← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2020:1436

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummers: 08/996092-14 en 08/950462-15 (P) Datum vonnis: 6 april 2020 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1966 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] , postadres in Nederland: [postadres] , voor het ontvangen van gerechtelijke stukken domicilie kiezende ten kantore van mr. Zuur (Vondelstraat 54, 1054 GE Amsterdam). Inhoudsopgave 1. Het onderzoek op de terechtzitting 2. De tenlastelegging 3. De voorvragen 3.1 Geldigheid van de dagvaardingen 3.2 Ontvankelijkheid van de officieren van justitie 3.2.1 Specialiteitsbeginsel 3.2.2 Overige beginselen 3.3 De overige voorvragen 4. De bewijsoverwegingen inzake parketnummer 08/996092-14 4.1 Inleiding 4.2 Het standpunt van de officieren van justitie 4.3 Het standpunt van de verdediging 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1 Ten aanzien van feit 1 en 2 4.4.2 Ten aanzien van feit 3 en 4 4.4.3 Ten aanzien van feit 5 5. De bewijsoverwegingen inzake parketnummer 08/950462-15 5.1 Het standpunt van de officieren van justitie 5.2 Het standpunt van de verdediging 5.3 Het oordeel van de rechtbank 5.3.1 Ten aanzien van feit 1 5.3.2 Ten aanzien van feit 2 5.3.3 Ten aanzien van feit 3 5.3.4 Ten aanzien van feit 4 6. De bewezenverklaring 7. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 8. De strafbaarheid van verdachte 9. De op te leggen straf of maatregel 9.1 De vordering van de officieren van justitie 9.2 Het standpunt van de verdediging 9.3 De gronden voor een straf of maatregel 9.4 De inbeslaggenomen voorwerpen 10. De toegepaste wettelijke voorschriften 11. De beslissing 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 september 2015, 12 oktober 2015, 11 en 15 januari 2016 (tot dat moment alleen inzake 08/996092-14), 31 oktober 2016 (vanaf dit moment inzake 08/996092-14 en 08/950462-15), 4 november 2016, 11 september 2017, 23 april 2018, 3 en 10 december 2018, 7 en 13 februari 2019, 28 november 2019, 2 december 2019, 22 en 29 januari 2020, 26 en 27 februari 2020 en 24 maart 2020. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. A.E.M. Doedens en mr. F.A. Demmers, en van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden, mr. Chr. C. Zuur en mr. J.L.F. Groenhuijsen, beiden advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er - na wijziging van de tenlastelegging van 22 januari 2020 - kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: 08/996092-14: 1: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 1] BV, al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie door valse facturen in die administratie op te nemen; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 1] BV en/of één of meer andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] BV valselijk heeft opgemaakt door valse facturen in die administratie op te nemen; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door [bedrijf 1] BV, al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] BV door valse facturen in die administratie op te nemen; 2: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 1] BV, al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig indienen van aangiften omzetbelasting; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 1] BV en/of andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen opzettelijk onjuist of onvolledig aangiften omzetbelasting van [bedrijf 1] BV heeft ingediend; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door [bedrijf 1] BV, al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting; 3: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 januari 2014 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 2] BV, al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie door valse facturen in die administratie op te nemen; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 2] BV en/of één of meer andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] BV valselijk heeft opgemaakt door valse facturen in die administratie op te nemen; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door [bedrijf 2] BV, al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] BV door valse facturen in die administratie op te nemen; 4. primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 2] BV, al dan niet samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig indienen van aangiften omzetbelasting; subsidiair: in genoemde periode samen met [bedrijf 2] BV en/of andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen opzettelijk onjuist of onvolledig aangiften omzetbelasting van [bedrijf 2] BV heeft ingediend; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door [bedrijf 2] BV, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting; 5: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft gehad het plegen van misdrijven, te weten valsheid in geschrifte, het opzettelijk niet, dan wel onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting, het niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie, en bedrieglijke bankbreuk; 08/950462-15: 1: in de periode van 17 juni 2010 tot en met 27 juni 2014, al dan niet samen met anderen, van het witwassen van geldbedragen, van in totaal € 520.914,19, € 368.748,-- en € 320.000,--, een gewoonte heeft gemaakt; 2: in de periode van 8 oktober 2010 tot en met 5 mei 2013, al dan niet samen met anderen, van het witwassen van geldbedragen, van in totaal € 359.200,-- en € 241.238,65, een gewoonte heeft gemaakt; 3: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 maart 2015, al dan niet samen met anderen, van het witwassen van geldbedragen, van in totaal € 221.250,--, € 43.000,--, € 50.000,--,€ 144.000,-- en € 215.000,--, een gewoonte heeft gemaakt; 4: in de periode van 10 augustus 2011 tot en met 1 mei 2013 samen met anderen van het witwassen van geldbedragen, van in totaal € 226.594.873,92, GBP 20.394.811,14, USD 62.903.921,49 en PLN 4.915.831,97, een gewoonte heeft gemaakt. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: inzake parketnummer 08/996092-14: 1. primair: de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(

  1. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) haar (bedrijfs)administratie - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 3] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-0068, gedateerd 2 maart 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 61.954,38 (bijlage D-764-8, pagina 15760), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 4] , voorzien van het factuurnummer 2011250, gedateerd 20 mei 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 180.493,25 (bijlage D-518-8, pagina 14211), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 2] B.V., voorzien van het factuurnummer 12700409, gedateerd 17 december 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 226.063,70 (bijlage D-173-175, pagina 9728), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
  2. en)daarin dat op de factu(u)r(
  3. en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 1] B.V. en de afzender van die factu(u)r(
  4. en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 1] B.V. (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
  5. en)geen reële overeenkomst(
  6. en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
  7. en)te doen gebruiken, tot welk(
  8. e)feit(
  9. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
  10. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair: hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V. en/of één of meer (andere) rechtsperso(o)n(
  11. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) de (bedrijfs)administratie van de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V. - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 3] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-0068, gedateerd 2 maart 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 61.954,38 (bijlage D-764-8, pagina 15760), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 4] , voorzien van het factuurnummer 2011250, gedateerd 20 mei 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 180.493,25 (bijlage D-518-8, pagina 14211), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 2] B.V., voorzien van het factuurnummer 12700409, gedateerd 17 december 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 226.063,70 (bijlage D-173-175, pagina 9728), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
  12. en)daarin dat op de factu(u)r(
  13. en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 1] B.V. en de afzender van die factu(u)r(
  14. en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 1] B.V. (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
  15. en)geen reële overeenkomst(
  16. en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
  17. en)te doen gebruiken; meer subsidiair: de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  18. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) haar (bedrijfs)administratie - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 3] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-0068, gedateerd 2 maart 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 61.954,38 (bijlage D-764-8, pagina 15760), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 4] , voorzien van het factuurnummer 2011250, gedateerd 20 mei 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 180.493,25 (bijlage D-518-8, pagina 14211), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 2] B.V., voorzien van het factuurnummer 12700409, gedateerd 17 december 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 226.063,70 (bijlage D-173-175, pagina 9728), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
  19. en)daarin dat op de factu(u)r(
  20. en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 1] B.V. en de afzender van die factu(u)r(
  21. en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 1] B.V. (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
  22. en)geen reële overeenkomst(
  23. en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
  24. en)te doen gebruiken, tot en/of bij het plegen van welk(
  25. e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  26. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte,  gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
  27. en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(
  28. n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
  29. en)kon handelen, en/of  zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
  30. en)gebruik maakte(
  31. n)en/of handelde(
  32. n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of  met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
  33. s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
  34. s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
  35. s)(een) schijntransactie(
  36. s)betrof (fen); 2. primair: de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Apeldoorn en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  37. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  38. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  39. n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 1] B.V., betreffende het/de ja(a)r(
  40. en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
  41. n)omzetbelasting over de maand maart 2011, en/of - de aangifte(
  42. n)omzetbelasting over de maand september 2011, en/of - de aangifte(
  43. n)omzetbelasting over de maand december 2012, en/of onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
  44. de)Inspecteur(
  45. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
  46. en)er (telkens) toe strekte(
  47. n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
  48. n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot welk(
  49. e)feit(
  50. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
  51. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair: hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Apeldoorn en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V. en/of één of meer (andere) rechtsperso(o)n(
  52. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  53. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  54. n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 1] B.V., betreffende het/de ja(a)r(
  55. en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
  56. n)omzetbelasting over de maand maart 2011, en/of - de aangifte(
  57. n)omzetbelasting over de maand september 2011, en/of - de aangifte(
  58. n)omzetbelasting over de maand december 2012, en/of onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
  59. de)Inspecteur(
  60. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
  61. en)er (telkens) toe strekte(
  62. n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
  63. n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven; meer subsidiair: de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Apeldoorn en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  64. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  65. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  66. n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 1] B.V., betreffende het/de ja(a)r(
  67. en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
  68. n)omzetbelasting over de maand maart 2011, en/of - de aangifte(
  69. n)omzetbelasting over de maand september 2011, en/of - de aangifte(
  70. n)omzetbelasting over de maand december 2012, en/of onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
  71. de)Inspecteur(
  72. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
  73. en)er (telkens) toe strekte(
  74. n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
  75. n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot en/of bij het plegen van welk(
  76. e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 december 2013 te Apeldoorn en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  77. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte,  gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
  78. en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(
  79. n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
  80. en)kon handelen, en/of  zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
  81. en)gebruik maakte(
  82. n)en/of handelde(
  83. n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of  met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
  84. s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
  85. s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
  86. s)(een) schijntransactie(
  87. s)betrof(fen); 3. primair: de besloten vennootschap [bedrijf 2] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 januari 2014 te Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  88. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) haar (bedrijfs)administratie - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 5] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-0138, gedateerd 5 april 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 146.013,00 (bijlage D-225-22, pagina 11331), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 6] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-348, gedateerd 7 oktober 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 109.338,39 (bijlage D-247-87, pagina 12159), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 6] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-478, gedateerd 24 november 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 574.289,24 (bijlage D-247-39, pagina 12111), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 7] B.V., voorzien van het factuurnummer 20120010, gedateerd 15 februari 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 182.546,00 (bijlage D-246-34, pagina 12068), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
  89. en)daarin dat op de factu(u)r(
  90. en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 2] B.V. en de afzender van die factu(u)r(
  91. en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 2] B.V. (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
  92. en)geen reële overeenkomst(
  93. en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
  94. en)te doen gebruiken, tot welk(
  95. e)feit(
  96. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
  97. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair: hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 januari 2014 te Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met de besloten vennootschap [bedrijf 2] B.V. en/of één of meer (andere) rechtsperso(o)n(
