RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummers: 08-996048-14 en 08-993123-16 (P) Datum vonnis: 6 april 2020 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres 1] , thans verblijvende te Spanje. Inhoudsopgave 1. Het onderzoek op de terechtzitting 2. De tenlastelegging 3. De voorvragen 3.1 Geldigheid van de dagvaarding 3.2 De overige voorvragen 4. De bewijsoverwegingen ter zake parketnummer 08-996048-14 4.1 Inleiding 4.2 Het standpunt van de officieren van justitie 4.3 Het standpunt van de verdediging 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1 Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs met betrekking tot de ten laste gelegde BV’s en de rol van verdachte [verdachte] 4.4.2 Ten aanzien van feit 4 4.4.3 Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 4.4.4 [bedrijf 1] 4.4.5 [bedrijf 2] / [bedrijf 3] 4.4.6 [bedrijf 4] 4.4.7 [bedrijf 5] 4.4.8 [bedrijf 6] 4.4.9 [bedrijf 7] 4.4.10 [bedrijf 8] 4.4.11 [bedrijf 9] 4.4.12 [bedrijf 10] 4.4.13 [bedrijf 11] 4.4.14 [bedrijf 12] 4.4.15 Conclusie ten aanzien van feiten 1, 2 en 3 5. De bewijsoverwegingen ter zake parketnummer 08-993123-16 5.1 Het standpunt van de officieren van justitie 5.2 Het standpunt van de verdediging 5.3 Het oordeel van de rechtbank 5.3.1 Ten aanzien van onderdeel 1 5.3.2 Ten aanzien van onderdeel 2 5.3.3 Conclusie ten aanzien van onderdeel 1 en onderdeel 2 6. De bewezenverklaring 7. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 8. De strafbaarheid van verdachte 9. De op te leggen straf of maatregel 9.1 De vordering van de officieren van justitie 9.2 Het standpunt van de verdediging 9.3 De gronden voor een straf of maatregel 10. De toegepaste wettelijke voorschriften 11. De beslissing 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 september 2015, 12 oktober 2015, 11 en 15 januari 2016 (tot dat moment alleen inzake 08-996048-14), 31 oktober 2016 (vanaf dit moment inzake 08-996048-14 en 08-993123-16), 4 november 2016, 11 september 2017, 23 april 2018, 3 en 10 december 2018, 7 en 13 februari 2019, 28 november 2019, 2 december 2019, 15 en 29 januari 2020, 4 en 13 februari 2020 en 24 maart 2020. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. A.E.M. Doedens en mr. F.A. Demmers, en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. M.L van Gessel, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er - na wijziging van de tenlastelegging van 15 januari 2020 - kort en zakelijk weergegeven op neer dat verdachte: 08-996048-14: 1: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk niet of niet tijdig indienen van aangiften omzetbelasting; subsidiair: in genoemde periode samen met één of meer besloten vennootschappen of natuurlijke personen opzettelijk niet of niet tijdig aangiften omzetbelasting heeft ingediend; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door één of meer besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk niet of niet tijdig indienen van aangiften omzetbelasting; 2: primair: in de periode 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig indienen van aangiften omzetbelasting; subsidiair: in genoemde periode samen met één of meer besloten vennootschappen of natuurlijke personen opzettelijk onjuist of onvolledig aangiften omzetbelasting van besloten vennootschappen heeft ingediend; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting; 3: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie; subsidiair: in genoemde periode samen met één of meer besloten vennootschappen of natuurlijke personen niet heeft voldaan aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie; 4: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft gehad het plegen van misdrijven, te weten valsheid in geschrifte, het opzettelijk niet, dan wel onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting, het niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie, en bedrieglijke bankbreuk; 08-993123-16: in de periode van 1 maart 2012 tot en met 31 januari 2015 samen met anderen van het witwassen van geldbedragen, van in totaal € 114.148,39 en € 631.106,--, een gewoonte heeft gemaakt. Voluit luidt de - gewijzigde - tenlastelegging dat: inzake parketnummer 08-996048-14: 1. primair [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 9] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(
- en)in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer: de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [bedrijf 1] (AH-542), en/of de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand(
- en)januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei 2011 ten behoeve van [bedrijf 2] (AH-019), en/of de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 4] (AH-532), en/of de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 5] (AH-530), en/of de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [bedrijf 6] (AH-532), en/of de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 7] (AH-532), en/of de aangifte(
- n)omzetbelasting over het eerste en/of tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 8] (AH-536), en/of de aangifte omzetbelasting over het tweede en/of derde en/of vierde kwartaal 2013 ten behoeve van [bedrijf 9] (AH-538) niet, althans niet tijdig, heeft/hebben gedaan hij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven, tot welk(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 9] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer: de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [bedrijf 1] (AH-542), en/of de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand(
- en)januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei 2011 ten behoeve van [bedrijf 2] (AH-019), de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 4] (AH-532), en/of de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 5] (AH-530), en/of de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [bedrijf 6] (AH-532), en/of de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 7] (AH-532), en/of de aangifte(
- n)omzetbelasting over het eerste en/of tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 8] (AH-536), en/of de aangifte omzetbelasting over het tweede en/of derde en/of vierde kwartaal 2013 ten behoeve van [bedrijf 9] (AH-538) niet, althans niet tijdig, heeft/hebben gedaan bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven; meer subsidiair [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 9] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer: de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [bedrijf 1] (AH-542), en/of de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand(
- en)januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei 2011 ten behoeve van [bedrijf 2] (AH-019) en/of de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 4] (AH-532), en/of de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 5] (AH-530), en/of de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [bedrijf 6] (AH-532), en/of de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 7] (AH-532), en/of de aangifte(
- n)omzetbelasting over het eerste en/of tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 8] (AH-536), en/of de aangifte omzetbelasting over het tweede en/of derde en/of vierde kwartaal 2013 ten behoeve van [bedrijf 9] (AH-538) niet, althans niet tijdig, heeft/hebben gedaan bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere(
- n)rechtsperso(o)n(
- en)en/of natuurlijk(
- e)perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte, gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(
- en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
- en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot het account voor het internetbankieren van de (bedrijfs-)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(
- n)zodat bedoelde medeverdachte(
- n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
- en)kon handelen, en/of zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
- en)gebruik maakte(
- n)en/of handelde(
- n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
- s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
- s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
- s)(een) schijntransactie(
- s)betrof (fen); 2. primair [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 12] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Enschede en/of Hilversum en/of Losser en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n (en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer: de aangifte(
- n)omzetbelasting over de periode april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober 2011 ten behoeve van [bedrijf 10] (AH-533) en/of de aangifte omzetbelasting over het derde en/of vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 11] (AH-536) en/of de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 12] (AH-536) onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
- n)(telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot welk(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Enschede en/of Hilversum en/of Losser en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 12] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(
- en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer: de aangifte(
- n)omzetbelasting over de periode april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober 2011 ten behoeve van [bedrijf 10] (AH-533) en/of de aangifte omzetbelasting over het derde en/of vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 11] (AH-536) en/of de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 12] (AH-536) onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
- n)(telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven; meer subsidiair [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 12] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Enschede en/of Hilversum en/of Losser en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer: de aangifte(
- n)omzetbelasting over de periode april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober 2011 ten behoeve van [bedrijf 10] (AH-533) en/of de aangifte omzetbelasting over het derde en/of vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 11] (AH-536) en/of de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 12] (AH-536) onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
- n)(telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Enschede en/of Hilversum en/of Losser en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere(
- n)rechtsperso(o)n(
- en)en/of natuurlijk(
- e)perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte, gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
- en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte (
- n)zodat bedoelde medeverdachte(
- n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
- en)kon handelen, en/of zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)nen) gebruik maakte(
- n)en/of handelde(
- n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
- s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
- s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
- s)(een) schijntransactie(
- s)betrof(fen); 3. primair [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 12] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als administratieplichtige(
- n)die ingevolge de belastingwet verplicht was/waren tot het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en/of het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en/of het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en/of het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, (telkens) opzettelijk inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raapleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd, en/of boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, niet heeft/hebben bewaard, immers heeft/hebben voornoemde rechtsperso(o)n(
- en)en/of haar/hun mededader(
- s), onder meer, (telkens) geen administratie gevoerd, althans geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) haar/hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtsperso(o)n(
- en)de bedoelde administratie, althans onderdelen daarvan, in valse en/of vervalste vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie en/of onderdelen daarvan, een of meerdere onjuiste en/of onvolledige en/of valse en/of vervalste factu(u)r(
- en)op te nemen, welke onjuistheid en/of onvolledigheid en/of valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven - dat tussen de op de op de factuur genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen goederentransactie, althans geen legitieme goederentransactie, had plaatsgevonden en/of aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst (
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties, en/of in vorenbedoelde vorm heeft verstrekt aan de inspecteur der belastingen, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, tot welk(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 12] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)nen), althans alleen, als administratieplichtige(
