← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2019:4954

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 7883287 \ CV EXPL 19-2314 Vonnis van 24 september 2019 in de zaak van de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V.,gevestigd te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen ABN Amro, gemachtigde: Flanderijn en Van Eck, tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Ten slotte is vonnis bepaald. 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 23 juli 2019 - de akte na tussenvonnis tevens houdende vermindering van eis van ABN Amro. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
  4. De kantonrechter blijft bij hetgeen in voormeld vonnis is overwogen en beslist. 2.
  5. Bij tussenvonnis van 23 juli 2019 heeft de kantonrechter ABN Amro zich uit te laten over de vraag of de aanmaning van 26 november 2018 ziet op de verplichte ingebrekestelling of de opeisingsbrief, omdat daarin enerzijds de achterstand wordt genoemd en anderzijds wordt aangemaand tot betaling van het gehele kredietbedrag. Verder is ABN Amro in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag in welk artikel van de algemene voorwaarden de vertragingsvergoeding is overeengekomen. 2.
  6. Bij akte heeft ABN Amro gesteld dat zij de brief van 26 november 2018 is te kenmerken als de verplichte ingebrekestelling. Verder heeft zij haar vordering verminderd met de vertragingsvergoeding, omdat de vertragingsvergoeding nooit is overeengekomen. In plaats daarvan heeft ABN Amro de wettelijke rente na opeising gevorderd. 2.
  7. Op grond van het bepaalde in artikel 33 aanhef en onder c sub 1 Wck (oud) kan het uitstaande saldo bij een kredietovereenkomst als hier aan de orde enkel rechtsgeldig worden opgeëist indien de kredietnemer, die gedurende ten minste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen termijnbedrag, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen. De kantonrechter stelt vast dat partijen in artikel 5 aanhef en sub a van de Productvoorwaarden ABN AMRO Flexibel Krediet, die volgens de schriftelijke kredietovereenkomst mede op de overeenkomst van toepassing zijn, een opeisingsbeding zijn overeengekomen dat voldoet aan deze wettelijke bepaling. 2.
  8. De vraag, die de kantonrechter ambtshalve dient te beantwoorden, is of voorafgaand aan de algehele opeising van het krediet door ABN Amro een rechtsgeldige ingebrekestelling is uitgebracht. De voor een rechtsgeldige opeising vereiste ingebrekestelling behelst een schriftelijke aanmaning waarbij de schuldenaar een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld met een expliciete vermelding dat alleen met betaling van een duidelijk aangegeven bedrag binnen die termijn verzuim en algehele opeising kan worden voorkomen. Die schriftelijke aanmaning moet betrekking hebben op een betalingsachterstand van ten minste twee maanden van een vervallen termijnbedrag. De kantonrechter is van oordeel dat de brief van 26 november 2018 niet een rechtsgeldige ingebrekestelling is. Hierin wordt [gedaagde] namelijk aangemaand voor het gehele kredietbedrag en pas bij betaling van dit gehele bedrag kan worden voorkomen dat het krediet vervroegd wordt opgezegd en dus niet bij betaling van de achterstand. Dit brengt met zich dat niet is gebleken dat het saldo rechtsgeldig is opgeëist. Dit betekent dat de kredietovereenkomst onder dezelfde voorwaarden nog steeds doorloopt, maar dat de grondslag van de onderhavige vordering komt te vervallen. De vordering zal dan ook worden afgewezen. 2.
  9. ABN Amro zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil. 3Beslissing De kantonrechter: 3.
  10. wijst de vordering af, 3.
  11. veroordeelt ABN Amro tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld – Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 september
  12. (SK)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.