← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2020:2075

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer 08/952617-17 (P) Datum vonnis: 16 juni 2020 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officieren van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 11 mei 2020, 12 mei 2020 en 3 juni 2020. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mr. L. Grooters en mr. J. Veenendaal en van wat door verdachte en de raadsman mr. S.F.J. Smeets, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, na wijzigingen van de tenlastelegging van 11 mei 2020, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: samen met anderen dan wel alleen in de uitoefening van een beroep of bedrijf op veertien verschillende adressen hennep heeft geteeld; feit 2: samen met anderen dan wel alleen op die veertien adressen elektriciteit heeft gestolen; feit 3: op zes adressen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet; feit 4: samen met anderen dan wel alleen zich schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte) witwassen van goederen en/of geldbedragen; feit 5: (als leider) heeft deelgenomen aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet, dan wel artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht; feit 6: opzettelijk een vuurwapen en 22 patronen in zijn bezit heeft gehad; feit 7: samen met een ander dan wel alleen [slachtoffer] heeft mishandeld; feit 8: samen met een ander dan wel alleen [slachtoffer] heeft bedreigd. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1 hij in of omstreeks de periode 1 januari 2017 tot en met 4 september 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] (België), in ieder geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf, -in een pand aan [adres 2] in [plaats 1] (zaaksdossier A-01) en/of -in een pand aan [adres 3] in [plaats 1] (zaaksdossier A-02) en/of -in een pand aan [adres 4] in [plaats 1] (zaaksdossier A-03) en/of -in een pand aan [adres 5] in [plaats 1] (zaaksdossier A-04) en/of -in een pand aan [adres 6] in [plaats 1] (zaaksdossier A-05) en/of -in een pand aan [adres 7] in [plaats 1] (zaaksdossier A-06) en/of -in een pand aan [adres 8] in [plaats 1] (zaaksdossier A-07) en/of -in een pand aan [adres 9] in [plaats 1] (zaaksdossier A-09) en/of -in een pand aan [adres 10] in [plaats 1] (zaaksdossier A-10) en/of -in een pand aan [adres 6] in [plaats 1] (zaaksdossier A-12) en/of -in een pand aan [adres 11] in [plaats 1] (zaaksdossier A-13) en/of -in een pand aan [adres 12] in [plaats 1] (zaaksdossier A-14) en/of -in een pand aan [adres 13] in [plaats 3] (België) (zaaksdossier A-15) en/of -in een pand aan [adres 14] in [plaats 2] (zaaksdossier B-01), (telkens) opzettelijk een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (telkens) (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel (een) middel(len) aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 4 september 2018, te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] (België), in ieder geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, te weten:- (ongeveer) 26.971 kWh (locatie [adres 2] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] (zaaksdossier A-01) en/of- (ongeveer) 9.864 kWh (locatie [adres 3] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-02) en/of- (ongeveer) 45.410 kWh (locatie [adres 4] in [plaats 1] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-03) en/of- (ongeveer) 11.095 kWh (locatie [adres 5] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-04) en/of- (ongeveer) 73.956 kWh (locatie [adres 6] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-05) en/of- (ongeveer) 41.915 kWh (locatie [adres 7] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-06) en/of- (ongeveer) 12.624 kWh (locatie [adres 8] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-07) en/of- (ongeveer) 28.197 kWh (locatie [adres 9] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-09) en/of- (ongeveer) 8.763 kWh (locatie [adres 10] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-10) en/of- (ongeveer) 2.855 kWh (locatie [adres 6] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-12) en/of- (ongeveer) 50.019 kWh (locatie [adres 11] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-13) en/of- (ongeveer) 35.659 kWh (locatie [adres 12] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-14) en/of- een (aanzienlijke) hoeveelheid elektriciteit (locatie [adres 13] in [plaats 3] (België)), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 3] (zaaksdossier A-15) en/of- (ongeveer) 11.003 kWh (locatie [adres 14] in [plaats 2] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 4] , in elk geval een hoeveelheid elektriciteit, althans enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit, althans het weg te nemen goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 3 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 1 juni 2017 tot en met 4 september 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd en/of voorhanden gehad, dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten: een kweekruimte (locatie [adres 14] in [plaats 2] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -drie, althans een of meerdere kweekbak(ken)/plantenbak(ken) ( gevuld met potgrond en meststoffen) en/of -zeventien, althans een of meerdere armatu(u)r(
  2. en)en/of -achttien, althans een of meerdere assimilatielamp(
  3. en)en/of -een schakelbord en/of -negentien, althans een of meerdere transformator(
  4. en)en/of -twee, althans een of meerdere koolstoffilter(
  5. s)en/of -een slakkenhuis en/of -zeven, althans één of meerdere ventilator(
  6. en)en/of -twee, althans een of meerdere kachel(
  7. s)en/of -een dompelpomp en/of -een of meerdere groeimiddel(len); en/of een garagebox (locatie [adres 15] in [plaats 1] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -twee, althans een of meerdere airco(
  8. s)en/of -twaalf, althans een of meerdere armatu(u)r(
  9. en)en/of -een schakelbord en/of -vijf, althans een of meerdere assimilatielamp(
  10. en)en/of -een dompelpomp en of -twee, althans een of meerdere ventilator(
  11. en)en/of een garagebox (locatie [adres 16] in [plaats 1] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -twintig, althans een of meerdere transformator(
  12. en)en/of -drie, althans een of meerdere PH-meter(
  13. s)en/of -een of meerdere kap(pen) van (een) assimilatielamp(
