RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummers: 08-996093-14 en 08-993126-16 (P) Datum vonnis: 6 april 2020 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1956 in [geboorteplaats] ( [land 1] ), wonende aan de [adres 1] . Inhoudsopgave 1. Het onderzoek op de terechtzitting 2. De tenlastelegging 3. De voorvragen 3.1 Geldigheid van de dagvaarding 3.2 Ontvankelijkheid van de officieren van justitie 3.3 De overige voorvragen 4. De bewijsoverwegingen ter zake parketnummer 08-996093-14 4.1 Inleiding 4.2 Het standpunt van de officieren van justitie 4.3 Het standpunt van de verdediging 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1 Ten aanzien van de feiten 1 en 2 4.4.2 Ten aanzien van de feiten 3 en 4 4.4.3 Ten aanzien van feit 5 4.4.4 Ten aanzien van feit 6 5. De bewijsoverwegingen ter zake parketnummer 08-993126-16 5.1 Het standpunt van de officieren van justitie 5.2 Het standpunt van de verdediging 5.3 Het oordeel van de rechtbank 5.3.1 Ten aanzien van feit 1 5.3.2 Ten aanzien van feit 2 5.3.3 Ten aanzien van feit 3 6. De bewezenverklaring 7. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 8. De strafbaarheid van verdachte 9. De op te leggen straf of maatregel 9.1 De vordering van de officieren van justitie 9.2 Het standpunt van de verdediging 9.3 De gronden voor een straf of maatregel 9.4 De inbeslaggenomen voorwerpen 10. De toegepaste wettelijke voorschriften 11. De beslissing 1. Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 september 2015, 12 oktober 2015, 11 en 15 januari 2016 (tot dat moment alleen inzake 08-996093-14), 31 oktober 2016 (vanaf dit moment inzake 08-996093-14 en 08-993126-16), 4 november 2016, 11 september 2017, 23 april 2018, 3 en 10 december 2018, 7 en 13 februari 2019, 28 november 2019, 2 december 2019, 28 en 29 januari 2020, 6, 13 februari 2020 en 24 maart 2020. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. A.E.M. Doedens en mr. F.A. Demmers, en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. M.R. Paardekooper, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er - na wijziging van de tenlastelegging van 28 januari 2020 - kort en zakelijk weergegeven op neer dat verdachte: 08-996093-14: 1: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 1] , al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie door valse facturen in die administratie op te nemen; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 1] en/of andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] valselijk heeft opgemaakt door valse facturen in die administratie op te nemen; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door [bedrijf 1] , al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] door valse facturen in die administratie op te nemen; 2: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 1] , al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig indienen van aangiften omzetbelasting; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 1] en/of andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen opzettelijk onjuist of onvolledig aangiften omzetbelasting van [bedrijf 1] heeft ingediend; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door [bedrijf 1] , al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting; 3: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 januari 2014 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 2] , al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie door valse facturen in die administratie op te nemen; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 2] en/of andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] valselijk heeft opgemaakt door valse facturen in die administratie op te nemen; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door [bedrijf 2] , al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] door valse facturen in die administratie op te nemen; 4: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 2] , al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig indienen van aangiften omzetbelasting; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 2] en/of andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen opzettelijk onjuist of onvolledig aangiften omzetbelasting van [bedrijf 2] heeft ingediend; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door [bedrijf 2] , al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting; 5: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015, al dan niet samen met één of meer rechtspersonen en/of natuurlijke personen, de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] valselijk heeft opgemaakt door valse facturen in die administratie op te nemen; 6: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft gehad het plegen van misdrijven, te weten valsheid in geschrifte, het opzettelijk niet, dan wel onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting, het niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie, en bedrieglijke bankbreuk; 08-993126-16: 1: primair: in de periode van 10 augustus 2011 tot en met 1 mei 2013 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 4] , samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, plegen van gewoontewitwassen; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 4] en/of andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt; 2: primair: in de periode van 29 januari 2013 tot en met 1 augustus 2013 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 5] , samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, plegen van gewoontewitwassen; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 5] en/of andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt; 3: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015, samen met één of meer rechtspersonen en/of natuurlijke personen, van het plegen van witwassen van in totaal € 450.797,-- een gewoonte heeft gemaakt. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: inzake parketnummer 08-996093-14: 1 primair de besloten vennootschap [bedrijf 1] ., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) haar (bedrijfs)administratie - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 6] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 2 maart 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 61.954,38 (bijlage D-764-8, pagina 15760), en/of - een factuur vermeldende als afzender [handelsnaam 1] , voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 20 mei 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 180.493,25 (bijlage D-518-8, pagina 14211), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 2] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 17 december 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 226.063,70 (bijlage D-173-175, pagina 9728), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
- en)daarin dat op de factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 1] . en de afzender van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 1] . (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst(
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken, tot welk(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met de besloten vennootschap [bedrijf 1] . en/of één of meer (andere) rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) de (bedrijfs)administratie van de besloten vennootschap [bedrijf 1] . - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 6] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 2 maart 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 61.954,38 (bijlage D-764-8, pagina 15760), en/of - een factuur vermeldende als afzender [handelsnaam 1] , voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 20 mei 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 180.493,25 (bijlage D-518-8, pagina 14211), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 2] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 17 december 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 226.063,70 (bijlage D-173-175, pagina 9728), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
- en)daarin dat op de factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 1] . en de afzender van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 1] . (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst(
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken; meer subsidiair de besloten vennootschap [bedrijf 1] ., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) haar (bedrijfs)administratie - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 6] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 2 maart 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 61.954,38 (bijlage D-764-8, pagina 15760), en/of - een factuur vermeldende als afzender [handelsnaam 1] , voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 20 mei 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 180.493,25 (bijlage D-518-8, pagina 14211), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 2] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 17 december 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 226.063,70 (bijlage D-173-175, pagina 9728), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
- en)daarin dat op de factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 1] . en de afzender van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 1] . (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst(
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte, gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
- en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(
- n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
- en)kon handelen, en/of zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
- en)gebruik maakte(
- n)en/of handelde(
- n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
- s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
- s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
- s)(een) schijntransactie(
- s)betrof(fen) en/of heeft opgetreden als intermediair en/of tussenpersoon bij bedoelde transacties en/of heeft geadviseerd over op welke wijze en/of via welke bedrijf/bedrijven bedoelde transacties te (laten) verrichten en/of te (laten) factureren; 2 primair de besloten vennootschap [bedrijf 1] ., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Apeldoorn en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 1] ., betreffende het/de ja(a)r(
- en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand maart 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand september 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand december 2012, en/of onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
- n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot welk(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Apeldoorn en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met de besloten vennootschap [bedrijf 1] . en/of één of meer (andere) rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 1] ., betreffende het/de ja(a)r(
- en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand maart 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand september 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand december 2012, en/of onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
- n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven; meer subsidiair de besloten vennootschap [bedrijf 1] ., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Apeldoorn en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 1] ., betreffende het/de ja(a)r(
- en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand maart 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand september 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over de maand december 2012, en/of onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
- n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Apeldoorn en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte, gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
- en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(
- n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
- en)kon handelen, en/of zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
- en)gebruik maakte(
- n)en/of handelde(
- n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
- s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
- s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
- s)(een) schijntransactie(
- s)betrof(fen) en/of heeft opgetreden als intermediair en/of tussenpersoon bij bedoelde transacties en/of heeft geadviseerd over op welke wijze en/of via welke bedrijf/bedrijven bedoelde transacties te (laten) verrichten en/of te (laten) factureren; 3 primair de besloten vennootschap [bedrijf 2] ., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 januari 2014 te Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) haar (bedrijfs)administratie - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 8] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 5 april 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 146.013,00 (bijlage D-225-22, pagina 11331), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 9] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 7 oktober 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 109.338,39 (bijlage D-247-87, pagina 12159), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 9] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 24 november 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 574.289,24 (bijlage D-247-39, pagina 12111), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 10] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 15 februari 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 182.546,00 (bijlage D-246-34, pagina 12068), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
- en)daarin dat op de factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 2] . en de afzender van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 2] . (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst(
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken, tot welk(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 januari 2014 te Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met de besloten vennootschap [bedrijf 2] . en/of één of meer (andere) rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) de (bedrijfs)administratie van de besloten vennootschap [bedrijf 2] . - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 8] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 5 april 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 146.013,00 (bijlage D-225-22, pagina 11331), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 9] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 7 oktober 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 109.338,39 (bijlage D-247-87, pagina 12159), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 9] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 24 november 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 574.289,24 (bijlage D-247-39, pagina 12111), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 10] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 15 februari 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 182.546,00 (bijlage D-246-34, pagina 12068), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
- en)daarin dat op de factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 2] . en de afzender van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 2] . (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst(
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken; meer subsidiair de besloten vennootschap [bedrijf 2] ., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 januari 2014 te Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) haar (bedrijfs)administratie - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 8] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 5 april 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 146.013,00 (bijlage D-225-22, pagina 11331), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 9] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 7 oktober 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 109.338,39 (bijlage D-247-87, pagina 12159), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 9] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 24 november 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 574.289,24 (bijlage D-247-39, pagina 12111), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 10] ., voorzien van het factuurnummer [factuurnummer] , gedateerd 15 februari 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 182.546,00 (bijlage D-246-34, pagina 12068), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
- en)daarin dat op de factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 2] . en de afzender van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 2] . (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst(
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte, gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
- en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(
- n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
- en)kon handelen, en/of zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
- en)gebruik maakte(
- n)en/of handelde(
- n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
- s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
- s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
- s)(een) schijntransactie(
- s)betrof(fen) en/of heeft opgetreden als intermediair en/of tussenpersoon bij bedoelde transacties en/of heeft geadviseerd over op welke wijze en/of via welke bedrijf/bedrijven bedoelde transacties te (laten) verrichten en/of te (laten) factureren; 4 primair de besloten vennootschap [bedrijf 2] ., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 2] ., betreffende het/de ja(a)r(
- en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het tweede kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2012, onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
- n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot welk(
- e)feit(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
- en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met de besloten vennootschap [bedrijf 2] . en/of één of meer (andere) rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 2] ., betreffende het/de ja(a)r(
- en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het tweede kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2012, onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
- n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven; meer subsidiair de besloten vennootschap [bedrijf 2] ., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 2] ., betreffende het/de ja(a)r(
- en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het tweede kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012, en/of - de aangifte(
- n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2012, onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
- de)Inspecteur(
- s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
- n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte, gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
- en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(
- n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
- en)kon handelen, en/of zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
- en)gebruik maakte(
- n)en/of handelde(
- n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
- s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
- s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
- s)(een) schijntransactie(
- s)betrof(fen) en/of heeft opgetreden als intermediair en/of tussenpersoon bij bedoelde transacties en/of heeft geadviseerd over op welke wijze en/of via welke bedrijf/bedrijven bedoelde transacties te (laten) verrichten en/of te (laten) factureren; 5 hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Hilversum en/of Almere en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) de (bedrijfs)administratie van eenmanszaak [bedrijf 3] - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - meerdere, althans één, (verkoop)factu(u)r(
- en)aan [bedrijf 11] Sp. Zoo (D-1218), en/of - meerdere, althans één, (verkoop)factu(u)r(
- en)aan [bedrijf 12] (D-1219), en/of - meerdere, althans één, (verkoop)factu(u)r(
- en)aan [bedrijf 13] . (D-1220), en/of - meerdere, althans één, (verkoop)factu(u)r(
- en)aan [bedrijf 14] . (D-1223), en/of - meerdere, althans één, (verkoop)factu(u)r(
- en)aan [bedrijf 15] . (D-1224), en/of - meerdere, althans één, (verkoop)factu(u)r(
- en)aan [bedrijf 16] . (D-1220), en/of - meerdere, althans één, (verkoop)factu(u)r(
- en)aan [bedrijf 17] (D-1221), en/of bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
- en)daarin dat op de factu(u)r(
- en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven - dat tussen [bedrijf 3] en de geadresseerde van die factu(u)r(
- en)een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
- en)geen reële overeenkomst(
- en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken; 6 hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Almere en/of Amersfoort en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen, aan een organisatie, bestaande uit [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [bedrijf 2] . en/of [bedrijf 1] . en/of [bedrijf 18] en/of [bedrijf 19] . en/of [bedrijf 20] en/of [bedrijf 21] . en/of [bedrijf 22] en/of [bedrijf 23] . en/of [bedrijf 24] en/of [bedrijf 25] . en/of [bedrijf 26] en/of [bedrijf 27] . en/of [bedrijf 28] . en/of [bedrijf 29] en/of een/of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of één of meer andere rechtsperso(o)n(
- en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk te weten: - valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of - het opzettelijk niet en/of onjuist en/of onvolledig doen van bij de belastingwet voorziene aangifte(
- n)omzetbelasting, terwijl die/dat feit(
- en)er (telkens) toe strekte(
- n)dat te weinig belasting wordt geheven (BTW-carrousselfraude), als bedoeld in artikel 69 eerste en/of tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of - het opzettelijk begaan van een of meer feit(
- en)als omschreven in artikel 68, eerste lid, onderdeel a en/of b en/of c en/of d en/of e en/of f en/of g, als bedoeld in artikel 69, eerste en/of tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of - bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 Wetboek van Strafrecht; inzake parketnummer 08-993126-16 1 primair [bedrijf 4] in of omstreeks de periode van 10 augustus 2011 tot en met 1 mei 2013 te Hilversum en/of Almere en/of Waalwijk en/of elders in Nederland en/of in Polen en/of elders in Europa, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij (telkens) op een of meerdere tijdstippen in genoemde periode, a.