  98. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) de (bedrijfs)administratie van de besloten vennootschap [bedrijf 2] B.V. - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 5] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-0138, gedateerd 5 april 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 146.013,00 (bijlage D-225-22, pagina 11331), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 6] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-348, gedateerd 7 oktober 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 109.338,39 (bijlage D-247-87, pagina 12159), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 6] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-478, gedateerd 24 november 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 574.289,24 (bijlage D-247-39, pagina 12111), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 7] B.V., voorzien van het factuurnummer 20120010, gedateerd 15 februari 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 182.546,00 (bijlage D-246-34, pagina 12068), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
  99. en)daarin dat op de factu(u)r(
  100. en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 2] B.V. en de afzender van die factu(u)r(
  101. en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 2] B.V. (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
  102. en)geen reële overeenkomst(
  103. en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
  104. en)te doen gebruiken; meer subsidiair: de besloten vennootschap [bedrijf 2] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 januari 2014 te Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  105. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) haar (bedrijfs)administratie - zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, door een groot aantal, althans één of meerdere valselijk opgemaakte en/of vervalste factu(u)r(en), waaronder onder meer: - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 5] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-0138, gedateerd 5 april 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 146.013,00 (bijlage D-225-22, pagina 11331), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 6] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-348, gedateerd 7 oktober 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 109.338,39 (bijlage D-247-87, pagina 12159), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 6] B.V., voorzien van het factuurnummer 2011-478, gedateerd 24 november 2011, vermeldende het factuurbedrag EUR 574.289,24 (bijlage D-247-39, pagina 12111), en/of - een factuur vermeldende als afzender [bedrijf 7] B.V., voorzien van het factuurnummer 20120010, gedateerd 15 februari 2012, vermeldende het factuurbedrag EUR 182.546,00 (bijlage 0-246-34, pagina 12068), bestaande de valsheid van de bedoelde factu(u)r(
  106. en)daarin dat op de factu(u)r(
  107. en)(telkens) valselijk, immers (opzettelijk) in strijd met de waarheid, was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen [bedrijf 2] B.V. en de afzender van die factu(u)r (
  108. en)een (legitieme) goederentransactie en/of levering had plaatsgevonden en dat [bedrijf 2] B.V. (ter zake daarvan) een geldbedrag en omzetbelasting verschuldigd was, althans aan welke factu(u)r(
  109. en)geen reële overeenkomst(
  110. en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, immers was er sprake van (een) schijntransactie(s), (opzettelijk) in die (bedrijfs)administratie te verwerken en/of te doen verwerken en/of te boeken en/of te doen boeken en/of op te nemen en/of te doen opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie, als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
  111. en)te doen gebruiken, tot en/of bij het plegen van welk(
  112. e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  113. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte,  gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
  114. en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(
  115. n)zodat bedoelde medeverdachte(
  116. n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
  117. en)kon handelen, en/of  zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
  118. en)gebruik maakte(
  119. n)en/of handelde(
  120. n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of  met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
  121. s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
  122. s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
  123. s)(een) schijntransactie(
  124. s)betrof(fen); 4. primair: de besloten vennootschap [bedrijf 2] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  125. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  126. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  127. n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 2] B.V., betreffende het/de ja(a)r(
  128. en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
  129. n)omzetbelasting over het tweede kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
  130. n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
  131. n)omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012, en/of - de aangifte(
  132. n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2012, onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
  133. de)Inspecteur(
  134. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
  135. en)er (telkens) toe strekte(
  136. n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
  137. n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot welk(
  138. e)feit(
  139. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
  140. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair: hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met de besloten vennootschap [bedrijf 2] B.V. en/of één of meer (andere) rechtsperso(o)n(
  141. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  142. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  143. n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 2] B.V., betreffende het/de ja(a)r(
  144. en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
  145. n)omzetbelasting over het tweede kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
  146. n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
  147. n)omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012, en/of - de aangifte(
  148. n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2012, onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
  149. de)Inspecteur(
  150. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
  151. en)er (telkens) toe strekte(
  152. n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
  153. n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven; meer subsidiair: de besloten vennootschap [bedrijf 2] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  154. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  155. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  156. n)voor de omzetbelasting ten naam van [bedrijf 2] B.V., betreffende het/de ja(a)r(
  157. en)2011 en/of 2012 en/of 2013, waaronder onder meer: - de aangifte(
  158. n)omzetbelasting over het tweede kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
  159. n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2011, en/of - de aangifte(
  160. n)omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012, en/of - de aangifte(
  161. n)omzetbelasting over het vierde kwartaal 2012, onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft laten doen bij (
  162. de)Inspecteur(
  163. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
  164. en)er (telkens) toe strekte(
  165. n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
  166. n)(telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) een te hoog en/of onjuist, bedrag aan (betaalde) voorbelasting en/of (telkens) een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot en/of bij het plegen van welk(
  167. e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 juli 2013 te Apeldoorn en/of Hazerswoude Dorp (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Amstelveen en/of Aalsmeer en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  168. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte,  gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(
  169. en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
  170. en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(
  171. n)zodat bedoelde medeverdachte(
  172. n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtspersofo)n(
  173. en)kon handelen, en/of  zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
  174. en)gebruik maakte(
  175. n)en/of handelde(
  176. n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of  met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
  177. s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
  178. s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
  179. s)(een) schijntransactie(
  180. s)betrof(fen); 5. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Almere en/of Amersfoort en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen, aan een organisatie, bestaande uit [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 8] BV en/of [bedrijf 9] B.V. en/of [bedrijf 10] B.V. en/of [bedrijf 11] B.V. en/of [bedrijf 12] en/of [bedrijf 13] B.V. en/of [bedrijf 14] B.V. en/of [bedrijf 15] B.V. en/of [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] B.V. en/of [bedrijf 18] B.V. en/of [bedrijf 19] B.V. en/of een/of meer rechtsperso(o)n(
  181. en)en/of één of meer andere rechtsperso(o)n(
  182. en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk te weten: - valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of - het opzettelijk niet en/of onjuist en/of onvolledig doen van bij de belastingwet voorziene aangifte(
  183. n)omzetbelasting, terwijl die/dat feit(
  184. en)er (telkens) toe strekte(
  185. n)dat te weinig belasting wordt geheven (BTW-carrousselfraude), als bedoeld in artikel 69 eerste en/of tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of - het opzettelijk begaan van een of meer feit(
  186. en)als omschreven in artikel 68, eerste lid, onderdeel a en/of b en/of c en/of d en/of e en/of f en/of g, als bedoeld in artikel 69, eerste en/of tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of - bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 Wetboek van Strafrecht; inzake parketnummer 08/950462-15: 1. hij in de periode van 17 juni 2010 tot en met 27 juni 2014 te Baarn en/of te Hilversum en/of (elders) in Nederland en/of in het Koninkrijk Thailand, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  187. s)meermalen van een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (na te noemen) geldbedrag(en): - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verborgen of verhuld; en/of - verborgen of verhuld wie de rechthebbende op die geldbedrag(
  188. en)is/was; en/of - die geldbedrag(
  189. en)voorhanden gehad; en/of - die geldbedrag(
  190. en)verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  191. s)(telkens) wisten dat die geldbedrag(
  192. en)-onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf, te weten: 1. het doen of laten storten, althans het ontvangen, van geldbedrag(
  193. en)(in totaal EURO 520.914,19 althans enig geldbedrag) op een de rekening met het nummer [rekeningnummer 1] die [naam 1] heeft geopend en heeft aangehouden bij de Kasikorn Thai Bank AG te Thailand en verborgen heeft gehouden voor de Nederlandse (fiscale) autoriteiten; en/of 2. het overboeken van geldbedrag(
  194. en)(in totaal EURO 368.748,- althans enig geldbedrag) op een de rekening met het nummer [rekeningnummer 2] die [naam 1] heeft geopend en heeft aangehouden bij de Kasikorn Thai Bank AG te Thailand en verborgen heeft gehouden voor de Nederlandse (fiscale) autoriteiten; en/of 3. het doen of laten storten, althans het ontvangen, van geldbedrag(
  195. en)(in totaal EURO 320.000,- althans enig geldbedrag) op een bankrekening aangehouden door [bedrijf 20] B.V. en deze ontvangsten in strijd met de waarheid in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 20] B.V. te verwerken als een (geld)lening; 2. hij in de periode van 8 oktober 2010 tot en met 5 mei 2013 te Delden (gemeente Hof van Twente) en/of te Hilversum en/of te Soest en/of (elders) in Nederland en/of in het Koninkrijk België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  196. s)meermalen van een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (na te noemen) geldbedrag(en): - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verborgen of verhuld; en/of - verborgen of verhuld wie de rechthebbende op die geldbedrag(
  197. en)is/was; en/of - die geldbedrag(
  198. en)voorhanden gehad; en/of - die geldbedrag(
  199. en)verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  200. s)(telkens) wisten dat die geldbedrag(
  201. en)-onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf, te weten: 1. het doen of laten storten, althans het ontvangen, van geldbedrag(
  202. en)(in totaal EURO 359.200,- althans enig geldbedrag) op een de rekening met het nummer [rekeningnummer 3] die [naam 2] heeft geopend en heeft aangehouden bij de Coöperatieve Rabobank Schiphol U.A. namens [bedrijf 21] B.V. (handelsnaam van [bedrijf 21] B.V.); en/of 2. het opnemen in contanten van de hiervoor onder 1 bedoelde geldbedrag(
  203. en)tot in totaal EURO 354.240,- (althans enig geldbedrag); en/of 3. het doen of laten storten, althans het ontvangen, van geldbedrag(
  204. en)(in totaal EURO 241.238,65 althans enig geldbedrag) op een de rekening met het nummer [rekeningnummer 4] die [naam 2] heeft geopend en heeft aangehouden bij de KBC-Bank namens [bedrijf 22] Bvba; en/of 4. het opnemen in contanten van de hiervoor onder 3 bedoelde geldbedrag(
  205. en)tot in totaal EURO 241.238,65,- (althans enig geldbedrag); 3. hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 maart 2015 te Baarn en/of te Hilversum en/of (elders) in Nederland en/of in de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China en/of in het Koninkrijk Spanje, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  206. s)meermalen van een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (na te noemen) geldbedrag(en): - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verborgen of verhuld; en/of - verborgen of verhuld wie de rechthebbende op die geldbedrag(
  207. en)is/was; en/of - die geldbedrag(
  208. en)voorhanden gehad; en/of - die geldbedrag(
  209. en)verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  210. s)(telkens) wisten dat die geldbedrag(
  211. en)-onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf, te weten: 1. het doen of laten storten, althans het ontvangen, van geldbedrag(
  212. en)(in totaal EURO 221.250,- althans enig geldbedrag) op een de rekening met het nummer [rekeningnummer 5] die op naam van [bedrijf 23] Limited is geopend en is aangehouden bij de HSBC Bank AG te Hong Kong; en/of 2. het doorstorten van de hiervoor onder 1 bedoelde geldbedrag(en), althans (ongeveer) EURO 43.000, althans enig geldbedrag naar een bankrekening van [bedrijf 24] SL, zijnde een door hem, verdachte, gecontroleerde rechtspersoon, en/of naar een bankrekening van [naam 3] , en/of naar een bankrekening van [naam 4] , en/of naar bankrekening(
  213. en)van een of meer anderen; en/of 3. het doen van een betaling in contanten, groot EURO 20.000,- aan [naam 5] AG en/of [naam 6] en/of het overboeken van een geldbedrag, groot EURO 30.000,- aan [naam 5] AG en/of [naam 6] ; en/of 4. het in het jaar 2011 declareren bij en ontvangen van [bedrijf 2] B.V. van een geldbedrag, in totaal groot EURO 144.000,-, door [bedrijf 25] B.V., zijnde een door hem, verdachte, gecontroleerde rechtspersoon; en/of 5. het aannemen/ontvangen van een bedrag, groot EURO 215.000,-, in contanten en/of [medeverdachte 6] overboeking per bank en/of [medeverdachte 6] verrekening in rekening courant in het kader van het overdragen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] Holding B.V.; 4. in of omstreeks de periode van 10 augustus 2011 tot en met 1 mei 2013 te Hilversum en/of Almere en/of Waalwijk en/of elders in Nederland en/of in Polen en/of elders in Europa, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(en), waaronder [verdacht bedrijf 1] en/of natuurlijke perso(o)n(
  214. en)van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij (telkens) op een of meerdere tijdstippen in genoemde periode, a.