- n)die ingevolge de belastingwet verplicht was/waren tot het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en/of het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en/of het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en/of het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, (telkens) opzettelijk inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raapleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd, en/of boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, niet heeft/hebben bewaard, immers heeft/hebben verdachte en/of haar/hun mededader(s), onder meer, (telkens) geen administratie gevoerd, althans geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) haar/hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtsperso(o)n(
- en)de bedoelde administratie, althans onderdelen daarvan, in valse en/of vervalste vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie en/of onderdelen daarvan, een of meerdere onjuiste en/of onvolledige en/of valse en/of vervalste factu(u)r(
- en)op te nemen, welke onjuistheid en/of onvolledigheid en/of valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven - dat tussen de op de op de factuur genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen goederentransactie, althans geen legitieme goederentransactie, had plaatsgevonden en/of aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst(
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen (Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2006:AV2759), en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties, en/of in vorenbedoelde vorm heeft verstrekt aan de inspecteur der belastingen, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven; meer subsidiair [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 12] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(
- en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(
- en), althans alleen, als administratieplichtige(
- n)die ingevolge de belastingwet verplicht was/waren tot het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en/of het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en/of het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en/of het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, (telkens) opzettelijk inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raapleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse of verva1ste vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd, en/of boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, niet heeft/hebben bewaard, immers heeft/hebben voornoemde rechtsperso(o)nen) en/of haar/hun mededader(s), onder meer, (telkens) geen administratie gevoerd, althans geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) haar/hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtsperso(o)n(
- en)de bedoelde administratie, althans onderdelen daarvan, in valse en/of vervalste vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie en/of onderdelen daarvan, een of meerdere onjuiste en/of onvolledige en/of valse en/of vervalste factu(u)r(
- en)op te nemen, welke onjuistheid en/of onvolledigheid en/of valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven - dat tussen de op de op de factuur genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen goederentransactie, althans geen legitieme goederentransactie, had plaatsgevonden en/of aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst(
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties, en/of in vorenbedoelde vorm heeft verstrekt aan de inspecteur der belastingen, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere(
- n)rechtsperso(o)nen) en/of natuurlijk(
- e)perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte, gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
- en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(
- n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
- en)kon handelen, en/of zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
- en)gebruik maakte(
- n)en/of handelde(
- n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
- s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
- s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke welke transactie(
- s)(een) schijntransactie(
- s)betrof(fen); 4. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Almere en/of Amersfoort en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen, aan een organisatie, bestaande uit [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 14] B.V. en/of [bedrijf 15] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 12] en/of een/of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of éen of meer andere rechtsperso(o)n(
- en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk te weten: valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of het opzettelijk niet en/of onjuist en/of onvolledig doen van bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n)omzetbelasting, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven (BTW-carrouselfraude), als bedoeld in artikel 69 eerste en/of tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of het opzettelijk begaan van een of meer feit(
- en)als omschreven in artikel 68, eerste lid, onderdeel a en/of b en/of c en/of d en/of e en/of f en/of g, als bedoeld in artikel 69, eerste en/of tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 Wetboek van Strafrecht; inzake parketnummer 08-993123-16: hij in de periode van 1 maart 2012 tot en met 31 januari 2015 te Baarn en/of te Hilversum en/of (elders) in Nederland en/of in de Republiek Polen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)meermalen van een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (na te noemen) geldbedrag(en): de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verborgen of verhuld; en/of verborgen of verhuld wie de rechthebbende op die geldbedrag(
- en)is/was; en/of die geldbedrag(
- en)voorhanden gehad; en/of die geldbedrag(
- en)verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)(telkens) wisten dat die geldbedrag(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, te weten: 1. een) geldbedrag(
- en)tot een totaal van EURO 114.148,39 door: A. een of meer geldbedrag(en), groot in totaal EURO 10.903,48, te doen of laten storten vanaf de bankrekening [rekeningnummer 15] aangehouden bij de Nordea Bank op de ten name van hem, verdachte, gestelde bankrekening(
- en)[rekeningnummer 1] en/of [rekeningnummer 2] ; en/of B. een of meer geldbedrag(en), groot in totaal EURO 19.447,-- te doen of laten storten vanaf de bankrekening [rekeningnummer 3] aangehouden bij de Zachodni Bank op de ten name van hem, verdachte, gestelde bankrekening [rekeningnummer 1] ; en/of C. een of meer geldbedrag(en), groot (in totaal) EURO 15.900,21 vanaf bankrekeningen ten name van [naam 1] te doen of laten storten op een bankrekening aangehouden door [naam 2] en/of [naam 3] en deze bedragen vervolgens contant te laten uitbetalen en/of te laten doorstorten naar andere bankrekeningen waaronder die van [naam 2] voornoemd (waar het de stortingen van [naam 1] op de rekening van [naam 3] betreft) en/of [naam 4] , en/of D. een reeks van privé bestedingen, groot in totaal EURO 31.536,22, te doen en deze ten laste te laten komen van de rechtspersoon [bedrijf 5] ; en/of E. een reeks van privé bestedingen te doen en contante geldopnamen te doen, tot in totaal EURO 27.280,98, en deze ten laste te laten komen van de rechtspersoon [bedrijf 8] ; en/of 2. (een) geldbedrag(
- en)tot een totaal van EURO 631.106,- door deze/dit geldbedrag(
- en)vanaf bankrekeningen aangehouden door [naam 5] en/of [naam 6] en/of [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] B.V, te doen of laten overboeken naar bankrekeningen aangehouden door [naam 4] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 7] , en/of (vervolgens) van laatstgenoemde bankrekening zich contant te laten betalen en/of geldbedragen te laten overboeken naar door hem, verdachte, gecontroleerde bankrekeningen en/of betalingen te laten doen die betrekking hadden op zijn, verdachtes, privé bestedingen. 3De voorvragen 3.1 Geldigheid van de dagvaarding - partiële nietigheid Op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, alsmede met vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling staat de vraag centraal of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. Ook voor de rechter moet de tenlastelegging begrijpelijk zijn. De eis van ‘opgave van het feit’ wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn, in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en in de derde plaats voldoende feitelijk. In de zaak met parketnummer 08-996048-14 onder 1 en 2 wordt verdachte steeds verweten dat hij primair als feitelijke leidinggever/opdrachtgever, subsidiair als medepleger, meer subsidiair als medeplichtige betrokken is geweest bij het niet (tijdig), onvolledig of onjuist doen van aangiften omzetbelasting door met naam genoemde rechtspersonen ‘en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)’. De rechtbank is van oordeel dat onduidelijk is wie wordt bedoeld met 'en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)'. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. Het onderdeel van de tenlastelegging 'en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)' onder feit 1 en 2, in alle ten laste gelegde varianten, is dan ook telkens onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. De rechtbank heeft reeds ter zitting van 17 juni 2015 geoordeeld dat de dagvaarding in zoverre nietig wordt verklaard. In de zaak met parketnummer 08-996048-14 onder 3 wordt verdachte verweten dat hij primair als feitelijke leidinggever/opdrachtgever, subsidiair als medepleger, meer subsidiair als medeplichtige betrokken is geweest bij het niet voldoen aan de administratie- en inlichtingenplicht door een aantal met naam genoemde rechtspersonen ‘en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)’. Ook hier is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk wie wordt bedoeld met ‘en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)’. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. Dit onderdeel is, in alle ten laste gelegde varianten, onvoldoende duidelijk en begrijpelijk, zodat de rechtbank de tenlastelegging ook voor dit onderdeel partieel nietig verklaart. Onder feiten 1 en 2 (parketnummer 08-996048-14), in alle ten laste gelegde varianten, wordt verdachte verweten dat hij betrokken is geweest bij het niet, niet tijdig, onvolledig of onjuist doen van aangiften, te weten ‘een groot aantal….waaronder onder meer’, waarna met behulp van gedachtestreepjes een gedetailleerde opsomming van specifieke aangiften volgt. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende duidelijk is op welke andere aangiften dan die in de opsomming staan, wordt gedoeld. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. Het onderdeel van de tenlastelegging ‘een groot aantal….waaronder onder meer’ onder feiten 1 en 2, in alle ten laste gelegde varianten, is dan ook telkens onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. De rechtbank verklaart de dagvaarding ook in zoverre partieel nietig. De rechtbank heeft vastgesteld dat voor het overige de dagvaarding geldig is. 3.2 De overige voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4. De bewijsoverwegingen ter zake parketnummer 08-996048-14 : 4.1 Inleiding Aanleiding onderzoek FIOD In 2011 – 2012 zijn bij het Coördinatiepunt btw-fraude van de Belastingdienst/FIOD signalen binnengekomen met betrekking tot diverse in Nederland gevestigde rechtspersonen en aan hen gedane intracommunautaire leveringen van goederen als computeronderdelen, Playstations en iPhones. Die signalen hadden onder meer betrekking op de BV’s [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 10] , [bedrijf 6] , [bedrijf 4] , [bedrijf 7] en [bedrijf 18] . Na eerste controles werd op 12 december 2012 in het Tri Partite Overleg (TPO) besloten om ten aanzien van genoemde vennootschappen - en de hieraan verbonden natuurlijke personen - een strafrechtelijk onderzoek te starten naar de gang van zaken rond de in - en verkoop en facturering in relatie tot goederenstromen van elektronica rond genoemde rechtspersonen vanaf 1 januari 2011.In een volgend TPO, op 27 maart 2013, werd besloten om verdachten die tijdens het lopende onderzoek nog naar voren zouden komen ook bij het onderzoek te betrekken. De bevindingen hebben bij de Belastingdienst/FIOD geleid tot een vermoeden dat sprake was van btw-carrouselfraude. Btw-carrouselfraude De term btw-carrouselfraude wordt gebruikt voor een samenstel van strafbare, frauduleuze, gedragingen waarbij minimaal één bedrijf (een zogenaamde ‘ploffer’) in een handels- en facturenketen geen btw afdraagt aan de fiscus. Dat bedrijf