- a)van een of meer geldbedragen te weten: EUR 226.594.873,92 en/of GBP 20.394.811,14 en/of USD 62.903.921,49 en/of PLN 4.915.831,97 althans enige geldbedragen, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is van voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)en/of wie voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)voorhanden had, en/of
- b)een of meer geldbedragen, te weten: EUR 226.594.873,92 en/of GBP 20.394.811,14 en/of USD 62.903.921,49 en/of PLN 4.915.831,97 althans enige geldbedragen verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, immers hebben [bedrijf 4] en/of diens medeverdachten, een of meerdere geldbedrag(en), afkomstig en/of op naam van van [bedrijf 33] en/of [bedrijf 27] (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 30] en/of [bedrijf 23] en/of [bedrijf 31] en/of [bedrijf 21] en/of [bedrijf 24] (handelsnaam: [handelsnaam 2] ) en/of [bedrijf 34] (handelsnaam: [handelsnaam 3] ) en/of [bedrijf 35] (handelsnaam: [handelsnaam 4] ) en/of [bedrijf 29] BV (handelsnaam: [handelsnaam 5] ) en/of [bedrijf 36] en/of [bedrijf 37] (handelsnaam: [handelsnaam 6] ) en/of [bedrijf 38] (handelsnaam: [handelsnaam 7] ) en/of een of meer andere (rechts)personen, overgemaakt en/of over laten maken naar en/of ontvangen op een van de bankrekening(
- en)toebehorende aan verdachte, [bedrijf 4] , en/of van diens medeverdachte(n), en/of (vervolgens) met deze/dit geldbedrag(
- en)transacties verricht middels een (intern) systeem, welk in beheer en/of onder controle en/of in de beschikkingsmacht was van verdachte en/of van diens medeverdachte(n), welk systeem erin bestond dat de/het ontvangen geldbedrag(
- en)konden worden over-/doorgeboekt ten behoeve van een andere partij, waarbij (intern) een administratie van deze transactie(
- s)werd(
- en)bijgehouden en/of middels een intern boekingssysteem geadministreerd, en/of waardoor als gevolg van het gebruik van dit (intern) betalingsplatform vorenomschreven transactie(
- s)niet traceerbaar/herleidbaar was/waren voor derden en/of waardoor niet meer de herkomst en/of eigenaar en/of rechthebbende en/of vindplaats kon worden vastgesteld van vorenbedoelde geldbedrag(en), en/of vervolgens vanaf voornoemde bankrekening(
- en)en/of betalingsplatform een of meer geldbedrag(
- en)overgeboekt naar andere (buitenlandse) bankrekeningen en/of (rechts)personen, terwijl [bedrijf 4] wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf, tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte, al dan niet tezamen met een ander of anderen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden gedraging(
- en)verdachte, al dan niet tezamen met een ander of anderen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven; subsidiair hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 10 augustus 2011 tot en met 1 mei 2013 te Hilversum en/of Almere en/of Waalwijk en/of elders in Nederland en/of in Polen en/of elders in Europa , tezamen en in vereniging met [bedrijf 4] en/of één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij en/of zijn medeverdachten (telkens) op een of meerdere tijdstippen in genoemde periode, a.
- a)van een of meer geldbedragen te weten: EUR 226.594.873,92 en/of GBP 20.394.811,14 en/of USD 62.903.921,49 en/of PLN 4.915.831,97 althans enige geldbedragen, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is van voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)en/of wie voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)voorhanden had, en/of
- b)een of meer geldbedragen te weten: EUR 226.594.873,92 en/of GBP 20.394.811,14 en/of USD 62.903.921,49 en/of PLN 4.915.831,97 althans enige geldbedragen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, immers hebben hij, verdachte, en/of diens medeverdachten, een of meerdere geldbedrag(en), afkomstig en/of op naam van [bedrijf 33] en/of [bedrijf 27] handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 30] en/of [bedrijf 23] en/of [bedrijf 31] en/of [bedrijf 21] en/of [bedrijf 24] (handelsnaam: [handelsnaam 2] ) en/of [bedrijf 34] (handelsnaam: [handelsnaam 3] ) en/of [bedrijf 35] (handelsnaam: [handelsnaam 4] en/of [bedrijf 29] BV (handelsnaam: [handelsnaam 5] ) en/of [bedrijf 36] en/of [bedrijf 37] (handelsnaam: [handelsnaam 6] ) en/of [bedrijf 38] (handelsnaam: [handelsnaam 7] ) en/of een of meer andere (rechts)personen, overgemaakt en/of over laten maken naar en/of ontvangen op een van de bankrekening(
- en)toebehorende aan verdachte, [bedrijf 4] , en/of van diens medeverdachte(n), en/of (vervolgens) met deze/dit geldbedrag(
- en)transacties verricht middels een (intern) systeem, welk in beheer en/of onder controle was van verdachte en/of van diens medeverdachte(n), welk systeem erin bestond dat de/het ontvangen geldbedrag(
- en)konden worden over-/doorgeboekt ten behoeve van een andere partij, waarbij (intern) een administratie van deze transactie(
- s)werd(
- en)bijgehouden en/of middels een intern boekingssysteem geadministreerd, en/of waardoor als gevolg van het gebruik van dit (intern) betalingsplatform vorenomschreven transactie(
- s)niet traceerbaar/herleidbaar was/waren voor derden en/of waardoor niet meer de herkomst en/of eigenaar en/of rechthebbende en/of vindplaats kon worden vastgesteld van vorenbedoelde geldbedrag(en), en/of vervolgens vanaf voornoemde bankrekening(
- en)en/of betalingsplatform een of meer geldbedrag(
- en)overgeboekt naar andere (buitenlandse) bankrekeningen en/of (rechts )personen , terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf; 2 primair [bedrijf 5] in of omstreeks de periode van 29 januari 2013 tot en met 1 augustus 2013 te Hilversum en/of Almere en/of elders in Nederland en/of in [plaats 1] en/of elders in Europa, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij (telkens) op een of meerdere tijdstippen in genoemde periode, a.
- a)van een of meer geldbedragen te weten EUR 27.015.462,99 althans EUR 3.760.938,90 althans enige geldbedragen, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is van voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)en/of wie voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)voorhanden had, en/of
- b)een of meer geldbedragen te weten EUR 27.015.462,99 althans EUR 3.760.938,90 althans enige geldbedragen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, immers hebben verdachte en/of diens medeverdachten, een of meerdere geldbedrag(en), afkomstig en/of op naam van van [bedrijf 38] (handelsnaam: [handelsnaam 7] ) en/of [bedrijf 39] en/of [bedrijf 40] en/of een of meer andere (rechts)personen, overgemaakt en/of over laten maken naar en/of ontvangen op een van de bankrekening(
- en)toebehorende aan verdachte, [bedrijf 5] , en/of van diens medeverdachte(n), en/of (vervolgens) met deze/dit geldbedrag(
- en)transacties verricht middels een (intern) systeem, welk in beheer en/of onder controle was van verdachte en/of van diens medeverdachte(n), welk systeem erin bestond dat de/het ontvangen geldbedrag(
- en)konden worden over-/doorgeboekt ten behoeve van een andere partij, waarbij (intern) een administratie van deze transactie(
- s)werd(
- en)bijgehouden en/of middels een intern boekingssysteem geadministreerd, en/of waardoor als gevolg van het gebruik van dit (intern) betalingsplatform vorenomschreven transactie(
- s)niet traceerbaar/herleidbaar was/waren voor derden en/of waardoor niet meer de herkomst en/of eigenaar en/of rechthebbende en/of en/of vindplaats kon worden vastgesteld van vorenbedoelde geldbedrag(en), en/of vervolgens vanaf voornoemde bankrekening(
- en)en/of betalingsplatform een of meer geldbedrag(
- en)overgeboekt naar andere (buitenlandse) bankrekeningen en/of (rechts)personen , terwijl zij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf, tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte, al dan niet tezamen met een ander of anderen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden gedraging(
- en)verdachte, al dan niet tezamen met een ander of anderen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven; subsidiair hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 29 januari 2013 tot en met 1 augustus 2013 te Hilversum en/of Almere en/of elders in Nederland en/of in [plaats 1] en/of elders in Europa , tezamen en in vereniging met [bedrijf 5] en/of één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij en/of zijn medeverdachten (telkens) op een of meerdere tijdstippen in genoemde periode, a.