  215. a)van een of meer geldbedragen, te weten: EUR 226.594.873,92 en/of GBP 20.394.811,14 en/of USD 62.903.921,49 en/of PLN 4.915.831,97 althans enige geldbedragen de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhult wie de rechthebbende is van voornoemd(
  216. e)geldbedrag(
  217. en)en/of wie voornoemd(
  218. e)geldbedrag(
  219. en)voorhanden had, en/of
  220. b)een of meer geldbedragen, te weten: EUR 226.594.873,92 en/of GBP 20.394.811,14 en/of USD 62.903.921,49 en/of PLN 4.915.831,97 althans enige geldbedragen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, immers hebben verdachte en/of diens medeverdachten, een of meerdere geldbedrag(en), afkomstig en/of op naam van van [bedrijf 26] BV en/of [bedrijf 17] BV (handelsnaam: [bedrijf 4] ) en/of [bedrijf 27] BV en/of [bedrijf 28] BV en/of [bedrijf 29] vof en/of [bedrijf 11] BV en/of [bedrijf 14] BV (handelsnaam: [bedrijf 30] ) en/of [bedrijf 31] BV (handelsnaam: [bedrijf 32] ) en/of [bedrijf 33] BV (handelsnaam: [bedrijf 34] ) en/of [bedrijf 19] BV (handelsnaam: [bedrijf 19] ) en/of [bedrijf 35] BV en/of [bedrijf 36] BV (handelsnaam: [bedrijf 36] ) en/of [bedrijf 37] BV (handelsnaam: [bedrijf 37] ) en/of een of meer andere (rechts)personen, overgemaakt en/of over laten maken naar en/of ontvangen op een van de bankrekening(
  221. en)toebehorende aan verdachte, [verdacht bedrijf 1] , en/of van diens (andere) medeverdachte(n), en/of (vervolgens) met deze/dit geldbedrag(
  222. en)transacties verricht [medeverdachte 6] een (intern) systeem, welk in beheer en/of onder controle was van verdachte en/of van diens medeverdachte(n), welk systeem erin bestond dat de/het ontvangen geldbedrag(
  223. en)konden worden over-/doorgeboekt ten behoeve van een andere partij, waarbij (intern) een administratie van deze transactie(
  224. s)werd(
  225. en)bijgehouden en/of [medeverdachte 6] een intern boekingssysteem geadministreerd, en/of waardoor als gevolg van het gebruik van dit (intern) betalingsplatform vooromschreven transactie(
  226. s)niet traceerbaar/herleidbaar was/waren voor derden en/of waardoor niet meer de herkomst en/of eigenaar en/of rechthebbende en/of vindplaats kon worden vastgesteld van voorbedoelde geldbedrag(en), en/of vervolgens vanaf voornoemde bankrekening(
  227. en)en/of betalingsplatform een of meer geldbedrag(
  228. en)overgeboekt naar andere (buitenlandse) bankrekeningen en/of (rechts)personen, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(
  229. en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf. 3De voorvragen 3.1 Geldigheid van de dagvaardingen - partiële nietigheid Op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, alsmede met vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling staat de vraag centraal of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. Ook voor de rechter moet de tenlastelegging begrijpelijk zijn. De eis van ‘opgave van het feit’ wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn, in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en in de derde plaats voldoende feitelijk. De verdediging heeft allereerst nietigheid bepleit van het bestanddeel ‘één of meer rechtspersonen’ in combinatie met ‘voornoemde rechtspersonen’ betreffende het parketnummer 08/996092-14. De rechtbank stelt vast dat deze combinatie van bestanddelen enkel in de meer subsidiair tenlastegelegde feiten 1 tot en met 4 voorkomt. Onder die feiten wordt verdachte steeds verweten dat hij medeplichtig is geweest aan het door [bedrijf 1] BV (hierna: [bedrijf 1] ) of [bedrijf 2] BV (hierna: [bedrijf 2] ), ‘tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  230. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen’ valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie en onjuist indienen van aangiften. Onder de gedachtestreepjes – waar wordt verwezen naar ‘voornoemde rechtspersonen’ – wordt het verwijt verder verfeitelijkt. De rechtbank is van oordeel dat geen onduidelijkheid kan bestaan welke feiten aan verdachte ten laste worden gelegd onder feiten 1 tot en met 4 meer subsidiair. De tenlastelegging is voldoende duidelijk en voldoende bepaald. Verdachte moet in staat worden geacht om zich op basis van de tenlastelegging goed te verdedigen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. Onder feiten 1 en 3 in de zaak met parketnummer 08/996092-14, in alle ten laste gelegde varianten, wordt verdachte verweten dat hij betrokken is geweest bij het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie door ‘een groot aantal’ valse facturen in die administratie op te nemen ‘waaronder onder meer’, waarna met behulp van gedachtestreepjes een gedetailleerde opsomming van specifieke facturen volgt. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende duidelijk is op welke andere facturen dan die in de opsomming staan, wordt gedoeld. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. Het onderdeel van de tenlastelegging ‘een groot aantal….waaronder onder meer’ onder feiten 1 en 3, in alle ten laste gelegde varianten, is dan ook telkens onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. De rechtbank verklaart de dagvaarding in zoverre partieel nietig. Onder feiten 2 en 4 in de zaak met parketnummer 08/996092-14, in alle ten laste gelegde varianten, wordt verdachte verweten dat hij primair als feitelijke leidinggever/opdrachtgever, subsidiair als medepleger, meer subsidiair als medeplichtige, betrokken is geweest bij het onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting, door ‘een groot aantal’, althans één of meerdere aangiften omzetbelasting onjuist of onvolledig te doen, waaronder ‘onder meer’ de in de tenlastelegging genoemde aangiften. De tekst van de tenlastelegging is beperkt tot de aangiften omzetbelasting van respectievelijk [bedrijf 1] (feit 2) en [bedrijf 2] (feit 4) en wel specifiek tot de jaren 2011, 2012 en/of 2013. Gelet op die combinatie van bestanddelen is naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk en begrijpelijk waartegen verdachte zich kan verdedigen. Het verweer van de verdediging op dit punt wordt daarom verworpen. Onder feit 5 in de zaak met parketnummer 08/996092-14 wordt verdachte verweten dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft gehad het plegen van de misdrijven - kort weergegeven - valsheid in geschrifte, het onjuist of niet doen van belastingaangiften, het niet voldoen aan fiscale administratieverplichtingen en bedrieglijke bankbreuk. De verdediging heeft bepleit dat de rest van de tenlastelegging betrekking heeft op fraude met omzetbelasting en valsheid in geschrift, dat bedrieglijke bankbreuk niet feitelijk in de tenlastelegging is onderbouwd en dat de vermelding van bedrieglijke bankbreuk bij feit 5 in zoverre niet begrijpelijk is. De rechtbank overweegt dat het afzonderlijk ten laste leggen van bedrieglijke bankbreuk geen vereiste is om dit misdrijf op te nemen als één van de misdrijven waarop de criminele organisatie het oogmerk had. Een verfeitelijking van het verwijt in de tenlastelegging is evenmin vereist. Het gehele dossier heeft betrekking op btw-carrouselfraude, welke verweten fraude niet alleen behelst het niet of onjuist doen van belastingaangiften en het vervalsen van facturen/bedrijfsadministraties, maar ook het telkens laten failleren van zogenoemde ploffers. In het dossier is bovendien duidelijk een aantal aangiften van curatoren wegens bedrieglijke bankbreuk opgenomen, zodat ook daaruit reeds volgt op welke ondernemingen dit verwijt in het bijzonder betrekking heeft. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de tenlastelegging op dit punt voldoende duidelijk en bepaald is en dat de verdediging kan weten waartegen zij zich kan verweren. Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 08/950462-15 heeft de verdediging gesteld dat na wijziging van de tenlastelegging op 22 januari 2020 de tenlastelegging onder feit 2 voor wat betreft het gedeelte ‘althans enig geldbedrag’ en onder feit 3 sub 2 voor wat betreft de bestanddelen ‘althans (ongeveer)’ voorafgaand aan ‘€ 43.000’ en ‘tezamen en in vereniging met anderen’ en ‘en/of naar bankrekeningen van anderen’ onbegrijpelijk is en daarom partieel nietig dient te worden verklaard. Ter zitting van 22 januari 2020 heeft de rechtbank de gevorderde wijziging tenlastelegging gemotiveerd toegewezen. Het verweer van de verdediging tegen de wijziging tenlastelegging, dat inhoudelijk gelijkluidend is aan het nietigheidsverweer, is bij de beoordeling van het al dan niet toestaan van de wijziging tenlastelegging reeds meegenomen. De rechtbank overweegt aanvullend dat de tenlastelegging door de toegestane wijziging niet onvoldoende bepaald of onduidelijk is geworden. Verdachte moet in staat worden geacht om zich op basis van de tenlastelegging goed te verdedigen. De rechtbank heeft vastgesteld dat voor het overige de dagvaardingen geldig zijn. 3.2 Ontvankelijkheid van de officieren van justitie 3.2.1 Specialiteitsbeginsel De verdediging heeft verder bepleit dat het specialiteitsbeginsel is geschonden, omdat voor de feiten 1, 3 en 5 onder het eerste en vijfde gedachtestreepje van de dagvaarding met parketnummer 08/996092-14 niet om overlevering is gevraagd aan Spanje. De verdediging heeft gesteld dat de officieren van justitie daarom ten aanzien van deze feiten niet-ontvankelijk zijn. De rechtbank overweegt dat het specialiteitsbeginsel is opgenomen in artikel 27 van het Kaderbesluit van de Raad van Europa van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (hierna: het Kaderbesluit). Volgens dit beginsel kan een overgeleverde persoon niet worden vervolgd, berecht of anderszins van zijn vrijheid beroofd wegens enig ander vóór de overlevering begaan feit dan dat welk de reden tot de overlevering is geweest. In haar arrest in de zaken Leymann en Pustovarov van 1 december 2008 (zaak C‑388/08 PPU) heeft het Hof van Justitie onder meer overwogen dat het beginsel van wederzijdse erkenning, dat de basis vormt voor de opzet van het Kaderbesluit, ook impliceert dat de lidstaten in beginsel gehouden zijn gevolg te geven aan een Europees aanhoudingsbevel. Deze moeten of kunnen de tenuitvoerlegging van een dergelijk bevel slechts weigeren als één van de in de artikelen 3 en 4 van dat Kaderbesluit genoemde respectievelijk absolute of facultatieve weigeringsgronden aan de orde is. In het arrest Leymann en Pustovarov heeft het Hof van Justitie ook overwogen dat het overleveringsverzoek is gebaseerd op de informatie die de stand van het onderzoek op het tijdstip van de uitvaardiging van het Europees aanhoudingsbevel weergeeft. Het is volgens het Hof van Justitie dus mogelijk dat in de loop van de procedure de vastgestelde feiten niet in alle opzichten meer overeenkomen met die welke oorspronkelijk waren omschreven. De verzamelde gegevens kunnen leiden tot een precisering en zelfs een wijziging van de bestanddelen van het strafbare feit die de uitvaardiging van het Europees aanhoudingsbevel aanvankelijk hebben gerechtvaardigd. Verder heeft het Hof van Justitie overwogen dat vereisen dat de uitvoerende lidstaat voor iedere wijziging in de omschrijving van de feiten toestemming verleent, verder zou gaan dan wat het specialiteitsbeginsel verlangt en zou afdoen aan het doel: de in het Kaderbesluit voorziene justitiële samenwerking tussen de lidstaten te vergemakkelijken en te bespoedigen. Het Hof van Justitie oordeelt dat, om te bepalen of het aan de orde zijnde strafbare feit geen 'ander feit' is dan dat welk de reden tot de overlevering is geweest, dient te worden nagegaan of de bestanddelen van het strafbare feit volgens de wettelijke omschrijving die in de uitvaardigende lidstaat daarvan is gegeven, die zijn waarvoor de persoon is overgeleverd en of er voldoende overeenstemming is tussen de gegevens in het aanhoudingsbevel en de gegevens in de latere procedurele handeling. Wijzigingen in de