RECHTBANK OVERIJSSEL Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer: C/08/239641 / FA RK 19-2706 beschikking van 18 februari 2020 inzake [de man] , verder te noemen: de man, wonende te [plaats] , verzoeker, advocaat: mr. N.F.G. de Witte, en [de vrouw] , verder te noemen: de vrouw, wonende te [plaats] , belanghebbende, advocaat: mr. M. Karsdorp. De rechtbank merkt tevens als belanghebbenden aan: [belanghebbende] , verder te noemen: [belanghebbende] , wonende te Deventer, advocaat mr. Ph.J.N. Aarnoudse, en mr. M.F. Kiers, advocaat te Deventer, hierna te noemen: de bijzondere curator. 1Het verdere procesverloop 1.1. De rechtbank heeft op 19 november 2019 een beschikking gegeven in deze zaak, waarbij mr. Kiers tot bijzondere curator is benoemd en de beslissing voor het overige is aangehouden. 1.2. De rechtbank heeft daarna kennisgenomen van de volgende stukken: - een verweerschrift met bijlage op 29 januari 2020; - een op 31 januari 2020 binnengekomen brief van mr. De Witte van die datum met bijlage; - een op 5 februari 2020 binnengekomen brief van mr. De Witte van die datum met bijlagen. 1.3. De behandeling van de zaak is voortgezet op 5 februari 2020. Verschenen zijn: - de man, bijgestaan door zijn advocaat,- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, - [belanghebbende] , bijgestaan door zijn advocaat,- A. uit den Boogaard, namens de raad voor de kinderbescherming, verder te noemen: de raad; - de bijzondere curator. 2De feiten Voor de feiten wordt verwezen naar genoemde beschikking van 19 november 2019. 3De verdere beoordeling De vernietiging van de erkenning, de vervangende toestemming voor de erkenning en het gezag 3.1. Tussen partijen is niet in geschil dat Nederlands recht van toepassing is. 3.2. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of de door [belanghebbende] gedane erkenningen van beide minderjarigen dienen te worden vernietigd en zo ja, of de man vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarigen moet worden verleend. Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat de man de verwekker is van beide minderjarigen en daarmee de biologische vader. 3.3. De verwekker van een kind heeft, gelet op de limitatieve opsomming in artikel 1:205 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW), geen zelfstandige rechtsingang om een verzoek in te dienen tot vernietiging van de erkenning, gedaan door een ander. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat voor de beantwoording van de vraag of de verwekker de door een niet-verwekker met toestemming van de moeder verrichte erkenning toch ongedaan kan maken, van groot belang is dat aan de verwekker in artikel 1:204 lid 3 BW de bevoegdheid is toegekend om de minderjarige met vervangende toestemming van de rechter te erkennen. Indien de verwekker van zijn mogelijkheid om de minderjarige te erkennen geen gebruik heeft gemaakt, is er geen reden om de verwekker achteraf alsnog de gelegenheid te geven om de erkenning door een andere man te vernietigen, tenzij de moeder toestemming tot erkenning door een niet-verwekker heeft gegeven met slechts het oogmerk de belangen van de verwekker te schaden. In dat geval kan door het handelen van de vrouw sprake zijn van misbruik van bevoegdheid ("de strikte maatstaf", zie Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ7386 en in het voetspoor daarvan Hoge Raad 6 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3244). 3.4. Indien de verwekker niet of niet tijdig vervangende toestemming heeft kunnen vragen, geldt volgens vaste jurisprudentie "de minder strikte maatstaf", te weten of de vrouw, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen de belangen van de verwekker bij erkenning en de daartegenover staande belangen van de vrouw - telkens in verband met de belangen van de kinderen - in redelijkheid tot het verlenen van toestemming aan de andere man heeft kunnen komen. 3.5. Genoegzaam staat vast dat de man en de vrouw nimmer (officieel) hebben samengewoond in het kader van hun affectieve relatie van 2015 tot september 2019, die het karakter had van een knipperlichtrelatie. De vrouw heeft sedert 2011 (tevens) een vriendschapsrelatie met [belanghebbende] , hetgeen tussen partijen kennelijk voortdurend aanleiding tot problemen gaf. De man is niet aanwezig geweest bij de bevalling van [kind 1] en stelt dat hij haar eerst vijf maanden na de geboorte voor het eerst heeft gezien. Partijen lieten toen een vaderschapstest verrichten waaruit bleek dat de man biologisch vader was. 3.6. Partijen verschillen van mening over de rol van de man als partner van de vrouw respectievelijk als vader voor de kinderen. De strekking van het betoog van de man is dat de vrouw hem bewust uit het leven van de kinderen heeft willen houden, terwijl de vrouw de stelling van de man gemotiveerd heeft betwist in het verweerschrift en ter zitting omstandig heeft uiteengezet dat de man op geen enkele wijze betrokken en haar tot steun is geweest bij haar zwangerschap(pen) en bij het wel en wee van de kinderen, ondanks veelvuldige medische klachten van de kinderen. Integendeel, de man heeft zich eisend en (be)dreigend naar haar en [belanghebbende] opgesteld met veel stress en inschakeling van de politie tot gevolg. Zo eiste de man van de vrouw abortus van [kind 1] en blokkeerde hij zelf de vrouw op zijn telefoon. Door een reeks van verwikkelingen tussen partijen ontbreekt thans iedere vorm van (rechtstreeks) contact. [belanghebbende] is inmiddels de enige partner van de vrouw en hij verzorgt met de vrouw de kinderen. 3.7. Onbetwist staat vast dat de man gedurende de zwangerschap en evenmin in een periode van ruim drie jaar na de geboorte van [kind 1] , nimmer heeft verzocht om erkenning van [kind 1] , althans niet onderbouwd door de man is dat de man vanwege een beweerdelijke weigering van de vrouw (vervangende) toestemming heeft verzocht. Kennelijk eerst kort na de geboorte van [kind 2] heeft de man blijkens app-verkeer zijn wens tot erkenning van [kind 2] geuit, overigens zonder daaraan te verbinden de wens dat ook de achternaam wordt gewijzigd: ‘Als ik erken hoeft tog niet mijn naam te gebruiken’. De man is na de geboorte van [kind 2] evenwel niet overgegaan tot een verzoek om vervangende toestemming tot erkenning van ( [kind 1]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.