- a)van een of meer geldbedragen te weten EUR 27.015.462,99 althans EUR 3.760.938,90 althans enige geldbedragen, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is van voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)en/of wie voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)voorhanden had, en/of
- b)een of meer geldbedragen te weten EUR 27.015.462,99 althans EUR 3.760.938,90 althans enige geldbedragen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, immers hebben verdachte en/of diens medeverdachten, een of meerdere geldbedrag(en), afkomstig en/of op naam van [bedrijf 38] (handelsnaam: [handelsnaam 7] ) en/of [bedrijf 39] en/of [bedrijf 40] en/of een of meer andere (rechts)personen, overgemaakt en/of over laten maken naar en/of ontvangen op een van de bankrekening(
- en)toebehorende aan verdachte, [bedrijf 5] , en/of van diens medeverdachte(n), en/of (vervolgens) met deze/dit geldbedrag(
- en)transacties verricht middels een (intern) systeem, welk in beheer en/of onder controle was van verdachte en/of van diens medeverdachte(n), welk systeem erin bestond dat de/het ontvangen geldbedrag(
- en)konden worden over-/doorgeboekt ten behoeve van een andere partij, waarbij (intern) een administratie van deze transactie(
- s)werd(
- en)bijgehouden en/of middels een intern boekingssysteem geadministreerd, en/of waardoor als gevolg van het gebruik van dit (intern) betalingsplatform vorenomschreven transactie(
- s)niet traceerbaar/herleidbaar was/waren voor derden en/of waardoor niet meer de herkomst en/of eigenaar en/of rechthebbende en/of en/of vindplaats kon worden vastgesteld van vorenbedoelde geldbedrag(en), en/of vervolgens vanaf de voornoemde bankrekening(
- en)en/of betalingsplatform een of meer geldbedrag(
- en)overgeboekt naar andere (buitenlandse) bankrekeningen en/of (rechts)personen , terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf; 3 hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Hilversum en/of Almere en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
- en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij en/of zijn medeverdachten (telkens) op een of meerdere tijdstippen in genoemde periode, a.
- a)van een of meer geldbedragen, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is van voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)en/of wie voornoemd(
- e)geldbedrag(
- en)voorhanden had, en/of
- b)een of meer geldbedragen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, immers hebben verdachte en/of diens medeverdachten, een of meer geldbedrag(en), voor in totaal 450.797 euro, gestort en/of laten storten, althans ontvangen, op de bij de Rabobank aangehouden (bank)rekening [rekeningnummer 1] , toebehorende aan verdachte en/of diens eenmanszaak [bedrijf 3] , en/of op de bij Banco Santander te Spanje aangehouden (bank)rekening [rekeningnummer 2] , toebehorende aan verdachte, welke (bank)rekening verdachte verborgen heeft gehouden voor de Nederlandse (fiscale) autoriteiten, en welke betaling(
- en)in strijd met de waarheid werd(
- en)gepresenteerd en/of geadministreerd als commissie-betalingen ten behoeve van [bedrijf 3] en/of welke (buitenlandse) betalingen niet in de administratie van [bedrijf 3] zijn opgenomen en/of welke betalingen zijn overgeboekt aan voornoemde bankrekening(
- en)middels tussenkomst van [financieringsmaatschappij] , terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf. 3De voorvragen 3.1 Geldigheid van de dagvaarding - partiële nietigheid Op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, alsmede met vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling staat de vraag centraal of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. Ook voor de rechter moet de tenlastelegging begrijpelijk zijn. De eis van ‘opgave van het feit’ wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn, in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en in de derde plaats voldoende feitelijk. Onder 1 en 3 in de zaak met parketnummer 08-996093-14 wordt verdachte steeds verweten dat hij primair als feitelijke leidinggever/opdrachtgever, subsidiair als medepleger, meer subsidiair als medeplichtige betrokken is geweest bij het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie, door ‘een groot aantal’, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste facturen op te nemen, waaronder ‘onder meer’ de in de tenlastelegging genoemde facturen. Met dezelfde wijze van ten laste leggen wordt verdachte onder 5 in de zaak met parketnummer 08-996093-14 verweten dat hij als pleger de bedrijfsadministratie van zijn eenmanszaak [bedrijf 3] valselijk heeft opgemaakt. De rechtbank is van oordeel dat onduidelijk is wat wordt bedoeld met ‘een groot aantal’ en ‘waaronder onder meer'. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. De onderdelen van de tenlastelegging ‘een groot aantal’ en ‘waaronder onder meer' onder 1, 3 en 5, in alle ten laste gelegde varianten, zijn dan ook telkens onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. De rechtbank verklaart de dagvaarding in zoverre partieel nietig. Onder 2 en 4 in de zaak met parketnummer 08-996093-14 wordt verdachte steeds verweten dat hij primair als feitelijke leidinggever/opdrachtgever, subsidiair als medepleger, meer subsidiair als medeplichtige betrokken is geweest bij het onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting, door ‘een groot aantal’, althans één of meerdere aangiften omzetbelasting onjuist of onvolledig te doen, waaronder ‘onder meer’ de in de tenlastelegging genoemde aangiften. Nu de tenlastelegging is beperkt tot de aangiften omzetbelasting van respectievelijk [bedrijf 1] (feit 2) en [bedrijf 2] (feit 4) in de jaren 2011, 2012 en/of 2013, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk en begrijpelijk waartegen verdachte zich kan verdedigen. Ten aanzien van feit 2 meer subsidiair en feit 4 meer subsidiair begrijpt de rechtbank het verweer van de raadsman aldus dat verdachte, volgens de raadsman, wordt verweten dat hij medeplichtig is geweest aan het doen van onjuiste of onvolledige aangiften omzetbelasting door handelingen te verrichten ten opzichte van vennootschappen die niet worden genoemd onder 2 en 4. De rechtbank overweegt dat met het onderdeel ‘voornoemde rechtperso(o)n(en)’ echter steeds wordt gedoeld op respectievelijk [bedrijf 1] (feit 2) en [bedrijf 2] (feit 4) die daarvoor in de tenlastelegging staan vermeld. Dat dit de bedoeling van de steller van de tenlastelegging is, wordt ook bevestigd door hetgeen hierover in repliek naar voren is gebracht door de officieren van justitie. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen. De rechtbank heeft vastgesteld dat (ook) voor het overige de dagvaarding geldig is. 3.2 Ontvankelijkheid van de officieren van justitie Door de raadsman is het verweer gevoerd dat het specialiteitsbeginsel is geschonden omdat voor de feiten 1 tot en met 5 niet om overlevering is gevraagd aan [land 2] , waardoor de officieren van justitie ten aanzien van deze feiten niet-ontvankelijk zijn. De rechtbank overweegt dat het specialiteitsbeginsel is opgenomen in artikel 27 van het Kaderbesluit van de Raad van Europa van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (hierna: het Kaderbesluit). Volgens dit beginsel kan een overgeleverde persoon niet worden vervolgd, berecht of anderszins van zijn vrijheid beroofd wegens enig ander vóór de overlevering begaan feit dan dat welk de reden tot de overlevering is geweest. In haar arrest in de zaken [naam 1] en [naam 2] van 1 december 2008 (zaak C‑388/08 PPU) heeft het Hof van Justitie onder meer overwogen dat het beginsel van wederzijdse erkenning, dat de basis vormt voor de opzet van het Kaderbesluit, ook impliceert dat de lidstaten in beginsel gehouden zijn gevolg te geven aan een Europees aanhoudingsbevel. Deze moeten of kunnen de tenuitvoerlegging van een dergelijk bevel slechts weigeren als één van de in de artikelen 3 en 4 van dat Kaderbesluit genoemde respectievelijk absolute of facultatieve weigeringsgronden aan de orde is. In het arrest [naam 1] en [naam 2] heeft het Hof van Justitie ook overwogen dat het overleveringsverzoek is gebaseerd op de informatie die de stand van het onderzoek op het tijdstip van de uitvaardiging van het Europees aanhoudingsbevel weergeeft. Het is volgens het Hof van Justitie dus mogelijk dat in de loop van de procedure de vastgestelde feiten niet in alle opzichten meer overeenkomen met die welke oorspronkelijk waren omschreven. De verzamelde gegevens kunnen leiden tot een precisering en zelfs een wijziging van de bestanddelen van het strafbare feit die de uitvaardiging van het Europees aanhoudingsbevel aanvankelijk hebben gerechtvaardigd. Verder heeft het Hof van Justitie overwogen dat vereisen dat de uitvoerende lidstaat voor iedere wijziging in de omschrijving van de feiten toestemming verleent, verder zou gaan dan wat het specialiteitsbeginsel verlangt en afdoen aan het doel: de in het Kaderbesluit voorziene justitiële samenwerking tussen de lidstaten te vergemakkelijken en te bespoedigen. Het Hof van Justitie oordeelt dat, om te bepalen of het aan de orde zijnde strafbare feit geen 'ander feit' is dan dat welk de reden tot de overlevering is geweest, dient te worden nagegaan of de bestanddelen van het strafbare feit volgens de wettelijke omschrijving die in de uitvaardigende lidstaat daarvan is gegeven, die zijn waarvoor de persoon is overgeleverd en of er voldoende overeenstemming is tussen de gegevens in het aanhoudingsbevel en de gegevens in de latere procedurele handeling. Wijzigingen in de omstandigheden, tijd en plaats zijn toegestaan, mits zij volgen uit de elementen die zijn verzameld tijdens de procedure die in de uitvaardigende lidstaat is gevolgd met betrekking tot de in het aanhoudingsbevel omschreven gedragingen, zij de aard van het strafbare feit niet wijzigen en zij niet leiden tot gronden tot weigering van de tenuitvoerlegging in de zin van de artikelen 3 en 4 van het Kaderbesluit. De rechtbank overweegt dat in het Europees aanhoudingsbevel (EAB) (opgenomen als VERD-061-00) ‘deelneming aan een criminele organisatie’ en ‘witwassen van opbrengsten en misdrijven’ als lijstfeiten zijn aangevinkt. Daarnaast staat als ‘beschrijving van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd’ in het EAB onder meer vermeld: “Voornoemde gezochte persoon is een van de verdachten in een grootschalig internationaal strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot btw-carrouselfraude. De rechtspersonen [bedrijf 2] . ( [bedrijf 2] ) en [bedrijf 1] . hebben vermoedelijk in georganiseerd verband samengewerkt met verschillende andere verdachten om btw-fraude te (kunnen) plegen. [bedrijf 2] en [bedrijf 1] kopen (in ieder geval op papier) hun goederen van steeds verschillende leveranciers. Dit betreffen telkens bedrijven, die voldoen aan de volgende kenmerken: • ze bestaan slechts sinds korte tijd of handelen pas sinds kort