omstandigheden, tijd en plaats zijn toegestaan, mits zij volgen uit de elementen die zijn verzameld tijdens de procedure die in de uitvaardigende lidstaat is gevolgd met betrekking tot de in het aanhoudingsbevel omschreven gedragingen, zij de aard van het strafbare feit niet wijzigen en zij niet leiden tot gronden tot weigering van de tenuitvoerlegging in de zin van de artikelen 3 en 4 van het Kaderbesluit. De rechtbank overweegt dat in het Europees aanhoudingsbevel (EAB) (opgenomen als VERD-023-00) ‘deelneming aan een criminele organisatie’, ‘fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad in de zin van de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen’ en ‘witwassen van opbrengsten en misdrijven’ als lijstfeiten zijn aangevinkt. Daarnaast is als ‘beschrijving van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd’ in het EAB onder meer vermeld: ‘Voornoemde gezochte persoon is een van de verdachten in een grootschalig internationaal strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot btw-carrouselfraude. De rechtspersonen [bedrijf 2] B.V. ( [bedrijf 2] ) en [bedrijf 1] BV. hebben vermoedelijk in georganiseerd verband samengewerkt met verschillende andere verdachten om btw-fraude te (kunnen) plegen. [bedrijf 2] en [bedrijf 1] kopen (in ieder geval op papier) hun goederen van steeds verschillende leveranciers. Dit betreffen telkens bedrijven, die voldoen aan de volgende kenmerken: • ze bestaan slechts sinds korte tijd of handelen pas sinds kort in deze branche; • ze voldoen niet aan hun administratieve verplichtingen; • ze bestaan slechts korte tijd; • de persoon die de onderneming op papier runt is niet degene die daadwerkelijk de touwtjes in handen heeft; • de ondernemingen beschikken niet over eigen kapitaal; • achter meerdere leveranciers gaat vermoedelijk één en dezelfde persoon schuil; • al deze leveranciers kopen in van zogenaamde ploffers. De goederen die bij [bedrijf 2] en [bedrijf 1] terecht komen zijn afkomstig vanuit de EU, waarbij de ondernemingen die de goederen op papier verwerven vanuit de EU de omzetbelasting niet afdragen aan de Belastingdienst. Deze ondernemingen voeren geen juiste, geen volledige of in zijn geheel geen administratie. Dit zijn de zogenoemde ‘ploffers’. Vervolgens worden een aantal ondernemingen tussen de verschillende ploffers en [bedrijf 2] / [bedrijf 1] geschoven. Deze ondernemingen voegen, zakelijk gezien, niets toe. Dit wordt slechts gedaan om een rechtstreeks verband tussen de ploffers en [bedrijf 2] / [bedrijf 1] te verbergen. Deze ondernemingen fungeren alleen als zogenaamde doorvoerondernemingen welke in de keten van de carrouselfraude ook wel buffers worden genoemd. Op deze manier wordt verhuld dat er sprake is van btw carrouselfraude. De indruk bestaat dat de keten van (op papier) samenwerkende ondernemingen alleen (financieel) kan bestaan door de gepleegde btw carrouselfraude. Voor het betalingsverkeer wordt vanaf een bepaald moment door deze samenwerkende groep van ondernemingen en personen gebruik gemaakt van betalingsplatforms. Een betalingsplatform heeft de beschikking over buitenlandse bankrekeningen. Over deze bankrekeningen gaat het betalingsverkeer van diverse ondernemingen, waardoor het niet meer inzichtelijk is wat er nu echt is gebeurd met de geldstromen van een onderneming. Op deze wijze wordt verhuld hoe de geldstromen binnen deze ondernemingen lopen. Enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 2] zijn: • in de periode van 28 december 2010 tot 15 februari 2011 Stichting Administratiekantoor [bedrijf 2] ; • in de periode van 15 februari 2011 tot 19 december 2011 [bedrijf 25] BV.; • in de periode van 19 december 2011 tot 4 juli 2012 Stichting Administratiekantoor [bedrijf 2] ; • vanaf 4 juli 2012 [bedrijf 1] Holding B.V. [verdachte] is vanaf 14 november 2011 bestuurder van Stichting Administratiekantoor [bedrijf 2] . In de periode van 27 december 2010 tot 25 januari 2012 is [bedrijf 38] SA in Luxemburg enig aandeelhouder van [bedrijf 25] BV., in de periode vanaf 25 januari 2012 is dit mevrouw [medeverdachte 2] . Mevrouw [medeverdachte 2] is de echtgenote van [verdachte] . Mevrouw [medeverdachte 2] is vanaf 27 december 2010 bestuurder van [bedrijf 25] BV. [verdachte] is in de periode van 22 juni 2011 tot 1 januari 2012 gevolmachtigde van [bedrijf 25] B.V. Volgens de gegevens van Linkedln is [verdachte] commercieel directeur van [bedrijf 2] geweest in de periode december2010 tot juni 2012. [verdachte] is veroordeeld in verband met carrouselfraude, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie in de jaren 90. Uit verklaringen is naar voren gekomen dat [verdachte] werkte op het adres [adres 1] te Hilversum (het voormalige vestigingsadres van [bedrijf 2] ), dat hij handelt in elektronica en dat alles van bovenaf wordt geregeld door [verdachte] . In een verklaring wordt gesproken over een storting op een bankrekening van € 922.000. Dit betrof foutieve storting die verband hield met ene [verdachte] , die een kroeg of een eethuisje heeft in Hilversum genaamd [café/restaurant] . [café/restaurant] B.V. is een restaurant in Hilversum. Enig aandeelhouder en bestuurder van [café/restaurant] is vanaf 10 september 2013 Stichting Administratiekantoor [café/restaurant] . Vanaf 10 september 2013 is mevrouw [medeverdachte 2] bestuurder van deze stichting. Voor 10 september 2013 was [bedrijf 25] B.V. enig aandeelhouder en bestuurder van [café/restaurant] . Welke feitelijke handelingen de afzonderlijke verdachten hebben verricht moet nader worden onderzocht.’ In de beschrijving van de omstandigheden in het EAB is zodoende uiteengezet dat [bedrijf 2] en [bedrijf 1] verdacht worden van betrokkenheid bij btw-carrouselfraude. Het feitencomplex ten aanzien van zowel [bedrijf 2] als [bedrijf 1] is daarbij duidelijk omschreven. Ook is daarbij reeds aangetekend dat de precieze rol van verdachte nog nader onderzocht moest worden. Gelet op voorgaande overwegingen van het Hof van Justitie en het doel van het Kaderbesluit is de rechtbank van oordeel dat de bestanddelen van de ten laste gelegde feiten die zijn waarvoor verdachte is overgeleverd en dat de in de tenlastelegging omschreven gedragingen in voldoende mate overeenstemmen en logisch voortvloeien uit de nauwkeurige beschrijving van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd in het EAB. Op basis daarvan mag worden aangenomen dat de rechter in Spanje op de hoogte was van het feitencomplex in deze zaak en dat de goedkeuring van deze rechter ook hierop betrekking heeft. In ieder geval zijn naar het oordeel van de rechtbank de in artikel 3 en 4 van het Kaderbesluit genoemde weigeringsgronden niet aan de orde. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geen sprake is van schending van het specialiteitsbeginsel. Het verweer van de verdediging wordt daarom verworpen. 3.2.2 Overige beginselen De verdediging heeft verder bepleit dat de officieren van justitie niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in de vervolging van verdachte wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, het verbod van willekeur en de rechten van verdachte op een fair trial. De verdediging heeft daartoe gesteld dat het wel vervolgen van verdachte als vermoede ontvanger van het geld, maar niet van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] , die de vermoede donateurs van de gelden zijn, voor witwassen, in strijd met het gelijkheidsbeginsel is. Het is bovendien in strijd met het verbod van willekeur dat [medeverdachte 6] niet wordt vervolgd wegens witwassen van zijn maandelijkse salaris en bonusuitkeringen in 2011, 2012 en 2013. De rechten van verdachte op een fair trial zijn bovendien zowel in de opsporingsfase als in de vervolgingsfase structureel en diepgaand geschonden, aangezien onder meer de Belastingdienst onderzoek heeft gedaan, terwijl al sprake was van een redelijk vermoeden van schuld jegens [bedrijf 2] en verdachte, stukken willens en wetens buiten het dossier zijn gehouden, getuigen à decharge buiten aanwezigheid van de verdediging zijn gehoord, getuigen op sturende wijze zijn gehoord en medeverdachte [medeverdachte 6] op disproportionele wijze is beloond voor de beschuldiging van verdachte. De rechtbank overweegt dat vooropgesteld moet worden dat in artikel 167, eerste lid, Sv aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde (vgl. HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4280 en HR 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:228). Van zo’n uitzonderlijk geval kan onder zeer specifieke omstandigheden sprake zijn in geval van schending van het gelijkheidsbeginsel. Vervolging van een verdachte, terwijl een medeverdachte ongemoeid wordt gelaten - zo daarvan al sprake zou zijn -, levert anders dan de verdediging heeft betoogd echter onvoldoende grond op voor de constatering dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Van aanvullende gronden die tot de conclusie zouden moeten leiden dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden, is evenmin gebleken. Zo’n uitzonderlijk geval doet zich ook voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet, terwijl geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur (dat in de strafrechtspraak in dit verband ook wel wordt omschreven als het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging). Van een zodanige, aperte onevenredigheid is in het geheel niet gebleken. Het gegeven dat medeverdachte [medeverdachte 6] niet vervolgd is voor witwassen van de door hem ontvangen gelden is in dit kader bezien geen relevante omstandigheid die tot de conclusie zou kunnen leiden dat sprake is van schending van het verbod van willekeur. De stelling van de verdediging dat de Belastingdienst nog onderzoek heeft gedaan terwijl er al een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van verdachte was, vindt geen grondslag in het dossier. Van het moedwillig onthouden van stukken het opzettelijk beperken van de ondervragingsmogelijkheden, het op sturende wijze horen van getuigen of het op disproportionele wijze belonen van medeverdachte [medeverdachte 6] is evenmin gebleken. Van gronden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens een ernstige inbreuk op de verdedigingsrechten is ook overigens niet gebleken. De rechtbank verwerpt alle ontvankelijkheidsverweren van de verdediging. De rechtbank stelt vast dat de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging. 3.3 De overige voorvragen De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4. De bewijsoverwegingen inzake parketnummer 08/996092-14 4.1 Inleiding Aanleiding onderzoek FIOD In 2011 – 2012 zijn bij het Coördinatiepunt btw-fraude van de Belastingdienst/FIOD signalen binnengekomen met betrekking tot diverse in Nederland gevestigde rechtspersonen en aan hen gedane intracommunautaire leveringen van goederen als computeronderdelen, Playstations en iPhones. Die signalen hadden onder meer betrekking op de BV’s [bedrijf 39] BV, [bedrijf 10] BV, [bedrijf 17] BV, [bedrijf 13] BV, [bedrijf 11] BV, [bedrijf 14] BV en [bedrijf 33] BV. Na eerste controles werd op 12 december 2012 in het Tri Partite Overleg (TPO) besloten om ten aanzien van genoemde vennootschappen - en de hieraan verbonden natuurlijke personen - een strafrechtelijk onderzoek te starten naar de gang van zaken rond de in - en verkoop en facturering in relatie tot goederenstromen van elektronica rond genoemde rechtspersonen vanaf 1 januari 2011. In een volgend TPO, op 27 maart 2013, werd besloten om verdachten die tijdens het lopende onderzoek nog naar voren zouden komen ook bij het onderzoek te betrekken. De bevindingen hebben bij de Belastingdienst/FIOD geleid tot een vermoeden dat sprake was van btw-carrouselfraude. Btw-carrouselfraude De term btw-carrouselfraude wordt gebruikt voor een samenstel van strafbare, frauduleuze, gedragingen waarbij minimaal één bedrijf (een