RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer 08-770011-19 (P) Datum vonnis: 6 december 2019 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1961 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 november 2019. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink-van Dijk en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] heeft aangerand. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 04 juni 2018 te Haaksbergen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door: onverhoeds nader te noemen [slachtoffer] (in haar woning) vanachteren te benaderen en/of (daarbij) zijn, verdachtes, armen om het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of (daarbij) die [slachtoffer] vast te pakken en/of op te tillen [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten: het onverhoeds betasten en/of aanraken van de borst(en) en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of het duwen/drukken van zijn, verdachtes, (stijve) geslachtsdeel op/tegen de achterzijde van het lichaam van die [slachtoffer] . 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de bewijsmiddelen in het dossier niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij hem daarvan vrijspreekt. 5De schade van benadeelden 5.1 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 3.364,44 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten: - boodschappen verjaardag; - kleding; - aanschaf nieuwe telefoon; - medische kosten; - reiskosten; - parkeerkosten. Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.750,00 gevorderd. De officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard gelet op de omstandigheid dat verdachte van het ten laste gelegde wordt vrijgesproken. 6De beslissing De rechtbank: - verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; schadevergoeding - bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] , in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.H. Heijink, voorzitter, mr. C.C.S. Bordenga-Koppes en mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 december 2019.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.