in deze branche; • ze voldoen niet aan hun administratieve verplichtingen; • ze bestaan slechts korte tijd; • de persoon die de onderneming op papier runt is niet degene die daadwerkelijk de touwtjes in handen heeft; • de ondernemingen beschikken niet over eigen kapitaal; • achter meerdere leveranciers gaat vermoedelijk één en dezelfde persoon schuil; • al deze leveranciers kopen in van zogenaamde ploffers. De goederen die bij [bedrijf 2] en [bedrijf 1] terecht komen zijn afkomstig vanuit de EU, waarbij de ondernemingen die de goederen op papier verwerven vanuit de EU de omzetbelasting niet afdragen aan de Belastingdienst. Deze ondernemingen voeren geen juiste, geen volledige of in zijn geheel geen administratie. Dit zijn de zogenoemde ‘ploffers’. Vervolgens worden een aantal ondernemingen tussen de verschillende ploffers en [bedrijf 2] / [bedrijf 1] geschoven. Deze ondernemingen voegen, zakelijk gezien, niets toe. Dit wordt slechts gedaan om een rechtstreeks verband tussen de ploffers en [bedrijf 2] / [bedrijf 1] te verbergen. Deze ondernemingen fungeren alleen als zogenaamde doorvoerondernemingen welke in de keten van de carrouselfraude ook wel buffers worden genoemd. Op deze manier wordt verhuld dat er sprake is van btw carrouselfraude. De indruk bestaat dat de keten van (op papier) samenwerkende ondernemingen alleen (financieel) kan bestaan door de gepleegde btw carrouselfraude. Voor het betalingsverkeer wordt vanaf een bepaald moment door deze samenwerkende groep van ondernemingen en personen gebruik gemaakt van betalingsplatforms. Een betalingsplatform heeft de beschikking over buitenlandse bankrekeningen. Over deze bankrekeningen gaat het betalingsverkeer van diverse ondernemingen, waardoor het niet meer inzichtelijk is wat er nu echt is gebeurd met de geldstromen van een onderneming. Op deze wijze wordt verhuld hoe de geldstromen binnen deze ondernemingen lopen. [verdachte] (..) [verdachte] is in 2003 in [land 1] veroordeeld wegens btw fraude tot 5 1/2 jaar gevangenisstraf. De fraude vond plaats met mobiele telefoons in de periode van 1 augustus 1996 tot 30 september 1999. [verdachte] is sinds 25 augustus 2009 eigenaar de eenmanszaak [bedrijf 3] en hij is in de periode van 2 mei 2012 tot 1 oktober 2012 alleen en zelfstandig bestuurder van de rechtspersoon [bedrijf 41] ( [bedrijf 41] ). Uit het strafrechtelijk onderzoek komt naar voren dat [verdachte] zijn eenmanszaak [bedrijf 3] gebruikt voor: • goederentransacties; • bemiddeling bij goederentransacties; • betalingsverkeer / (eigen) betalingsplatform. [bedrijf 3] levert goederen aan buitenlandse ondernemingen. Er hebben geen verkopen plaatsgevonden aan in Nederland gevestigde bedrijven. Hij heeft wel commissie gefactureerd die betrekking heeft op verkopen binnen de carrouselfraude. Hieronder geef ik een voorbeeld van een transactie waarbij [verdachte] betrokken is geweest: Uit het onderzoek komt naar voren dat [bedrijf 14] meewerkt aan de carrouselfraude die gepleegd wordt in Nederland. Dit door te fungeren als zogenoemde doorvoervennootschap voor de fraudeketen in Nederland. [bedrijf 14] is een bedrijf dat is opgericht op 26 mei 2011. De bestuurders zijn [bestuurder 1] en [bestuurder 2] . Als enige aandeelhouder staat geregistreerd [bestuurder 2] . In het strafrechtelijke onderzoek is te zien dat het verwerven van de goederen plaatsvindt via een aantal tussengeschoven ondernemingen in binnen- en buitenland. Na een forse prijsval, gerealiseerd bij de transactie tussen een zogenoemde ploffer en buffer, komen de goederen voor een veel lagere prijs bij [bedrijf 2] terecht. Binnen de keten van samenwerkende bedrijven kan de prijsval worden gerealiseerd doordat de ploffer de omzetbelasting niet afdraagt aan de Belastingdienst in Nederland. In het hierna volgende voorbeeld is te zien dat [bedrijf 14] betrokken is als doorvoervennootschap bij de carrouselfraude welke in Nederland wordt gepleegd. Het gaat hierbij om een partij van 2567 stuks Playstations PS3. Volgens de factuurstroom wordt deze partij met goederen door [bedrijf 42] verkocht via 3 tussenliggende vennootschappen aan [bedrijf 2] In werkelijkheid komt naar voren dat [bedrijf 42] en [bedrijf 2] B.V. zelf rechtstreeks zaken doen met elkaar en dat de tussenliggende ondernemingen er alleen zijn tussengeschoven om BTW carrouselfraude te plegen. Eén van de tussengeschoven ondernemingen is [bedrijf 14] . Dit komt voort uit bevindingen van aangetroffen Skype gesprekken. Hieruit komt naar voren dat: • [directeur 1] , de directeur van [bedrijf 2] , zelf rechtstreeks zaken doet en handel drijft met de buitenlandse vennootschap [bedrijf 42] uit [land 3] . Hij kan namens [bedrijf 2] een partij van 2567 stuks Sony PS3 kopen bij [bedrijf 42] . Vervolgens worden er buitenlandse en binnenlandse ondernemingen tussen geschoven waaronder [bedrijf 14] ; • [verdachte] nauw bij deze transactie betrokken is en weet (er zelf voor zorgt) dat niet [bedrijf 2] BV de partij van 2567 stuks Sony PS3 rechtstreeks koopt van [bedrijf 42] maar een, door hem zelf aangedragen, onderneming in [land 4] ( [bedrijf 14] ). De tussengeschoven ondernemingen waaronder [bedrijf 14] maskeren het feit dat [directeur 1] namens [bedrijf 2] heeft kunnen handelen met de buitenlandse leverancier [bedrijf 42] . Uit de administratie van [bedrijf 2] komt naar voren dat door [bedrijf 2] in zijn geheel niet rechtstreeks uit het buitenland is ingekocht. Een gedeelte van de betalingen voor de goederen in deze keten van samenwerkende bedrijven loopt over het betalingsplatform [bedrijf 4] . De winst welke door deze fraude is gerealiseerd wordt gedeeltelijk afgeroomd middels het [land 5] betalingsplatform [bedrijf 4] . Verdachte [verdachte] is als leidinggevende betrokken bij [bedrijf 4] . Op de [land 5] bankrekeningen van [bedrijf 4] is te zien dat: • Er betalingen worden verricht voor [bedrijf 14] vanaf de [land 5] bankrekeningen op naam van [bedrijf 4] (€ 1.715.128,07); • Er betalingen worden verricht naar [bestuurder 2] inzake andere buitenlandse bedrijven (€ 584.454,68); • Er gelden binnenkomen van [bedrijf 43] and [bedrijf 44] (€ 104.000). Het vermoeden is dat middels de betalingen vanaf de [bedrijf 4] rekeningen een gedeelte van het via fraude verkregen geld wordt afgeroomd. Het vermoeden is dat ondermeer betalingen vanaf [bedrijf 14] naar ondermeer de bankrekeningen van [bestuurder 2] , [verdachte] en [bestuurder 3] afromingen betreffen van het via carrouselfraude verkregen geld. Daarnaast is te zien dat [bedrijf 14] betrokken is bij het betalingsplatform [bedrijf 5] in [plaats 1] en vanaf dit betalingsplatform geld ontvangt (€ 36.643). In het strafrechtelijk onderzoek naar voren komt dat binnen de criminele Organisatie met betrekking tot het betalingsverkeer een taakverdeling is te onderkennen en dat [verdachte] steeds betrokken is bij de betalingsplatforms die binnen de criminele organisatie opgericht, ingericht en gebruikt zijn.” Gelet op voorgaande overwegingen van het Hof van Justitie en het doel van het Kaderbesluit is de rechtbank van oordeel dat de bestanddelen van de ten laste gelegde feiten die zijn waarvoor verdachte is overgeleverd, en dat de in de tenlastelegging omschreven gedragingen in voldoende mate overeenstemmen en logisch voortvloeien uit de nauwkeurige beschrijving in het EAB van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd. Op basis daarvan mag worden aangenomen, dat de rechter op [land 2] op de hoogte was van het feitencomplex in de onderhavige zaak en dat de goedkeuring van deze rechter ook hierop betrekking heeft. In ieder geval zijn naar het oordeel van de rechtbank de in artikel 3 en 4 van het Kaderbesluit genoemde weigeringsgronden niet aan de orde. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geen sprake is van schending van het specialiteitsbeginsel. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen. De rechtbank heeft vastgesteld dat (ook) voor het overige de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging. 3.3 De overige voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4. De bewijsoverwegingen ter zake parketnummer 08-996093-14 4.1 Inleiding Aanleiding onderzoek FIOD In 2011 – 2012 zijn bij het Coördinatiepunt btw-fraude van de Belastingdienst/FIOD signalen binnengekomen met betrekking tot diverse in Nederland gevestigde rechtspersonen en aan hen gedane intracommunautaire leveringen van goederen als computeronderdelen, Playstations en iPhones. Die signalen hadden onder meer betrekking op de BV’s [bedrijf 19] , [bedrijf 20] , [bedrijf 27] , [bedrijf 23] , [bedrijf 21] , [bedrijf 24] en [bedrijf 35] . Na eerste controles werd op 12 december 2012 in het Tri Partite Overleg (TPO) besloten om ten aanzien van genoemde vennootschappen - en de hieraan verbonden natuurlijke personen - een strafrechtelijk onderzoek te starten naar de gang van zaken rond de in- en verkoop en facturering in relatie tot goederenstromen van elektronica rond genoemde rechtspersonen vanaf 1 januari 2011. In een volgend TPO, op 27 maart 2013, werd besloten om verdachten die tijdens het lopende onderzoek nog naar voren zouden komen ook bij het onderzoek te betrekken. De bevindingen hebben bij de Belastingdienst/FIOD geleid tot een vermoeden dat sprake was van btw-carrouselfraude. Btw-carrouselfraude De term btw-carrouselfraude wordt gebruikt voor een samenstel van strafbare, frauduleuze, gedragingen waarbij minimaal één bedrijf (een zogenaamde ‘ploffer’) in een handels- en facturenketen geen btw afdraagt aan de fiscus. Dat bedrijf brengt vervolgens wel btw in rekening bij zijn afnemers. De schakels in de handelsketen na de ploffer - zogenaamde ‘buffers’- vragen de btw terug. De namen en btw-nummers van bedrijven die als ploffer fungeren worden meestal maar korte tijd gebruikt, waarna de activiteiten worden gestaakt en een nieuwe ploffer de plaats inneemt van de eerdere ploffer. De Belastingdienst kan vervolgens de eerste ploffer niet meer aanspreken op zijn fiscale verplichtingen. Bestuurders van de bedrijven die fungeren als ploffer of buffer zijn slechts formeel leidinggevende en niet feitelijk betrokken bij de ondernemingen; zij zetten de bedrijven en bankrekeningen slechts op naam (‘katvangers’). Eén van de kenmerken van btw-carrouselfraude is dat sprake is van een prijsval: de ploffers factureren goederen aan de bufferbedrijven voor lagere bedragen dan waarvoor die aan de ploffers waren gefactureerd. Over het algemeen werd een structureel verlies geleden van gemiddeld ca. 13%. Deze prijsval kan alleen worden gerealiseerd doordat plofferbedrijven geen btw afdragen. De ‘winst’ die ten gevolge van deze handelwijze ontstaat, wordt over de diverse schakels verdeeld. Op basis van eerste onderzoek heeft de FIOD de volgende ondernemingen als vermoedelijke ploffers aangemerkt: [bedrijf 19] , [bedrijf 20] , [bedrijf 27] , [bedrijf 23] , [bedrijf 21] , [bedrijf 24] , [bedrijf 35] en [handelsnaam 3] . De eenmanszaken [bedrijf 22] ( [bedrijf 