zogenaamde ‘ploffer’) in een handels- en facturenketen geen btw afdraagt aan de fiscus. Dat bedrijf brengt vervolgens wel btw in rekening bij zijn afnemers. De schakels in de handelsketen na de ploffer - zogenaamde ‘buffers’- vragen de btw terug. De namen en btw-nummers van bedrijven die als ploffer fungeren worden meestal maar korte tijd gebruikt, waarna de activiteiten worden gestaakt en een nieuwe ploffer de plaats inneemt van de eerdere ploffer. De Belastingdienst kan vervolgens de eerste ploffer niet meer aanspreken op zijn fiscale verplichtingen. Bestuurders van de bedrijven die fungeren als ploffer of buffer zijn slechts formeel leidinggevende en niet feitelijk betrokken bij de ondernemingen; zij zetten de bedrijven en bankrekeningen slechts op naam (‘katvangers’). Eén van de kenmerken van btw-carrouselfraude is dat sprake is van een prijsval: de ploffers factureren goederen aan de bufferbedrijven voor lagere bedragen dan waarvoor die aan de ploffers waren gefactureerd. Over het algemeen werd een structureel verlies geleden van gemiddeld ca. 13%. Deze prijsval kan alleen worden gerealiseerd doordat plofferbedrijven geen btw afdragen. De ‘winst’ die ten gevolge van deze handelwijze ontstaat, wordt over de diverse schakels verdeeld. Op basis van eerste onderzoek heeft de FIOD de volgende ondernemingen als vermoedelijke ploffers aangemerkt: [bedrijf 39] BV (hierna: [bedrijf 39] ), [bedrijf 10] BV (hierna: [bedrijf 10] ), [bedrijf 17] BV, [bedrijf 13] BV (hierna: [bedrijf 13] BV), [bedrijf 11] BV (hierna: [bedrijf 11] ), [bedrijf 14] BV (hierna: [bedrijf 14] ), [bedrijf 33] BV en [bedrijf 32] BV. De eenmanszaken [bedrijf 12] ( [naam 7] ) en [bedrijf 40] ( [naam 8] ) werden als vermoedelijke buffers aangemerkt. [bedrijf 1] en [bedrijf 2] Tijdens het onderzoek door de FIOD kwamen de bedrijven [bedrijf 2] en [bedrijf 1] telkens als afnemer naar voren in verschillende handelsketens met vermoedelijke ploffer- en bufferbedrijven. De bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 2] waren bij de Kamer van Koophandel omschreven als groothandel in witgoed, audio- en videoapparatuur en elektronische en telecommunicatieapparatuur en onderdelen. Uit het onderzoek bleek dat [bedrijf 2] voornamelijk handelde in ‘risicogoederen’ in het kader van btw-carrouselfraude als iPhones, cpu’s, iPads, harde schijven en spelcomputers. [bedrijf 1] was een groothandel in computeronderdelen. Op basis van de bevindingen rond [bedrijf 2] en [bedrijf 1] heeft de FIOD gerelateerd dat de directeuren/feitelijke leidinggevenden van genoemde bedrijven zich vermoedelijk schuldig maakten aan fraude en dat [bedrijf 2] en [bedrijf 1] vermoedelijk ten onrechte aftrek van voorbelasting hadden geclaimd. Betalingsplatforms De FIOD heeft geconstateerd dat de elektronicagoederen aan het eind van de keten via de eindschakel (een binnenlands bedrijf) veelal werden verhandeld naar een andere lidstaat, waarbij ze regelmatig weer terechtkwamen bij de oorspronkelijke leverancier. Er bleek sprake te zijn van het gebruik van betalingsplatforms die, zo vermoedde de FIOD, zijn gebruikt om de fraude te kunnen plegen en crimineel verkregen geld - gegenereerd door het niet afdragen van omzetbelasting door de plofferbedrijven - wit te wassen. De bedrijven/betalingsplatforms [verdacht bedrijf 1] Ltd (hierna: [verdacht bedrijf 1] ) en [verdacht bedrijf 2] A.G. (hierna: [verdacht bedrijf 2] ) werden verdacht van betrokkenheid bij de btw-carrouselfraude. De FIOD vermoedde dat inzicht in de wijze waarop de verdeling van dat geld plaatsvond bewust werd gefrustreerd door het betalingsverkeer onoverzichtelijk te maken. De betalingsplatforms maakten gebruik van bankrekeningen in het buitenland waarbij over één bankrekening de transacties van meerdere bedrijven plaatsvonden. Van de buitenlandse bankrekening werd een extra (schaduw)administratie bijgehouden die als ‘black box’ functioneerde. De rollen van de verdachten In het onderhavige dossier zijn de bijdragen die de verdachte natuurlijke personen zouden hebben geleverd bij het plegen van btw-carrouselfraude ingedeeld aan de hand van verschillende rollen met daarbij een globale beschrijving van de bijdragen die zouden zijn geleverd. Deze rollen zijn de volgende. Katvangers: formele bestuurders en leidinggevenden van de BV’s of eenmanszaken die fungeren als ploffer- en bufferbedrijven, terwijl in werkelijkheid anderen de zeggenschap hebben over die ondernemingen en/of aan die ondernemingen feitelijk leiding geven. Systeembouwer: een ‘systeembouwer’ levert bedrijven aan die als ploffer en/of buffer kunnen worden gebruikt voor de btw-carrouselfraude. De systeembouwer zorgt tevens voor een snelle vervanging van een niet meer bruikbare onderneming en voor aansturing van katvangers. Coördinator van goederen- en facturenstromen: deze persoon speelt een actieve rol in de coördinatie van goederen- en factuurstromen en betalingen en/of is aanspreekpunt voor logistieke dienstverleners. Beheerder van betalingsplatforms: een beheerder van betalingsplatforms stuurt ondernemingen, betalingsplatforms en het betalingsverkeer aan. 4.2 Het standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 tot en met 4 primair en 5 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Daartoe hebben zij gesteld dat verdachte jaren geleden met het bedrijf [bedrijf 41] betrokken is geweest bij een btw-carrouselfraude, hetgeen op 23 februari 1999 heeft geleid tot een veroordeling. Verdachte is vanaf de start van de tenlastegelegde periode aan te merken als feitelijke leidinggevende bij [bedrijf 2] , welk bedrijf hij eerst op naam van een katvanger heeft gezet. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat men binnen [bedrijf 2] wist dat er sprake was van btw-carrouselfraude en blijkt meer in het bijzonder ook de rol van verdachte en zijn wetenschap van en betrokkenheid bij de fraude. Niet alleen is verdachte op de hoogte van de goederenstromen van [bedrijf 2] , maar ook van de goederenstromen waarbij [bedrijf 1] betrokken is. Het is verdachte die bepaalt aan welke ploffers wordt geleverd, voordat de goederen, via buffers, terechtkomen bij [bedrijf 2] en door verdachte vindt overleg plaats op naam van welke ploffer goederen gefactureerd worden, die door [bedrijf 1] worden afgenomen. Tevens is verdachte op de hoogte van de geldstromen (via betalingsplatforms) en bemoeit zich daar ook mee. Ook nadat verdachte geen bestuurder meer is van [bedrijf 2] mengt hij zich nog steeds in de btw-carrouselfraude en geeft hij daar sturing aan. Ten aanzien van [bedrijf 2] en [bedrijf 1] kan wettig en overtuigend worden bewezen dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan belastingfraude en valsheid in geschrifte en dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de fraude die is gepleegd door zowel [bedrijf 2] als [bedrijf 1] , zoals onder 1, 2, 3 en 4 primair aan verdachte is ten laste gelegd. Nu de sturing van de keten in handen lag van verdachte kan ook de onder 5 ten laste gelegde deelneming aan een criminele organisatie wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. 4.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de verdediging gesteld dat medeverdachten [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] alsmede de katvangers verdachte niet in verband brengen met de ten laste gelegde feiten. Bij de FIOD heeft [medeverdachte 6] een belastende verklaring afgelegd, die als enige een abstract rechtstreeks verband legt tussen de tenlastelegging en verdachte, maar dat heeft [medeverdachte 6] gedaan om zijn eigen rol te marginaliseren. Daarbij is hij op het spoor gezet en geholpen door de FIOD. [medeverdachte 6] heeft bij de rechter-commissaris gebruik gemaakt van zijn verschoningsrecht en gelet op voornoemde omstandigheden kan zijn tegenover de FIOD afgelegde belastende verklaring om die reden niet voor het bewijs worden gebruikt. Ten aanzien van de in het dossier aanwezige skypegesprekken heeft de verdediging gesteld dat er concrete aanwijzingen zijn dat verdachte niet de (enige) gebruiker is geweest van het skype-account ‘ [bedrijf 41] ’. De conclusies van de FIOD zijn bovendien gebaseerd op onbetrouwbare uitdraaien uit de ‘unallocated space’. De conclusie van de FIOD dat verdachte ook de gebruiker was van het skype-account ‘ [alias 1] ’ is gebaseerd op onbetrouwbare verklaringen van medeverdachten, waarbij de bron van wetenschap ontbreekt of waarvan de gestelde bron zelf zegt dat het niet klopt. Bovendien heeft geen van deze personen geskypet met het account ‘ [alias 1] ’. De verklaring van getuige [getuige] hieromtrent dient volgens de verdediging van het bewijs te worden uitgesloten, omdat de verdediging door het overlijden van [getuige] niet in de gelegenheid is geweest om hem te horen. De verdediging heeft geconcludeerd dat het dossier en de skypegesprekken erop wijzen dat medeverdachte [medeverdachte 6] het allemaal zelf deed, zonder aansturing van verdachte. 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1 Ten aanzien van feit 1 en 2 De rechtbank overweegt dat voor bewezenverklaring van deze feiten onder meer is vereist dat verdachte betrokken is geweest bij het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie en het onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting door [bedrijf 1] , op zijn minst als medeplichtige in de zin van artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Uit het dossier blijkt dat [bedrijf 2] , het bedrijf van verdachte, op 4 juli 2012 is overgenomen door [bedrijf 1] Holding BV (hierna [bedrijf 1] Holding). [bedrijf 1] Holding is enig aandeelhouder van [bedrijf 1] . Uit het dossier blijkt niet dat verdachte een functie heeft vervuld binnen [bedrijf 1] en er is ook geen bewijs op basis waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij het opmaken van de bedrijfsadministratie of het doen van aangiften omzetbelasting door [bedrijf 1] . Ook de omstandigheden dat door verdachte handel via [bedrijf 1] zou zijn geleid en dat hij zich actief zou hebben gemengd in de btw-carrouselfraude brengen niet met zich dat verdachte betrokken is geweest bij het opmaken van de bedrijfsadministratie of het doen van aangiften omzetbelasting door [bedrijf 1] . Dat verdachte na de overname van [bedrijf 2] door [bedrijf 1] Holding inzicht in de administratie van [bedrijf 2] heeft gehouden totdat de earn-outregeling, ter betaling van de koopprijs voor de aandelen in het kapitaal van [bedrijf 2] , was voldaan, maakt dat ook niet anders. Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van deze feiten. 4.4.2 Ten aanzien van feit 3 en 4 [bedrijf 2] is op 19 januari 2010 opgericht. De activiteiten bestaan uit groothandel in witgoed, audio- en videoapparatuur en telecommunicatieapparatuur en bijbehorende onderdelen; import en export van witgoed, groene energie. Uit het dossier blijkt het volgende.Tot 28 december 2010 was [medeverdachte 6] bestuurder/aandeelhouder van [bedrijf 2] , door [medeverdachte 6] van [bedrijf 43] Holding BV. Van 28 december 2010 tot en met 15 februari 2011 was [naam 9] bestuurder van [bedrijf 2] , door [medeverdachte 6] van Stichting Administratiekantoor [bedrijf 2] (hierna: STAK [bedrijf 2] ). Van 15 februari 2011 tot en met 19 december 2011 was [medeverdachte 2] , de partner van verdachte, bestuurder/aandeelhouder van [bedrijf 2] , door [medeverdachte 6] van [bedrijf 25] BV (hierna [bedrijf 25] ). Vervolgens was verdachte van 19 december 2011 tot en met 4 juli 2012 bestuurder/aandeelhouder van [bedrijf 2] , door [medeverdachte 6] van STAK [bedrijf 2] . Uit de verklaring van verdachte ter zitting van 22 januari 2020 blijkt dat hij [bedrijf 2] van [medeverdachte 6] heeft overgenomen, ‘eerst via een stichting administratiekantoor’. [naam 9] heeft verklaard dat hij niets met [bedrijf 2] te maken had en op verzoek van verdachte via een stichting administratiekantoor bestuurder van [bedrijf 2] is geworden. Dat wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 6] , die heeft verklaard dat [naam 9] ertussen is gekomen op verzoek van [verdachte] . [naam 9] werd eerst bestuurder, zodat verdachte zeker wist dat er geen spreekwoordelijke lijken uit de kast kwamen. Vanaf de overname door [naam 9] deed [bedrijf 42] BV (hierna: [bedrijf 42] ), eveneens een bedrijf van verdachte dat net als [bedrijf 2] ook was gevestigd in het kantoor aan de [adres 1] te Hilversum, de administratie voor onder meer [bedrijf 2] . [medeverdachte 6] heeft ook verklaard dat toen [medeverdachte 2] middellijk bestuurder was van [bedrijf 2] , de leiding van [bedrijf 2] bij verdachte lag. Hierover heeft [naam 9] verklaard: ‘[medeverdachte 2] had eigenlijk dezelfde functie als ik op papier. Nogmaals [verdachte] was de man die het voor het zeggen had. Hij bepaalde alles en had de regie binnen [bedrijf 2] en niemand anders.’ De rechtbank concludeert gelet op het voorgaande dat [bedrijf 2] vanaf de overname van [bedrijf 43] Holding BV op 28 december 2010 tot en met 4 juli 2012 (toen [bedrijf 2] werd overgedragen aan [bedrijf 1] Holding) feitelijk van verdachte is geweest. Rol verdachte en medeverdachte [medeverdachte 6] was sinds 2011 (de enige) werknemer van [bedrijf 2] . Facturen ten behoeve van [bedrijf 2] werden aan [medeverdachte 6] gericht. Tijdens het onderzoek van de FIOD kwam [medeverdachte 6] als aanspreekpunt van [bedrijf 2] naar voren. - Verklaringen getuigen en (mede)verdachten Over de rol van verdachte en [medeverdachte 6] binnen [bedrijf 2] (voorafgaand aan de overname door [bedrijf 1] Holding) hebben diverse getuigen verklaard. Zo heeft [naam 10] , administratief medewerker bij [bedrijf 42] , verklaard dat [medeverdachte 6] zich bezig hield met de handel van [bedrijf 2] , de betalingen en de vrijgave van de goederen. [naam 10] moest de orderbevestigingen, de facturatie en de btw-checks doen en had over [bedrijf 2] vrijwel altijd overleg met [medeverdachte 6] , meestal via de e-mail. [naam 10] verzond de pro forma facturen naar de leverancier of de afnemer en als [medeverdachte 6] liet weten dat betaald was, kon definitief gefactureerd kon worden. Goederen werden bijna altijd meteen doorverkocht. Namen van nieuwe leveranciers en alle stukken kreeg hij van [medeverdachte 6] aangeleverd. [verdachte] deed alle betalingen van [bedrijf 2] en hij was degene aan wie [naam 10] verantwoording verschuldigd was. Maar als er iets niet klopte, moest [naam 10] naar [medeverdachte 6] . De concept-belastingaangiften gingen naar [verdachte] , hij gaf het akkoord. [naam 11] , administratief medewerker bij [bedrijf 42] en schoonvader van verdachte, heeft verklaard dat verdachte iedereen aanstuurde. [bedrijf 2] was van verdachte en [medeverdachte 6] werkte ook voor [bedrijf 2] . Zowel verdachte als [medeverdachte 6] hield zich bezig met de in- en verkopen van [bedrijf 2] . Verdachte deed alle betalingen van de bedrijven waaronder die van [bedrijf 2] . [medeverdachte 6] deed eerst geen betalingen van [bedrijf 2] . Bij [bedrijf 2] werd alles meteen verkocht. [naam 11] zag in de boekhouding regelmatig dat de verkoop al was gerealiseerd nog voordat de inkoop was gedaan. Op een gegeven moment was dat binnen [bedrijf 2] gebruikelijk. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij bedrijven kreeg aangeleverd via verdachte of dat deze bedrijven zich spontaan meldden via de mail. [naam 9] was voor de overname op papier de directeur, maar feitelijk was [verdachte] bepalend. [medeverdachte 6] viel na de overname door [verdachte] onder zijn verantwoordelijkheid. [medeverdachte 6] mocht vrij onderhandelen met bedrijven aan de inkoopkant en de verkoopkant, maar hij moest hierover wel overleggen met verdachte. Verdachte kwam onder andere met het bedrijf [bedrijf 6] / [bedrijf 5] en zei dat met dat bedrijf zaken moesten worden gedaan. [medeverdachte 6] heeft toen de heer [naam 12] van [bedrijf 6] ontmoet en verdachte was daarbij. Vervolgens kwamen er meer bedrijven die zich uit zichzelf aanmeldden, dan wel via verdachte. Als [medeverdachte 6] het dan kon regelen, gingen de transacties door. Als zich een nieuw bedrijf aanmeldde, overlegde [medeverdachte 6] met verdachte. Als verdachte vervolgens zei dat zaken zouden worden gedaan, zoals bijvoorbeeld met [bedrijf 12] , dan gebeurde dat. Soms had [medeverdachte 6] wel vraagtekens bij een klant, zoals bij de heer [naam 13] van [bedrijf 44] BV. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij weliswaar voor [bedrijf 2] werkzaam was, maar dat hij niet de feitelijke leidinggever was; hij deed slechts wat hem werd opgedragen door verdachte. De rechtbank is ten aanzien van de door [medeverdachte 6] , ten overstaan van de FIOD afgelegde, voor verdachte belastende verklaring van oordeel dat deze voor het bewijs kan worden gebezigd, nu deze verklaring voldoende concreet is, niet is komen vast te staan dat deze in strijd met de waarheid is en bovendien niet op zichzelf staat, maar op meerdere onderdelen steun vindt in overige bewijsmiddelen, zoals hiervoor en hierna in dit vonnis weergegeven. Daarbij heeft de rechtbank onder 3.2.2 reeds overwogen dat niet is gebleken van het op sturende wijze horen van getuigen, dan wel het op disproportionele wijze belonen van [medeverdachte 6] voor de beschuldiging van verdachte, zodat hierin ook geen reden is gelegen voor bewijsuitsluiting van de verklaring van [medeverdachte 6] . - USB-stick met Excel-bestand Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 6] is op een usb-stick het bestand ‘Werkmap.xlsx’ aangetroffen, dat op 1 maart 2012 door [medeverdachte 6] is aangemaakt. In dit Excel-bestand staan goederenstromen uitgewerkt waarbij ploffers [bedrijf 11] en [bedrijf 29] betrokken zijn geweest, waarbij [bedrijf 2] telkens als laatst genoemde partij de afnemer was, met een inkoopprijs van de goederen van ongeveer 86 tot 88% van de prijs waarvoor ze door de ploffer werden ingekocht. De prijzen in het overzicht komen nagenoeg volledig overeen met de aangetroffen facturen. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij het Excel-bestand heeft gemaakt. Hij heeft verder verklaard: ‘Dat was op verzoek van [verdachte] bijgehouden om de gegevens en prijzen een week in de gaten te houden. De afgekorte namen op dit bestand zijn skypenamen van de ondernemingen of personen die goederen aanboden. Mijn ingeving was dat het nooit goed kon zijn dat ik deze gegevens en prijzen in de gaten moest houden. U vraagt mij hoe ik bij de namen en prijzen kom. Ik kreeg de gegevens in die volgorde via skype. In een kort tijdsbestek kreeg ik deze aanbiedingen en prijzen, bijvoorbeeld de bovenste regel, op 1 maart 600 stuks ps 320 GB van Venus 1 €220, BC € 187,50 en JG € 189,50. Ik heb deze gegevens aan [verdachte] voorgelegd. Daar was voor mij de kous mee af omdat ik geen bedrijfsmatige zaken deed.’ Verdachte heeft verklaard dat hij het Excel-bestand niet kent en dat [medeverdachte 6] op zijn verzoek een ander document heeft bijgehouden. Verdachte heeft echter niet nader verklaard over dit door hem genoemde andere document, welk document ook niet in het dossier is aangetroffen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dan ook ongeloofwaardig. De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de specifieke verklaring van [medeverdachte 6] op dit punt. - Skypegesprekken [bedrijf 41] Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte zijn een laptop Apple Macbook Pro (MMMM-12) en een Compaq-laptop (MMMM-26) aangetroffen en in beslag genomen, laptops waarop een grote hoeveelheid aan data van skypegesprekken is aangetroffen. Eén van de op deze laptops aangetroffen gebruikersnamen was ‘ [bedrijf 41] ’. Verdachte heeft gesteld dat hij niet de enige is die gebruik heeft gemaakt van het skype-account ‘ [bedrijf 41] ’. Verdachte heeft niet verklaard wie anders dan hij aan de betreffende gesprekken zou hebben deelgenomen onder de gebruikersnaam ‘ [bedrijf 41] ’. De rechtbank is op grond van het hiernavolgende van oordeel dat het verdachte is geweest die skypegesprekken onder de skypenaam ‘ [bedrijf 41] ’ heeft gevoerd. De rechtbank stelt voorop dat de skypenaam ‘ [bedrijf 41] ’ op naam van verdachte was geregistreerd. Op de Apple Macbook Pro, waar de skypegegevens zijn aangetroffen, is alleen ‘ [verdachte] ’ als user geregistreerd. Verdachte heeft ook erkend dat hij de laptops (in Spanje) heeft gebruikt. Daarnaast blijkt uit het dossier dat verdachte op 29 september 2011 skypebeltegoed heeft gekocht voor het account ‘ [bedrijf 41] ’, hetgeen hij zelf ook heeft erkend. Ook heeft [getuige] de gebruiker van ‘ [bedrijf 41] ’ in gesprekken aangesproken met ‘ [verdachte] ’ (de voornaam van verdachte) en sluit ‘ [bedrijf 41] ’ een bericht naar [getuige] af met ‘Gr. [verdachte] ’. Uit de skypegesprekken blijkt verder dat geen van de andere contactpersonen met wie ‘ [bedrijf 41] ’ contact heeft aan ‘ [bedrijf 41] ’ vraagt wie op dat moment gebruik maakt van het account, hetgeen wel voor de hand zou liggen als een account door meerdere personen gebruikt zou worden. Uit het skypeverkeer valt af te leiden dat voor alle deelnemers aan de gesprekken volstrekt duidelijk is met wie wordt gecommuniceerd. Ook voor het overige is er geen enkele aanwijzing dat het account ‘ [bedrijf 41] ’ (ook) door anderen wordt gebruikt, dan wel als communicatieplatform wordt gebruikt zoals door de verdediging is betoogd. Gelet daarop staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte (steeds) gebruik heeft gemaakt van het account ‘ [bedrijf 41] ’. Uit skypegesprekken, en de daarbij behorende administratie, blijkt dat ‘ [bedrijf 41] ’ bemoeienis heeft met facturen- en goederenstromen tussen leveranciers en ploffers en uiteindelijk [bedrijf 2] . Zo is het volgende skypebericht van ‘parts-trader’ naar ‘ [bedrijf 41] ’ aangetroffen: - ‘ ‘[bedrijf 45] : currently we can offer you only Seagate HDD you requested. 1k ST31000524AS x 40,90 EUR landed NL’ - ‘ ‘[naam 14] : Ok 40,70 EUR we can do for 1k St3100524AS. Pls send us your warehouse details. As per your tel request, we can do max cash on delivery.’ - ‘ ‘ [naam 14] :500 pcs st3500dm002 29,50 EUR 500 pcs st 3500413 as 29,50 EUR 200 pcs st3200d1003 55,90 EUR Landed.’ [bedrijf 45] Distribution GmbH heeft op 27 september 2011 (met vermelding ‘reference: e-mail 26 september 2011’) 2200 Seagates Barracuda als volgt gefactureerd aan [bedrijf 17] BV: 1000 stuks Seagate Barracuda ST31000524AS voor € 40,70 per stuk; 500 stuks Seagate Barracuda ST3500413AS voor € 29,50 per stuk; 500 stuks Seagate Barracuda ST500DM002 voor € 29,50 per stuk; 200 stuks Seagate Barracuda ST2000DL003 voor € 55,90 per stuk. Over het verdere verloop van deze goederenstroom blijkt het volgende uit het dossier: Er is geen factuur aangetroffen van [bedrijf 17] BV aan [bedrijf 6] BV; [bedrijf 6] BV factureert dezelfde aantallen harddisks met precies dezelfde omschrijvingen op 26 en 28 september 2011 aan [bedrijf 2] , voor respectievelijk € 35,20, € 26,--, € 26,-- en € 48,20 per stuk. De rechtbank constateert dat [bedrijf 2] de goederen verkrijgt onder de prijs waarvoor [bedrijf 17] BV ze heeft ingekocht: kennelijk heeft er bij de verkoop door [bedrijf 17] BV en/of [bedrijf 6] BV een prijsval plaatsgevonden. Uit het dossier blijkt dat [bedrijf 17] BV als ploffer kan worden aangemerkt. Steeds werd ingekocht bij een leverancier in het buitenland, zonder btw en werd vervolgens (door)verkocht aan een afnemer in Nederland, waarbij btw in rekening werd gebracht. Deze in rekening gebrachte btw is door [bedrijf 17] BV echter niet afgedragen aan de Belastingdienst. Verder blijkt uit het dossier dat [bedrijf 6] BV van juli 2011 tot en met november 2011 als buffer van [bedrijf 17] BV heeft gefungeerd. Ook blijkt dat [bedrijf 6] BV van maart 2011 tot en met januari 2012 als leverancier van [bedrijf 2] heeft gefungeerd. De rechtbank constateert dat de in de skypegesprekken tussen ‘parts-trader’ en ‘ [bedrijf 41] ’ (verdachte) genoemde prijzen en aantallen identiek zijn aan de prijzen waarvoor de harddisks door [bedrijf 45] Distribution GmbH aan [bedrijf 17] BV worden gefactureerd. De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte betrokken was bij de ‘verkoop’ van de buitenlandse leverancier [bedrijf 45] Distribution GmbH aan ploffer [bedrijf 17] BV, om vervolgens na tussenschuiven van een buffer, diezelfde goederen voor een veel lagere prijs in te kopen. Feit 3 Onder feit 3 primair wordt verdachte verweten dat hij samen met één of meer anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 2] , samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie door valse facturen in die administratie op te nemen. De rechtbank bespreekt hierna eerst afzonderlijk de in de tenlastelegging genoemde facturen. Verkoopfactuur van [bedrijf 5] BV van 5 april 2011 Niet betwist is dat de factuur van [bedrijf 5] BV (hierna: [bedrijf 5] ) aan [bedrijf 2] van 5 april 2011 (factuurnummer 2011-0138) in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] is verwerkt. De goederen- en factuurstroom die hoort bij deze factuur wordt hierna in kaart gebracht. Uit skypegesprekken blijkt dat [medeverdachte 6] , onder de skypenaam [alias 2] (display name [bedrijf 2] BV) skypet met [naam 15] , de directeur van [bedrijf 46] GmbH (hierna: [bedrijf 46] ) en daarbij zelf, rechtstreeks, zaken deed met [bedrijf 46] . Op 8 april 2011 heeft [medeverdachte 6] met [naam 15] geskypet over een partij van 600 stuks Sony PS3 160GB. [medeverdachte 6] vraagt in dat gesprek of de 600 stuks er al zijn, waarop [naam 15] antwoordt dat die, voor zover hij weet, gisteren al zijn geleverd. In het dossier van logistiek dienstverlener [bedrijf 8] BV (hierna: [bedrijf 8] ) werd met betrekking tot deze partij goederen in eerste instantie gesproken over 600 stuks PS3 160GB. Uit de met het gesprek samenhangende administratieve gegevens en facturen, die onder [bedrijf 8] en bedrijven als [bedrijf 46] , [bedrijf 5] en [bedrijf 3] in beslag zijn genomen blijkt dat het aantal van de partij, nadat deze was opgeslagen bij [bedrijf 8] , naar beneden werd bijgesteld van 600 naar 599. In de administratie van [bedrijf 8] (dossiernummer 2011040443) werd een transactie aangetroffen met betrekking tot 599 stuks Sony PS3 160GB. Uit de gegevens is gebleken dat 599 stuks Sony PS3 geleverd werden door [bedrijf 47] SpA, aan respectievelijk [bedrijf 46] , [bedrijf 3] ( [bedrijf 3] ), [bedrijf 5] , [bedrijf 2] , [bedrijf 48] en [bedrijf 49] en op 7 april 2011 richting Nederland werden geleverd. Uit de bij de hiervoor genoemde ondernemingen in beslag genomen administratie is gebleken dat: - [bedrijf 47] SpA 599 Sony PS3 160GB heeft gefactureerd aan [bedrijf 46] voor € 136.572,-- (zonder btw); € 228,-- per stuk; - [bedrijf 46] 599 stuks Sony PS3 160GB heeft gefactureerd aan [bedrijf 3] BV voor € 138.968,-- (zonder btw), dus € 232,-- per stuk; - [bedrijf 3] BV op 5 april 2011 599 stuks Sony PS3 160GB aan [bedrijf 5] heeft gefactureerd voor € 144.344,03 inclusief btw, dus € 202,50 per stuk. [bedrijf 3] heeft de goederen dus voor € 232,-- ingekocht en voor € 202,50 per stuk verkocht. De verkoopprijs bedroeg daarmee 87,28% van de inkoopprijs. Deze prijsval is als onzakelijk aan te merken. Het bedrijf [bedrijf 3] BV heeft in de keten als ploffer gefungeerd en [bedrijf 5] als buffer. Volgens de factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 2] van 5 april 2011 (factuurnummer 2011-0138), heeft [bedrijf 5] 600 stuks Sony PS3 160GB aan [bedrijf 2] verkocht voor € 146.013,50 inclusief btw, dus € 204,50 per stuk. Uit de creditfactuur van [bedrijf 5] gericht aan [bedrijf 2] volgt dat het aantal van 600 naar 599 is bijgesteld. In de administratie van [bedrijf 2] werd tevens een verkoopfactuur aangetroffen van 12 april 2011, gericht aan [bedrijf 48] Interactive, voor € 150.046,51, waarop staat vermeld dat [bedrijf 2] een partij van 599 stuks Sony PS3 160GB aan [bedrijf 48] Interactive heeft verkocht voor € 210,50 per stuk. Verkoopfactuur van [bedrijf 6] BV van 7 oktober 2011 Niet betwist is dat de factuur van [bedrijf 6] BV aan [bedrijf 2] van 7 oktober 2011 (factuurnummer 2011-348) in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] is verwerkt. Uit de skypegesprekken blijkt verder dat [medeverdachte 6] (met de skypenaam [alias 2] ) op 10 oktober 2011 heeft geskypet met [naam 15] van [bedrijf 46] over een partij 498 stuks Sony PS3. Uit dat gesprek blijkt dat [medeverdachte 6] vraagt of de prijs inderdaad 210 euro per stuk is. Uit onderzoek op basis van de administratie van [bedrijf 8] en de met deze stroom samenhangende verkoopfacturen bleek als volgt. Bij [bedrijf 8] (dossiernummer 2011101111) zijn transactiegegevens aangetroffen met betrekking tot 498 stuks Sony PS3 320GB. Daaruit bleek dat 498 stuks Sony PS3 door [bedrijf 47] werden doorgeleverd aan respectievelijk de bedrijven [bedrijf 46] , [bedrijf 17] BV ( [bedrijf 4] ), [bedrijf 6] BV, [bedrijf 2] , [bedrijf 48] en [bedrijf 50] , waarbij de release voor de laatste vijf bedrijven plaatsvond op één en dezelfde dag, 13 oktober 2011. Uit de bij de hiervoor genoemde ondernemingen in beslag genomen administratie is gebleken dat: - [bedrijf 46] op 4 oktober 2011 498 stuks Sony PS3 320GB heeft gefactureerd aan [bedrijf 17] BV ( [bedrijf 4] ) voor € 104.580,-- exclusief btw, dus voor € 210,-- per stuk, zijnde de prijs die [medeverdachte 6] noemt in het skypegesprek met [naam 15] van [bedrijf 46] ; de factuur van [bedrijf 17] BV aan [bedrijf 6] BV niet is aangetroffen; [bedrijf 6] BV op 7 oktober 2011 de partij van 498 stuks Sony PS3 320GB aan [bedrijf 2] heeft gefactureerd voor € 109.338,39 inclusief btw, dus voor € 184,50 per stuk. Daarmee is sprake van een prijsval en onzakelijk handelen. In de administratie van [bedrijf 2] werd voorts een verkoopfactuur van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 48] aangetroffen van 13 oktober 2011, met als factuurbedrag € 112.005,18. [bedrijf 2] heeft daarmee de partij van 498 stuks aan [bedrijf 48] gefactureerd voor € 189,-- per stuk. Factuur [bedrijf 6] BV van 24 november 2011 In de administratie van [bedrijf 2] is een factuur van [bedrijf 6] BV aan [bedrijf 2] van 24 november 2011 ter zake 2.567 stuks Sony PS3 320GB aangetroffen. De goederen- en factuurstroom die hoort bij deze factuur wordt hierna in kaart gebracht. Uit skypegesprekken blijkt dat [medeverdachte 6] namens [bedrijf 2] rechtstreeks zaken heeft gedaan met [naam 16] , directeur van [bedrijf 51] met betrekking tot een partij van 2.567 stuks Sony PS3. Ook medeverdachte [medeverdachte 3] was nauw bij deze transactie betrokken. [naam 16] en [medeverdachte 3] (skypenaam: [alias 3] ) hebben geskypet over de verkoop van de partij, waarbij [naam 16] als prijs € 215,-- per stuk heeft genoemd. [medeverdachte 3] heeft tijdens het skypen [naam 16] in contact met [medeverdachte 6] van [bedrijf 2] (‘User 2’) gebracht. Op basis van de inhoud van het gesprek is duidelijk dat de gebruiker van de skypenaam “User 2” [medeverdachte 6] is. In het bijzonder is daarbij de opmerking van ‘User 2’ ‘i work for [bedrijf 2] ’ relevant. [medeverdachte 6] is in gegaan op het bod en [naam 16] en [medeverdachte 6] hebben gesproken over levering bij [bedrijf 8] . Na de overeenstemming tussen [naam 16] en [medeverdachte 6] kwam [medeverdachte 3] weer ‘op de lijn’ en deelde aan [naam 16] mee dat een klant, [bedrijf 52] in Dublin, de goederen zal kopen en ze dan zal doorverkopen aan [medeverdachte 6] . [naam 16] is hier zonder nadere vragen in mee gegaan, evenals [medeverdachte 6] , terwijl normaal gesproken een tussenschakel een prijsverhogend effect heeft. In de administratie van [bedrijf 8] werd een transactie aangetroffen met betrekking tot de 2.567 stuks Sony PS3 320GB (dossiernummer 2011111334). Uit de gegevens bleek dat 2.567 stuks Sony PS3 door [bedrijf 51] werden geleverd aan [bedrijf 52] (Ierland); vervolgens werden de goederen geleverd aan [bedrijf 13] BV, [bedrijf 6] BV en [bedrijf 2] . Uit gegevens van [bedrijf 8] (met dossiernummer 20111113340) bleek tevens dat de 2.567 stuks Sony PS3 na [bedrijf 2] in vier partijen naar een drietal afnemers zijn gegaan, te weten: [bedrijf 48] (1.000 stuks), [bedrijf 53] (1.100 stuks, verdeeld over twee partijen van 500 en 600 stuks) en [bedrijf 54] (467 stuks) waarbij de releasedatum steeds is 5 december 2011. In de administratie van [bedrijf 8] is voorts een transactie aangetroffen inzake 1.000 stuks Sony PS3 320GB, die door [bedrijf 48] geleverd zijn aan [bedrijf 49] . [bedrijf 49] verkocht deze partij aan [bedrijf 50] (UK). De goederen zijn naar een warehouse in Duitsland gegaan. Tevens werd in de administratie van [bedrijf 8] een transactie aangetroffen met betrekking tot 500 stuks van de partij Sony PS3 320GB die door [bedrijf 53] geleverd werden aan [bedrijf 55] in Luxemburg. Deze goederen zijn naar een warehouse in Luxemburg gegaan. In de administratie van [bedrijf 8] werd ook een transactie aangetroffen inzake 600 stuks Sony PS3 320GB die in opdracht van [bedrijf 53] naar een warehouse in Tsjechië zijn gegaan en een transactie inzake 467 stuks Sony PS3 320GB die (samen met een tweetal andere partijen, respectievelijk 500 en 491 stuks) door [bedrijf 54] geleverd werden aan [bedrijf 56] . Deze goederen zijn naar een warehouse in Italië gegaan. Opmerkelijk is dat terwijl [bedrijf 51] de partij van 2.567 stuks Sony PS3 320GB op 5 december 2011 vrijgaf aan [bedrijf 52] , [bedrijf 52] de goederen al op 24 november 2011 aan [bedrijf 13] BV heeft vrijgegeven. De daarop volgende releases van respectievelijk [bedrijf 13] BV en [bedrijf 6] BV hebben weer op 5 december 2011 plaatsgevonden. Uit de administratie van [bedrijf 8] bleek dat [bedrijf 49] 1.000 stuks PS3 naar Duitsland liet vervoeren op 28 november 2011, dat [bedrijf 53] BV 500 stuks PS3 op 25 november 2011 naar Luxemburg liet vervoeren, dat [bedrijf 53] BV 600 stuks PS3 naar Tsjechië liet vervoeren op 29 november 2011 en dat [bedrijf 54] op 30 november 2011 een partij van 467 stuks PS3 naar Italië liet vervoeren. Hieruit blijkt dat alle 2.567 stuks Sony PS3 320GB het magazijn van [bedrijf 8] al hebben verlaten ruim voordat de eigenaar [bedrijf 51] aan [bedrijf 8] opdracht gaf om de goederen vrij te geven aan [bedrijf 52] (op 5 december 2011). Ten aanzien van de facturen en prijzen geldt het volgende: - [bedrijf 51] heeft in het skypegesprek de prijs op € 215,-- per stuk bepaald, zodat de prijs voor 2.567 stuks € 551.905,-- exclusief btw (2.567 x € 215,--) moet zijn geweest. Uit skypegesprekken tussen de medewerkers van het betalingsplatform [verdacht bedrijf 1] bleek ook dat [bedrijf 52] via [verdacht bedrijf 1] in totaal € 551.905,-- (€ 114.625,-- en € 437.280,--) aan [bedrijf 51] heeft betaald; er is geen verkoopfactuur van [bedrijf 52] aan [bedrijf 13] BV aangetroffen; er is geen verkoopfactuur van [bedrijf 13] BV aan [bedrijf 6] BV aangetroffen. Uit mutaties op de ING-rekening [rekeningnummer 6] op naam van [bedrijf 6] BV blijkt echter dat, direct na betaling door [bedrijf 2] , vanuit [bedrijf 6] twee betalingen op een buitenlandse bankrekening zijn gedaan met als omschrijving ‘ [verdacht bedrijf 1] Factoring Ltd’, te weten op 25 november 2011 een bedrag van € 115.000,-- en op 30 november 2011 een bedrag van € 453.179,78. Hieruit valt af te leiden dat [bedrijf 13] BV de goederen aan [bedrijf 6] BV heeft gefactureerd voor € 186,-- per stuk ((€ 568.179,78 /119 x100) /2.567 = 186,--), dat wil zeggen 86,52% van de verkoopprijs van [bedrijf 51] (€ 215,--). Er heeft dus een onzakelijke prijsval plaatsgevonden. In de administratie van [bedrijf 2] is een verkoopfactuur van 24 november 2011 aangetroffen, van [bedrijf 6] BV aan [bedrijf 2] , betreffende de verkoop van 2.567 stuks Sony PS3 