brengt vervolgens wel btw in rekening bij zijn afnemers. De schakels in de handelsketen na de ploffer - zogenaamde ‘buffers’- vragen de btw terug. De namen en btw-nummers van bedrijven die als ploffer fungeren worden meestal maar korte tijd gebruikt, waarna de activiteiten worden gestaakt en een nieuwe ploffer de plaats inneemt van de eerdere ploffer. De Belastingdienst kan vervolgens de eerste ploffer niet meer aanspreken op zijn fiscale verplichtingen. Bestuurders van de bedrijven die fungeren als ploffer of buffer zijn slechts formeel leidinggevende en niet feitelijk betrokken bij de ondernemingen; zij zetten de bedrijven en bankrekeningen slechts op naam (‘katvangers’). Eén van de kenmerken van btw-carrouselfraude is dat sprake is van een prijsval: de ploffers factureren goederen aan de bufferbedrijven voor lagere bedragen dan waarvoor die aan de ploffers waren gefactureerd. Over het algemeen werd een structureel verlies geleden van gemiddeld ca. 13%. Deze prijsval kan alleen worden gerealiseerd doordat plofferbedrijven geen btw afdragen. De ‘winst’ die ten gevolge van deze handelwijze ontstaat, wordt over de diverse schakels verdeeld. Op basis van eerste onderzoek heeft de FIOD de volgende ondernemingen als vermoedelijke ploffers aangemerkt: [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 10] , [bedrijf 6] , [bedrijf 4] , [bedrijf 7] , [bedrijf 18] en [bedrijf 19] . De eenmanszaken [bedrijf 5] ( [medeverdachte 9] ) en [bedrijf 21] ( [medeverdachte 10] ) werden als vermoedelijke buffers aangemerkt. [bedrijf 14] en [bedrijf 13] Tijdens het onderzoek door de FIOD kwamen de bedrijven [bedrijf 13] (hierna: [bedrijf 13] ) en [bedrijf 14] (hierna: [bedrijf 14] ) telkens als afnemer naar voren in verschillende handelsketens met vermoedelijke ploffer- en bufferbedrijven. De bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 13] waren bij de Kamer van Koophandel omschreven als groothandel in witgoed, audio- en videoapparatuur en elektronische en telecommunicatieapparatuur en onderdelen. Uit het onderzoek bleek dat [bedrijf 13] voornamelijk handelde in ‘risicogoederen’ in het kader van btw-carrouselfraude als iPhones, cpu’s, iPads, harde schijven en spelcomputers. [bedrijf 14] was een groothandel in computeronderdelen. Op basis van de bevindingen rond [bedrijf 13] en [bedrijf 14] heeft de FIOD gerelateerd dat de directeuren/feitelijke leidinggevenden van genoemde bedrijven zich vermoedelijk schuldig maakten aan fraude en dat [bedrijf 13] en [bedrijf 14] vermoedelijk ten onrechte aftrek van voorbelasting hadden geclaimd. Betalingsplatforms De FIOD heeft geconstateerd dat de elektronicagoederen aan het eind van de keten via de eindschakel (een binnenlands bedrijf) veelal werden verhandeld naar een andere lidstaat waarbij ze regelmatig weer terechtkwamen bij de oorspronkelijke leverancier. Er bleek sprake te zijn van het gebruik van betalingsplatforms die, zo vermoedde de FIOD, zijn gebruikt om de fraude te kunnen plegen en crimineel verkregen geld - gegenereerd door het niet afdragen van omzetbelasting door de plofferbedrijven - wit te wassen. De bedrijven/betalingsplatforms [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 8] (hierna: [naam 8] ) werden verdacht van betrokkenheid bij de btw-carrouselfraude. De FIOD vermoedde dat inzicht in de wijze waarop de verdeling van dat geld plaatsvond bewust werd gefrustreerd door het betalingsverkeer onoverzichtelijk te maken. De betalingsplatforms maakten gebruik van bankrekeningen in het buitenland waarbij over één bankrekening de transacties van meerdere bedrijven plaatsvinden. Van de buitenlandse bankrekening werd een extra (schaduw)administratie bijgehouden die als ‘black box’ functioneerde. De rollen van de verdachten In het onderhavige dossier zijn de bijdragen die de verdachte natuurlijke personen zouden hebben geleverd bij het plegen van btw-carrouselfraude ingedeeld aan de hand van verschillende rollen met daarbij een globale beschrijving van de bijdragen die zouden zijn geleverd. Deze rollen zijn de volgende. Katvangers: formele bestuurders en leidinggevenden van de BV’s of eenmanszaken die fungeren als ploffer- en bufferbedrijven, terwijl in werkelijkheid anderen de zeggenschap hebben over die ondernemingen en/of aan die ondernemingen feitelijke leiding geven. Systeembouwer: een ‘systeembouwer’ levert bedrijven aan die als ploffer en/of buffer kunnen worden gebruikt voor de btw-carrouselfraude. De systeembouwer zorgt tevens voor een snelle vervanging van een niet meer bruikbare onderneming en voor aansturing van katvangers. Coördinator van goederen- en facturenstromen: deze persoon speelt een actieve rol in de coördinatie van goederen- en factuurstromen en betalingen en/of is aanspreekpunt voor logistieke dienstverleners. Beheerder van betalingsplatforms: een beheerder van betalingsplatforms stuurt ondernemingen, betalingsplatforms en het betalingsverkeer aan. 4.2 Het standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Daartoe hebben zij gesteld dat uit het dossier blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij de carrouselfraude en bij de onder feiten 1, 2 en 3 met naam genoemde rechtspersonen. In het bijzonder hebben de officieren van justitie daarbij verwezen naar de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 11] , de bij verdachte aangetroffen goederen en digitale gegevens met betrekking tot de ploffers en buffers, de skypegesprekken en de door verdachte ontvangen betalingen van diverse ploffers. Verdachte wist volgens de officieren van justitie dat het ging om frauduleus handelen en heeft door deel te nemen en actief te participeren in de handel de ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging met anderen gepleegd. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde hebben de officieren van justitie gesteld dat verdachte binnen de organisatie één van de personen was die verantwoordelijk was voor de ploffers. Iedere verdachte had een eigen rol binnen de organisatie. De organisatie had ten doel btw-carrouselfraude te plegen en het daarmee verdiende geld af te romen. Om de fraude te plegen hebben verdachten valsheid in geschrifte gepleegd, opzettelijk geen of onjuiste aangiften omzetbelasting gedaan, administraties niet of onjuist bijgehouden en faillissementsfraude gepleegd. 4.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. De verdediging heeft gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de in de tenlastelegging genoemde ondernemingen, laat staan dat hij verantwoordelijk kan worden gehouden voor het niet voldoen aan de verplichtingen van die ondernemingen. Daartoe heeft de raadsman gesteld dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 5] ongeloofwaardig zijn. Ter terechtzitting op 15 januari 2020 heeft verdachte nog aangevoerd dat hij zijn verklaringen, afgelegd bij de FIOD en inhoudende dat hij geen bedrijven heeft overgenomen van medeverdachte [medeverdachte 5] , handhaaft. Verdachte heeft hieraan toegevoegd dat [medeverdachte 5] hem weliswaar tweemaal een BV heeft aangeboden maar dat hij beide BV’s niet heeft overgenomen. De eerste BV waar [medeverdachte 5] mee kwam was een elektronica BV, die voor oplichtingsactiviteiten bleek te zijn gebruikt. Verdachte is met die BV naar medeverdachte [medeverdachte 3] gegaan en hij heeft gezegd dat hij die BV niet wilde hebben. Met een tweede BV die hem door [medeverdachte 5] werd aangeboden kon hij ook niets. De verdediging heeft verder betoogd dat niet kan worden vastgesteld dat de data op de onder verdachte in beslag genomen iPad en Apple-laptop door verdachte op die apparaten is gezet. De verdediging heeft daarnaast per bedrijf betoogd waaruit blijkt dat verdachte geen betrokkenheid had bij het bedrijf. De rechtbank zal, waar nodig, daar bij de bespreking van de afzonderlijke bedrijven nader op ingaan. 4.4 Het oordeel van de rechtbank Op grond van wettige bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de onder parketnummer 08-996048-14 onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 tenlastegelegde feiten, zoals hierna weergegeven. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. 4.4.1 Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs met betrekking tot de ten laste gelegde bedrijven en de betrokkenheid van verdachte [verdachte] Verklaringen medeverdachten Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft tijdens zijn verhoren bij de FIOD verklaard dat hij op verzoek van [verdachte] , verdachte, vele bedrijven aan hem heeft aangeleverd, waar [verdachte] dan mee kon gaan handelen. [medeverdachte 5] heeft bevestigd dat de man op de aan hem voorgehouden foto – zijnde verdachte – de [verdachte] is aan wie hij de gegevens van alle bedrijven heeft overhandigd. Het moesten bedrijven zijn in de elektronicahandel. [verdachte] kon zelf geen bedrijven op naam zetten, zo heeft [medeverdachte 5] verklaard. [medeverdachte 5] heeft verklaard aan verdachte alle gegevens van een aantal bedrijven te hebben aangeleverd, ook de bankpassen en pincodes van de bankrekeningen, de gegevens voor het internetbankieren, e-mailadressen, gegevens van de Kamer van Koophandel en legitimatiebewijzen. Voor het aanleveren van die gegevens zou [medeverdachte 5] van verdachte geld krijgen. [medeverdachte 5] heeft verklaard de gegevens van in elk geval de volgende ondernemingen aan verdachte te hebben verstrekt: [bedrijf 1] ; [bedrijf 2] ; [bedrijf 10] ; [bedrijf 4] ; [bedrijf 19] ; [bedrijf 7] ; [bedrijf 18] ; [bedrijf 12] ; [bedrijf 22] ; [bedrijf 11] ; [bedrijf 23] ; [bedrijf 24] ; [bedrijf 21] ; [bedrijf 5] ; [bedrijf 8] ; [bedrijf 25] ; [bedrijf 26] . [medeverdachte 5] heeft hiervoor verschillende personen benaderd met het verzoek om genoemde bedrijven op naam te nemen. Verdachte zou op naam van die bedrijven gaan handelen. [medeverdachte 5] vertelde tegen de personen die de bedrijven op naam hadden dat een ander met de bedrijven zou gaan handelen; zij zouden een vergoeding krijgen voor het op naam zetten. [medeverdachte 5] heeft voorts verklaard dat hij verdachte vaak sprak, in Hilversum of in Laren. Soms meerdere keren per week en ook wel telefonisch. [medeverdachte 5] overhandigde aan verdachte setjes met bedrijfsgegevens van al die ondernemingen in enveloppen. [medeverdachte 5] heeft voorts verklaard dat hij ook wel aan personen vroeg dan wel hen adviseerde om een stichting op te richten, vaak op advies van verdachte. Het was verdachte die aan [medeverdachte 5] heeft gevraagd om, als het om een vennootschap ging, er een stichting boven te plaatsen en [medeverdachte 5] stelde dat dan voor aan de personen die hij benaderde. Soms stond er al een stichting boven het bedrijf. Als dat niet zo was, dan gaf [medeverdachte 5] een daartoe strekkend advies. Verdachte heeft ook regelmatig gegevens van een bedrijf teruggegeven aan [medeverdachte 5] en [medeverdachte 5] bood die bedrijven dan vervolgens weer aan een derde aan, zoals aan medeverdachte [medeverdachte 6] . Verdachte heeft tegenover de FIOD verklaard - en ter terechtzitting herhaald - dat de verklaringen van [medeverdachte 5] gelogen zijn en dat [medeverdachte 5] hem - toen hij met anderen ging werken aan het opzetten van [bedrijf 27] ( [bedrijf 27] ) en daar een ‘management BV’ voor nodig had - weliswaar gegevens van enkele BV’s aangeboden heeft gekregen, maar dat hij die korte tijd later weer heeft teruggegeven aan [medeverdachte 5] en dat hij geen enkele BV van [medeverdachte 5] heeft overgenomen. De rechtbank overweegt dat [medeverdachte 5] verklaringen over het overnemen van bedrijven door verdachte allereerst bevestiging vinden in de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 12] , afgelegd tijdens zijn verhoren op 27 augustus 2013 en 17 januari 2014 bij de FIOD en op 23 februari 2016 bij de rechter-commissaris. De rechtbank acht de verklaringen van [medeverdachte 12] in grote lijnen en op essentiële onderdelen - daargelaten diens eigen belang om op onderdelen, mogelijk, niet volledig te verklaren - voldoende betrouwbaar, nu ook deze op hun beurt steun vinden in overig bewijsmateriaal. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verklaringen van [medeverdachte 12] voor het bewijs kunnen worden gebezigd, in zoverre als hierna weergegeven. [medeverdachte 12] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 5] in de periode juni 2012 tot september 2012 naar (vooral) Hilversum, Laren, Amsterdam en Amstelveen heeft gereden. Na drie weken moest hij met [medeverdachte 5] steeds naar een locatie in Hilversum tegenover een restaurant, bij een begraafplaats. [medeverdachte 5] had dan een afspraak met een persoon die in een Audi A8 kwam aanrijden. Die persoon, ongeveer vijftig jaar oud, was - zo vertelde [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 12] - betrokken bij de fraudezaak [naam 9] . [medeverdachte 5] stapte bij de man in en gaf bescheiden aan hem af. In gesprekken noemde [medeverdachte 5] de naam [verdachte] . [medeverdachte 12] heeft aan de hand van een geanonimiseerde foto van verdachte verklaard, dat dat de [verdachte] is met wie [medeverdachte 5] telkens afsprak in Hilversum. [medeverdachte 5] nam allerlei noodlijdende vennootschappen en bedrijven over van mensen die daar vanaf wilden en hij was de hele dag aan het regelen, aldus [medeverdachte 12] . Hij nam die vennootschappen over mét de bankrekeningen en hij zorgde ervoor dat de bedrijven op naam kwamen van iemand die er in werkelijkheid ‘niets mee doet’; katvangers. De vennootschappen werden gebruikt om mee te kunnen frauderen. [medeverdachte 12] heeft verder verklaard dat hij [medeverdachte 5] hoorde praten over gigantische bedragen en allerlei geldtransacties. [medeverdachte 12] kreeg uit de gesprekken mee dat vanuit Marbella geld naar Nederland werd overgemaakt dat bij geldautomaten kon worden opgenomen. [medeverdachte 5] heeft hiervan overzichten laten zien aan [medeverdachte 12] . Hij markeerde met een stift bepaalde transacties; die wilde hij dan aan [verdachte] laten zien. De bankafschriften moesten naar Hilversum gebracht worden, naar een vrouw met lang blond haar (de ‘grote bazin’). [medeverdachte 12] reed met [medeverdachte 5] een paar keer langs haar woning en [medeverdachte 5] deed bij haar stukken door de brievenbus. [medeverdachte 5] sprak ook een aantal keren met de vrouw in restaurant ‘de Huiskaemer’ aan de Lage Naarderweg 2 te Hilversum - (deels) eigendom van medeverdachte [medeverdachte 3] - [medeverdachte 2] . [medeverdachte 5] overhandigde dan bankafschriften aan de vrouw. [medeverdachte 12] was niet bij die gesprekken aanwezig, maar bleef in de auto wachten. [medeverdachte 5] beschikte over veel pasjes van bankrekeningen, die op naam van iemand anders waren geopend en hij had met iedereen contact, aldus [medeverdachte 12] . Hij was ‘de spil in het geheel’. [medeverdachte 12] heeft vaak horen zeggen dat geld uit Marbella kwam. De bankafschriften moesten naar verdachte, of naar de ‘grote bazin’. Ten aanzien van het bedrijf [bedrijf 9] (hierna: [bedrijf 9] ) en de betrokkenheid van verdachte hierbij heeft [medeverdachte 11] , destijds eigenaar van [bedrijf 9] , verklaard dat in april 2013 een vriend bij hem kwam met de vraag of [medeverdachte 11] op zijn naam een BV wilde starten of overnemen. [medeverdachte 11] noemde die vriend ‘Koffie’ maar in werkelijkheid heette hij [naam 10] . [medeverdachte 11] zei dat hij geen BV kon opstarten, maar dat hij wel een eenmanszaak had, [bedrijf 9] , en Koffie stelde voor dat anderen via die eenmanszaak zouden gaan handelen in computerartikelen. Voor het aanleveren van de bedrijfsgegevens zou [medeverdachte 11] een bedrag van € 5.000,-- krijgen. [medeverdachte 11] heeft aan Koffie de gegevens van de Kamer van Koophandel, zijn bankpas en zijn identiteitspapieren verstrekt en Koffie zou die doorgeven. Hij sprak Koffie meerdere keren en Koffie had vervolgens weer overleg met iemand die ‘ [verdachte] ’ heette. Omdat [medeverdachte 11] met vragen zat, kreeg hij van Koffie een emailadres - [e-mailadres] - met een inlogcode en wachtwoord. [medeverdachte 11] ontving wekelijks bedragen van € 600,-- of € 700,--, die naar zijn privérekening werden overgemaakt. [medeverdachte 11] had geen zicht op de handel die met zijn bedrijf heeft plaatsvonden. Hij zag wel, op de gegevens van de bankrekening van [bedrijf 9] , dat de handel was begonnen en dat over die rekening grote bedragen liepen. [medeverdachte 11] zag ook dat via zijn e-mailaccount sprake was van e-mailverkeer waar hij geen deel in had en waaruit bleek dat reeds vóór eind april 2013 op zijn naam was gehandeld en dat ook sprake was van betalingen die niet via zijn, maar via een andere rekening liepen. [medeverdachte 11] sprak daar Koffie op aan en zei dat hij niet gebruikt wilde worden als katvanger. Koffie zou contact opnemen met [verdachte] . Later vertelde Koffie dat [medeverdachte 11] minder geld zou gaan verdienen, maar dat alles wel legaal zou verlopen en dat er dus niets aan de hand was. De handel ging vervolgens door. Toen er controle zou plaatsvinden kreeg [medeverdachte 11] via het gmail-adres instructies inhoudende dat hij alleen facturen van het eerste kwartaal moest laten zien, niets van het tweede kwartaal en dat hij tegen de Belastingdienst moest zeggen - in strijd met de waarheid - dat hij al zijn zakelijke contacten had opgedaan op ‘de Cebit’ in Hannover. Op naam van [medeverdachte 11] werden ook e-mailberichten naar de Belastingdienst gestuurd met smoezen waarom er nog geen controle kon plaatsvinden. De persoon die instructies gaf, moet [verdachte] zijn geweest of anders één van zijn handlangers, aldus [medeverdachte 11] . [medeverdachte 11] heeft verder verklaard dat hij [verdachte] ook een keer heeft gezien. Koffie was toen bij een tankstation aan het havenkwartier met [verdachte] in gesprek. Dat gesprek vond plaats naar aanleiding van vragen van [medeverdachte 11] . Koffie had in verband daarmee een afspraak gemaakt met [verdachte] en [medeverdachte 11] kwam daar langs en zag hen staan. Koffie heeft later bevestigd dat de persoon waarmee hij toen sprak [verdachte] was. [verdachte] zag eruit als een Nederlander van ongeveer veertig jaar. Koffie heeft [medeverdachte 11] verteld dat [verdachte] veel in het buitenland verbleef, waaronder in Monaco en dat boven [verdachte] sprake was van een netwerk van nog meer personen. Tijdens een verhoor bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 11] de hiervoor weergegeven verklaringen in grote lijnen en in de kern gehandhaafd. Aanvullend heeft [medeverdachte 11] verklaard dat het bedrag van € 600,-- à € 700,-- per week vanaf de rekening van [naam 11] (de rechtbank begrijpt [naam 11] ) naar hem werd overgeschreven. [medeverdachte 11] wist wie [naam 11] was, omdat haar zus [naam 12] bij hem in de klas had gezeten. [naam 11] was in die tijd samen met [verdachte] en zij was met [verdachte] meegegaan op zakenreis. [verdachte] beschikte over de zakelijke rekening van [bedrijf 9] . [medeverdachte 11] wist dat, omdat [naam 10] (Koffie) een keer in zijn bijzijn met [verdachte] telefonisch contact had over die rekening. Toen de telefoon ging, zag [medeverdachte 11] dat het [verdachte] was. [naam 10] zei toen tegen [verdachte] dat hij alle papieren had en dat hij die naar hem zou toebrengen. Dat heeft [naam 10] kort daarop gedaan en vanaf toen werden bedragen als € 1.100,-- of € 700,-- op de rekening van [medeverdachte 11] bijgeschreven en gingen de transacties van start. Tijdens het verhoor heeft [medeverdachte 11] per e-mail foto’s van verdachte naar de rechter-commissaris verzonden. Op één van die foto’s staat verdachte, verblijvend in een horecagelegenheid aan een tafel of bar, met drie vrouwen. Verdachte heeft verklaard dat hij tot ongeveer begin 2014 een relatie heeft gehad met [naam 11] en dat hij in de tijd dat zij samen waren ook gebruik maakte van haar bankrekening. Verdachte heeft in Spanje, in de omgeving van Altea, samengewoond met [naam 11] . Tijdens een doorzoeking op 15 mei 2013 in een kantoor aan de [adres 2] te Hilversum heeft de FIOD gegevens aangetroffen van [bedrijf 9] en in beslag genomen. Nader onderzoek wees uit dat op naam van [bedrijf 9] in april/mei 2013 goederen zijn verhandeld aan [bedrijf 13] . Uit onderzoek naar het gmail-account [e-mailadres] - van welk account [medeverdachte 11] op 6 juni 2013 de gegevens aan de politie heeft overhandigd - bleek dat via dat account e-mailberichten zijn uitgewisseld tussen [bedrijf 28] als leverancier en [bedrijf 13] als afnemer. Als bijlagen werden in- en verkoopfacturen verzonden. De verklaringen van [medeverdachte 5] , [medeverdachte 12] en [medeverdachte 11] ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde verboden gedragen onder de feiten 1, 2, 3, en 4 vinden voorts steun in na te noemen overige bewijsmiddelen. Processen-verbaal en andere geschriften met betrekking tot digitale gegevensdragers en Skype In het onderzoek zijn tijdens doorzoekingen vele digitale gegevensdragers als laptops, iPads en mobiele telefoons inbeslaggenomen waarvan de FIOD de data heeft uitgelezen. Op 20 juli 2016 heeft de FIOD Utrecht in het kader van het onderzoek [naam 9] tegen verdachte goederen en bescheiden inbeslaggenomen bij [bedrijf 29] te Huizen. Een deel daarvan is eind 2018 aan de FIOD Almelo, belast met het onderhavige onderzoek, overgedragen, in twee verhuisdozen. In één van de verhuisdozen is vooral fysieke administratie aangetroffen. Onder die administratie werd een handgeschreven notitie aangetroffen, met daarin allerlei afkortingen van namen van bedrijven die in het onderhavige strafrechtelijk onderzoek naar voren waren gekomen, waaronder: [bedrijf 28] ( [bedrijf 24] , een plofferbedrijf), [bedrijf 30] ( [bedrijf 30] , een plofferbedrijf), [bedrijf 31] ( [bedrijf 31] , een bufferbedrijf), [bedrijf 32] ( [bedrijf 32] , een bufferbedrijf), en [bedrijf 13] . In de andere verhuisdoos zaten enkele computers en andere digitale gegevensdragers. De FIOD heeft de data van twee computers, een Sony-laptop (PCG 8V2M) met daarop een sticker ‘ [naam 9] 2016 39564 bijlage 1’ en een HP-laptop met daarop een sticker ‘ [naam 9] 2016 39564 bijlage 2’ op 23 januari 2019 onderzocht met het programma Forensic ToolKit (FTK). Nader onderzoek naar de data op voornoemde Sony-laptop wees uit dat in de ‘unallocated space/slack free space’ van de harde schijf van de laptop allerlei gegevens voorkwamen die verband hielden met bedrijven waarvan was gebleken dat die als ploffer of buffer hadden gefungeerd. In de data werden onder meer datasheets aangetroffen, op naam van de ploffers [bedrijf 25] en [bedrijf 33] , opgemaakt onder de auteursnaam " [naam 13] '. Ook werden gegevens aangetroffen van meerdere skype-accounts en skypemappen. De inhoud van de skypemappen was gewist. De FIOD heeft met behulp van voornoemd programma FTK in de unallocated space van de harde schijf van de laptop de inhoud van skypechats (gedeeltelijk) naar boven kunnen halen. In de data van de Sony-laptop werden aangemaakte skypemappen aangetroffen met namen als ‘ [verdachte] ’ en ‘ [verdachte] ’, maar ook de namen [naam 14] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 9] en [naam 15] . Tevens was sprake van skypemappen met de [naam 16] en [naam 17] . Van de bedrijven van [naam 14] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 9] ( [bedrijf 8] , [bedrijf 21] en [bedrijf 5] ) is in het onderhavige strafrechtelijk onderzoek gebleken dat die als buffer hebben gefungeerd en goederen hebben gefactureerd aan [bedrijf 13] . Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het heel wel mogelijk is dat de Sony-laptop op het kantoor aan de [adres 2] te Hilversum niet alleen door hem maar tevens door anderen werd gebruikt, zodat niet kan worden vastgesteld welke data/gegevens op de laptop door hem, en welke door anderen zijn ingevoerd. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij geen gebruik heeft gemaakt van andere skypenamen dan de skypenamen ‘ [verdachte] ’ en ‘ [verdachte] ’. De rechtbank volgt verdachte hierin niet en overweegt daartoe als volgt. Op de Sony-laptop zijn skypegesprekken aangetroffen die zijn gevoerd in de periode van april 2011 tot en met april 2012. Deze skypegesprekken zien op goederentransacties. Genoemde periode is een andere dan die waarin verdachte, volgens zijn verklaringen tijdens zijn verhoren, op het kantoor aan de [adres 2] te Hilversum voor [bedrijf 27] heeft gewerkt, te weten van ongeveer april 2012 tot april 2013, in welke periode verdachte, naar eigen zeggen, vooral gebruik heeft gemaakt van een iPad. Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat de laptop veel data bevatte, die direct aan verdachte persoonlijk te linken is. Zo is op de onder verdachte inbeslaggenomen Sony-laptop een brief aangetroffen van 25 januari 2013, gericht aan het CVOM, inzake een aan [naam 12] - de zus van [naam 11] – op 21 januari 2013 opgelegde sanctie. De auteursnaam van het document was, blijkens de documenteigenschappen: ‘ [naam 13] ’. Verdachte heeft - als gezegd - erkend dat hij een relatie met [naam 11] heeft gehad, tot ongeveer begin 2014. Ook in de administratie van logistiek dienstverlener [bedrijf 15] (hierna: [bedrijf 15] ) zijn datasheets aangetroffen waarvan de auteursnaam " [naam 13] " was. Dit betroffen datasheets met betrekking tot de bedrijven [bedrijf 25] en [bedrijf 33] . Op de onder verdachte inbeslaggenomen Sony-laptop is als gezegd ook een skypemap aangetroffen genaamd [naam 18] . Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend de gebruiker te zijn geweest van de skypenaam [naam 18] . De rechtbank is echter op grond van het hiernavolgende van oordeel dat het verdachte is geweest die skypegesprekken onder de skypenaam [naam 18] heeft gevoerd. Tijdens een doorzoeking van de woning van medeverdachte [medeverdachte 3] zijn een laptop Apple Macbook pro (MMMM-12) en een Compaq-laptop (MMMM-26) aangetroffen en in beslag genomen, laptops waarop een grote hoeveelheid aan data van skypegesprekken is aangetroffen. Eén van de gebruikersnamen was ‘ [naam 19] ’, welke skypenaam op naam van medeverdachte [medeverdachte 3] was geregistreerd. Door [medeverdachte 13] van de berichten werden goederenstromen en geldstromen via betalingsplatforms aangestuurd. Het bedrijf [bedrijf 34] (hierna: [bedrijf 34] ) heeft in Duitsland als ploffer gefungeerd bij het plegen van btw-carrouselfraude; in de periode december 2011 en februari 2012 was [bedrijf 34] een afnemer van [bedrijf 14] . In een deel van de skypechats aangetroffen op de harde schijf van de Apple-laptop Macbook Pro en gevoerd door [naam 18] kwamen meerdere namen voor die, bij uitstek, aan verdachte kunnen worden gelinkt: namen als ‘ [naam 20] ’ (een zoon van verdachte), ‘ [naam 21] ’ (een naam die voorkomt in dossier [naam 9] ) en ‘ [naam 22] ’ (verdachte had contact met personen van [bedrijf 17] , zoals door verdachte ter terechtzitting op 15 januari 2020 ook is verklaard). De rechtbank heeft op grond van het voorgaande de overtuiging dat de gebruiker van de skypenaam [naam 18] verdachte was. Verder is op de onder verdachte inbeslaggenomen Sony-laptop een skypemap aangetroffen met de naam ‘ [naam 17] ’. Ook die skypenaam is aan verdachte te linken. Op de unallocated space van de Sony-laptop zijn tekstblokken aangetroffen waaruit bleek dat op 7 en 12 december 2012 de gebruiker met de skypenaam ‘ [naam 17] ’ skypet met de gebruiker van de naam ‘ [naam 23] ’ (zijnde medeverdachte [medeverdachte 13]) en een persoon onder de naam ‘ [naam 24] ’ waarvan de identiteit in het onderzoek onbekend is gebleven. Medeverdachte [medeverdachte 13] heeft tijdens zijn verhoor bij de FIOD verklaard dat de gebruiker van de skypenaam ‘ [naam 17] ’ verdachte moet zijn. De rechtbank ziet ook in het hiernavolgende redenen om aan te nemen dat de persoon achter de skypenaam ‘ [naam 17] ’ verdachte was. Als eerder uiteengezet heeft [medeverdachte 11] verklaard dat ‘Koffie’( [naam 10] ) in april 2013 met instemming van [medeverdachte 11] de bedrijfsgegevens van [bedrijf 9] aan [verdachte] heeft verstrekt. Kort na de overdracht van de bedrijfsgegevens, in mei 2013, is vervolgens sprake van een goederenstroom rond een partij van 2475 HDD Seagate, waarbij ‘ [naam 17] ’ een actieve rol speelt. De rechtbank acht het, gelet op het voorgaande in samenhang bezien, niet aannemelijk dat het anderen zijn geweest die de op de Sony-laptop (PCG 8V2M) aangetroffen skypegesprekken zouden hebben gevoerd. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verdachte degene is geweest die de data op de laptop heeft ingevoerd. Conclusie De verklaring van [medeverdachte 5] , kort gezegd inhoudende dat hij de gegevens van de door hem genoemde bedrijven aan verdachte aan heeft geleverd, wordt ondersteund door de verklaring van [medeverdachte 12] . Ook de verklaring van [medeverdachte 11] wijst erop dat de gegevens van bedrijven, in dit geval [bedrijf 9] , aan [verdachte] werden aangeleverd. Op de aan verdachte toebehorende Sony-laptop is daarnaast op diverse plekken data aangetroffen die wijst op betrokkenheid van verdachte bij de door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 11] genoemde ploffers en buffers. De rechtbank acht de verklaring van [medeverdachte 5] zodoende betrouwbaar en bezigt deze voor het bewijs. 4.4.2 Ten aanzien van feit 4 De rechtbank stelt vast dat verdachte met diverse medeverdachten contacten heeft onderhouden, veelal via Skype. Uit de skypeberichten, in samenhang met administratieve gegevens met betrekking tot de goederen - en geldstromen en facturen blijkt dat verdachte een actieve en sturende bijdrage heeft geleverd aan het handelen in het kader van de btw-carrouselfraude. Contacten met medeverdachten Verdachte heeft zelf verklaard dat hij medeverdachte [medeverdachte 3] sinds 2003-2004 kent. Uit het dossier blijkt ook dat verdachte en [medeverdachte 3] meermalen samen betrokken zijn geweest bij ondernemingen: vóór 2009 bij [bedrijf 35] , begin 2011 bij [bedrijf 36] en daarna bij [bedrijf 27] ( [bedrijf 27] ). In de data op de harde schijf van de bij [medeverdachte 3] in beslag genomen Apple laptop Macbook Pro zijn skypechats aangetroffen, gevoerd tussen de gebruikers van de skypenamen ‘ [naam 19] ’ (uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 3] de gebruiker is geweest van het skypeaccount ‘ [naam 19] ’) en ‘ [verdachte] ’. Uit die gesprekken valt onder meer af te leiden dat verdachte met [medeverdachte 3] afspreekt dat hij naar ‘bokkie’ zal komen, waarmee wordt gedoeld op Eetcafe De Bock in Hilversum, zijnde een café dat later door de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 3] - [medeverdachte 2] wordt gerund onder de naam ‘de Huiskaemer’. Tevens skypet verdachte aan [medeverdachte 3] het volgende over binnenkomend geld en doet hij een voorstel voor de verdeling: “# [verdachte] /$ [naam 19] ;bcab45da0d8d4403 [verdachte] Geld komt van bedrijf waar iemand het wegboekt dus moet gelijk weer verder ! Zit nu met hem. 15 is akkoord maar 10 jij en 5 ik, okay? 14wkn is goed. […] . [verdachte] .” Ook uit de data op de aan verdachte toebehorende Sony-laptop blijkt dat de gebruiker van de skypenaam ‘ [verdachte] ’ (verdachte) via Skype contact heeft gehad met de gebruiker van ‘ [naam 19] ’. Eind april 2011 vond blijkens voornoemd data-onderzoek een skypegesprek plaats tussen verdachte (‘ [verdachte] ’) en [medeverdachte 3] (‘ [naam 19] ’), met de volgende inhoud: “wanneer kun je met [naam 25] Na het weekend, dinsdag/woensdag [naam 19] kan ik jou zo even bellen hierover ik heb met thijs gesproken hij zegt dat het beter is toch met hem er ook bij te zitten ik heb ook nog sets anders voor hem zeeee eer intressant”. Uit het voorgaande volgt dat verdachte - onder meer via Skype - contact onderhield met de medeverdachten [medeverdachte 3] en [naam 25] ( [medeverdachte 13] ), welke laatste verdachte al sinds in ieder geval 2003 kende. Onder medeverdachte [medeverdachte 5] is een Compaq-computer inbeslaggenomen, op welke computer eveneens skypebestanden zijn aangetroffen. Via het skypeaccount ‘ [naam 26] ’ ( [medeverdachte 5] ) werden ondernemingen aangeboden aan de gebruiker van het skypeaccount ‘ [naam 27] ’ ( [medeverdachte 3]) en werd gebeld met de gebruiker van het skypeaccount ‘ [naam 17] ’ (verdachte). Ook [medeverdachte 13] - via het skypeaccount [naam 28] - en ‘ [naam 26] ’ ( [medeverdachte 5] ) onderhielden via skype contact met ‘ [naam 17] ’ (verdachte) en ‘ [naam 27] ’ ( [medeverdachte 3] ). Ook blijkt uit deze bestanden dat de gebruikers van de skypeaccounts ‘ [naam 17] ’ (verdachte) en [naam 28] ( [medeverdachte 13]) op 14 en 15 mei 2013 met elkaar chatten over twee partijen goederen. De rechtbank is van oordeel dat uit de skypegesprekken volgt dat [medeverdachte 3] en verdachte zich bezighielden met het op gang houden van geldstromen alsook de verdeling van het af te romen geld. Uit de skypebestanden blijkt verder dat de gebruiker van ‘ [naam 17] ’ (verdachte) zich bezig hield met betalingen zoals een betaling gedaan van de bankrekening van het betalingsplatform [naam 8] naar [bedrijf 37] en een betaling gedaan vanaf de rekening van [bedrijf 9] naar dit betalingsplatform. Internetgebruik in beslaggenomen laptops en handels- en facturenstromen Onderzoek naar het internetgebruik op de Sony-laptop door - als vastgesteld - verdachte - en de bezochte webpagina’s heeft uitgewezen dat verdachte zich gedurende de ten laste gelegde periode actief heeft beziggehouden met verschillende handels- en facturenstromen. Een deel van de resultaten van het onderzoek - voor zover die zien op schijnhandel gepleegd met de ten laste gelegde ondernemingen - wordt hierna weergegeven. - Handels- en facturenstroom tussen [bedrijf 34] en [bedrijf 6] Blijkens de aangetroffen data heeft verdachte op 10 oktober 2011 omstreeks 13:13 uur een bestand benaderd met betrekking tot een verkoop van [bedrijf 34] aan het bedrijf [bedrijf 6] . De URL luidde: Visited: VGN-AR11B©file:///H:/FYBAU/Klanten/ /Offerte_38_20120106_0954.pdf was verbonden met het bedrijf [bedrijf 6] (hierna: [bedrijf 6] ), welk bedrijf als ploffer voor btw-fraude heeft gefungeerd. Het bijbehorende pdf bestand kon in de data niet (meer) worden getraceerd. Uit een overzicht van de ‘black box’ van het betalingsplatform [naam 1] , ten name van [naam 29] , blijkt dat op 13 januari 2012 een bedrag van € 194.634,40 via een interne overboeking is overgemaakt naar het interne account van [bedrijf 34] . - Handels- en facturenstroom tussen [bedrijf 38] en [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ) Blijkens de gevonden data op de Sony-laptop heeft verdachte op 3 mei 2012 een bestand benaderd met betrekking tot een verkoop van [bedrijf 38] aan het bedrijf [bedrijf 4] . De URL luidde: Visited: VGN-AR11B@file:///H:/DEALS/800 en 500 cpu ittouch/INVOICE [bedrijf 38] 071 [bedrijf 4] .pdf. De bijbehorende verkoopfactuur en het pdf-bestand waren in de data op de laptop niet te vinden. Het onderzoeksdossier bevat echter wel een verkoopfactuur, gedateerd 10 april 2012 van [bedrijf 38] gericht aan [bedrijf 4] , volgens welke factuur [bedrijf 38] 800 stuks Intel Core 17-2600K en 500 Intel Core 15-2500K factureert aan [bedrijf 4] , voor een bedrag van in totaal € 282.450,--.. Uit die factuur bleek dat de goederen terechtkwamen in het magazijn van [bedrijf 15] . Ook in de administratie van [bedrijf 15] werden gegevens aangetroffen betreffende deze goederenstroom (dossier 2012040471). Op basis van die gegevens werd duidelijk welke ondernemingen bij deze goederenstroom betrokken waren (geweest). De goederen werden via de bedrijven [bedrijf 4] en [bedrijf 5] gefactureerd aan [bedrijf 13] en de release van de goederen vond telkens plaats op 5 april 2012. Onderzoek naar verkoopfacturen van [bedrijf 5] , gericht aan [bedrijf 13] , liet zien dat de goederen op 10 april 2012 in drie partijen - van tweemaal 500 en éénmaal 300 stuks – zijn gefactureerd aan [bedrijf 13] , waarbij, gezien een vergelijking van de inkoopprijzen van [bedrijf 4] en van [bedrijf 13] , duidelijk sprake is van een prijsval. - Handels- en facturenstroom met [bedrijf 39] ( [bedrijf 7] , hierna: [bedrijf 7] ), [bedrijf 8] (hierna: [bedrijf 8] ) en [bedrijf 13] Uit een overzicht van ontvangsten en betalingen van het account op naam van [bedrijf 39] bij het betalingsplatform [naam 1] , bleek dat [bedrijf 39] ( [bedrijf 7] ) betalingen ontving van [bedrijf 8] en vervolgens weer betalingen deed aan het bedrijf [bedrijf 40] GmbH. Het dossier bevat een verkoopfactuur van 13 april 2012, genummerd 128-3, en gericht aan [bedrijf 7] , waarmee 1.000 cpu’s INTEL 17-2600K voor een bedrag van in totaal € 226.250,-- (€ 226,25 per stuk) in rekening werden gebracht. Volgens de factuur worden de goederen naar [bedrijf 15] vervoerd. Op basis van de administratie van [bedrijf 15] (dossier 2012040494A) kon worden herleid welke ondernemingen bij deze goederenstroom betrokken zijn geweest, te weten achtereenvolgens: [bedrijf 40] – [bedrijf 39] – [bedrijf 8] – [bedrijf 13] – [bedrijf 41] . De goederen werden gereleased op data die in de tijd elkaar niet chronologisch opvolgen: 17 april 2012, 16 april 2012, 17 april 2012, 17 april 2012 en 18 april 2012. Op de Sony-laptop zijn hits aangetroffen die betrekking hebben op deze goederenstroom (o.a. hit#11: H:\DEALS\1000 cpu [bedrijf 39] \120354 [naam 30] .pdf.). Uit een factuur van [bedrijf 8] van 17 april 2012, gericht aan [bedrijf 13] (factuurnummer 12054), bleek dat de 1.000 cpu’s voor € 196.000,-- (€ 196,-- per stuk) werden gefactureerd aan [bedrijf 13] . Door de inkoopprijs van [bedrijf 39] (€ 226,25) te vergelijken met de inkoopprijs van [bedrijf 13] (€ 196,--) werd zichtbaar dat er sprake was van een prijsval. Het dossier bevat nog meer facturen van [bedrijf 40] , die kennelijk samenhingen met op de Sony-laptop aangetroffen hits en goederenstromen, waarbij de goederen - blijkens de administratie van [bedrijf 15] - telkens binnen een tijdsbestek van slechts één dag of enkele dagen zijn verhandeld/verplaatst en waar telkens een keten van verschillende bedrijven bij betrokken is geweest, te weten [bedrijf 40] , [bedrijf 39] , [bedrijf 8] , [bedrijf 13] , [naam 34] Interactive, CubeIT, Simon Jersey BV, [bedrijf 66] en [bedrijf 5] . Aan de hand van een vergelijking van de gegevens op de verzonden facturen is vastgesteld dat steeds sprake was van een opvallende prijsval. - Handels- en facturenstroom tussen [bedrijf 40] en [bedrijf 4] Op de Sony-laptop is ook data aangetroffen met betrekking tot [bedrijf 4] , waaronder gegevens met betrekking tot een datasheet ‘ [bedrijf 4] ’ en informatie over [bedrijf 4] . Op de Sony-laptop is ook de verwijzing ‘904 ps3 160gb hnc’ aangetroffen. Het dossier bevat een factuur waaruit blijkt dat 904 stuks PS3 160GB door [bedrijf 40] aan [bedrijf 4] werden verkocht op 16 maart 