22] ) en [bedrijf 45] ( [bedrijf 45] ) werden als vermoedelijke buffers aangemerkt. [bedrijf 1] en [bedrijf 2] Tijdens het onderzoek door de FIOD kwamen de bedrijven [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) en [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) telkens als afnemer naar voren in verschillende handelsketens met vermoedelijke ploffer- en bufferbedrijven. De bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 2] waren bij de Kamer van Koophandel omschreven als groothandel in witgoed, audio- en videoapparatuur en elektronische en telecommunicatieapparatuur en onderdelen. Uit het onderzoek bleek dat [bedrijf 2] voornamelijk handelde in ‘risicogoederen’ in het kader van btw-carrouselfraude als iPhones, cpu’s, iPads, harde schijven en spelcomputers. [bedrijf 1] was een groothandel in computeronderdelen. Op basis van de bevindingen rond [bedrijf 2] en [bedrijf 1] heeft de FIOD gerelateerd dat de directeuren/feitelijke leidinggevenden van genoemde bedrijven zich vermoedelijk schuldig maakten aan fraude en dat [bedrijf 2] en [bedrijf 1] vermoedelijk ten onrechte aftrek van voorbelasting hadden geclaimd. Betalingsplatforms De FIOD heeft geconstateerd dat de elektronicagoederen aan het eind van de keten via de eindschakel (een binnenlands bedrijf) veelal werden verhandeld naar een andere lidstaat waarbij ze regelmatig weer terechtkwamen bij de oorspronkelijke leverancier. Er bleek sprake te zijn van het gebruik van betalingsplatforms die, zo vermoedde de FIOD, zijn gebruikt om de fraude te kunnen plegen en crimineel verkregen geld - gegenereerd door het niet afdragen van omzetbelasting door de plofferbedrijven - wit te wassen. De bedrijven/betalingsplatforms [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ) en [bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ) werden verdacht van betrokkenheid bij de btw-carrouselfraude. De FIOD vermoedde dat inzicht in de wijze waarop de verdeling van dat geld plaatsvond bewust werd gefrustreerd door het betalingsverkeer onoverzichtelijk te maken. De betalingsplatforms maakten gebruik van bankrekeningen in het buitenland waarbij over één bankrekening de transacties van meerdere bedrijven plaatsvinden. Van de buitenlandse bankrekening werd een extra (schaduw)administratie bijgehouden die als ‘black box’ functioneerde. De rollen van de verdachten In het onderhavige dossier zijn de bijdragen die de verdachte natuurlijke personen zouden hebben geleverd bij het plegen van btw-carrouselfraude ingedeeld aan de hand van verschillende rollen met daarbij een globale beschrijving van de bijdragen die zouden zijn geleverd. Deze rollen zijn de volgende. Katvangers: formele bestuurders en leidinggevenden van de BV’s of eenmanszaken die fungeren als ploffer- en bufferbedrijven, terwijl in werkelijkheid anderen de zeggenschap hebben over die ondernemingen en/of aan die ondernemingen feitelijke leiding geven. Systeembouwer: een ‘systeembouwer’ levert bedrijven aan die als ploffer en/of buffer kunnen worden gebruikt voor de btw-carrouselfraude. De systeembouwer zorgt tevens voor een snelle vervanging van een niet meer bruikbare onderneming en voor aansturing van katvangers. Coördinator van goederen- en facturenstromen: deze persoon speelt een actieve rol in de coördinatie van goederen- en factuurstromen en betalingen en/of is aanspreekpunt voor logistieke dienstverleners. Beheerder van betalingsplatforms: een beheerder van betalingsplatforms stuurt ondernemingen, betalingsplatforms en het betalingsverkeer aan. 4.2 Het standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben tot vrijspraak van de feiten 1 en 2 in alle ten laste gelegde varianten geconcludeerd, nu zij van mening zijn dat er ten aanzien van [bedrijf 1] onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte aan deze feiten leiding heeft gegeven, deze heeft medegepleegd, dan wel hieraan medeplichtig is geweest. Ten aanzien van [bedrijf 2] hebben zij zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van belastingfraude door [bedrijf 2] , voor zover het ziet op de omzetbelasting over het vierde kwartaal 2011, zoals onder 4 subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd, maar dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 3 in alle ten laste gelegde varianten, nu zij van mening zijn dat bewijs ontbreekt dat verdachte op de hoogte was van de exacte route van de goederenstroom. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit hebben zij zich op het standpunt gesteld dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, nu de genoemde facturen in de administratie van [bedrijf 3] betrekking hebben op schijntransacties en er geen legitieme handel heeft plaatsgevonden. Ook de onder 6 ten laste gelegde deelneming aan een criminele organisatie achten zij wettig en overtuigend bewezen, nu verdachte voor de financiële kant van zaken de touwtjes in handen had. 4.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Verdachte heeft aan de bevindingen van de FIOD een andere uitleg gegeven, die erop neerkomt dat het verdachte ontbreekt aan wetenschap omtrent de btw-carrouselfraude. Een redelijk vermoeden van betrokkenheid van verdachte bij het vervalsen van de (bedrijfs)administraties van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en van betrokkenheid bij het door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] doen van onjuiste of onvolledige btw-aangiften is nooit geverbaliseerd. Verdachte had niets te maken met [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , laat staan dat hij feitelijke leiding heeft gegeven aan deze vennootschappen. Van medeplegen, dan wel medeplichtigheid is evenmin sprake. Dat geldt meer in het bijzonder ook voor het verweten medeplegen van belastingfraude door [bedrijf 2] , voor zover het ziet op de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal 2011, zoals onder 4 subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd. Het verweer van verdachte ten aanzien van feit 5 is dat aan alle in de tenlastelegging genoemde facturen echte transacties ten grondslag liggen, die waarheidsgetrouw op papier zijn vastgelegd. Verdachte verwijst hiervoor naar de paper trail overgelegd bij zijn eerste defence statement. Dat bepaalde klanten van [bedrijf 3] inmiddels bekend staan als ‘missing trader’, laat onverlet dat verdachte dat toentertijd niet wist en dat uit het dossier niet blijkt van onjuistheid van zijn stelling. Met betrekking tot de verweten deelname aan een criminele organisatie heeft de verdediging gesteld dat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken, omdat hij niet kwalificeert als deelnemer van de organisatie rond de btw-fraude en de onder 6 ten laste gelegde organisatie niet het samenwerkingsverband gericht op witwassen betreft, waarvan verdachte deel zou uitmaken. Voor het geval de rechtbank het onderscheid niet aanlegt of dit niet relevant vindt voor de behandeling van feit 6 betwist verdachte dat de betalingsplatforms, waarbij hij betrokken was als medewerker met winstaandeel ( [bedrijf 4] ), dan wel enig aandeelhouder ( [bedrijf 5] ), opzettelijk de verhulling van ontdoken omzetbelasting hebben gefaciliteerd. 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1 Ten aanzien van de feiten 1 en 2 De rechtbank overweegt dat voor bewezenverklaring van deze feiten onder meer is vereist dat verdachte betrokken is geweest bij het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie en het onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting door [bedrijf 1] , op zijn minst als medeplichtige in de zin van artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). In het dossier is echter geen bewijs op basis waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij [bedrijf 1] . Daarom spreekt de rechtbank verdachte van deze feiten vrij, zoals ook door de officieren van justitie is gevorderd. 4.4.2 Ten aanzien van de feiten 3 en 4 De rechtbank overweegt dat voor bewezenverklaring van deze feiten onder meer is vereist dat verdachte betrokken is geweest bij het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie en het onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting door [bedrijf 2] , op zijn minst als medeplichtige in de zin van artikel 48 Sr. De rechtbank overweegt dat uit het skypegesprek op 21 november 2011 (weergegeven in D-841) blijkt dat verdachte bemoeienis heeft gehad met de verkoop van 2.567 stuks PS3 door [bedrijf 42] aan [bedrijf 2] . Ook bevat het dossier aanwijzingen dat verdachte meermalen aanwezig is geweest in het kantoorpand aan de [adres 2] , waar ook [bedrijf 2] gevestigd was. Naar het oordeel van de rechtbank is dat echter onvoldoende om vast te stellen dat verdachte betrokken is geweest bij het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie of het onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting door [bedrijf 2] . Omdat er verder geen bewijs is dat verdachte bij [bedrijf 2] betrokken is geweest, spreekt de rechtbank verdachte voor deze feiten integraal vrij. 4.4.3 Ten aanzien van feit 5 Verdachte is eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 3] sinds de startdatum van de onderneming op 25 augustus 2009. Als activiteiten van [bedrijf 3] staan geregistreerd: import, export en groothandel van goederen in de computerbranche, metalen, electronica en fruit. Onder feit 5 wordt verdachte verweten dat hij de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] vals heeft opgemaakt door daarin valse facturen op te nemen. Daarbij is 2011 als uitgangspunt genomen in het strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank bespreekt hierna eerst afzonderlijk de in de tenlastelegging genoemde facturen. Facturen aan [bedrijf 11] . In de administratie van [bedrijf 3] zijn tien verkoopfacturen aan [bedrijf 11] . (hierna: [bedrijf 11] ) aangetroffen, gedateerd in de periode van 21 juli 2011 tot en met 9 december 2011, voor een bedrag van € 3.295.648,60. Op acht van deze facturen wordt de bankrekening van betalingsplatform [bedrijf 4] vermeld als rekening waarop betaald dient te worden en op de overige facturen wordt de bankrekening van betalingsplatform [betalingsplatform 1] / [betalingsplatform 2] vermeld als rekening waarop betaald dient te worden. Deze betalingen zijn echter niet te zien op de bankrekeningen van [betalingsplatform 1] en [bedrijf 4] . Op een aantal van deze facturen staat als afleveradres het adres van de logistieke dienstverlener [bedrijf 18] (hierna: [bedrijf 18] ) vermeld. Uit de administratie van [bedrijf 18] blijkt niet dat er daadwerkelijk goederentransacties tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 11] hebben plaatsgevonden waarbij [bedrijf 18] als logistieke dienstverlener betrokken is geweest. Ten aanzien van de goederen op de factuur van 21 juli 2011 blijkt bovendien dat deze door [bedrijf 46] zijn geleverd aan [bedrijf 3] en vervolgens door [bedrijf 18] zijn gereleased aan [bedrijf 15] , en dus niet aan [bedrijf 