  14. en)en/of -een of meerdere bloempot(ten)/plantenbak(ken); en/of een garagebox (locatie [adres 17] in [plaats 1] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -vierentwintig, althans een of meerdere armatu(u)r(en)en/of -drieënvijftig, althans een of meerdere assimilatielamp(
  15. en)en/of -een snelheidsregelaar en/of -twee, althans een of meerdere tijdsschakelaar(
  16. s)en/of -negen, althans een of meerdere transformator(
  17. en)en/of -een slakkenhuis en/of -zeven, althans een of meerdere droognet(ten) en/of -een of meerdere zak(ken) met teelaarde en/of -een strijkijzer en/of -een of meerdere watervat(en); en/of een garagebox (locatie [adres 18] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -drie, althans een of meerdere assimilatielamp(
  18. en)en/of -drie, althans een of meer tijdschakelaar(
  19. s)en/of -elf, althans een of meer transformator(
  20. en)en/of -twee, althans een of meer slakkenhuizen en/of -een ventilator en/of -twee, althans een of meer kachel(
  21. s)en/of -een of meerdere groeimiddel(len) en/of - een droognet; en/of een garagebox (locatie [adres 19] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -vijftien, althans een of meerdere armatu(u)r(
  22. en)en/of -zesentwintig, althans een of meerdere assimilatielamp(
  23. en)en/of -negen, althans een of meerdere elektriciteitssnoer(
  24. en)en/of -zeven, althans een of meerdere transformator(
  25. en)en/of -twee, althans een of meerdere slakkenhuizen en/of -twee, althans een of meerdere ventilator(
  26. en)en/of -vijf, althans een of meerdere kachel(s), en/of -een temperatuurventilatieregelaar en/of -honderd tweeëntachtig cans, althans een of meerdere can(
  27. s)met (een) groeimiddel(len) en/of -tien, althans een of meerdere droognet(ten) en/of -achtennegentig, althans een of meerdere knipscha(a)r(en), waarvan hij en/of zijn mededader(
  28. s)(telkens) wist(
  29. en)of (telkens) ernstige reden had(den) te vermoeden dat die stoffen en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of ruimten en/of gelden en/of andere betaalmiddelen en/of gegevens (telkens) bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten; 4 primairhij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 4 september 2018, te [plaats 1] en/of te [plaats 4] (Turkije), in ieder geval in Nederland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of verdachtes mededader(
  30. s)(telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(
  31. en)van (in totaal) (ongeveer) 90.667 Euro (contante stortingen op (een) bankrekening(
  32. en)in Nederland en/of Turkije en/of (een) contante betaling(
  33. en)aan een reisbureau en/of (een) contante betaling(
  34. en)voor een auto en/of voor een renovatie van een badkamer en/of voor een dakkapel), in ieder geval van een hoeveelheid (contant) geld, (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel (telkens) heeft verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende(
  35. n)van de hoeveelheid (contant) geld is/waren en/of (telkens) (een) geldbedrag(
  36. en)van (in totaal) (ongeveer) 90.667 Euro (contante stortingen op (een) bankrekening(
  37. en)in Nederland en/of Turkije en/of (een) contante betaling(
  38. en)aan een reisbureau en/of (een) contante betaling(
  39. en)voor een auto en/of voor een renovatie van een badkamer en/of voor een dakkapel), in ieder geval een hoeveelheid (contant) geld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp(
  40. en)(telkens) - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig en/of eigen misdrijf; 4 subsidiairhij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 4 september 2018, te [plaats 1] en/of te [plaats 4] (Turkije), in ieder geval in Nederland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(
  41. en)van (in totaal) (ongeveer) 90.667 Euro (contante stortingen op (een) bankrekening(
  42. en)in Nederland en/of Turkije en/of (een) contante betaling(
  43. en)aan een reisbureau en/of (een) contante betaling(
  44. en)voor een auto en/of voor een renovatie van een badkamer en/of voor een dakkapel), in ieder geval van een hoeveelheid (contant) geld, (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel (telkens) heeft verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende(
  45. n)van de hoeveelheid (contant) geld is/waren en/of (telkens) (een) geldbedrag(
  46. en)van (in totaal) (ongeveer) 90.667 Euro (contante stortingen op (een) bankrekening(
  47. en)in Nederland en/of Turkije en/of (een) contante betaling(
  48. en)aan een reisbureau en/of (een) contante betaling(
  49. en)voor een auto en/of voor een renovatie van een badkamer en/of voor een dakkapel), in ieder geval een hoeveelheid (contant) geld heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(
  50. en)(telkens) - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig en/of eigen misdrijf; 5A) hij in of omstreeks de periode 1 januari 2017 tot en met 4 september 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] (België) en/of [plaats 4] (Turkije), in ieder geval in Nederland en/of België en/of Turkije, als oprichter en/of leider en/of bestuurder, althans als lid, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten van hem, verdachte, en (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten - misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet, te weten het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en/of onder C van de Opiumwet gegeven verbod, te weten het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit (telkens) betrekking had op een grote hoeveelheid van dat middel, dan wel (een) middel(len) aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of -misdrijven als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet, te weten het voorbereiden of bevorderen van een feit als bedoeld in het derde en vijfde lid van artikel 11; B) hij in of omstreeks de periode 1 januari 2017 tot en met 4 september 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] (België) en/of [plaats 4] (Turkije), in ieder geval in Nederland en/of België en/of Turkije, als oprichter en/of leider en/of bestuurder, althans als lid, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten van hem, verdachte, en (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten - het zich wederrechtelijk toe-eigenen van elektriciteit, waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf wordt verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik wordt gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of - het plegen van (een gewoonte maken van) witwassen, althans schuldwitwassen. 6 hij op of omstreeks 4 september 2018 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland, een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen van het merk Simson en Co, type Galand, kaliber 10,6 mm en/of munitie van categorie III, te weten 22 patronen van het merk S&B, kaliber 9mm luger, voorhanden heeft gehad; (zaaksdossier E-04) 7hij op of omstreeks 16 maart 2018 en/of 17 maart 2018 en/of 9 april 2018 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(
