← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2019:5034

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummers: 08-997058-16 + 08/994569-17 Datum vonnis: 31 oktober 2019 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres] . 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 21.780,-. 2De procedure De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 22 februari 2017, 19 mei 2017, 6 november 2017, 11 oktober 2018, 24 september 2019 en 17 oktober

  1. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. D. Nieuwenhuis, advocaat in Arnhem, is op de terechtzitting van 24 september 2019 verschenen en op de vordering gehoord. Op de terechtzitting van 24 september 2019 heeft de officier van justitie mr. S.T.C. van der Werf de vordering gewijzigd in die zin, dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel € 21.538,- bedraagt. De raadsman heeft - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat veroordeelde het bedrag dat hij heeft genoemd, € 20.000,-, niet daadwerkelijk heeft ontvangen. Het toe te wijzen bedrag dient in ieder geval gehalveerd te worden, aangezien sprake was van medeplegen. 3De beoordeling van de vordering 3.1 Veroordeling De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 31 oktober 2019 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten: parketnummer 08/994569-17 feit 1 het misdrijf: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. feit 2 het misdrijf: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd. parketnummer 08/997058-16 het misdrijf: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. 3.2 De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel De rechtbank neemt voor de begroting van het genoten voordeel als uitgangspunt het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ van 16 augustus
  2. Bij de beoordeling van de vordering neemt de rechtbank verder in overweging dat met het vonnis in de strafzaak van veroordeelde van heden is vast komen te staan dat veroordeelde de beschikking heeft gehad over ruim 1.200 kilo zwaar illegaal vuurwerk en dat hij meermalen vuurwerk heeft afgeleverd aan derden. Daarmee is op voorhand aannemelijk dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Veroordeelde heeft in een telefoongesprek, dat hij op 8 januari 2017 vanuit de penitentiaire inrichting te Almelo heeft gevoerd, benoemd dat hij er ‘zo’n beetje 20 duizend’ aan heeft overgehouden. De rechtbank gaat ervan uit dat dat het bedrag is dat veroordeelde zelf aan de handel in illegaal vuurwerk heeft verdiend. Dit bedrag komt nagenoeg overeen met het voordeel zoals berekend in voornoemd rapport. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om dit bedrag te halveren, zoals door de verdediging is bepleit, of om anderszins van het gevorderde bedrag af te wijken. De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergegeven wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 21.538,-. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 21.538,-.
  3. De wettelijke voorschriften De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr. 5De beslissing De rechtbank: stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 21.538,-; legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 21.538,- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. J. van Bruggen en mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Offerein-Hulshoff, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 31 oktober
  4. Buiten staat Mr. J. van Bruggen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.