2012 voor € 190,-- per stuk. Blijkens de verkoopfactuur werden de goederen vervoerd naar en ondergebracht bij [bedrijf 15] . [bedrijf 4] heeft de 904 stuks vervolgens aan [bedrijf 5] gefactureerd, voor € 162,-- per stuk en [bedrijf 5] heeft hierna de partij weer aan [bedrijf 13] gefactureerd voor € 164,-- per stuk. Daaruit blijkt wederom van een opvallende prijsval. - [naam 1] Op de Sony-laptop is tot slot data aangetroffen met verwijzingen naar (een account voor) het betalingsplatform [naam 1] zoals: https:// [naam 1] .eu/account/ [naam 1] I Customer Account; https:// [naam 1] .eu/account/ [naam 1] I Customer Account. Pintransacties van bankrekeningen [bedrijf 5] , [bedrijf 8] en [verdachte] Vaststaat verder dat verdachte de beschikking heeft gehad over bankpassen van bedrijven die [medeverdachte 5] aan hem heeft overgedragen en dat hij ten behoeve van eigen bestedingen ook geld opnam van die rekeningen en/of van die rekeningen heeft betaald. [naam 14] , eigenaar van [bedrijf 8] , heeft verklaard dat hij op 1 april 2012, rond de periode van de overdracht van de aandelen, alle gegevens van de bankrekening van [bedrijf 8] aan [medeverdachte 5] heeft afgegeven. Eind april 2012 vroeg [naam 14] aan [medeverdachte 5] hoe het liep. Omdat hij geen informatie kreeg, ging [naam 14] naar de bank en hij kreeg toen een uitdraai van de rekening van [bedrijf 8] . [naam 14] zag dat er al veel transacties hadden plaatsgevonden. Later liet [medeverdachte 5] hem afschriften zien van de rekening van [bedrijf 8] , maar [naam 14] zag toen - aangezien hij zelf beschikte over de originele afschriften - dat met die afschriften was geknoeid en dat er transacties waren verwijderd. Dat ging om transacties in Marbella en contante opnames in Hilversum en Laren. [medeverdachte 5] zei tegen [naam 14] dat de valse afschriften van ‘ene [verdachte] ’ afkomstig waren, dat hij de bankpas van [bedrijf 8] aan [verdachte] had gegeven en [verdachte] die transacties had gedaan. [naam 14] was een keer met [medeverdachte 5] in restaurant La Place te Hilversum, toen een man op het raam klopte en [medeverdachte 5] wenkte. [medeverdachte 5] zei dat dat [verdachte] was. [verdachte] had te maken met de zaak [naam 9] , zo vertelde [medeverdachte 5] . Uit een vergelijking van geldopnamen van de bankrekeningen van [bedrijf 8] ( [rekeningnummer 4] ), [bedrijf 5] ( [rekeningnummer 5] ) en de privérekening van verdachte ( [rekeningnummer 6] ) over de periode van 27 april 2012 tot en met 11 juni 2012 blijkt dat meermalen op eenzelfde dag en bij eenzelfde geldautomaat geld van twee van die rekeningen is opgenomen. In de periode 27 april tot en met 25 mei 2012 vonden die geldopnames en pinbetalingen uitsluitend in Nederland plaats. In de periode van 27 mei tot en met 3 juni 2012 vonden die uitsluitend plaats in Spanje; in of in de omgeving van Marbella. Op 4 juni 2012 is te Marbella tweemaal met pinpassen betaald vanaf de rekeningen van [medeverdachte 9] en [bedrijf 8] . Dezelfde dag, op een later tijdstip, heeft op Schiphol van de rekening van verdachte een pinbetaling plaatsgevonden en vervolgens, weer later, te Laren vanaf de rekening van [bedrijf 8] . Ook is op 10 juni 2012 in Antwerpen betaald van de rekening van [bedrijf 8] en op 11 juni 2012, eveneens in Antwerpen, van de eigen rekening van verdachte. Hiervoor is reeds uiteengezet dat [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij de complete gegevens (inclusief bankpassen) van [bedrijf 5] en [bedrijf 8] aan verdachte heeft verstrekt, alsmede dat op de Sony-laptop van verdachte diverse verwijzingen naar beide bedrijven staan. De rechtbank concludeert uit al het voorgaande dat het verdachte is geweest die de beschikking had over de bankpassen van [bedrijf 5] en [bedrijf 8] . Van die rekeningen zijn ook privé-uitgaven gedaan ten behoeve van verdachte, zoals hierna onder 5.3.1 nader is uitgewerkt. Conclusie Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 5] en [verdachte] bedrijven aanleverden die als ploffer of buffer konden worden gebruikt voor de btw-carrouselfraude. [medeverdachte 5] zorgde daarbij voor de feitelijke aansturing van diverse katvangers en verstrekte de gegevens van de ondernemingen aan [verdachte] . [verdachte] kreeg zowel van [medeverdachte 5] als van derden de gegevens van de ondernemingen aangeleverd, welke ondernemingen vervolgens binnen de btw-carrousel werden gebruikt als ploffer en buffer. [verdachte] onderhield contact met meerdere medeverdachten over onder andere handels- en factuurstromen en over de verdeling van gelden en hij had de beschikking over bankpassen van twee buffers. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte deel heeft genomen aan de criminele organisatie die - kort weergegeven - tot oogmerk had het plegen van btw-carrouselfraude. Van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan slechts dan sprake zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Gelet op hetgeen hiervoor is uiteengezet en hetgeen hierna verder zal worden uitgewerkt kan zonder meer worden vastgesteld dat er sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat tot doel had om btw-carrouselfraude mogelijk te maken. Om dat doel te bewerkstelligen werden binnen het samenwerkingsverband herhaaldelijk diverse misdrijven gepleegd. Zo werden facturen valselijk opgemaakt in verband met de schijntransacties, welke facturen in bedrijfsadministraties werden opgenomen. Aangiften omzetbelasting werden niet of onjuist gedaan en de ploffers en buffers voldeden niet aan de fiscale administratieverplichtingen. Door geen dan wel een valse administratie te voeren en gebruik te maken van katvangers, konden de ondernemingen na faillissement vervolgens niet voldoen aan de inlichtingen- en administratieplichten, zodat er sprake was van bedrieglijke bankbreuk. Binnen dit samenwerkingsverband was sprake van een zekere taakverdeling. De systeembouwers binnen de carrousel waren verdachten [medeverdachte 5] en [verdachte] . [verdachte] had een aansturende rol; op meer afstand van de katvangers dan [medeverdachte 5] . [medeverdachte 13] hield zich bezig met de transacties van zowel ploffers en buffers als [bedrijf 13] . Hij was voor logistiek dienstverlener [bedrijf 15] het aanspreekpunt en coördineerde de goederen- en facturenstromen. Hij werd daarin aangestuurd door en volgde de instructies op van [medeverdachte 3] . Ook [medeverdachte 3] hield zich actief bezig met de goederen- en facturenstromen. [medeverdachte 1] hield zich bezig met de transacties van ploffers en buffers, alsmede van [bedrijf 14] en vanaf 4 juli 2012 van [bedrijf 13] . Ook hij kan als coördinator van de goederen- en facturenstromen worden gekenmerkt. Voor het verborgen blijven van de carrousel was het gebruik van betalingsplatforms essentieel. Verdachte [medeverdachte 4] was beheerder van de betalingsplatforms [naam 1] en [naam 8] en daardoor in staat om de betalingsplatforms en het betalingsverkeer aan te sturen en de leden van de criminele organisatie te voorzien van gelden. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte een aandeel heeft gehad in gedragingen die strekten tot/verband hielden met de verwezenlijking van het binnen de criminele organisatie bestaande oogmerk. Uit het voorgaande blijkt dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de criminele organisatie. De rechtbank acht zodoende bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr. 4.4.3 Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 In het hierna volgende wordt achtereenvolgens ten aanzien van de ten laste gelegde vennootschappen besproken hetgeen uit de bewijsmiddelen blijkt over – de ontwikkelingen met betrekking tot – het bestuur, de leidinggevenden en de feitelijke zeggenschap ten aanzien van de ten laste gelegde vennootschappen, de betrokkenheid van de betreffende BV bij de ten laste gelegde verboden gedragingen en hetgeen daarover op basis van de bevindingen en de verklaringen van getuigen, medeverdachten, en documenten is gebleken over de rol en bijdrage van verdachte en/of medeverdachten. Voorts wordt – per vennootschap – besproken hetgeen uit bewijsmiddelen is gebleken ten aanzien van het niet, onvolledig of onjuist doen van aangiften omzetbelasting en het niet voldoen aan de administratieverplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Onder feiten 1 en 2 wordt verdachte verweten dat hij in verschillende varianten betrokken is geweest bij het niet doen van aangiften omzetbelasting door [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 4] , [bedrijf 5] , [bedrijf 6] , [bedrijf 7] , [bedrijf 8] en [bedrijf 9] , alsmede het onjuist doen van aangiften omzetbelasting door [bedrijf 10] , [bedrijf 11] en [bedrijf 12] . Onder feit 3 wordt verdachte verweten dat hij bij al deze bedrijven betrokken was bij het niet houden aan de administratieverplichtingen in de zin van de Awr. Uit een ambtsedig opgemaakte verklaring van drs. [naam 31] van de Belastingdienst/FIOD blijkt dat van vrijwel alle onder de feiten 1, 2 en 3 genoemde vennootschappen is vastgesteld dat deze in de jaren 2011 tot en met 2013, telkens gedurende een periode van enkele maanden, als plofferbedrijven zijn gebruikt in een keten van samenwerkende ondernemingen voor het plegen van btw-carrouselfraude. Hierna zullen de relevante omstandigheden per in de tenlastelegging genoemde onderneming worden weergegeven. 4.4.4 [bedrijf 1] Tijdens het FIOD onderzoek kwam uit het systeem ‘VIES’ een melding naar voren naar aanleiding van intracommunautaire leveringen aan de Nederlandse onderneming [naam 31] (hierna: [naam 31] ). De activiteiten van deze BV waren sinds 30 mei 2007 onder meer: beheer en financiering, advisering, consultancy, en management, begeleiding, en re-integratie. Met ingang van 7 januari 2011 werden de activiteiten uitgebreid met de omschrijvingen ‘import, export en handelsbemiddeling’. De handelsnaam van [naam 31] is [naam 31] Trading. [naam 31] werd bij uitspraak van 16 november 2011 in staat van faillissement verklaard (curator mr. E. Verwey). Enig aandeelhouder van [naam 31] tot 21 oktober 2011 was [naam 32] en vanaf die datum tot 16 november 2011 [naam 33] . [naam 33] was tevens van 31 december 2010 tot 25 januari 2011 alleen en zelfstandig bevoegd bestuurder. Vanaf 25 januari 2011 was medeverdachte [medeverdachte 6] alleen en zelfstandig bevoegd bestuurder van [naam 31] . [naam 33] heeft verklaard dat hem eind 2010 door [medeverdachte 5] is verteld dat [naam 33] de plaats van de bestuurder van [naam 31] kon innemen van de heer [naam 32] . Het moet [medeverdachte 5] zijn geweest die de inschrijving bij de Kamer van Koophandel - met terugwerkende kracht sinds 31 december 2010 - heeft geregeld. [medeverdachte 5] heeft ook voor zijn opvolger ( [medeverdachte 6] ) gezorgd, nadat [naam 33] had aangegeven dat hij uit [naam 31] wilde stappen. Noch als bestuurder noch als aandeelhouder van [naam 31] heeft [naam 33] enige controle uitgeoefend op activiteiten binnen de BV. [naam 33] heeft nimmer de bankafschriften van [naam 31] , waaruit bleek dat in de periode van 31 januari 2011 tot 16 februari 2011 zeer grote betalingen plaatsvonden op die rekening, gezien en heeft van die transacties geen weet gehad. Medeverdachte [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij werd benaderd door [medeverdachte 5] . [medeverdachte 6] is op 14 september 2011 met [medeverdachte 5] bij de Kamer van Koophandel geweest om zich aan te melden als bestuurder. [medeverdachte 6] heeft met terugwerkende kracht [naam 31] op zijn naam gezet als bestuurder vanaf 25 januari 2011. [medeverdachte 6] heeft in de periode voor 14 september 2011 geen enkele bestuurlijke handeling verricht. Handels – en facturenstromen [naam 31] Uit onderzoek van de FIOD is gebleken dat [naam 31] betrokken is geweest bij frauduleus handelen in het kader van btw-carrouselfraude van een goederenstroom met betrekking tot een partij 497 PS3 160gb (Playstations). De Zweedse onderneming [bedrijf 42] (hierna: [bedrijf 42] ) heeft in januari 2011 deze partij PS3 aan [naam 31] verkocht. Na die aankoop vanuit het buitenland was in Nederland sprake van een keten van bedrijven die waren tussengeschoven als ploffer (missing trader) en buffer, alvorens de partij aan [bedrijf 13] werd verhandeld. Tussengeschoven ondernemingen hadden geen economisch toegevoegde waarde en er was sprake van prijsval bij de ploffer. Uit e-mailverkeer, aangetroffen in de administratie van de logistiek dienstverlener [bedrijf 44] , blijkt dat op 16 januari 2011 zes pallets met PS3 160gb werden vervoerd ‘ [bedrijf 31] [bedrijf 42] 497 units EU’. De partij is op 27 januari 2011 aan [bedrijf 42] gereleased. Op 27 januari 2011 is de partij verplaatst van [bedrijf 44] naar [bedrijf 15] . Uit de administratie van [bedrijf 15] is gebleken dat de partij nog dezelfde dag, op 27 januari 2011, door [bedrijf 42] (Zweden) wordt geleverd aan [naam 31] en vervolgens dezelfde dag weer overgaat via een bedrijf genaamd [bedrijf 45] , naar [bedrijf 13] . [bedrijf 13] heeft de goederen op 31 januari 2011 vrijgegeven aan [naam 34], dit terwijl de partij al eerder, reeds op 28 januari 2011, op naam van [naam 34] werd verplaatst van [bedrijf 15] naar (opnieuw) [bedrijf 44] . Uit betalingsmutaties van [naam 31] is ten aanzien van de partij 497 PS3 160gb het volgende gebleken. Op 3 februari 2011 is van de rekening van [naam 31] een bedrag van € 119.777,-- overgemaakt naar [bedrijf 42] ; verkoopprijs per stuk: € 241,--. Uit bankafschriften van [naam 31] is gebleken dat [naam 31] op 3 februari 2011 een bedrag van € 124.348,16 van [bedrijf 45] heeft ontvangen met als omschrijving ‘(..) 