RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer : 8124741 \ CV EXPL 19-6248 Vonnis van 14 januari 2020 in de zaak van de naamloze vennootschap TUI NEDERLAND N.V.,gevestigd te Rijswijk, eisende partij, hierna te noemen Tui, gemachtigde: P.F. van den Berg, tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 26 november 2019 - de akte van Tui. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter – onder andere – Tui in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of zij heeft voldaan aan de precontractuele informatieverplichtingen van artikel 7:502 BW onder overlegging van bewijsstukken. 2.
- Tui heeft gesteld dat zij met [gedaagde] telefonisch een overeenkomst is aangegaan voor een pakketreis. Volgens haar zijn alle voorwaarden in dit telefoongesprek besproken en heeft zij nadien de afspraken bevestigd in de boekingsbevestiging, waarbij zij tevens de voorwaarden aan [gedaagde] heeft meegezonden. Tui heeft verder gesteld dat zij heeft voldaan aan artikel 7:502 BW. Volgens Tui heeft zij alle verplichte informatie vooraf kenbaar gemaakt en heeft zij deze informatie opgenomen in de boekingsbevestiging. Het wettelijke kader. 2.
- Ingevolge artikel 7:502 lid 1 BW moet de organisator aan de reiziger verstrekken, voordat deze is gebonden door de pakketreisovereenkomst, de standaardinformatie door middel van een formulier als bedoeld in bijlage I, deel A of deel B van de richtlijn (EU) 2015/2302 (de Richtlijn) en de in lid 1 genoemde informatie. 2.
- Artikel 7:502 lid 2 BW voorziet in de gevallen waarin een pakketreisovereenkomst telefonisch is aangegaan. In dat geval moet de organisator de standaardinformatie als bedoeld in bijlage I, deel B van de Richtlijn en de informatie van lid 1 aan de reiziger verstrekken. Deze informatie mag telefonisch worden verstrekt. 2.
- Ingevolge artikel 7:505 BW rust op Tui de bewijslast dat zij de informatievoorschriften van artikel 7:502 BW heeft nageleefd. Heeft Tui voldaan aan de precontractuele informatieverplichtingen? 2.
- Nu de overeenkomst telefonisch is aangegaan, is artikel 7:502 lid 2 BW van toepassing. Tui heeft gesteld dat zij ‘alle voorwaarden’ in het telefoongesprek heeft besproken met [gedaagde] en dat zij ‘alle verplichte informatie’ vooraf kenbaar heeft gemaakt. Zij heeft echter geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt hoe dit telefoongesprek is verlopen, welke informatie zij precies heeft verstrekt en hoe zij deze informatie aan [gedaagde] heeft verstrekt. Volgens Tui heeft komt de informatie die zij aan [gedaagde] heeft verstrekt terug in de boekingsbevestiging. Nu in deze bevestiging de Basisrechten krachtens de Richtlijn (Bijlage I, deel B) niet opgenomen, blijkt dus niet dat deze informatie telefonisch voorafgaand aan de overeenkomst aan [gedaagde] is verstrekt. 2.
- De kantonrechter is voorshands van oordeel dat Tui niet heeft voldaan aan haar wettelijke precontractuele informatieverplichtingen. Zij zal Tui echter nog eenmaal in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten en de in rechtsoverweging 2.
- genoemde feiten en omstandigheden toe te lichten. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 11 februari 2020, waarop Tui zich schriftelijk kan uitlaten over hetgeen is overwogen onder 2.6., 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari
- (SK)