  51. en)en/of alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld door (op of omstreeks 16 maart 2018 en/of 17 maart 2018) die [slachtoffer] met een (vuur)wapen/pistool, althans een hard voorwerp, tegen het (achter)hoofd te slaan en/of door die [slachtoffer] met een mes, althans met een scherp en puntig voorwerp, in het gezicht te snijden; en/of (op of omstreeks 9 april 2018) die [slachtoffer] met een stiletto/mes, althans met een scherp en puntig voorwerp, (met kracht) in een hand te steken; en/of (op of omstreeks 9 april 2018) die [slachtoffer] (meermalen) (met kracht) in/tegen het gezicht en/of tegen de neus en/of op/tegen de/een oog/ogen, althans tegen het hoofd te slaan/stompen en/of die [slachtoffer] (meermalen) te schoppen en/of die [slachtoffer] (meermalen) (met kracht) met een knie tegen het lichaam te stoten; 8 hij in of omstreeks de periode 16 maart 2018 tot en met 17 maart 2018 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door in het bijzijn van die [slachtoffer] een (vuur)wapen/pistool door te laden en/of (te proberen) dat/een (doorgeladen) (vuur)wapen/pistool in de mond van die [slachtoffer] te stoppen. 3. De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Aanleiding onderzoek en te beantwoorden rechtsvragen Naar aanleiding van informatie van onder meer Team Criminele Inlichtingen (TCI) en BVH-mutaties is de politie Oost-Nederland in mei 2017 een strafrechtelijk onderzoek gestart, genaamd HERA. Het onderzoek richtte zich op een groep personen die zich onder leiding van [naam 1] en zijn zoon [verdachte] op grote schaal zou bezig houden met het in georganiseerd verband opzetten en exploiteren van hennepkwekerijen. De organisatie zou in het bezit zijn van minimaal tien hennepkwekerijen in Twente, waarbij sprake zou zijn van een duidelijke taakverdeling. Gedurende anderhalf jaar is onderzoek gedaan naar deze groepering, waarbij tegen een aantal verdachten bijzondere opsporingsmiddelen zijn ingezet. Er hebben onder meer (stelselmatige) observaties plaatsgevonden, er zijn verkeersgegevens opgevraagd, er zijn meerdere telefoons afgeluisterd en er is gebruik gemaakt van de mogelijkheid van het opnemen van vertrouwelijke informatie (OVC). Op 4 september 2018 zijn meerdere woningen en garageboxen doorzocht, waarbij diverse goederen in beslag zijn genomen. In totaal zijn meer dan 40 verdachten aangehouden. Het opsporingsonderzoek heeft geresulteerd in een omvangrijk dossier dat bestaat uit onder meer 42 afzonderlijke zaakdossiers. De vraag die aan de rechtbank ter beantwoording voorligt is of verdachte, kort samengevat, als (mede)pleger betrokken is geweest bij veertien hennepkwekerijen (feit 1), de diefstal van elektriciteit ten behoeve van deze hennepkwekerijen (feit 2), op zes adressen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd (feit 3), (gewoonte)witwassen (feit 4), het deelnemen aan een criminele organisatie (feit 5), het opzettelijk voorhanden hebben van een vuurwapen en 22 patronen (feit 6), het mishandelen (feit 7) en bedreigen (feit 8) van [slachtoffer] . De rechtbank zal hieronder per ten laste gelegd feit aangeven of zij dit, geheel of partieel, bewezen acht. Verdachte staat terecht met tien andere verdachten: [medeverdachte 4] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank de verdachten [naam 2] aanduiden met hun voornaam en de andere verdachten met hun achternaam. 4.2 Het standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben zich – zoals verwoord in het schriftelijke requisitoir – op het standpunt gesteld dat verdachte (partieel) moet worden vrijgesproken van het onder feit 3 tenlastegelegde ten aanzien van de garagebox aan de [adres 18] [plaats 1] en het onder feit 4B, tweede gedachtestreepje. Zij achten de onder 1 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 4.2.1 De hennepkwekerijen (feit 1) De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 2] (A-01) blijkt volgens de officieren van justitie uit het contact met getuige [getuige 1] en de verklaring van [medeverdachte 8] . Verdachte is degene die direct na de ontmanteling gewaarschuwd wordt. Daarna is de Volkswagen Transporter van verdachte in de [adres 2] gezien. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 3] (A-02) blijkt volgens de officieren van justitie uit de tapgesprekken van 24 september 2017 tussen [medeverdachte 3] en verdachte en van 27 september 2017 tussen [medeverdachte 3] en [naam 3] . Ook worden door [naam 4] en [medeverdachte 5] strijkzakken opgehaald bij verdachte. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan [adres 4] (A-03) blijkt volgens de officieren van justitie uit de rode rugzakken met knipschaartjes die in de schuur van verdachte zijn aangetroffen. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 5] (A-04) blijkt volgens de officieren van justitie uit de omstandigheid dat verdachte, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] met elkaar bijeenkomen in het koffiehuis aan de [straat 1] , nadat zij kennis hebben genomen van de ontmanteling van de kwekerij. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 6] (‘eerste keer’) (A-05) blijkt volgens de officieren van justitie uit het overnemen van de bakkerij van [naam 5] als dekmantel voor de hennepkwekerij en de verklaringen van [naam 5] en [naam 6] . Verdachte heeft geregeld dat de verbinding tussen de bakkerij en ‘boven’ wordt afgesloten en dat er een vals huurcontract op naam van [naam 7] kwam. Daarnaast is een dactyspoor van verdachte aangetroffen in de toegang naar kweekruimte nummer 4. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij in de loods aan de [adres 7] (A-06) blijkt volgens de officieren van justitie uit OVC-gesprekken na de ontmanteling van de kwekerij, in combinatie met eerdere tapgesprekken, mast- en bakengegevens. Uit die bewijsmiddelen volgt ook dat verdachte heeft geholpen met knippen of andere werkzaamheden heeft verricht. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 8] (A-07) blijkt volgens de officieren van justitie uit het huurcontract van [naam 8] , een Pool, die in het politieonderzoek niet is gevonden. De aannemelijkheid van dit verhaal kan niet worden getoetst. Het beeld past bovendien in het zaakdossier over de [adres 6] . Betrokkenheid van verdachte blijkt ook uit een observatie van 31 januari 2018. Uit tapgesprekken blijkt bovendien dat verdachte zich heeft beklaagd bij [medeverdachte 4] over de ontdekking van de hennepkwekerij. Ook zegt verdachte tegen [naam 9] dat “het door de koppigheid van [medeverdachte 7] ” kwam. Verdachte had voorgesteld om de grote kant op te ruimen, maar [medeverdachte 7] wilde de gok nemen. Verdachte heeft geen uitleg gegeven over deze gesprekken. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 9] (A-09) blijkt volgens de officieren van justitie uit de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie en ter terechtzitting en ondersteunende bewijsmiddelen. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 10] (A-10) blijkt volgens de officieren van justitie uit de verklaring van [slachtoffer] , afgelegd op 16 oktober 2018. Uit tapgesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1] wordt meermalen gesproken over de kwekerij bij [medeverdachte 1] . Verder is een dactyspoor van verdachte gevonden op isolatiefolie in de kwekerij. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 6] (‘tweede keer’) (A-12) blijkt volgens de officieren van justitie uit tapgesprekken en OVC. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 11] (A-13) blijkt volgens de officieren van justitie uit de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie en ter terechtzitting. Uit tapgesprekken, bakengegevens en observaties blijkt dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 9] ook bij de kwekerij betrokken zijn en dat verdachte hen op afstand instrueert en aanstuurt. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 12] (A-14) blijkt volgens de officieren van justitie uit de controle die op huurder [naam 10] , in overleg met verdachte, door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] wordt uitgeoefend. Verdachte was ook in bezit van een kopie van het ID-bewijs van [naam 10] . De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 13] in [plaats 3] , België (A-15) blijkt volgens de officieren van justitie uit zijn bekennende verklaring afgelegd bij de politie en ter terechtzitting. Deze verklaring wordt ondersteund door tapgesprekken in combinatie met mastgegevens, OVC-gesprekken en de verklaring van [naam 6] . De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 14] (B-01) in [plaats 2] blijkt volgens de officieren van justitie uit onder meer de belastende verklaring van [naam 11] . Deze verklaring wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. 4.2.2. Diefstal van stroom (feit 2) De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich bij elk van de hiervoor besproken kwekerijen schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van stroom, door middel van verbreking van de zegels en het maken van een aansluiting buiten de meter om, om de kwekerijen van stroom te voorzien. 4.2.3. Voorbereidingshandelingen (feit 3) De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich ten aanzien van de adressen [adres 15] , [adres 16] , [adres 17] en de [adres 19] heeft schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen, strafbaar gesteld in de Opiumwet. De goederen die zijn aangetroffen in de [adres 14] in [plaats 2] betreffen goederen die nog steeds bestemd waren voor de bedrijfsmatige teelt van een groot aantal planten. Op het moment van aantreffen hadden de verdachten de goederen nog steeds voorhanden, met datzelfde doel, hennep telen. De goederen die zijn aangetroffen in andere garageboxen zijn telkens gebruikt voor de opslag voor goederen uit en onmiskenbaar bestemd voor de hennepteelt. Gebleken is dat verdachte telkens samen met anderen toegang of zeggenschap had over die boxen. 4.2.4. Witwassen (feit 4) De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich in de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2017 heeft schuldig gemaakt uit het witwassen van een bedrag van totaal € 36.527,-, afkomstig van enig misdrijf. Met betrekking tot de gelden die zijn witgewassen vanaf 1 januari 2017 tot 4 september 2018 ad € 54.140,- stellen de officieren van justitie zich op het standpunt dat deze gelden afkomstig zijn van door verdachte zelf gepleegde misdrijven. Primair is sprake van omzetten/verhullen/verbergen, waardoor een veroordeling kan volgen voor witwassen zoals bedoeld in artikel 420bis lid 1 onder a. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat in het geval van de posten onder II, III, IV en V geen sprake is van verhullingshandelingen, kan dan vanaf de periode van 1 januari 2017 een veroordeling volgen voor het voorhanden hebben van goederen uit eigen misdrijf. 4.2.5. Criminele organisatie (feit 5) De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een criminele organisatie met het oogmerk op de grootschalige hennepteelt, voorbereidingshandelingen daarvan en de diefstal van stroom. Er is sprake geweest van een crimineel samenwerkingsverband tussen de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en ook met [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] . Dit samenwerkingsverband had een zekere duurzaamheid en structuur. [medeverdachte 10] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] kunnen worden aangemerkt als de ‘timmermannen’ die verantwoordelijk waren voor de opbouw en exploitatie van de hennepkwekerijen. [medeverdachte 8] was voornamelijk als ‘elektricien’ verantwoordelijk voor illegaal aansluiten en afnemen van de elektriciteit en [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] droegen als beheerder de verantwoording voor het onderhouden van het contact met de katvangers en het verzorgen van de hennepplanten. [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] waren als informant voor de organisatie verantwoordelijk voor de informatievoorziening vanuit de politiesystemen. [medeverdachte 1] hield zich aanvankelijk alleen bezig met de rol van bouwer/inrichter van kwekerijen, maar verwierf zich langzamerhand de positie van rechterhand van [verdachte] . [verdachte] kan worden aangemerkt als degene die de organisatie aanstuurde, aan wie verantwoording werd afgelegd en die instructies gaven. Op grond van deze rolverdeling moet worden geconcludeerd dat sprake is geweest van een goed georganiseerd (professioneel), crimineel samenwerkingsverband dat herhaald en overeenkomstig tevoren gemaakte plannen handelingen ten behoeve van de hennepteelt heeft uitgevoerd. 