11. en)op/tegen leden van de mobiele eenheid. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen. 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat kan worden volstaan met een werkstraf van 50 uren. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. Verdachte heeft deelgenomen aan het plegen van openlijk geweld tegen politieambtenaren dat tijdens en na de voetbalwedstrijd tussen FC Twente en PSV heeft plaatsgevonden. Dit geweld vormt een inbreuk op en ondermijnt het respect dat politieambtenaren verdienen. Geweld tegen politieambtenaren, die de hun opgedragen taak ten behoeve van de maatschappij uitoefenen, is nooit te rechtvaardigen. Ook heeft verdachte deelgenomen aan het plegen van openlijk geweld tegen goederen. Voor veel mensen wordt het plezier in het bezoeken van voetbalwedstrijden verpest door dergelijke rellen en de veiligheidsmaatregelen, zoals verplichte buscombi’s, die daardoor noodzakelijk worden geacht. Het is treurig dat een kleine groep mensen – zoals verdachte en zijn mededaders – hieraan hebben bijgedragen. Daarnaast nopen dergelijke rellen tot de inzet van veel politie en mobiele eenheid om de orde rond voetbalwedstrijden te kunnen handhaven. Dit brengt hoge kosten mee voor de maatschappij en gaat ten koste van de capaciteit op straat. De rechtbank neemt verdachte niet alleen zijn eigen handelen kwalijk. Het gaat er ook om dat hij door zijn handelen een bijdrage heeft geleverd aan een sfeer waarin geweld tegen politiemensen en goederen gewoon werd gevonden, en waarmee anderen tot dergelijk geweld werden aangezet. Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het handelen van verdachte zelf binnen de groep waarvan geweld is uitgegaan, zoals in de bewijsoverweging reeds naar voren is gekomen. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en de straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare situaties, in het bijzonder in de zaken van de mededaders, als uitgangspunt genomen. Ten nadele van verdachte heeft de rechtbank daarbij meegewogen dat verdachte, zo blijkt uit het uittreksel van zijn justitiële documentatie van 22 juli 2019, eerder is veroordeeld voor onder meer geweldsmisdrijven. Anderzijds heeft de rechtbank daarbij, op de voet van het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht, een eerdere veroordeling van verdachte in rekening gebracht, te weten: het vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 30 april 2018, waarbij verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, eventueel te vervangen door 20 dagen hechtenis, alsmede een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een dag. Ten slotte houdt de rechtbank rekening met het tijdverloop. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het feit dat er vanaf medio september 2017 geen onderzoek meer in de zaak heeft plaatsgevonden, sprake is van een overschrijding van de in art. 6, eerste lid, EVRM, bedoelde termijn. De rechtbank zal mede daarom een taakstraf opleggen en zal de overschrijding compenseren door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd, indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, te weten met 20 uur taakstraf. Alles afwegende acht de rechtbank nu een taakstraf van 60 uren passend en geboden. 8De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c en 22d Sr. 9De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 60 (zestig) uren; - beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen waarbij als maatstaf geldt één dag vervangende hechtenis per twee uren niet naar behoren verrichtte taakstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. F.C. Berg en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2019. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie Oost-Nederland met nummer 2017162520. Algemeen dossier, pagina 7. Zaaksdossier, pagina 8. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 19, vierde en vijfde alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 7, pagina 13, derde alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 19, derde alinea en persoonsdossier 9, pagina 18, eerste alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 20, zesde alinea Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 20, derde alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 2, pagina 18, achttiende alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 2, pagina 17, zesde alinea en persoonsdossier 9, pagina 18, tweede alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 3, pagina 14, tweede alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 11, pagina 15, tweede alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 20, achtste alinea en persoonsdossier 10, pagina 19, tweede alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 2, pagina 18, zevende en elfde alinea, persoonsdossier 7, pagina 14, tweede alinea en persoonsdossier 8, pagina 26, zesde alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 2 pagina 18, achtste en tiende alinea. Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 3, pagina 14, vijfde en zesde alinea, persoonsdossier 8, pagina 26, vierde alinea en persoonsdossier 12, pagina 17, zevende alinea. Persoonsdossier verdachte (persoonsdossier 6), pagina 17 en 18.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.