320GB. Op die factuur (factuurnummer 2011-478) staat dat [bedrijf 6] BV een partij van 2.567 stuks Sony PS3 320GB aan [bedrijf 2] heeft verkocht voor € 574.289,24 (inclusief € 91.693,24 btw). [bedrijf 2] betaalde dus € 188,-- per stuk. Uit ING-bankafschriften van de rekening [rekeningnummer 6] op naam van [bedrijf 6] BV bleek dat [bedrijf 2] dit factuurbedrag in twee delen op 25 november 2011 en 29 november 2011 heeft betaald. In de administratie van [bedrijf 2] zijn voorts verkoopfacturen aangetroffen over het vervolg van voorgaande goederenstroom; facturen gericht aan [bedrijf 53] BV, [bedrijf 54] BV en [bedrijf 48] . Aan de facturen en bankafschriften van [bedrijf 2] met betalingen is te zien dat [bedrijf 2] de goederen na ontvangst - in delen - heeft doorverkocht aan andere ondernemingen op 25 en 29 november 2011, waarna deze opnieuw richting het buitenland zijn gegaan. Factuur [bedrijf 7] van 15 februari 2012 In de administratie van [bedrijf 2] is een factuur van [bedrijf 7] BV (hierna: [bedrijf 7] ) aan [bedrijf 2] van 15 februari 2012 ter zake 200 stuks en 125 stuks Apple iPhone 4S aangetroffen. De goederen- en factuurstroom die hoort bij deze factuur wordt hierna in kaart gebracht. In de administratie van [bedrijf 8] werden gegevens aangetroffen over een goederentransactie met betrekking tot 200 stuks Apple iPhone 4S 16GB. Uit de gegevens, bestaande uit e-mailberichten en facturen, bleek dat de partij door [bedrijf 57] AB werd geleverd aan [bedrijf 29] vof (hierna: [bedrijf 29] ), waarna de partij in korte tijd is overgegaan naar [bedrijf 40] , [bedrijf 2] , [bedrijf 1] en [bedrijf 54] . De release met betrekking tot de eerste levering vond plaats op 6 februari 2012 en met betrekking tot de laatste vier leveringen op 7 februari 2012. In de administratie van [bedrijf 8] werd tevens een vervolgtransactie aangetroffen inzake de goederen, waaruit bleek dat de partij 200 Apple iPhones in opdracht van [bedrijf 54] , op 7 februari 2012 van [bedrijf 8] werd verplaatst naar het adres van [bedrijf 54] te Amsterdam. In de e-mailwisseling van 8 en 15 februari 2012 is te zien dat medeverdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] betrokken zijn bij de release van de goederen van [bedrijf 2] naar [bedrijf 1] . Uit het e-mailverkeer blijkt voorts dat in de handelsketen het bedrijf [bedrijf 40] (een eenmanszaak van [naam 8] ) op papier is vervangen door [bedrijf 7] , dit terwijl de goederen dan op papier reeds in bezit zijn van andere ondernemingen, verderop in de keten. [bedrijf 8] heeft daarop in haar administratie de klant [bedrijf 40] vervangen door [bedrijf 7] , door een nieuw releasebestand op te maken en hierin te vermelden dat de release op 7 februari 2012 heeft plaatsgevonden aan [bedrijf 7] . Laatstgenoemd bedrijf was op de genoemde datum (7 februari 2012) op geen enkele manier betrokken bij de inkoop van [bedrijf 29] en verkoop aan [bedrijf 2] . Ten aanzien van de facturen en prijzen geldt het volgende: er is geen factuur van [bedrijf 57] aan [bedrijf 29] aangetroffen, Uit de bankgegevens van [bedrijf 29] bleek dat [bedrijf 29] op 21 februari 2012 € 175.500,-- aan [bedrijf 57] heeft betaald. Daaruit blijkt een verkoopprijs van [bedrijf 57] aan [bedrijf 29] van € 540,-- per stuk (€ 175.500,--/325 = € 540,--); [bedrijf 29] heeft op 15 februari 2012 325 stuks Apple iPhone aan [bedrijf 7] gefactureerd voor een bedrag van € 180.612,25 inclusief btw, dus € 467,-- per stuk. De verkoopprijs bedraagt dan slechts 86,48% van de verkoopprijs van [bedrijf 57] van € 540,--. Daarmee is sprake van een onzakelijke prijsval; - [bedrijf 7] heeft op 15 februari 2012 325 stuks Apple iPhone 4S gefactureerd aan [bedrijf 2] voor een bedrag van € 182.546,-- (inclusief € 29.146,-- btw), dat wil zeggen € 472,-- per stuk. Bij [bedrijf 7] is een factuur gericht aan [bedrijf 2] aangetroffen, waarvan de factuurgegevens overeenkomen met genoemde verkoopfactuur. Uit de factuurgegevens blijkt dat de verkoopfactuur van [bedrijf 7] is opgemaakt bij [bedrijf 2] . In de administratie van [bedrijf 2] is verder een verkoopfactuur, gericht aan [bedrijf 1] , aangetroffen van 21 februari 2012, waarop staat vermeld dat twee partijen van respectievelijk 200 en 125 stuks Apple Iphone 4S aan [bedrijf 1] zijn verkocht voor € 184.479,75 (inclusief € 29.454,75 btw), dat wil zeggen € 477,-- per stuk. In de administratie van [bedrijf 1] werd vervolgens een verkoopfactuur van [bedrijf 1] gericht aan [bedrijf 54] BV aangetroffen van 6 februari 2012, waarop staat vermeld dat een partij van 200 stuks Apple iPhone 4S aan [bedrijf 54] BV is verkocht voor € 115.430,-- (inclusief € 18.430,00 btw), dat wil zeggen voor € 485,-- per stuk. Bij de administratie van [bedrijf 54] BV zat een verkoopfactuur van 8 februari 2012, van [bedrijf 54] gericht aan Com4 Distribution BV, waarop staat vermeld dat 200 stuks Apple iPhone 4S werden verkocht voor € 120.071,-- (inclusief € 19.171,-- btw), dat wil zeggen € 504,50 per stuk. Conclusie Uit het voorgaande volgt dat de partijen goederen vanuit het buitenland terecht zijn gekomen in Nederlandse ketens van bedrijven, waarbij ondernemingen tussen de buitenlandse leveranciers en [bedrijf 2] werden geschoven en sprake is van een onzakelijke prijsval. Uit de skypegesprekken is gebleken dat [medeverdachte 6] heeft onderhandeld met de buitenlandse leveranciers en op de hoogte was van de verkoopprijzen van die buitenlandse leveranciers, maar vervolgens niet rechtstreeks heeft afgenomen van die leveranciers, maar er eerst een keten van ploffer en buffers tussen werd geschoven. Uit hetgeen hiervoor is uitgewerkt is gebleken dat [medeverdachte 6] zowel bij de transactie ter zake 498 stuks Sony PS3 320GB (factuur [bedrijf 6] BV van 7 oktober 2011) als de transactie ter zake 2.567 stuks Sony PS3 320GB (factuur [bedrijf 6] BV van 24 november 2011) op de hoogte was van de oorspronkelijke verkoopprijs van de buitenlandse leverancier (respectievelijk € 210,-- en € 215,--), terwijl [bedrijf 2] , waarvoor [medeverdachte 6] zich bezig hield met de handel, later in de keten diezelfde goederen inkocht voor een veel lager bedrag (respectievelijk € 184,50 en € 188,--). De rechtbank concludeert dat de aan de ten laste gelegde facturen ten grondslag liggende goederen- en facturenstromen schijnhandel betreffen en dat de bedrijfsadministratie, door het opnemen van die valse facturen, valselijk is opgemaakt. Feit 4 Onder feit 4 primair wordt verdachte verweten dat hij samen met één of meer anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf 2] , samen met andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, opzettelijk onjuiste of onvolledige aangiften omzetbelasting indienen. Uit het dossier blijkt dat [bedrijf 2] , in de periode dat [bedrijf 2] feitelijk van verdachte was, over het eerste tot en met het vierde kwartaal van 2011 en het eerste en tweede kwartaal van 2012 de aangiften omzetbelasting digitaal heeft ingediend bij de Belastingdienst. De aangiften omzetbelasting voor [bedrijf 2] over de periode vanaf 1 januari 2011 tot en met 2013 zijn door [naam 11] digitaal ingediend, in samenspraak met [naam 10] , beiden medewerkers van [bedrijf 42] dat de administratie deed voor [bedrijf 2] . Ten aanzien van de aangiften omzetbelasting heeft verdachte ter zitting van 22 januari 2020 verklaard: ‘Het klopt wel dat de concept-aangiften aan mij werden voorgelegd en dat ik dan akkoord gaf’. Ook [naam 10] heeft verklaard dat verdachte akkoord moest geven voor het indienen van de aangiften omzetbelasting. [bedrijf 2] heeft over 2011 voor de omzetbelasting een bedrag van € 25.387.785,-- als omzet en een bedrag van € 15.967,-- als verschuldigde omzetbelasting aangegeven. Over het eerste en tweede kwartaal van 2012 heeft [bedrijf 2] voor de omzetbelasting een bedrag van € 19.957.328,-- aangegeven als omzet en een bedrag van € 24.328,-- aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven. De Belastingdienst heeft op basis van de bankgegevens vastgesteld, dat in de periode 1 januari 2011 tot en met januari 2013 voor een bedrag van in totaal € 75.940.780,79 werd ingekocht van ondernemingen die binnen een handelsketen als bufferbedrijf hadden gefungeerd. [bedrijf 2] heeft - over 2011 - voor zeker € 27.204.856,-- (inclusief omzetbelasting) ingekocht via bufferbedrijven, waarvan een deel groot € 27.015.444,04 via: [bedrijf 6] , [bedrijf 6] / [bedrijf 5] , [bedrijf 1] , en [bedrijf 58] . In de eerste twee kwartalen van 2012 werd voor een bedrag van € 20.954.140,62 ingekocht via de buffers: [bedrijf 6] BV, [bedrijf 12] , [bedrijf 7] , [bedrijf 40] en [bedrijf 59] . Tijdens het onderzoek naar btw-carrouselfraude viel het op, dat het bestuur van bedrijven die goederen doorleverden naar uiteindelijk [bedrijf 2] , dikwijls viel te herleiden naar dezelfde personen, waaronder naar de medeverdachte [medeverdachte 4] . De partijen goederen die werden verhandeld waren steeds uit andere EU-landen afkomstig. Doelbewust werden goederen, ingekocht in het buitenland, niet rechtstreeks aan [bedrijf 2] gefactureerd, maar via meerdere tussengeschoven ondernemingen (ploffers en buffers). Uit het dossier blijkt dat de inkoop van alle leveranciers van [bedrijf 2] afkomstig is van ploffers. De (Nederlandse) bedrijven tussen de eerste leverancier in het buitenland en [bedrijf 2] dienden geen dan wel onjuiste aangiften voor de omzetbelasting in, droegen geen omzetbelasting af en hielden geen, dan wel een onvolledige of onoverzichtelijke, administratie bij. De facturen die betrekking hebben op de transacties binnen de carrouselfraude, de schijnhandel, zijn onjuist. De btw, vermeld op dergelijke onjuiste facturen, is volgens artikel 37 van de Wet op de omzetbelasting weliswaar verschuldigd, maar er bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting voor de ondernemer die dergelijke facturen opneemt in zijn administratie. Wanneer een ondernemer op basis van dergelijke facturen toch btw in aftrek brengt, is sprake van een onjuiste aangifte omzetbelasting. De rechtbank concludeert zodoende dat de aangiften van [bedrijf 2] over het eerste kwartaal 2011 tot en met het tweede kwartaal van 2012 onjuist zijn ingediend. Deelnemingsvorm Nu zoals hiervoor is overwogen vaststaat dat de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] valselijk is opgemaakt door opzettelijk valselijk opgemaakte facturen op te nemen (feit 3) en dat onjuiste aangiften omzetbelasting zijn ingediend (feit 4), dient de deelnemingsvorm van het handelen van verdachte te worden gekwalificeerd. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of verdachte als feitelijke leidinggever kan worden aangemerkt. Bij de vraag of sprake is geweest van feitelijke leidinggeven dient op grond van jurisprudentie aan navolgend criterium te worden getoetst. Op grond van artikel 51 Sr kunnen strafbare feiten worden begaan door een rechtspersoon. Hiertoe is van belang of de verboden gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. Het antwoord op deze vraag hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt daarbij is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon kan sprake zijn wanneer zich een of meer van de hierna volgende omstandigheden voordoen, zo bepaalde de Hoge Raad in het Drijfmest-arrest (HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938): het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit andere hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon; de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon; de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf; de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kan worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging. Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. [bedrijf 2] heeft valselijk opgemaakte facturen in haar bedrijfsadministratie opgenomen met het o

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.