4.2.6. Wapenbezit (feit 6) Verdachte bekent het voorhanden hebben van het revolver en de munitie. De goederen zijn in de woning van verdachte aangetroffen en vallen onder categorie III van de WWM. 4.2.7. Bedreiging en mishandeling [slachtoffer] (feiten 7 en 8) Deze feiten kunnen volgens de officieren van justitie worden bewezen op grond van de verklaring van [slachtoffer] , afgelegd op 16 oktober 2018, de OVC-gesprekken in het dossier, de verklaring van getuige De Roode en de door de verbalisant vastgestelde bevindingen van het letsel op 3 mei 2018. 4.3 Het standpunt van de verdediging 4.3.1 De hennepkwekerijen (feit 1) Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat een deel van de kwekerijen niet in werking was gedurende de hele tenlastegelegde periode, wat tot partiële vrijspraak zou moeten leiden. Voor de hennepkwekerijen aan de [adres 2] (A-01), de [adres 3] (A-02), [adres 4] (A-03) en de [adres 5] (A-04) is er geen enkel bewijs voor strafbare betrokkenheid van verdachte. In het dossier A-05 over de kwekerij aan de [adres 6] , komt de naam van verdachte voor, omdat hij het pand wilde aankopen om een Turkse bakkerij te vestigen. Dat een vingerafdruk van verdachte is aangetroffen in het pand, is dus niet vreemd. De verklaringen die getuige [naam 5] bij de politie en de rechter-commissaris heeft afgelegd zijn onbetrouwbaar. Zijn verklaring tijdens zijn eigen zitting bij de politierechter op 28 mei 2019 is veel waarschijnlijker en daar zou de rechtbank van uit moeten gaan. Ook de verklaring van getuige [naam 6] is onbetrouwbaar, vanwege diens zwakbegaafdheid. Reden waarom verdachte volgens de raadsman moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van de kwekerij in de loods aan de [adres 7] (A-06) heeft de raadsman bepleit dat uit de tapgesprekken van 29 september 2017 en 7 oktober 2017 niet blijkt dat verdachte in de loods geweest is, laat staan dat hij daar geknipt heeft. Dat de Volkswagen Transporter van verdachte in de omgeving van de loods is gezien op 2 en 3 januari 2018 zegt ook niets over zijn aanwezigheid in de loods. De verdediging heeft geen kans gehad om getuige [medeverdachte 8] nader te bevragen over zijn verklaring bij de politie over de betrokkenheid van verdachte bij deze kwekerij. Van een nauwe en bewuste samenwerking van [verdachte] met anderen om hennep te telen in de loods blijkt niet uit de door de officieren van justitie naar voren gebrachte bewijsmiddelen. [verdachte] moet daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Voor de kwekerij aan de [adres 8] (A-07) is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat sprake is van medeplegen. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd over de kwekerij aan de [adres 9] (A-09). Hij betaalde een deel van de huur voor [naam 12] en heeft geprobeerd een hennepkwekerij te starten, maar dit is niet gelukt. Ten aanzien van de kwekerij aan de [adres 10] (A-10) heeft de raadsman bepleit dat de verklaring van [slachtoffer] bij de politie als onbetrouwbaar moet worden beschouwd. Hij heeft zijn verklaring bij de RC bovendien herroepen. De latere mishandeling van [slachtoffer] had niets te maken met de kwekerij. De kwekerij was van [medeverdachte 3] en [slachtoffer] . Het medeplegen van verdachte aan deze kwekerij kan niet wettig en overtuigend bewezen worden. Ten aanzien van de kwekerij aan de [adres 6] (A-12) vraagt het Openbaar Ministerie ook een veroordeling voor een kwekerij op deze locatie voor de tweede keer, binnen dezelfde tenlastegelegde periode. Hiermee is sprake van ne bis in idem of een innerlijk tegenstrijdige en dus nietige tenlastelegging. Daarnaast kan het medeplegen van verdachte aan deze kwekerij niet wettig en overtuigend bewezen worden. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd over de kwekerij aan de [adres 11] (A-13). De raadsman heeft bepleit dat hij alleen de huur betaalde, geholpen heeft met knippen en er weinig heeft verdiend. Voor de kwekerij aan de [adres 12] (A-14) is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen. Ten aanzien van de kwekerij aan de [adres 13] in [plaats 3] (België) (A-15) ligt het anders. Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij deze kwekerij bekend, maar zijn rol is minder groot dan door de officieren van justitie wordt geschetst. Verdachte heeft geholpen met de opbouw, maar niet met de teelt. Voor de kwekerij aan de [adres 14] in [plaats 2] (B-01) is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen. De verklaring van [naam 11] is onbetrouwbaar en bestaat voor een belangrijk deel uit de auditu informatie. Het tapgesprek op 20 april 2018 met een onbekende persoon zegt niets over betrokkenheid van verdachte bij deze kwekerij. Alleen zijn Volkswagen Transporter zou er gezien zijn. Al met al onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen. 4.3.2 Diefstal van stroom (feit 2) De raadsman heeft bepleit dat iedere link tussen verdachte en diefstal van stroom ontbreekt. Betrokkenheid bij een hennepkwekerij is onvoldoende voor de conclusie dat een verdachte ook betrokken was bij de diefstal van stroom. Primair zou vrijspraak moeten volgen voor alle tenlastegelegde kwekerijen. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat, indien medeplegen van diefstal van stroom wel bewezen wordt geacht, sprake is van samenloop met het kweken van hennep. De diefstal van stroom zou in dat geval geen strafverzwarende grond moeten zijn. 4.3.3 Voorbereidingshandelingen (feit 3) De raadsman heeft bepleit dat ten aanzien van de voorbereidingshandelingen aan de [adres 14] in [plaats 2] (B-01) geen bewezenverklaring kan volgen, gelet op de bepleite vrijspraak onder feit 1. Voor voorbereidingshandelingen aan de [adres 15] (B-04) en de [adres 16] (B-05) wordt gesteld dat verdachte wetenschap had van de garages, maar er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig voor medeplegen. Hetzelfde geldt voor de garagebox aan de [adres 17] (B-06). De garagebox aan de [adres 18] (B-07) is van [medeverdachte 5] . De link naar verdachte is onduidelijk. De garagebox aan de [adres 19] (B-08) werd gehuurd door verdachte, maar er is onvoldoende gebleken dat de aangetroffen goederen in deze garagebox per definitie alleen geschikt en bestemd kunnen zijn voor hennepteelt. De raadsman heeft zich aldus op het standpunt gesteld dat verdachte voor al het tenlastegelegde onder feit 3 moet worden vrijgesproken. 