RECHTBANK OVERIJSSEL Team Toezicht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummers: 240008 FT-RK 987/19 en 240010 FT-RK 988/19Datum beschikking: 19 november 2019 beschikking van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van: [verzoeker 1] ,en [verzoeker 2] e.v. [verzoeker 1] , beiden wonende te [woonplaats] , [adres] , verzoekers, verder te noemen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , tegen Belastingdienst L.I.C., gevestigd te Heerlen, verweerster, verder te noemen: de Belastingdienst. Het procesverloop [verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben bij verzoekschriften ontvangen ter griffie op 10 oktober 2019 een verzoek gedaan tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tevens hebben zij verzocht tot vaststelling van een dwangakkoord (verzoek ex artikel 287a Faillissementswet). Het verzoek dwangakkoord zal ter terechtzitting d.d. 25 november 2019 worden behandeld. Op 28 oktober 2019 heeft de griffie van de rechtbank een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet ontvangen. Bij beschikking van 30 oktober 2019 heeft de rechtbank het verzoek van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] toegewezen, zodat het de Belastingdienst werd verboden tot verkoop van de in beslag genomen roerende zaken over te gaan tot het moment dat op het verzoek dwangakkoord is beslist. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben op 15 november 2019 op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet opnieuw verzocht om een voorlopige voorziening, uitvoerbaar bij voorraad, om de Belastingdienst te gebieden de gelegde derdenbeslagen op te schorten. Daarnaast hebben [verzoeker 1] en [verzoeker 2] verzocht de Belastingdienst te verbieden nieuwe beslagen te leggen onder derden die aan hen betalingen zijn verschuldigd dan wel verschuldigd zullen worden, daaronder tevens begrepen het leggen van beslag op de bankrekeningen van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] . In verband met de korte termijn die nog rest tot de dag waarop het verzoek dwangakkoord zal worden behandeld, zal de rechtbank heden een beslissing nemen op het verzoek ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet op basis van de aangeleverde stukken zonder partijen te horen. De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing De feiten [verzoeker 1] en [verzoeker 2] zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, echter is gebleken dat er geen jaarlijkse verrekening heeft plaatsgevonden, om welke reden er gesproken kan worden van een gemeenschap van goederen. [verzoeker 1] is vanaf 2006 eigenaar van een eenmanszaak, handelend onder de naam Le Liseron Sallands Houtovenbrood. [verzoeker 2] ontvangt een WIA- uitkering ter hoogte van € 1.346,76 per maand. De totale schuldenlast van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] bedraagt volgens het verzoek € 148.544,00. Er is sprake van één schuldeiser, zijnde de Belastingdienst. Bij exploot van 14 november 2019 heeft de ontvanger van de Belastingdienst kenbaar gemaakt dat zij op 11 november 2019 beslag heeft gelegd onder De Koehorn Natuurvoeding op alles wat De Koehorn Natuurvoeding aan [verzoeker 1] en [verzoeker 2] is verschuldigd. De overwegingen van de rechtbank De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet - hangende het schuldsaneringsverzoek - een voorlopige voorziening kan worden geven. De vraag is of de voorlopige voorziening ook kan worden gegeven in afwachting van de behandeling van een verzoek dwangakkoord. In artikel 287 lid 4 Faillissementswet is vermeld dat de rechtbank in spoedeisende zaken - gelet op de belangen van partijen - bevoegd is een voorlopige voorziening bij voorraad te geven. Voorts is vermeld dat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in het verzoek schuldsanering, maar ook bij later verzoek kan worden gedaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de tekst van artikel 287 lid 4 Faillissementswet zich niet verzet tegen het treffen van een voorlopige voorziening totdat op het verzoek dwangakkoord is beslist. Voor toewijsbaarheid van het onderhavige verzoek is vereist dat door verzoekers is aangetoond dat sprake is van een spoedeisende situatie. Volgens [verzoeker 1] en [verzoeker 2] kunnen zij door het gelegde derdenbeslag niet voldoen aan de lopende verplichtingen. De rechtbank concludeert dat dit standpunt niet met enige documenten is onderbouwd. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben derhalve niet aangetoond dat het gelegde derdenbeslag de uitvoering van het dwangakkoord zal belemmeren. Gelet op vorenstaande en gelet op de korte termijn die thans resteert tot het moment dat het verzoek dwangakkoord ter terechtzitting zal worden behandeld, is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een spoedeisende situatie. Daarnaast weegt het belang van de Ontvanger, mede gelet op de omvang van de vordering, zwaarder dan het belang van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] bij onmiddellijke opschorting van het beslag. Nu het verzoek dwangakkoord op korte termijn zal worden behandeld kan van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] immers worden gevergd dat zij de behandeling van het verzoek dwangakkoord afwachten. Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] niet voor toewijzing in aanmerking kan komen. De rechtbank overweegt tot slot dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] tevens hebben verzocht de Belastingdienst te verbieden nieuwe beslagen te leggen onder derden die aan hen betalingen verschuldigd zijn dan wel verschuldigd zullen worden, daaronder tevens begrepen het leggen van beslag op de bankrekeningen van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] . De rechtbank is van oordeel dat dit verzoek ook moet worden afgewezen, omdat de tekst van artikel 287 lid 4 Faillissementswet zich verzet tegen het verlenen van een voorlopige voorziening voor mogelijk toekomstige gebeurtenissen. Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. De beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Verhoeven op 19 november 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.