11] . Dit is ook te zien in een e-mailbericht van [bedrijf 3] /verdachte aan [bedrijf 18] . In de database van [bedrijf 5] , met welke naam het betalingsplatform [bedrijf 5] ook wel wordt aangeduid, staat als contactpersoon van [bedrijf 11] [contactpersoon 1] geregistreerd, met een kopie van haar identiteitskaart. [contactpersoon 1] heeft verklaard dat zij het bedrijf niet kent en dat sommige mensen hiervoor gebruik hebben gemaakt van haar identiteit en identiteitskaart. [contactpersoon 1] heeft verder verklaard dat zij een kopie van haar identiteitsbewijs heeft gemaild naar een persoon genaamd [contactpersoon 2] of [contactpersoon 2] , uit [land 1] . De aandelen van [bedrijf 11] zijn voor 100% in handen van [contactpersoon 2] , die de [land 1] nationaliteit heeft. Hij heeft de aandelen overgenomen van een bedrijf dat zich bezighoudt met het creëren en registreren van bedrijven voor verdere verkoop. [contactpersoon 2] heeft onder meer verklaard dat ‘ [contactpersoon 3] ’ voorstelde om nieuwe bedrijven te starten in Europa, deze functionerende bedrijven door te verkopen en commissie op te strijken van alle ontvangen winst. [contactpersoon 2] was op dat moment verslaafd aan heroïne en alcohol en dacht dat deze kans zijn herstel zou bevorderen. [contactpersoon 2] ging gedurende een periode van zes maanden tweemaal naar [land 6] , [land 7] , [land 8] en [land 5] . [contactpersoon 3] betaalde de vluchten en andere kosten die hij maakte. Met [contactpersoon 3] kwam hij overeen dat hij 15% commissie zou ontvangen van de winst op ieder verkocht bedrijf. Tijdens ieder bezoek ging hij samen met [contactpersoon 3] naar een bijeenkomst waar hij enkele documenten ondertekende. Hij weet niet wat de inhoud van de documenten was, aangezien ze geschreven waren in de taal van het land waar hij was. Nadat hij de documenten getekend had, nam [contactpersoon 3] de documenten over. De naam [bedrijf 11] herkent [contactpersoon 2] als één van de bedrijven waarvoor hij documenten heeft ondertekend toen hij met [contactpersoon 3] in [land 5] was. Na het ondertekenen van de documenten had [contactpersoon 2] niets meer met [bedrijf 11] te maken. Hij ging ervan uit dat dit bedrijf als functionerend bedrijf zou worden doorverkocht. [contactpersoon 2] wist niet dat hij als directeur van dit bedrijf vermeld stond totdat de [land 1] belastingdienst hem dit vertelde. Medeverdachte [medeverdachte 9] heeft onder meer verklaard dat hij werk voor [bedrijf 11] heeft gedaan en dat dat via [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) ging. [verdachte] zorgde er volgens [medeverdachte 9] altijd voor dat er geld voor de huur van de bestelbus op zijn rekening bij [bedrijf 4] stond. [bedrijf 11] betaalde dan geld naar de rekening van [medeverdachte 9] . Dat was zonder dat hij er op dat moment werkzaamheden voor had gedaan. Dit regelde en ging via [verdachte] . In het dossier bevindt zich ook een factuur van [bedrijf 47] ., het bedrijf van [directeur 2] , gericht aan [bedrijf 11] voor werkzaamheden die betrekking hebben op onder meer [bedrijf 48] . Verdachte was samen met medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 8] , alsmede [bestuurder 3] werkzaam voor [bedrijf 48] . [directeur 2] heeft verklaard dat hij de facturen naar [land 5] moest sturen en dat het hem bekend was dat de kosten van zijn bemoeienis onderling verdeeld werden tussen alle betrokkenen bij de betalingsplatforms in [land 5] en [plaats 1] , in ieder geval [verdachte] , [medeverdachte 3] , [bestuurder 3] en [medeverdachte 10] (de rechtbank begrijpt: verdachte, [medeverdachte 3] , [bestuurder 3] en [medeverdachte 10] ). Naar aanleiding van een internationaal verzoek om inlichtingen op het gebied van de btw (hierna: scac-verzoek) blijkt dat door de autoriteiten in [land 5] , waar [bedrijf 11] gevestigd is, wordt geconcludeerd dat [bedrijf 11] een missing trader is (de rechtbank begrijpt: een ploffer). Zo had [bedrijf 11] alleen een virtueel kantoor in [land 5] , heeft zij geen activiteiten in [land 5] verricht, hebben er geen transacties plaatsgevonden op het bankrekeningnummer van [bedrijf 11] in [land 5] en zijn bij een controle bij [bedrijf 11] geen documenten aangetroffen van leveringen vanuit [bedrijf 3] . Het btw-nummer van [bedrijf 11] is op 26 juni 2013 geëindigd. Facturen aan [bedrijf 14] en [bedrijf 15] In de administratie van [bedrijf 3] zijn vier verkoopfacturen aan [bedrijf 14] aangetroffen, gedateerd in de periode van 2 augustus 2011 tot en met 26 oktober 2011, voor een bedrag van € 586.162,38 en £ 275.003,--. Op drie van deze facturen wordt de bankrekening van betalingsplatform [bedrijf 4] vermeld als rekening waarop betaald dient te worden, op de andere factuur de bankrekening van betalingsplatform [betalingsplatform 1] / [betalingsplatform 2] . Daarnaast zijn in het strafrechtelijk onderzoek facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 15] aangetroffen, gedateerd in de periode van 17 februari 2010 en 14 maart 2011. Nu deze voor een deel buiten de ten laste gelegde periode vallen, zal de rechtbank de facturen voor 1 januari 2011 buiten beschouwing laten. De vier facturen die in de ten laste gelegde periode vallen, gedateerd in de periode van 7 maart 2011 tot en met 14 maart 2011, vermelden een totaalbedrag van € 599.469,--. Op deze facturen wordt de bankrekening van betalingsplatform [betalingsplatform 2] als betaalinstructie vermeld. Uit het dossier blijkt dat [bestuurder 2] bij beide vennootschappen betrokken is. De [land 1] autoriteiten vermoeden dat hij degene is die veroordeeld is voor [zaak 1] in juli 2004. Het btw-nummer van [bedrijf 15] is op 6 mei 2011 ingetrokken en van [bedrijf 14] op 18 oktober 2013. Het vermoeden is dat de activiteiten van [bedrijf 14] en [bedrijf 15] door elkaar liepen (hierna tezamen verder te noemen: [bedrijf 14] ). Uit het dossier blijkt dat [bedrijf 14] moet worden aangemerkt als een tussengeschoven onderneming, die geen economisch toegevoegde waarde heeft, dat verdachte weet dat er meerdere ondernemingen in de transactie worden tussengeschoven en dat hij hierbij samenwerkt met de bestuurder van [bedrijf 14] , [bestuurder 2] voornoemd. Bij het [land 3] bedrijf [bedrijf 42] zijn skypeberichten aangetroffen, waaruit is gebleken dat verdachte nauw betrokken was bij een transactie van 2.567 stuks Sony Playstations PS3 tussen [bedrijf 42] en [bedrijf 2] . Verdachte heeft [bestuurder 4] van [bedrijf 42] in contact gebracht met medeverdachte [medeverdachte 6] van [bedrijf 2] , om vervolgens na het bereiken van overeenstemming tussen [bestuurder 4] en [medeverdachte 6] aan [bestuurder 4] mee te delen dat de oorspronkelijke klant [bedrijf 14] de goederen zou kopen, om ze vervolgens door te verkopen aan [medeverdachte 6] .In de administratie van logistiek dienstverlener [bedrijf 18] is onder dossiernummer [dossiernummer 1] een transactie aangetroffen inzake 2.567 stuks Sony PS3 320GB. Uit dit dossier bij [bedrijf 18] blijkt dat de 2.567 stuks Sony PS3 respectievelijk geleverd worden door [bedrijf 42] ( [land 3] ) aan [bedrijf 14] ( [land 4] ) en vervolgens aan [bedrijf 23] (hierna: [bedrijf 23] ), [bedrijf 9] en [bedrijf 2] . [bedrijf 23] is daarbij als ploffer opgetreden en [bedrijf 9] als buffer. De bestuurder van [bedrijf 23] , [bestuurder 5] , heeft verklaard nooit zelf gehandeld te hebben en niets van deze handel te weten. Hoewel de verkoopfactuur van [bedrijf 23] gericht aan [bedrijf 9] in het onderzoek niet is aangetroffen, blijkt uit het ING-bankafschrift van de bankrekening [rekeningnummer 3] op naam van [bedrijf 9] dat direct na binnenkomst van het geld van [bedrijf 2] ook een tweetal betalingen van [bedrijf 9] op een buitenlandse bankrekening, met de omschrijving [bedrijf 4] , heeft plaatsgevonden. Dit totaalbedrag ad € 568.179,78 betreft vermoedelijk de betaling van de verkoop van [bedrijf 23] aan [bedrijf 9] , nu het binnen deze carrouselhandel gebruikelijk is dat de afnemer eerst betaalt, waarna de leverancier wordt betaald. [bedrijf 23] verkocht aldus aan [bedrijf 9] voor ((€ 568.179,78 /119 x100) /2567 =) € 186,-- per stuk, terwijl [bedrijf 23] deze had ingekocht bij [bedrijf 42] voor € 215,-- per stuk. Dat betekent dat bij [bedrijf 23] sprake is geweest van een onzakelijke prijsval van 13,5%. Dat [bedrijf 14] een tussengeschoven onderneming is valt ook af te leiden uit het feit dat de eigenaar van de goederen, [bedrijf 42] , de goederen pas op 5-12-2011 heeft vrijgegeven voor de release aan [bedrijf 14] , terwijl [bedrijf 14] reeds op 24-11-2011 de betreffende goederen heeft vrijgegeven aan [bedrijf 23] . De vervolg-releases van respectievelijk [bedrijf 23] en [bedrijf 9] vinden op 5-12-2011 plaats. Dit betekent dat alle 2.567 stuks Sony PS3 320GB het warehouse van [bedrijf 18] hebben verlaten ver voordat de eigenaar [bedrijf 42] aan [bedrijf 18] de opdracht heeft gegeven om de goederen vrij te geven aan [bedrijf 14] . Ten slotte is in de administratie van [bedrijf 3] een verkoopfactuur aangetroffen van [bedrijf 3] gericht aan [bedrijf 42] d.d. 6-12-2011, op welke factuur € 1.500,-- commissie in rekening wordt gebracht bij [bedrijf 42] , hetgeen door de FIOD is aangemerkt als vergoeding voor verdachte voor zijn bemiddeling inzake de verkoop van de 2.567 Sony P53’s van [bedrijf 42] . Ook op deze factuur staat vermeld dat betaald moet worden op rekening van [bedrijf 4] . Ook heeft verdachte bemoeienis gehad met de andere goederenstromen, waar goederen via [bedrijf 14] , een Nederlandse ploffer en buffer weer terecht komen bij [bedrijf 2] . Factuur aan [bedrijf 16] In de administratie van [bedrijf 3] is een verkoopfactuur van 14 januari 2011 aan [bedrijf 16] , gevestigd in [plaats 2] , voor een bedrag van £ 605.293,47 aangetroffen. Op deze factuur is de bankrekening van betalingsplatform [betalingsplatform 2] als betaalinstructie vermeld. Naar aanleiding van een scac-verzoek hebben de [plaats 2] autoriteiten geconcludeerd dat [bedrijf 16] geen enkele bedrijfsactiviteit heeft uitgevoerd en door andere personen werd gebruikt, mogelijk om belastingverplichtingen te ontwijken. Op de adressen van [bedrijf 16] is niets aangetroffen en er is geen betalingsverkeer op de bankrekeningen van [bedrijf 16] . Sinds oktober 2010 heeft [bedrijf 16] geen belastingaangiften gedaan. Verder blijkt uit de reactie op het scac-verzoek dat [contactpersoon 2] aandeelhouder en directeur van [bedrijf 16] is. Het btw-nummer van [bedrijf 16] is op 19 januari 2011 geëindigd. [contactpersoon 2] heeft, naast hetgeen hiervoor al is weergegeven uit zijn verklaring onder ‘Facturen aan [bedrijf 11] ’ waaruit naar het oordeel van de rechtbank kan worden opgemaakt dat hij als katvanger heeft gefungeerd, verklaard dat hij niets weet over [bedrijf 16] . Facturen aan [bedrijf 17] In de administratie van [bedrijf 3] zijn twee facturen van 14 februari 2011 en 8 maart 2011 aan [bedrijf 49] , gevestigd te [land 5] , aangetroffen voor een totaalbedrag van £ 