4.3.4 Witwassen (feit 4) De raadsman heeft bepleit dat er geen aanwijzingen zijn voor wederrechtelijk gegenereerd inkomen vóór 2017. Opmerkelijk is dus dat de tenlastegelegde periode zich uitstrekt van 1 januari 2014 tot en met 4 september 2018. Verdachte heeft verklaard dat hij inkomsten heeft gehad uit een schadevergoeding die door de overheid aan hem is uitgekeerd. Dit staat ook vermeld op zijn justitiële documentatie, en is een aannemelijke verklaring voor de bedragen die zijn uitgegeven en op zijn rekening staan. Het Openbaar Ministerie heeft hier verder geen onderzoek naar gedaan. Daarnaast maakte de zus van [verdachte] vanaf 2009 € 500,- per maand aan hem over voor kost en inwoning. Ook hier heeft het Openbaar Ministerie geen verder onderzoek naar gedaan. Uit niets kan blijken dat het bedrag dat aan vliegtickets is betaald niet afkomstig is of kan zijn van het loon van de partner van [verdachte] . Haar verklaring over de dakkapel kan geen redengevend bewijs zijn voor witwassen. Er is overigens ook geen reden om aan te nemen dat haar verklaring over de Transporter ‘leugenachtig’ is. Dat verdachte de Transporter gebruikte wordt immers door haar niet ontkend. De verklaring van [medeverdachte 9] over het geld op zijn rekening is ook aannemelijk. Reden waarom verdachte van al het tenlastegelegde onder feit 4 zou moeten worden vrijgesproken. 4.3.5 Deelname aan een criminele organisatie (feit 5) De raadsman heeft bepleit dat geen sprake is van een criminele organisatie. Als verdachte en zijn broers al gelinkt kunnen worden aan enkele van de aangetroffen kwekerijen, brengt dat nog niet automatisch met zich mee dat zij dit samen én in georganiseerd verband deden. De uitermate geringe betrokkenheid van verdachte bij de veelheid aan feiten in dit dossier maakt het bijzonder onaannemelijk dat hij onderdeel uitmaakte van een georganiseerd samenwerkingsverband. Het Openbaar Ministerie heeft bovendien onvoldoende onderscheiden waarin de tussen de verdachten bestaande, hechte familiestructuur verschilt van een eventuele criminele structuur. Het dossier biedt daarentegen wel aanknopingspunten voor het feit dat de veronderstelde gedragingen met betrekking tot de kwekerijen zien op individuele keuzes van individuele verdachten, met eventueel hulp van een of meer familieleden. Dit blijkt onder meer uit de verklaringen van [medeverdachte 3] en [naam 4] en ook [medeverdachte 4] lijkt zijn ‘eigen zaken’ te hebben. De vele onderzoekshandelingen die de politie heeft verricht om verdachte te linken aan bijvoorbeeld de kwekerij aan de [adres 7] heeft slechts geleid tot een schamele oogst. [medeverdachte 2] heeft bovendien bekend dat deze kwekerij van hem was en dit blijkt ook uit de OVC-gesprekken. Volgens vaste rechtspraak is in een dergelijke situatie – waarbij zich géén duurzame samenwerkingsverbanden voordoen, maar wél incidentele samenwerkingen – geen sprake van een organisatie in de zin van artikel 140 Sr, aldus de raadsman. 4.3.6. Wapenbezit (feit 6) Het vuurwapen is bij verdachte aangetroffen en hij heeft daarover verklaard dat, voor zover hij wist, het wapen onbruikbaar is gemaakt en dat het om een antiek wapen ging. De politie bevestigt ook dat het om een oud type revolver uit de 19e eeuw gaat (Simson en Co, Suhl, type Galand). De revolver lag in een kast en was niet verhuld. Verdachte heeft het zakje met munitie op straat gevonden. De aangetroffen patronen konden niet met de revolver verschoten worden. 4.3.7. Bedreiging en mishandeling [slachtoffer] (feiten 7 en 8) Volgens de raadsman is sprake van eendaadse samenloop, omdat beide feiten zien op de mishandeling/bedreiging van [slachtoffer] op dezelfde dag. Verdachte heeft bekend dat hij heel boos was en dingen heeft gedaan waar hij spijt van heeft. [slachtoffer] heeft het behoorlijk aangedikt. Van een wapen was geen sprake. [slachtoffer] had bovendien bij verdachte ingebroken en spullen van hem gestolen. Uit tapgesprekken volgt dat sprake was van een unieke situatie en dat het voor verdachte niet gebruikelijk is om geweld te gebruiken. [slachtoffer] heeft zijn verklaring bij de rechter-commissaris herroepen. Concreet bewijs van de door hem genoemde verwondingen is er niet. [slachtoffer] had geen gebroken neus, [medeverdachte 3] hand was niet gebroken, van een snee in de keel is niets gebleken. Het letsel aan de hand van [slachtoffer] is bovendien niet waargenomen of vastgesteld. De verwijzing naar het proces-verbaal van bevindingen daarover maakt dat niet anders. 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1 Beantwoording rechtsvragen Bakengegevens De officieren van justitie hebben ter onderbouwing van hun stellingen veelvuldig gewezen op baken- en/of zendmastgegevens. De rechtbank heeft geconstateerd dat in dit HERA onderzoek de woonadressen van de betrokken verdachten en de diverse plaatsen delict dicht bij elkaar zijn gelegen. Reeds daarom is de enkele constatering dat een door de verdachte gebruikte auto zich volgens bakengegevens in de min of meer directe omgeving van een plaats delict bevindt dan wel dat een door de verdachte gebruikte mobiele telefoon een zendmast aanstraalt die min of meer de directe omgeving aanstraalt onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van de aan de verdachten tenlastegelegde betrokkenheid bij hennepteelt. Deze gegevens duiden er immers slechts op dat de (auto en/of telefoon van