497 Ps3 160gb’; prijs per stuk € 210,25. Daarmee is doorverkocht met een aanzienlijke verliesmarge en was sprake van een onzakelijke prijsval van ongeveer 12,75% van de inkoopprijs. [bedrijf 45] heeft blijkens een factuur van 26 januari 2011 aan [bedrijf 13] de partij aan [bedrijf 13] verkocht voor € 125.087,45 (incl. € 19.971,95 btw) ofwel € 211,50 per stuk. In de administratie van [bedrijf 13] is een verkoopfactuur aangetroffen, gedateerd 26 januari 2011 en gericht aan [naam 34] , waarop staat dat de goederen voor € 126.861,74 (incl. € 20.255,24 btw) zijn verkocht, dat wil zeggen: € 214,50 per stuk. In de administratie van [naam 34] werd een factuur aangetroffen van 13 januari 2011, gericht aan [naam 35] , waarop staat dat een partij van 497 PS3 160gb wordt verkocht voor in totaal € 131.888,89 (incl. € 21.057,89 btw) ofwel € 223,-- per stuk. De FIOD heeft op grond van de hiervoor weergegeven goederen- en facturenstroom geconstateerd dat de partij 497 PS3 niet voor de consumentenmarkt was bestemd, dat de goederen bewust werden rondgestuurd en dat tussengeschoven ondernemingen geen economisch toegevoegde waarde hadden, zodat kennelijk sprake was van schijnhandel. Ten aanzien van de aangifte omzetbelasting van [naam 31] van januari 2011 Op basis van het VIES-systeem is vastgesteld dat [naam 31] in het eerste kwartaal van 2011 voor een bedrag van in totaal € 553.345,-- intracommunautair heeft verworven. De volgende bedrijven hebben in dat eerste kwartaal vermeld geleverd te hebben aan [naam 31] : [bedrijf 46] , Duitsland voor een bedrag van : € 312.750,--; [bedrijf 47] , Engeland voor een bedrag van: € 240.595,--. Uit informatie uit Zweden komt verder naar voren dat de intracommunautaire verwervingen voor een bedrag van € 310.502,-- hoger liggen. [naam 31] heeft over de maand januari 2011 geen aangifte omzetbelasting gedaan bij de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft op 20 januari 2011 een bericht aan [naam 31] verzonden voor het doen van aangifte; in het bericht stond echter geen uiterste termijn vermeld. De uiterste inleverdatum voor de belastingaangifte van [naam 31] over januari 2011 was 28 februari 2011. Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [naam 31] [naam 33] en [medeverdachte 6] hebben verklaard geen controle van de administratie te hebben verricht en hebben allebei verwezen naar [medeverdachte 5] , die zei dat hij alles wel zou regelen. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij van [medeverdachte 5] in het najaar van 2011 van [naam 31] slechts drie ordners heeft ontvangen met verouderde administratie, van vóór 2011. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij [naam 31] op naam kreeg als hij het administratieve werk zou doen wat gedaan moest worden, zoals het doen van achterstallige aangiften, en het opstellen van de boekhouding over eerdere jaren, op basis van de inhoud van de ordners. De ontbrekende stukken zouden hem nog verstrekt worden. De bankafschriften van [naam 31] over de jaren 2010 en 2011 ontbraken. Tegen de curator heeft [medeverdachte 6] verklaard dat er geen administratie van [naam 31] is en was. De voormalig aandeelhouders van [naam 31] , [naam 32] en [naam 33] , verklaarden tegenover [naam 48] , controlerend ambtenaar van de Belastingdienst, geen administratie te hebben van [naam 31] over 2011. [naam 33] heeft verklaard geen enkele handeling voor [naam 31] te hebben verricht, geen administratie te hebben gevoerd en niets te weten van de bankrekening en/of facturen van [naam 31] . 4.4.5 [bedrijf 2] / [bedrijf 3] [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) is opgericht op 23 september 1997. De activiteiten van [bedrijf 2] hebben bestaan uit: het ontwikkelen van vastgoed, handel in keukenapparatuur en witgoed, alsmede alle voorkomende elektronica. De handelsnaam van [bedrijf 2] was ‘ [bedrijf 3] .nl’. Op 22 juni 2011 is [bedrijf 2] failliet verklaard. De curator was mr. A.C. Huisman. Enig bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 2] was tot 31 december 2010, [naam 36] , alleen/zelfstandig bevoegd. Sinds 31 december 2010 is [bedrijf 48] enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 2] . Op dezelfde dag, 31 december 2010, is de [stichting 1] - opgericht op 30 maart 2010 door [naam 37] , gevestigd te Emmen - enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 48] geworden. Bestuurders van de [stichting 1] waren achtereenvolgens: - [naam 37] , van 25 maart 2010 tot 22 februari 2011; - [medeverdachte 5] , van 22 februari 2011 tot 10 maart 2011; - [medeverdachte 6] , van 10 maart 2011 tot 6 juni 2011; - [naam 49] , van 6 juni 2011 tot 22 juni 2011 (datum faillissement). [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hem tijdens zijn aanstelling als bestuurder nooit is verteld dat iets met de BV werd gedaan. [medeverdachte 5] , die voor hem de bestuurder was, had hem daarover ook niets verteld. Handels- en facturenstromen [bedrijf 2] Uit het systeem ‘VIES’ bleek dat [bedrijf 2] in het jaar 2011, over de eerste drie kwartalen, voor een bedrag van in totaal € 3.398.914,-- aan intracommunautaire leveringen had verworven. Genoemd bedrag was als volgt opgebouwd: Naam land 1e kw 2011 2e kw 2011 3e kw 2011 Totaal [naam 38] Cyprus € 108.170,-- € 108.170,-- [naam 39] Duitsl € 825,-- € 825,-- [naam 40] Ierland € 806,-- 20,-- (neg.) € 516,-- € 310,-- [naam 41] Ierland € 234.536,-- € 1.064.854,-- € 1.299.390,-- [naam 42] Italië € 0,-- € 578.500,-- € 578.500,-- [naam 43] Zweden € 559.006,-- € 55.354,-- € 614.360,-- [naam 44] Zweden € 173.604,-- € 541.315,-- € 714.919,-- [naam 45] Slovenië € 82.440,-- € 82.440,-- Totaal: € 967.952,-- € 2.430.653,-- € 309,-- € 3.398.914,-- Ten aanzien van [bedrijf 2] zijn diverse ‘artikel 5 Scac-verzoeken’ gedaan: verzoeken om wederzijdse bijstand aan de autoriteiten van het land waaruit verhandelde goederen afkomstig zijn. Cyprus heeft documenten verstrekt waaruit bleek dat het bedrijf [naam 38] aan [bedrijf 2] heeft gefactureerd. Op 18 mei 2011 werden tweehonderd Apple iPhones gefactureerd voor totaal een bedrag van € 108.200, --. De goederen werden blijkens de factuur overgebracht naar [bedrijf 44] . [naam 38] heeft volgens een factuur gedateerd 19 mei 2011 ingekocht bij [naam 46] in Engeland; [naam 46] leverde rechtstreeks aan [bedrijf 44] in Nederland. [naam 38] heeft op 2 mei 2011 drie betalingen overgemaakt aan [naam 46] , zijnde een bedrag van in totaal € 105.200,--. Op 23 mei 2011 heeft [naam 38] een betaling van € 108.170,-- ontvangen met als omschrijving ‘ [bedrijf 2] ’ van een bankrekening van ABN Amro Bank N.V. met rekeningnummer [rekeningnummer 7] . Blijkens een ontvangstbewijs heeft [bedrijf 44] de goederen afgegeven aan [bedrijf 49] te Amersfoort. Gezien uit Cyprus verkregen gegevens zijn de iPhones via een opslagplaats in Nederland bij [bedrijf 44] door [bedrijf 2] doorgeleverd aan [bedrijf 49] . Ierland heeft een aantal facturen verstrekt uit de administratie van [naam 41] , gericht aan [bedrijf 2] , betreffende de maanden maart, april en mei 2011, betreffende leveringen van spelcomputers, Sony Playstations 3. Uit een overzicht van die facturen blijkt dat in de maanden maart – april 2011 sprake is geweest van facturering aan [bedrijf 2] in verband met tien partijen Sony Playstations, voor een bedrag van in totaal € 811.942,--. Op basis van uit Italië verkregen informatie is gebleken dat [naam 42] aan [bedrijf 2] drie facturen heeft verzonden, gedateerd 13 mei 2011 (factuurnummers 2173, 2174, en 2175), betreffende partijen Playstations 3 en Nintendo 3DS. De facturen betroffen bedragen van respectievelijk € 230.000,--, € 98.500,-- en € 250.000,--. Volgens de stukken hadden de contacten inzake de handel zich afgespeeld tussen [naam 47] van [naam 42] en [medeverdachte 5] , ‘directeur’. Daarbij was een kopie van het paspoort van [medeverdachte 5] verstrekt. Plaats van bestemming van de goederen was [bedrijf 15] . De Belastingdienst heeft tijdens een controle bij het bedrijf [bedrijf 51] een zestal facturen aangetroffen van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 51], gedateerd 5 mei 2011, 10 mei 2011, 11 mei 2011, 12 mei 2011, nog eens 12 mei 2011 en 16 mei 2011, betreffende leveringen van spelcomputers, Nintendo DS en Sony PS3. In totaal werd hiermee een bedrag van € 809.496.31 gefactureerd. Het bedrag moest worden voldaan op bankrekening 626367093 ten name van [bedrijf 2] . In totaal heeft [bedrijf 2] een bedrag van € 129.247,31 aan omzetbelasting in rekening gebracht. Ten aanzien van de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 2] Volgens een ambtsedige verklaring van de Belastingdienst werd [bedrijf 2] voor de maanden januari 2011 tot en met mei 2011 uitgenodigd tot het doen van aangifte omzetbelasting. Over genoemde periode zijn door [bedrijf 2] geen aangiften omzetbelasting ingediend. Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 2] Tijdens het onderzoek is van [bedrijf 2] geen administratie aangetroffen. De heer [naam 48] voornoemd heeft verklaard dat hij, nadat hij eerst in 2011 tot en met de zomer 2012 meermalen vergeefs contact had gezocht met [medeverdachte 6] , telkens van [medeverdachte 6] een smoes kreeg als hij om informatie vroeg over onder meer [bedrijf 2] . [medeverdachte 6] zei dat hij de informatie niet had, de computer of printer niet werkte, of dat hij geen administratie had ontvangen. [naam 48] heeft [medeverdachte 6] in de periode van eind 2011 tot en met de zomer 2012 vier tot vijf maal gesproken. Er is niet voldaan aan het verzoek van de Belastingdienst om de gevraagde bescheiden en/of (digitale) informatie te verstrekken. [medeverdachte 6] heeft tijdens een gesprek met [naam 48] - in reactie op een verzoek om administratie aan te leveren - aan [naam 48] een aantal overeenkomsten overhandigd. Eén van de overeenkomsten betrof een overeenkomst gedateerd 27 februari 2011, volgens de tekst opgemaakt tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] . Volgens de overeenkomst neemt [medeverdachte 6] de [stichting 1] met de aandelen van [bedrijf 48] en [bedrijf 2] over van [medeverdachte 5] voor een bedrag van € 2.000,-- en wordt de hele boekhouding met ook de bankpassen overhandigd aan [medeverdachte 6] . Daarnaast heeft [medeverdachte 6] aan [naam 48] een overeenkomst overhandigd gedateerd 6 juni 2011 volgens welke overeenkomst [naam 49] de [stichting 1] overneemt van [medeverdachte 6] , eveneens voor een bedrag van € 2.000,-- waarbij in de Stichting zijn ondergebracht de aandelen van [bedrijf 48] , [bedrijf 2] en [bedrijf 10] . Over de handtekening op de overeenkomst van 27 februari 2011 heeft [medeverdachte 5] verklaard dat dat zijn handtekening is. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat de handtekening op genoemde overeenkomst niet zijn eigen handtekening is, aangezien hij, [medeverdachte 6] , altijd ondertekent met [medeverdachte 6] , en dat hij de in de overeenkomst genoemde administratie, de hele boekhouding, alsmede bankpassen, van de [stichting 1] , alsmede [bedrijf 48] en [bedrijf 2] nooit van [medeverdachte 5] heeft gekregen. [medeverdachte 6] heeft ten aanzien van de overeenkomst van 6 juni 2011 verklaard dat dat een overeenkomst is die hij zelf heeft opgemaakt en dat zijn eigen handtekening eronder staat. In genoemde overeenkomst staat dat [medeverdachte 6] de hele boekhouding van [stichting 1] , alsmede [bedrijf 48] en [bedrijf 2] met de bijbehorende bankpassen aan [naam 49] heeft verstrekt. [naam 49] heeft de overeenkomst niet in zijn aanwezigheid ondertekend. [medeverdachte 6] kende [naam 49] niet; [medeverdachte 5] was tussenpersoon tussen [medeverdachte 6] en [naam 49] . [medeverdachte 5] had de door [medeverdachte 6] ondertekende overeenkomst meegenomen en [medeverdachte 6] kreeg deze later, ondertekend, van [medeverdachte 5] terug. [medeverdachte 6] heeft geen administratie verstrekt aan [naam 49] . Uit de verklaring van [medeverdachte 6] , ondersteund door het gegeven dat er geen administratie is aangetroffen, blijkt dat de door hem aan [naam 48] overhandigde overeenkomsten in strijd met de waarheid zijn en dus dat onjuiste informatie aan de Belastingdienst is verstrekt. Op 28 maart 2013 deed mr. A.C. Huisman, curator, aangifte gedaan van bedrieglijke bankbreuk tegen de bestuurder dan wel de voormalige bestuurders van [bedrijf 2] . Uit de aangifte blijkt dat aan de curator geen administratie is overgedragen en dat men de administratie van [bedrijf 2] ‘heeft laten verdwijnen’. 