254.871,--. Op deze facturen wordt de bankrekening van betalingsplatform [betalingsplatform 2] als betaalinstructie vermeld. Naar aanleiding van een scac-verzoek is door de [land 5] autoriteiten verklaard dat de e-mailadressen van [bedrijf 49] , die in de facturen van [bedrijf 3] staan vermeld, onjuist zijn en dat verdachte, [bedrijf 3] en het opgegeven bedrijfsadres van [bedrijf 49] onbekend zijn bij [bestuurder 6] , de vertegenwoordiger van [bedrijf 49] . Facturen aan [bedrijf 12] In de administratie van [bedrijf 3] zijn tien verkoopfacturen aan [bedrijf 12] , gevestigd in [land 6] , aangetroffen, gedateerd in de periode van 12 mei 2011 tot en met 11 augustus 2011, voor een totaalbedrag van € 2.753.707,50. Op deze facturen wordt de bankrekening van betalingsplatform [betalingsplatform 1] / [betalingsplatform 2] vermeld als bankrekening waarop betaald dient te worden. Directeur en aandeelhouder van [bedrijf 12] is [contactpersoon 2] . Hij heeft – naast hetgeen hiervoor is weergegeven uit zijn verklaring onder ‘Facturen aan [bedrijf 11] ’ waaruit naar het oordeel van de rechtbank kan worden opgemaakt dat hij als katvanger heeft gefungeerd – verklaard dat hij de naam ‘ [bedrijf 12] ’ herkent. [contactpersoon 2] gelooft dat dit een bedrijf is waarvoor hij in [land 6] documenten heeft ondertekend. [bedrijf 12] is volgens hem opgezet om als functionerend bedrijf te verkopen. Na het ondertekenen van de documenten heeft [contactpersoon 2] niets meer met [bedrijf 12] te maken gehad. Naar aanleiding van een scac-verzoek is door de [land 6] autoriteiten geconcludeerd dat [bedrijf 12] waarschijnlijk een missing trader is. Bij het bedrijf werd niemand aangetroffen, de [land 6] autoriteiten konden niemand van het bedrijf bereiken en er is geen aangifte van intracommunautaire leveringen gedaan. Het btw-nummer van [bedrijf 12] is op 25 juli 2012 geëindigd. [bedrijf 13] In de administratie van [bedrijf 3] zijn dertien verkoopfacturen aan [bedrijf 13] ., gevestigd te [land 2] , aangetroffen, gedateerd in de periode van 26 april 2011 tot en met 22 december 2011, voor een totaalbedrag van € 604.853,--. Op deze facturen wordt (de bankrekening van) betalingsplatforms [bedrijf 4] of [betalingsplatform 2] vermeld als rekening waarop betaald dient te worden. Naar aanleiding van een scac-verzoek is door de [land 2] autoriteiten verklaard dat [bedrijf 13] een missing trader is en dat daarom het btw-nummer per 31 december 2011 is ingetrokken. Het is hen niet bekend of er werkelijk transacties hebben plaatsgevonden tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 13] . De directeur van [bedrijf 13] is [bestuurder 2] . Conclusie Uit het dossier blijkt dat voornoemde facturen waren opgenomen in de administratie van [bedrijf 3] en hebben gediend om verkopen aan buitenlandse ondernemingen aan te tonen en tevens hebben gediend als omzetverantwoording richting de Belastingdienst. In 2011, het jaar dat als uitgangspunt is genomen in het strafrechtelijk onderzoek, is door [bedrijf 3] in totaal voor € 9.606.452,42 gefactureerd, waarvan € 9.261.483,10 betrekking heeft op voornoemde facturen en bedrijven. Gezien de hiervoor genoemde bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat: op alle voornoemde facturen een betalingsinstructie is opgenomen om via betalingsplatforms te betalen; dat – met uitzondering van [bedrijf 49] , van wie de identiteit kennelijk is misbruikt – het btw-nummer van de bedrijven aan wie voornoemde facturen zijn gericht (kort) na de factuurdatum is beëindigd; dat bij vijf van de zes bedrijven naar aanleiding van een scac-verzoek steeds is geconcludeerd dat het bedrijf een missing trader is, of dat daarvoor sterke vermoedens bestaan; dat bij een aantal van voornoemde bedrijven steeds [contactpersoon 2] en [bestuurder 2] als verantwoordelijken naar voren komen, van wie uit het onderzoek is gebleken dat zij als katvanger zijn gebruikt ( [contactpersoon 2] ) of eerder zijn veroordeeld voor btw-fraude ( [bestuurder 2] ). In het onderzoek is op geen enkele manier gebleken van daadwerkelijke handel tussen [bedrijf 3] en de hiervoor genoemde bedrijven. Door de verdediging is het verweer gevoerd dat aan alle in de tenlastelegging genoemde facturen echte transacties ten grondslag liggen die waarheidsgetrouw op papier zijn gezet. Daarbij heeft de verdediging verwezen naar de paper trail van alle transacties, zoals de viesquers, purchase orders, inkoopfacturen, etcetera, die door de verdachte zouden zijn overgelegd bij zijn Defence Statement I. De rechtbank overweegt dat bij deze Defence Statement 47 exhibits zijn overgelegd. De rechtbank heeft in deze exhibits geen stukken aangetroffen op basis waarvan de conclusie zou moeten zijn dat daadwerkelijk sprake is van (legitieme) handel tussen [bedrijf 3] en de hiervoor genoemde bedrijven. Overigens heeft de verdediging ook niet gespecifieerd uit welke exhibit dat specifiek zou moeten blijken en ontbreekt hierbij eveneens een inhoudsopgave of uitleg bij de exhibits. In het onderzoek is ten aanzien van [bedrijf 11] en [bedrijf 49] bovendien zelfs komen vast te staan dat er in het geheel geen goederenstroom is geweest met [bedrijf 3] , en dat ten aanzien van [bedrijf 11] de goederenstroom in werkelijkheid via andere bedrijven heeft gelopen. Ook is ten aanzien van [bedrijf 11] komen vast te staan dat verdachte zeer nauw betrokken was bij dit bedrijf. Hij kon immers betalingen van dit bedrijf in gang zetten en werkzaamheden namens dat bedrijf laten verrichten. Mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over btw-carrouselfraude is de rechtbank dan ook van oordeel dat het geheel van feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, de conclusie rechtvaardigt dat de handel van [bedrijf 3] (in 2011) schijnhandel was, die alleen was bedoeld om btw-carrouselfraude mogelijk te maken. De facturen die als grondslag dienden voor deze schijnhandel zijn door verdachte met dat doel opgemaakt en daarmee vals. Er was ten aanzien van de in de facturen vermelde goederen immers geen reële overeenkomt gesloten met [bedrijf 3] en het was niet de bedoeling dat die goederen daadwerkelijk door [bedrijf 3] aan de hiervoor genoemde bedrijven geleverd zouden worden. Dit feit kan daarom wettig en overtuigend worden bewezen. Bewijsuitsluiting? Ten aanzien van de verhoren van getuigen [contactpersoon 2] en [bestuurder 2] is door de raadsman betoogd dat deze moeten worden uitgesloten van het bewijs, omdat – zo begrijpt de rechtbank – de verdediging geen gebruik heeft kunnen maken van haar ondervragingsrecht zoals neergelegd in artikel 6, derde lid onder d, EVRM. De rechtbank overweegt dat om het bereik van het ondervragingsrecht zoals neergelegd in artikel 6 lid 3 sub d EVRM te kunnen bepalen, moet worden gekeken onder welke omstandigheden een inbreuk op het ondervragingsrecht leidt tot het aannemen van een schending van het recht op een eerlijk proces. Het EHRM toetst sinds haar arrest in de zaken [zaak 2] tegen het Verenigd Koninkrijk (EHRM 15 december 2011, Applications nos. 26766/05 & 22228/06) in dit verband aan een drietal vragen. Bestond er een goede reden voor het onthouden van het ondervragingsrecht en daarmee het toelaten van de – niet via het ondervragingsrecht getoetste –getuigenverklaring voor het bewijs? Berustte de veroordeling uitsluitend of in beslissende mate op de desbetreffende getuigenverklaringen? Waren er voldoende compenserende factoren, waaronder sterke procedurele waarborgen, om de eerlijkheid van het proces als geheel te kunnen waarborgen? Van het onthouden van ondervragingsrecht aan de verdediging is in deze zaak geen sprake: de rechtbank heeft de verzoeken van de verdediging tot het horen van [contactpersoon 2] en [bestuurder 2] (die beiden in detentie verblijven in het [land 1] ) immers toegewezen en de zaak daartoe verwezen naar de rechter-commissaris. Volgens vaste rechtspraak van het EHRM dient bij beantwoording van deze vraag ook betrokken te worden of de Staat zich voldoende heeft ingespannen om effectuering van het ondervragingsrecht mogelijk te maken. Ter beantwoording van die vraag stelt de rechtbank het volgende vast: de rechter-commissaris heeft het [land 1] tot tweemaal toe (in het oorspronkelijke rechtshulpverzoek en in het aanvullende) verzocht de getuigen te horen in aanwezigheid van de verdediging; de rechter-commissaris heeft de vragen van de verdediging doorgestuurd aan de [land 1] autoriteiten. De [land 1] autoriteiten hebben die vragen ook ontvangen en naar aanleiding daarvan een aantal voorstellen gedaan. De rechter-commissaris heeft vervolgens (bij mail van 5 februari 2019) gemotiveerd verzocht de vragen van de verdediging te handhaven; de rechter-commissaris is aanwezig geweest bij het verhoor van [contactpersoon 2] , maar mocht geen invloed uitoefenen op dat verhoor; het [land 1] heeft een groot aantal vragen van de verdediging aan de getuigen gesteld; het [land 1] heeft beslist dat bij het verhoor van [bestuurder 2] geen derden aanwezig mochten zijn en bij het verhoor van [contactpersoon 2] slechts twee. De rechtbank is op basis daarvan van oordeel dat de Staat zich voldoende heeft ingespannen om effectuering van het ondervragingsrecht mogelijk te maken. Wel is de rechtbank van oordeel dat het de verdediging heeft ontbroken aan een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om [contactpersoon 2] en [bestuurder 2] zelf te ondervragen, zoals ook niet is betwist door de officieren van justitie. Daardoor kon het (rechtstreekse) ondervragingsrecht van de verdediging niet ten volle worden uitgeoefend. Daarom dient de rechtbank te oordelen of de bewezenverklaring van dit feit uitsluitend (solely) of in beslissende mate (to a decisive degree) berust op de verklaring van de niet-ondervraagde getuigen. Wanneer daarvan sprake is, kan ook sprake zijn van schending van artikel 6 lid 3 onder d EVRM. De rechtbank merkt allereerst op dat voor de bewezenverklaring de getuigenverklaring van [bestuurder 2] niet is gebruikt. Daarnaast blijkt uit voorgaande bewijsmiddelen dat de bewezenverklaring niet uitsluitend en ook niet in beslissende mate is gebaseerd op de verklaring van [contactpersoon 2] . De verklaring van [contactpersoon 2] vindt in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen. Dat betekent dat de derde vraag, of er voldoende compenserende factoren waren om de eerlijkheid van het proces als geheel te waarborgen, niet aan de orde is. