← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2019:4496

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 6291023 \ CV EXPL 17-3029 Vonnis van 19 november 2019 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEWI VASTGOED B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Wierden, eisende partij, hierna te noemen: Vastgoed, gemachtigde: mr. R.F. Kötter, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEWI SLANGEN B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Wierden, gedaagde partij, hierna te noemen: Slangen, gemachtigde: mr. W.B. Brusse. 1Het verdere verloop van de procedure 1.

  1. Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst de kantonrechter naar het tussenvonnis van 12 februari
  2. Het verdere procesverloop blijkt uit: - het proces-verbaal van getuigenverhoor van 22 maart 2019; - de conclusie na enquête van de zijde van Slangen; - de conclusie na enquête van de zijde van Vastgoed. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. In verband met het vertrek van mr. Rozeboom uit de sector kanton/handel van deze rechtbank, wordt dit vonnis gewezen door mr. Haarhuis. 2De beoordeling 2.
  4. In het tussenvonnis van 12 februari 2019 heeft de kantonrechter vastgesteld dat niet in geschil is dat Slangen het pand huurde van Vastgoed, dat Slangen huur verschuldigd was vermeerderd met de BTW, dat Slangen het pand vóór 1 juni 2017 zou verlaten en dat daar iets tegenover stond. De vraag is evenwel of daarbij afgesproken is dat Slangen de huur over de maand mei 2017 niet hoefde te betalen. De kantonrechter heeft Slangen in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat met Vastgoed is overeengekomen dat Slangen de huur over de maand mei 2017 niet verschuldigd is. 2.
  5. Uit de verklaringen van de getuigen blijkt dat Slangen en Vastgoed niet rechtstreeks met elkaar hebben gesproken over het al dan niet verschuldigd zijn van de huur over de maand mei
  6. Wel blijkt daaruit dat Vastgoed heeft toegezegd dat Slangen die huur niet hoefde te betalen als zij de openstaande verplichtingen (waaronder in elk geval de BTW over de maanden januari tot en met april 2017) jegens Vastgoed zou voldoen. Vast staat dat die BTW niet door Slangen is betaald: die BTW is onderwerp van dit geding. Ander bewijs voor de juistheid van haar stelling heeft Slangen niet bijgebracht. Gezien het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat Slangen niet in haar bewijsopdracht is geslaagd. Daarmee staat vast dat Slangen in beginsel nog de BTW over een periode van vijf maanden ad € 4.646,25 volledig verschuldigd is. 2.
  7. Nu, zoals in het tussenvonnis al is overwogen, door Vastgoed niet is betwist dat Slangen een bedrag ter hoogte van € 2.788,- ten behoeve van Vastgoed heeft betaald, kan dit bedrag in mindering strekken op de hoofdsom van de vordering van Vastgoed door middel van verrekening. 2.
  8. Aldus resteert door Slangen aan Vastgoed ter zake van BTW te betalen het bedrag ad € 1.858,25, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 augustus 2017 (de dag van dagvaarding) tot de dag der algehele voldoening. De wettelijke handelsrente is niet toewijsbaar, nu een huurovereenkomst geen overeenkomst tot het leveren van goederen of verstrekken van diensten is als bedoeld in artikel 6:119a, eerste lid BW. De kantonrechter zal de vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten afwijzen, nu niet is gebleken dat meer is gedaan dan het versturen van een aanmaning. 2.
  9. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Slangen worden veroordeeld in de kosten van het geding, tot op dit vonnis aan de zijde van Vastgoed begroot op € 102,10 aan explootkosten, € 470,- aan griffierecht en € 540,- aan salaris van haar gemachtigde. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  10. veroordeelt Slangen tot betaling aan Vastgoed van € 1.858,25, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; 3.
  11. veroordeelt Slangen in de kosten van het geding, tot op dit vonnis aan de zijde van Vastgoed begroot op € 1.112,10; 3.
  12. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  13. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.