4.4.6 [bedrijf 4] is op 5 augustus 2004 opgericht. Sinds 20 oktober 2011 luidden de handelsnamen ‘ [bedrijf 4] ’ en ‘ [bedrijf 4] .nl’. Met ingang van 1 september 2011 bestonden de activiteiten uit: winkel- en postorderbedrijf in computers. Sinds 20 oktober 2011 is de [stichting 2] (hierna: [stichting 2] ) enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 4] . De activiteiten van [bedrijf 4] werden gestaakt met ingang van 23 april 2012. Bestuurders van [stichting 2] waren achtereenvolgens: - [medeverdachte 6] , vanaf 20 oktober 2011 tot 15 februari 2012; - [naam 50] , vanaf 15 februari 2012 tot 28 maart 2012; - [naam 51] , vanaf 28 maart 2012 tot 1 april 2012; - [naam 52] , vanaf 1 april 2012 tot en met 1 april 2012. Vanaf 1 april 2012 staat geen bestuurder van [bedrijf 4] meer geregistreerd. [naam 50] heeft over [bedrijf 4] verklaard dat hij schulden had en geen eenmanszaak kon starten en dat hij daarom bestuurder van [stichting 2] is geworden. [medeverdachte 5] vertelde hem in mei-juni 2011 dat hij ook via een stichting bestuurder kon worden en kwam toen met [stichting 2] . [medeverdachte 5] zou de financiering regelen. Na anderhalve maand heeft [naam 50] zich weer laten uitschrijven. [medeverdachte 5] regelde iemand die het wel wilde overnemen; dat was [medeverdachte 10] . [naam 50] was in de veronderstelling dat geen sprake was van activiteiten met [bedrijf 4] . [naam 50] heeft ten aanzien van een factuur van ‘ [bedrijf 4] ’ aan [bedrijf 5] verklaard dat hij ‘ [bedrijf 4] ’ en de factuur niet kende, ondanks het feit dat hij op de datum van de factuur (6 maart 2012) nog bestuurder was. Ten aanzien van de administratie van [bedrijf 4] heeft [naam 50] verklaard dat hij van [medeverdachte 5] nooit enige administratie heeft gekregen. [medeverdachte 10] heeft verklaard dat hij zich op verzoek van [medeverdachte 5] en onder toezegging van betalingen als bestuurder heeft laten inschrijven bij diverse stichtingen, waaronder bij de [stichting 2] , met daaronder het bedrijf [bedrijf 4] . [medeverdachte 5] zou [medeverdachte 10] een bedrag van € 300,-- geven bij het op naam zetten van een stichting en € 250,-- voor elke BV onder een stichting. [medeverdachte 10] ging daarvoor samen met [medeverdachte 5] en/of [naam 50] naar de Kamer van Koophandel. [medeverdachte 5] had [medeverdachte 10] verteld dat er niets gebeurde met [bedrijf 4] . Voor zijn inschrijving als bestuurder van [bedrijf 4] kreeg [medeverdachte 10] € 550,-- van [medeverdachte 5] . Hij gaf aan [medeverdachte 5] zijn inschrijving en een kopie van zijn paspoort. [medeverdachte 10] heeft zich niet beziggehouden met de handel van [bedrijf 4] . Hij was niet gemachtigd voor de bankrekening van [bedrijf 4] . Handels- en facturenstromen [bedrijf 4] Volgens het VIES-systeem heeft [bedrijf 4] in het eerste kwartaal van 2012 voor een bedrag van € 1.753.066,-- aan goederen intracommunautair verworven. In die periode is door de volgende buitenlandse bedrijven aangegeven dat zij hebben geleverd aan [bedrijf 4] : [bedrijf 52] (Bulgarije), [bedrijf 53] (Engeland) en [bedrijf 54] (Ierland). Aan Bulgarije is een ‘artikel 5 Scac-verzoek’ gedaan, inzake de vennootschap [bedrijf 52] . Op basis van de uit Bulgarije verkregen informatie is gebleken dat [bedrijf 52] - in Bulgarije bekend onder [bedrijf 52] - in het eerste kwartaal van 2012 een vijftal facturen heeft verzonden aan [bedrijf 4] . In het eerste kwartaal 2012 heeft [bedrijf 52] 3.100 Sony Playstations 3 (PS3-320GB EU Specs) en 340 Apple iPhones 4S (16GB EU Specs) gefactureerd voor een bedrag van € 863.100,--. De goederen werden in Nederland in eerste instantie geleverd aan de logistiek dienstverlener [bedrijf 44] . [bedrijf 52] ontving op 8 maart 2012 een betaling van [bedrijf 4] ten bedrage van € 132.000,--. Op 14 en 20 maart 2012 heeft [bedrijf 52] betalingen ontvangen van € 10.000,-- respectievelijk € 173.600,--, afkomstig van [naam 1] . Uit de bankafschriften van de bankrekening van [bedrijf 4] bleek dat in het buitenland verworven goederen werden doorverkocht aan de eenmanszaak [bedrijf 5] . De Belastingdienst heeft op 2 mei 2012 een bezoek gebracht aan de eenmanszaak [bedrijf 5] . [medeverdachte 9] heeft verwezen naar zijn [administratiekantoor 1] . Mevrouw [naam 53] van [administratiekantoor 1] heeft verklaard dat de facturen van [bedrijf 5] aan het kantoor werden afgegeven door [medeverdachte 5] . Het administratiekantoor heeft 28 verkoopfacturen op naam van [bedrijf 4] gericht aan [bedrijf 5] verstrekt aan de Belastingdienst, die zien op verkopen tussen 6 maart 2012 en 29 maart 2012. Het totaal van de 28 facturen inclusief omzetbelasting is € 4.288.926,--. Er werd € 684.786,-- omzetbelasting in rekening gebracht. Onderzoek naar de bankafschriften heeft niet een volledig beeld gegeven van de omzet van [bedrijf 4] . Betalingen waren voor een deel op een ING-rekeningnummer ( [rekeningnummer 8] ) binnengekomen, maar uit verkoopfacturen van [bedrijf 4] bleek dat ook gebruik is gemaakt van rekeningnummer [rekeningnummer 9] van betalingsplatform [naam 1] Factoring Barcelona, bij de Nordea Bank Polska, te Polen. Ten aanzien van de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2012 van [bedrijf 4] werd uitgenodigd tot het doen van aangifte over het eerste kwartaal van 2012. Over het eerste kwartaal 2012 werd geen aangifte omzetbelasting ingediend. Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 4] De heer [naam 48] , voornoemd, heeft verklaard dat op de bezoekadressen de [adres 3] te Enschede en [adres 4] te Hoogeveen geen bedrijfsactiviteiten werden waargenomen en/of administratie is aangetroffen. Op een in mei 2012 verzonden schriftelijke uitnodiging aan [bedrijf 4] , gericht aan [medeverdachte 6] , ontving [naam 48] geen reactie. [medeverdachte 10] kon niet worden getraceerd; op de uit de GBA bekende woonadressen was [medeverdachte 10] niet woonachtig. De Belastingdienst heeft een aantal malen een uitnodiging achtergelaten, echter er werd geen contact opgenomen. [naam 50] heeft tegenover de FIOD verklaard dat er, volgens hem, geen administratie was. Uiteindelijk is geen administratie verkregen. 4.4.7 [bedrijf 5] [bedrijf 5] staat bij de Kamer van Koophandel geregistreerd als eenmanszaak met als eigenaar [medeverdachte 9] . Met [bedrijf 5] werd gestart op 14 februari 2012. De activiteiten bestaan uit handelsbemiddeling en de import en export van computeronderdelen. Uit door de FIOD opgemaakte schema’s blijkt dat [bedrijf 5] in de periode van maart tot en met mei 2012 ten behoeve van btw-carrouselfraude als buffer heeft gefungeerd alsmede welke plofferbedrijven aan deze buffer hebben geleverd: [bedrijf 4] , [bedrijf 7] , [bedrijf 19] en [bedrijf 18] . [medeverdachte 9] heeft tijdens zijn verhoor bij de FIOD op 24 juli 2013 verklaard dat hij [bedrijf 5] heeft opgericht met een kennis van wie hij de naam niet wil geven. Al kort na het opstarten van de zaak haakte die kennis af en verdween uit beeld. Het moest een bedrijf zijn met handel - import en export – in computeronderdelen. [medeverdachte 9] ging daarvoor naar de Kamer van Koophandel en verder hoefde hij niets te doen. [medeverdachte 9] heeft voor het overige gebruik gemaakt van zijn zwijgrecht. Tijdens een bezoek aan het UWV-kantoor op 27 augustus 2012 heeft [medeverdachte 9] over zijn werkzaamheden als zelfstandige verklaard dat hij met [bedrijf 5] was gestart omdat hij een schuld had bij ‘een oude kameraad’ (van wie hij de naam niet wilde geven) en dat hij in verband daarmee op 14 februari 2012 een eenmanszaak liet registreren onder de handelsnaam ‘ [bedrijf 5] ’. [medeverdachte 9] heeft tijdens dat bezoek tevens verklaard, dat hij geen bankpas van de rekening van de eenmanszaak heeft gehad. Handels - en facturenstromen [bedrijf 5] Uit de bankafschriften van [bedrijf 5] en de door het [administratiekantoor 1] verstrekte inkoopfacturen is gebleken dat [bedrijf 5] in de periode 7 maart 2012 tot en met 5 juni 2012 goederen heeft ingekocht van [bedrijf 4] , [bedrijf 39] BV en [bedrijf 59] , voor een totaalbedrag van € 7.451.038,29, waarvan een bedrag van € 4.388.353,76 (inclusief btw) betrekking had op het eerste kwartaal van 2012. Uit de bankafschriften van [bedrijf 5] in combinatie met gegevens verkregen tijdens een bedrijfsbezoek bij [bedrijf 13] , bleek voorts dat [bedrijf 5] in de periode van 7 maart 2012 tot en 31 mei 2012 ook goederen had verkocht, en wel aan [bedrijf 13] . In het eerste en tweede kwartaal van 2012 was aan [bedrijf 13] verkocht voor een bedrag van in totaal € 7.497.238,--, waarvan een bedrag groot € 4.660.810,53 (inclusief btw) betrekking had op het eerste kwartaal van 2012. Ten aanzien van de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 van [bedrijf 5] [medeverdachte 9] werd uitgenodigd tot het doen van aangifte, maar over het eerste kwartaal van 2012 werd geen aangifte omzetbelasting is ingediend. De vervaldatum voor het indienen van de aangifte was 30 april 2012. Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 5] De Belastingdienst heeft onderzoek gedaan naar de activiteiten van [bedrijf 5] en daarvoor een bedrijfsbezoek afgelegd bij [medeverdachte 9] en zijn boekhouder, [administratiekantoor 1] . De Belastingdienst heeft aan het Administratiekantoor schriftelijk vragen voorgelegd. Uit de beantwoording van die vragen bleek dat niet [medeverdachte 9] , maar [medeverdachte 5] , betrokken was bij de activiteiten van [bedrijf 5] en dat [medeverdachte 5] degene is geweest die telkens in- en verkoopfacturen op naam van [bedrijf 5] aan het kantoor verstrekte. [medeverdachte 9] heeft tijdens het bezoek aan het UWV op 27 augustus 2012 verklaard dat hij zelf geen administratie betreffende in- of verkoop heeft bijgehouden. De administratie en activiteiten van [bedrijf 5] zouden door zijn ‘oude kameraad’ worden gedaan. Zelf had hij geen enkele administratie van [bedrijf 5] . [naam 53] van het [administratiekantoor 1] heeft tegenover de Belastingdienst over de administratie van [bedrijf 5] verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 5] eind maart / begin april 2012 op kantoor kwam en haar vertelde dat een zoon van een goede vriend, of een neef van hem, een onderneming was gestart. [medeverdachte 5] vroeg of het [administratiekantoor 1] de administratie van [medeverdachte 9] wilde gaan verzorgen en [medeverdachte 5] zou contactpersoon zijn. [medeverdachte 5] had toen geen informatie over deze onderneming bij zich. [naam 53] heeft bij de Kamer van Koophandel een afschrift van de inschrijving van [bedrijf 5] opgevraagd. Tijdens een gesprek met [medeverdachte 9] , op 10 mei 2012, werd haar duidelijk dat deze persoon zelf niet de capaciteiten had om een onderneming te runnen. [medeverdachte 5] echter, liet [naam 53] weten dat hij niets met de onderneming van doen had. [medeverdachte 5] heeft aan [naam 53] slechts in- en verkoopfacturen van [bedrijf 5] verstrekt en later bankafschriften. Alles speelde zich af in een periode van slechts zes weken. Tijdens het onderzoek is verder geen administratie van [bedrijf 5] aangetroffen. 4.4.8 [bedrijf 6] is opgericht op 20 maart 2008. Als activiteiten staan geregistreerd: exploitatie van een expertisebureau op het terrein van interieurtextiel en de handel in elektronica. Vanaf 6 juli 2011 was enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 6] de [administratiekantoor 2] (hierna: [administratiekantoor 2] ). Bestuurders van de op 6 juli 2011 opgerichte [administratiekantoor 2] waren achtereenvolgens: - [naam 54] , van 6 juli 2011 tot 1 september 2011; - [medeverdachte 5] , van 1 september 2011 tot 22 september 2011; - [medeverdachte 6] , van 22 september 2011 tot 16 februari 2012; - [medeverdachte 6] en [naam 50] , van 16 februari 2012 tot 1 juni 2012. [naam 54] heeft ten aanzien van [bedrijf 6] verklaard dat [medeverdachte 5] haar rond juli 2011 gevraagd had of zij het bedrijf tijdelijk op haar naam wilde zetten. [medeverdachte 5] zou de schuld van het bedrijf afhandelen. [naam 54] wist niets over de activiteiten van het bedrijf en zij wist niet welke handelsnamen werden gebruikt. Over de bankrekening van de vennootschap heeft [naam 54] verklaard dat de BV een bankrekening had bij de ING bank. [naam 54] kreeg daarvan het wachtwoord en de inlogcode en op verzoek van [medeverdachte 5] heeft zij gekeken of die nog werkten; dat was het geval. [medeverdachte 5] hield de bankpas. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 5] bestuurder werd. [medeverdachte 6] had met [medeverdachte 5] afgesproken dat hij iedere maand een bedrag van € 150,-- per bedrijf of stichting zou ontvangen, voor werkzaamheden die hij zou gaan verrichten. Het bleek vooral om loze beloften te gaan. Over de gehele periode heeft [medeverd