RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 7534760 \ EJ VERZ 19-41 Beschikking van de kantonrechter van 18 maart 2019 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TWENTEVIS VISVERKOOP B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Azelo (gemeente Hof van Twente), verzoekende partij, verder te noemen Twentevis, gemachtigde: mr. K. Dekker, advocaat te Tubbergen, tegen 1 [verweerder 1] ,wonende te [woonplaats] ,
- [verweerder 2],wonende te [woonplaats] , verwerende partij, verder te noemen [verweerder 1] , gemachtigde: mr. N.M. Dekker, advocaat te Eibergen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift ex artikel 7:230a BW van Twentevis d.d. 15 februari 2019; het verweerschrift ex artikel 7:230a BW van [verweerder 1] d.d. 27 februari
- 1.
- Het verzoek is ter zitting behandeld op 4 maart 2019 waar namens Twentevis de heer [A] is verschenen, bijgestaan door mr. K. Dekker. Tevens zijn [verweerder 1] en [verweerder 2] verschenen, bijgestaan door mr. N.M. Dekker en mr. J.H. Lefers. 1.
- De beschikking is bepaald op heden. 2De feiten 2.
- Op 7 december 2004 hebben “Averal” Autoverhuur B.V. (hierna te noemen Averal) en Twentevis een huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW gesloten. Ingevolge deze overeenkomst huurde Twentevis met ingang van 1 maart 2005 van Averal het bedrijfspand met aanhorigheden, ondergrond en erf aan de Blokstegenweg 3A te Azelo, gemeente Hof van Twente (hierna te noemen het bedrijfspand). 2.
- Nadat Hokrom B.V. de nieuwe eigenaar van het bedrijfspand werd, is een nieuwe huurovereenkomst gesloten ten aanzien van het bedrijfspand tussen Hokrom B.V. en Twentevis. Twentevis huurde met ingang van 1 maart 2015 het bedrijfspand van Hokrom B.V. 2.
- Op 24 augustus 2017 is [verweerder 1] eigenaar geworden van het bedrijfspand. Bij brief van 24 augustus 2017 heeft [verweerder 1] aan Twentevis de huurovereenkomst van het bedrijfspand opgezegd tegen 28 februari 2018 en de ontruiming tegen voormelde datum aangezegd. 2.
- Op 18 april 2018 heeft Twentevis bij deze rechtbank een verzoekschrift ex artikel 7:230a BW ingediend en verzocht om verlenging van de ontruimingstermijn van het bedrijfspand. 2.
- Bij beschikking van 19 juni 2018 van deze rechtbank heeft de kantonrechter de termijn waarbinnen ontruiming van het bedrijfspand moet plaatsvinden verlengd tot 1 maart
- 2.
- Op 13 februari 2019 heeft [verweerder 1] aan Twentevis bericht dat Twentevis geen (tijdig) verzoek heeft ingediend tot verlenging van de ontruimingstermijn en dat het bedrijfspand op 1 maart 2019 ontruimd dient te zijn. 2.
- Op 14 februari 2019 heeft de rechtbank een tweede verlengingsverzoek van de ontruimingstermijn van Twentevis ontvangen. 3Het geschil 3.
- Twentevis verzoekt de kantonrechter de ontruimingsverplichting ten aanzien van het bedrijfspand na afloop van de schorsingstermijn als bedoeld in artikel 7:230a BW te schorsen en die termijn te verlengen met één jaar, derhalve tot 1 maart 2020, kosten rechtens. 3.
- [verweerder 1] voert verweer en verzoekt de kantonrechter bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad: I. te bepalen dat Twentevis niet-ontvankelijk is in haar verzoek en/of het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn af te wijzen; II. Twentevis te veroordelen in de proceskosten, conform de opgave zoals overgelegd in productie 3, te vermeerderen met de reistijd en de tijd voor de mondelinge behandeling. 4De beoordeling 4.
- Ingevolge artikel 7:230a lid 5 BW dient een tweede verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn uiterlijk 1 maand voor het verstrijken van de termijn die is uitgesproken door de rechtbank te worden ingediend. 4.
- Vast staat dat de kantonrechter van deze rechtbank bij beschikking van 19 juni 2018 de ontruimingstermijn heeft verlengd tot 1 maart
- Eveneens staat vast dat [verweerder 1] op 14 februari 2019 een tweede verlengingsverzoek van de ontruimingstermijn heeft ingediend bij de rechtbank. 4.
- Nu het tweede verlengingsverzoek niet uiterlijk 1 maand voor 1 maart 2019 is ingediend, is het tweede verlengingsverzoek te laat ingediend. Dit is ter zitting ook door Twentevis erkend. Twentevis dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoek. 4.
- Twentevis zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De kantonrechter ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten. De kosten aan de zijde van [verweerder 1] worden conform het liquidatietarief begroot op € 480,00 aan salaris gemachtigde. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- verklaart Twentevis niet-ontvankelijk in haar verzoek; 5.
- veroordeelt Twentevis in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verweerder 1] begroot op € 480,00 aan salaris gemachtigde. Deze beschikking is gegeven door mr. G.G. Vermeulen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart
- (SR)