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [contactpersoon 2] en is gelet op het voorgaande van oordeel dat met het gebruik van de verklaring van [contactpersoon 2] geen sprake is van schending van artikel 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen. 4.4.4 Ten aanzien van feit 6 De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor ten aanzien van het bewezen verklaarde feit 5 heeft overwogen, kan zonder meer de conclusie worden getrokken dat sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat tot doel had om btw-carrouselfraude mogelijk te maken. Om dat doel te bewerkstelligen werden binnen het samenwerkingsverband herhaaldelijk diverse misdrijven gepleegd. Zo werden facturen valselijk opgemaakt in verband met de schijntransacties, welke facturen in bedrijfsadministraties werden opgenomen. Aangiften omzetbelasting werden niet of onjuist gedaan en de ploffers en buffers voldeden niet aan de fiscale administratieverplichtingen. Door geen dan wel een valse administratie te voeren en gebruik te maken van katvangers, konden de ondernemingen na faillissement vervolgens niet voldoen aan de inlichtingen- en administratieplichten zodat er sprake was van bedrieglijke bankbreuk. Binnen dit samenwerkingsverband was sprake van een zekere taakverdeling. De systeembouwers binnen de carrousel waren medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] . Zij leverden bedrijven aan die als ploffer of buffer konden worden gebruikt voor de btw-carrouselfraude. [medeverdachte 4] zorgde daarbij voor de feitelijke aansturing van diverse katvangers en verstrekte de gegevens van de ondernemingen aan [medeverdachte 8] . [medeverdachte 8] kreeg zowel van [medeverdachte 4] als van derden de gegevens van de ondernemingen aangeleverd, welke ondernemingen vervolgens binnen de btw-carrousel werden gebruikt als ploffer en buffer. [medeverdachte 8] had een aansturende rol, op meer afstand van de katvangers dan [medeverdachte 4] . [medeverdachte 6] hield zich bezig met de transacties van zowel ploffers en buffers als [bedrijf 2] . Hij was voor logistiek dienstverlener [bedrijf 18] het aanspreekpunt en coördineerde de goederen- en facturenstromen. Hij werd daarin aangestuurd door en volgde de instructies op van [medeverdachte 3] . Ook [medeverdachte 3] hield zich actief bezig met de goederen- en facturenstromen. [medeverdachte 1] hield zich bezig met de transacties van ploffers en buffers, alsmede van [bedrijf 1] en vanaf 4 juli 2012 van [bedrijf 2] . Ook hij kan als coördinator van de goederen- en facturenstromen worden gekenmerkt. Voor het verborgen blijven van de carrousel was het gebruik van betalingsplatforms essentieel. [bedrijf 4] is een [land 9] rechtspersoon en heeft vanaf 10 augustus 2011 als betalingsplatform gefungeerd. In maart 2013 – kennelijk op 19 maart 2013, gezien de vonnissen van de [land 10] rechter – is door de Duitse autoriteiten beslag gelegd op de bankrekeningen van [bedrijf 4] . Door deze beslaglegging zijn de activiteiten stil komen te liggen. [bedrijf 4] gebruikte meerdere bankrekeningen bij twee [land 5] banken ( [banken] ). Over deze bankrekeningen liepen de transacties van meerdere bedrijven. Daarbij is steeds alleen de betaling van de afnemer en de betaling aan de leverancier zichtbaar: voor de vastlegging van interne transacties maakte [bedrijf 4] gebruik van speciaal daarvoor ontwikkelde software. [softwarebedrijf] , een Oekraïens softwarebedrijf, heeft hiervoor de software ontwikkeld, dat cloud-based werkt, vermoedelijk via servers in de Verenigde Staten. De mutaties op het interne account vinden binnen het softwareprogramma plaats en zijn daardoor niet zichtbaar voor toezichthouders. Ter zitting van 28 januari 2020 heeft verdachte verklaard betrokken te zijn bij [bedrijf 4] . Uit het dossier blijkt echter dat zijn betrokkenheid verder gaat dan hij zelf doet voorkomen. Zo blijkt uit de verklaring van [bestuurder 3] dat verdachte betrokken was bij de oprichting/overname van [bedrijf 4] : ‘voor zover ik me kan herinneren, waren [verdachte] , [bestuurder 7] en ik bij deze beslissing betrokken. Het waren meerdere gesprekken waarin we tot de conclusie kwamen dat het beter was om een nieuwe firma op te richten’. Ook heeft [bestuurder 3] verklaard: ‘[bestuurder 7] , [verdachte] en ik hebben toen zeer snel besloten om deze [land 9] firma te kopen’. Daarnaast ontving verdachte naar eigen zeggen een deel van de winst (‘commissie’) van [bedrijf 4] (‘Het was eerst 10%, toen [bestuurder 7] vertrok werd het 20%’). [bestuurder 3] heeft hierover verklaard: ‘[bestuurder 7] , ik en [verdachte] hebben de winst onderling verdeeld. Ik kreeg 60%, omdat ik de software gefinancierd heb en deze ook van mij was. De beide anderen hebben ongeveer 20% ieder gekregen’. [bestuurder 7] heeft bevestigd dat verdachte een deel van de winst ontving. Verder heeft [bestuurder 7] verklaard: ‘de strategie ten aanzien van [bedrijf 4] werd besproken tussen [bestuurder 3] en [verdachte]’ en ‘de algemene beslissingen met betrekking tot (..) [bedrijf 4] werden in gezamenlijk overleg tussen [bestuurder 3] en [verdachte] gemaakt (..). De beslissingen die normaal gesproken op management niveau worden genomen, die werden vastgesteld door [bestuurder 3] en [verdachte]’. [bestuurder 3] heeft hierover verklaard: ‘[bedrijfsleider] en [medeverdachte 9] waren alleen op papier bedrijfsleider en hadden niets te vertellen. In het begin waren we met zijn drieën met [bestuurder 7] en later dan [verdachte] en ik’. Ook [medeverdachte 9] heeft verklaard dat verdachte en [bestuurder 3] de verantwoordelijken bij [bedrijf 4] waren. Verder blijkt uit skypegesprekken dat verdachte invloed heeft op waar geld van [bedrijf 4] naartoe gaat. [bedrijf 5] is op 29 januari 2013 in handen gekomen van verdachte en op 30 januari 2013 ingeschreven in het Handelsregister. De aandelen zijn voor 100% in handen gebleven van verdachte en verdachte is ook degene die werkelijk gerechtigd is tot de bankrekening van [bedrijf 5] . De werkwijze van [bedrijf 5] is vrijwel identiek aan die van [bedrijf 4] , zoals hiervoor is beschreven. Er werd gebruik gemaakt van dezelfde software, betalingen liepen via de bankrekening van [bedrijf 5] en interne transacties werden vastgelegd in een intern account. Ook deze software werkte cloud-based, vermoedelijk via servers in Oost-Europa. Verdachte heeft verklaard dat het zijn bedoeling was het klantenbestand van [bedrijf 4] mee te nemen naar [bedrijf 5] . Gelet op het voorgaande is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat verdachte beheerder van de betalingsplatforms [bedrijf 4] en [bedrijf 5] was en daardoor in staat was om de betalingsplatforms en het betalingsverkeer aan te sturen en de leden van de criminele organisatie te voorzien van gelden. Verdachte onderhield daarnaast contacten met anderen binnen het samenwerkingsverband en was betrokken bij diverse transacties. Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 8] kenden elkaar al uit anderen hoofde. Zo was verdachte samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 8] , alsmede [bestuurder 3] , werkzaam voor [bedrijf 48] , waren verdachte en [medeverdachte 3] beiden betrokken bij [bedrijf 50] en heeft verdachte in 2012 voor een onderneming van [medeverdachte 3] , [bedrijf 41] , gewerkt, waarbij [bedrijf 41] in die periode in hetzelfde bedrijfspand gevestigd was als [bedrijf 2] , te weten aan de [adres 2] . Dat er daarnaast ook sprake was van contacten tussen verdachte en anderen binnen het samenwerkingsverband, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het volgende. Naast de onder 4.4.3 van dit vonnis genoemde factuur van [bedrijf 47] . bevinden zich in het dossier ook facturen van [directeur 2] / [bedrijf 47] . voor werkzaamheden die betrekking hebben op [bedrijf 51] uit [plaats 3] - zijnde een vennootschap waarbij verdachte, [bestuurder 3] en [medeverdachte 3] (via [bedrijf 52] ) betrokken zijn-, welke facturen gericht zijn aan “ [bedrijf 4] , p/a [adres 2][adres 2] T.a.v. dhr. [medeverdachte 3] ”. Bij de aanhouding van verdachte is bij hem een Apple Macbook in beslag genomen, waarop onder meer het skype-account “ [skype-account 1] ” stond. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier blijkt dat verdachte met dit skype-account belde en chatte, nu deze skypenaam ook is gevonden op de iPad van de echtgenote van verdachte, [echtgenote] . Op deze iPad werden eveneens aangetroffen het skype-account “ [skype-account 2] ” en skypeberichten tussen [skype-account 1] en [skype-account 2] . Uit de inhoud van deze berichten valt af te leiden dat dit gesprekken zijn tussen echtgenoten. Het skype-account [skype-account 1] gebruikt tevens meerdere malen de namen “ [alias 1] ” en “ [alias 2] ”, in relatie tot [medeverdachte 3] . Bij de doorzoeking van de woning van verdachte is een USB-stick aangetroffen, met daarop een excel-bestand met de naam “ [bestandsnaam] ”, betreffende een lijst met bedrijven waarvan betalingen over het betalingsplatform [bedrijf 5] lopen. Genoemd zijn vier Nederlandse bedrijven: • [bedrijf 26] ( [directeur 3] ); • [bedrijf 53] ; • [bedrijf 54] .; • [bedrijf 55] ; Bij de bedrijven [bedrijf 26] , [bedrijf 53] en [bedrijf 54] , welke als buffer fungeren in de fraude staat de naam “ [alias 1] ”. Hieruit heeft de FIOD wetenschap van verdachte afgeleid dat laatstgenoemde drie bedrijven aan medeverdachte [medeverdachte 3] zijn te relateren en niet aan de personen/katvangers, die als bestuurders op papier staan. De rechtbank maakt die conclusie tot de hare. Voorts zijn skypeberichten aangetroffen bij het [land 3] bedrijf [bedrijf 42] , waaruit is gebleken dat verdachte nauw betrokken was bij een transactie van 2.567 stuks Sony Playstations PS3 tussen [bedrijf 42] en [bedrijf 2] . Verdachte heeft [bestuurder 4] van [bedrijf 42] in contact gebracht met medeverdachte [medeverdachte 6] van [bedrijf 2] , om vervolgens na het bereiken van overeenstemming tussen [bestuurder 4] en [medeverdachte 6] aan [bestuurder 4] mee te delen dat de oorspronkelijke klant [bedrijf 14] de goederen zou kopen, om ze vervolgens door te verkopen aan [medeverdachte 6] . Tevens is gebleken dat verschillende als ploffer en als buffer fungerende vennootschappen zijn tussengeschoven. Een gedeelte van de bij deze goederenstroom behorende betalingen loopt daarbij over het betalingsplatform [bedrijf 4] . Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte wist dat de goederen van [bedrijf 42] naar [bedrijf 2] gingen en zorgde verdachte er mede voor dat dit via tussengeschoven vennootschappen gebeurde. Ook heeft verdachte bemoeienis gehad met de andere goederenstromen, waar goederen via [bedrijf 14] , een Nederlandse ploffer en buffer weer terecht komen bij [bedrijf 2] . De wijze waarop verdachte de betalingsplatforms en het betalingsverkeer heeft aangestuurd en leden van de criminele organisatie heeft voorzien van gelden is verder uitgewerkt bij de beoordeling van de onder parketnummer 08-993126-16 aan verdachte ten laste gelegde feiten. Zo zijn er diverse skypechats aangetroffen tussen het skype-account “ [skype-account 3] ” en het skype-account “ [skype-account 4] ” van [medeverdachte 3] , die informatie bevatten over de geldstromen van diverse ploffers naar rekeningen op het betalingsplatform. Na de aanhouding van verdachte en [medeverdachte 3] is de iPhone 6 met Devicename “ [medeverdachte 3] ”, gecodeerd als MMMM-1, ten slotte uitgelezen met het programma UFED. Dit programma heeft