  52. de)verdachte ten tijde van het feit in de buurt moet zijn geweest van een bepaalde locatie, maar brengt niet zonder meer met zich dat de verdachte daadwerkelijk op de plaats delict is geweest, en in het verlengde daarvan dat hij het feit daadwerkelijk heeft (mede)gepleegd of daaraan medeplichtig is geweest. Aan deze gegevens komt dan ook alleen betekenis toe in combinatie met enig ander (direct) bewijs dat redengevend is voor de betrokkenheid van de verdachte. Betrouwbaarheid getuigenverklaringen In de strafzaak HERA is door een aantal verdachten, ook in de rol van getuige, meerdere verklaringen afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris. Bij de vraag naar de keuze en waardering van bewijs heeft de rechter een grote vrijheid. In het geval uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren worden gebracht ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaringen dient de rechter te motiveren waarom de ene verklaring wel voor het bewijs kan worden gebezigd en een andere niet. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van een afgelegde verklaring zijn een aantal factoren en omstandigheden van belang. In de eerste plaats is van belang of de getuige die belastend verklaart over anderen ook zelf een deel van de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen. In dat geval wint de verklaring aan betrouwbaarheid ten opzichte van een verklaring waarin de gehele schuld wordt afgewenteld op een ander of anderen. Verder is bij de vraag naar de betrouwbaarheid van de verklaring van een getuige of medeverdachte van belang of hetgeen wordt verklaard overeenkomt met of steun vindt in – zo te noemen – andere bewijsmiddelen. Des te meer de verklaring wordt gestut door objectieve feiten of omstandigheden of verklaringen van anderen des te meer waarde aan die verklaring kan worden gehecht. Een belangrijke factor is het tijdsverloop. Aangenomen wordt dat de kans op een waarheidsgetrouwe verklaring groter is als deze is afgelegd kort na het voorval dan in het geval dat plaats vindt geruime tijd na het gebeuren. Dat ziet enerzijds op het feit dat herinneringen kunnen vervagen, zeker bij complexe of repeterende (strafbare) feiten, en anderzijds op het feit dat bij een ruim tijdverloop er meer gelegenheid is voor, al dan niet vrijwillig, contact met medeverdachten waardoor een getuige gemotiveerd kan raken om anders dan de waarheid te verklaren. Daarnaast is van belang of de betreffende verklaring ‘uit zichzelf’ (dat wil zeggen, zonder wetenschap vooraf van hetgeen uit het onderzoek reeds naar voren is gekomen) is afgelegd, of de verklaring op andere onderdelen steeds consistent is en of onderdelen van de verklaring zich verdragen met andere in het onderzoek naar voren gekomen gegevens. Tot slot kan bij de vraag naar de betrouwbaarheid ook van belang zijn de positie van degene ten overstaan van wie de verklaring is afgelegd. Een verklaring afgelegd tegenover een onafhankelijke rechter onder ede kan de betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaring ten goede komen. De rechtbank zal hierna, voor zover relevant, per getuige de vraag beantwoorden welke verklaringen als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt en kunnen worden gebezigd voor het bewijs. De verklaringen in deze zaak hebben als gemeenschappelijke deler dat zij voor een of meer van de verdachten in het onderzoek belastend zijn. Toets betrouwbaarheid per getuige (van belang voor enig bewijs)  [naam 6] (A5/A8/A15) Over het Bedrijvenpark Twente heeft [naam 6] op 5 september 2018 verklaard dat hij betrokken is geweest bij de verzorging van planten om zijn broer [medeverdachte 1] te helpen. Hij heeft zijn broer ook wel eens in de kwekerij gezien. Op 11 september 2018 heeft [naam 6] een tweetal verklaringen bij de politie afgelegd in het kader van het aantreffen op 7 maart 2018 van een hennepkwekerij in de Bakkerij aan de [adres 6] in [plaats 1] . Hij heeft daarover – kort gezegd – verklaard dat hij [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] wel eens heeft zien sjouwen met spullen bij de bakkerij tegenover BCA (de rechtbank begrijpt: [adres 6] ) en ook in België. Ook heeft hij zelf bij de bakkerij – op verzoek van zijn broer [medeverdachte 1] gesjouwd en heeft hij daar [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] gezien. Verder heeft [naam 6] verklaard dat hij een keer of tien naar België is geweest voor een hennepplantage. Hij was er een keer met de Combo van zijn broer heen gereden en een keer met de bus van [verdachte] . Begin 2018 was hij een keer met die bus geweest samen met [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 10] . In het pand in [plaats 3] was op de benedenverdieping een Turks café en boven waren een aantal kamers ingericht als hennepkwekerij. Het bouwen werd gedaan door [medeverdachte 10] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . De overige keren was hij met [medeverdachte 5] er heen gereden om de planten te bewateren. Bij de rechter-commissaris heeft [naam 6] op 17 september 2019 verklaard dat hij nimmer opdrachten heeft gekregen die te maken hebben met het opbouwen en onderhouden van een kwekerij en zegt hij niet meer te weten of hij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] nog heeft zien sjouwen in de bakkerij aan de [adres 6] . Hem werden bepaalde dingen voor de voet gegooid dat hij het wel zou weten en hij heeft toen gewoon maar wat gezegd. In die tijd ging het ook slecht met hem en om die reden moet aan zijn verklaringen bij de politie geen waarde worden gehecht. De rechtbank houdt [naam 6] echter aan de verklaringen die hij heeft afgelegd bij de politie op 5 en 11 september 2018, omdat die verklaringen steun vinden in overig bewijsmateriaal waarvan onder meer de OVC-gesprekken en de verklaring van [naam 5] . Daarbij komt dat [naam 6] niet alleen anderen belast met betrokkenheid, maar ook zichzelf daar een aandeel in toedicht. Van enig motief om aanvankelijk onjuist en in strijd met de waarheid te verklaren is de rechtbank niet gebleken.  [slachtoffer] (A10) Kort na de ontmanteling van de hennepkwekerij aan de [adres 10] in [plaats 1] , op 26 april 2018, is [slachtoffer] door de politie gehoord. Hij heeft verklaard dat de kwekerij van hem is en dat deze 4/5 weken daarvoor in gebruik was genomen. Hij heeft gezegd geen namen te durven noemen. Op 16 oktober 2018 is [slachtoffer] wederom door de politie gehoord. Hij heeft toen verklaard dat hij geld nodig had en daarover had gesproken met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] gaf te kennen de zolder wel te willen volgooien. Daarna is [verdachte] bij hen geweest en zijn er afspraken gemaakt. [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en een aantal anderen hebben geholpen bij de bouw. Hij verklaarde verder dat hij in zijn kelder een aantal transformatoren had liggen die hij heeft verkocht omdat hij geld nodig had. Toen men erachter kwam moest hij bij [verdachte] in zijn schuur komen. Daar waren [verdachte] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] heeft toen het wapen doorgeladen en aan [verdachte] gegeven die het op zijn beurt in de mond van [slachtoffer] drukte. Met de achterzijde van het wapen is hij op het achterhoofd geslagen. [verdachte] heeft toen een klein vlijmscherp mesje gepakt en hiermee een snee in het gezicht van [slachtoffer] gemaakt. Toen hij nog een keer transformatoren verkocht, omdat hij daar recht op meende te hebben, en men daar achter kwam is [slachtoffer] door [verdachte] in de woning tegenover de hennepkwekerij mishandeld door een mes door zijn hand te steken. Vervolgens heeft [medeverdachte 3] hem nog geslagen, geschopt en knietjes gegeven. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] zijn daar getuige van geweest. [slachtoffer] is door de rechter-commissaris gehoord op 1 oktober 2019 en heeft daar verklaard dat hij ten tijde van het verhoor in oktober 2018 onder druk is gezet, omdat hij anders twee maanden vast zou komen te zitten. Hij heeft verklaard te blijven bij zijn eerste verklaring in het voorjaar van 2018 dat hij alles alleen op heeft gezet. De verklaring over het op hem toegepaste geweld op twee momenten was een leugen, aldus [slachtoffer] . De rechtbank houdt [slachtoffer] aan de verklaring die hij op 16 oktober 2018 bij de politie heeft afgelegd omdat die verklaring in ruime mate bevestiging vindt in onder meer de tapgesprekken, de verklaring van [naam 13] en de door een verbalisant geconstateerde wond op de wang van [slachtoffer] en litteken op diens hand, waarvan [slachtoffer] destijds heeft verklaard dat dit inderdaad de verwondingen waren die hij had opgelopen bij de mishandelingen. Uit niets blijkt overigens van een motief bij de [slachtoffer] om anderen ten onrechte te betrekken bij de kwekerij nu hij zelf ook de verantwoordelijkheid voor deze kwekerij op zich neemt. 4.4.3. Bespreking van de tenlastegelegde feiten De hennepkwekerijen (feit 1) [adres 2] in [plaats 1] (A-01) Het pand [adres 2] in [plaats 1] was in eigendom van [getuige 2] die het sinds 1 januari 2017 had verhuurd aan [getuige 1] . Blijkens het huurcontract mocht [getuige 1] het pand gebruiken om een kantoorruimte in te richten ten behoeve van een boekingsbureau voor entertainment. Er stond niemand ingeschreven in de GBA op dit adres. Op 21 april 2017 en 1 juni 2017 ontving de politie meldingen dat in het witte pand op de hoek van de [adres 2] en de [adres 20] hennep werd geteeld. Er zou een sterke hennepgeur rond het pand hangen. In dit pand was eerder, op 6 juni 2016, ook al een hennepkwekerij ontmanteld. De politie is naar aanleiding van die informatie een onderzoek gestart en het pand binnengetreden met behulp van [getuige 1] . Achter in de kantoorruimte op de benedenverdieping stond een afgetimmerde wand met een afgesloten deur. De politie heeft deze deur geforceerd en een hennepkwekerij aangetroffen in twee ruimtes met in totaal 630 hennepplanten van 50 tot 60 cm hoog. Er stonden schakelborden die waren gekoppeld aan een grote hoeveelheid elektriciteitskabels en stopcontacten. Onder andere lege vaten en flessen voeding voor hennepplanten, hennepresten, kalkafzetting en stof op de koolstoffilters en andere voorwerpen wijzen op eerdere oogsten. Toegang tot de kwekerij kon alleen worden verkregen via de voordeur en de kantoorruimte die gehuurd werd. Omstandigheden die duiden op een normale bedrijfsvoering in dit kantoor ontbraken. Zo waren de ordners in de kasten leeg, stonden er geen computers of kantoorartikelen, lag er geen post en was de printer niet aangesloten. De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat naast andere personen ook verdachte bij deze kwekerij betrokken was. Ten aanzien van verdachte is erop gewezen dat [medeverdachte 8] heeft verklaard dat verdachte hem het pand heeft laten zien en heeft gevraagd of het een geschikt pand was om hennep te kweken. Tevens is verdachte direct na de ontmanteling op 14 september 2017 gebeld door [naam 14] over ‘slecht’ nieuws waarna de politie de Volkswagen Transporter van verdachte kort daarna ziet in de straat. Hoewel deze omstandigheden wel wijzen op enige betrokkenheid bij deze kwekerij, kunnen deze omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank niet leiden tot de conclusie dat verdachte (mede)pleger was in de hennepkwekerij zoals tenlastegelegd. De rechtbank spreekt hem derhalve daarvan vrij. [adres 3] in [plaats 1] (A-02) Naar aanleiding van binnengekomen informatie bij de politie is op 7 november 2017 een onderzoek ingesteld in een woning aan de [adres 3] in [plaats 1] . Op de zolder van de woning was een inwerking zijnde hennepkwekerij met hennepplanten aanwezig. In totaal stonden er 160 hennepplanten van ongeveer twee weken oud en 25 cm hoog. Er bleek sprake van een illegale stroomvoorziening buiten de meterkast. Er zijn omstandigheden gebleken die duiden op een of meerdere oogsten. De woning aan de [adres 3] is eigendom van [woningstichting] [plaats 1] . De woning werd vanaf maart 2017 door [getuige 3] gehuurd. [getuige 3] heeft bij de politierechter verklaard dat hij vanwege schulden de woning heeft gehuurd om daar een hennepkwekerij te exploiteren. Hij heeft toen met [medeverdachte 3] contact gehad voor het opzetten van de kwekerij. Hij heeft veel zelf gedaan, maar durfde op een gegeven moment niet verder. Hij heeft hulp gekregen bij het aansluiten van de meter en ook bij het knippen hebben ze – [medeverdachte 3] , [naam 15] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] – hem geholpen met knippen. Volgens [getuige 3] is er één keer een oogst geweest. De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat naast genoemde personen ook verdachte bij deze kwekerij betrokken was. De officieren van justitie wijzen ten aanzien van verdachte op de tapgesprekken van 24 september 2017 tussen [medeverdachte 3] en verdachte, waarin verdachte aangeeft dat hij de jongens nodig heeft en [medeverdachte 3] vervolgens een belrondje doet om de afspraken af te stemmen. Zij wijzen verder op een tapgesprek waarin [medeverdachte 2] , [naam 4] en [medeverdachte 5] aanstuurt om zakken te halen bij de (oudere) broer. De rechtbank overweegt dat de inhoud van deze gesprekken onvoldoende concreet naar tijd en plaats zijn om daaraan de conclusie te verbinden dat verdachte als medepleger betrokken was bij deze hennepkwekerij. De rechtbank spreekt verdachte dan ook hiervan vrij. [adres 4] in [plaats 1] (A-03) De [woningstichting] is eigenaar van de woning aan [adres 4] in [plaats 1] . De woningstichting heeft op 14 november 2017 bij de politie gemeld dat zij een anonieme tip heeft ontvangen dat er mogelijk een hennepkwekerij op het adres zou zijn. Uit die informatie bleek dat de bewoner ( [naam 16] ), die sinds begin 2017 op dat adres stond ingeschreven, bijna nooit op het adres verbleef. Er woonde niemand en er stonden geen meubels in de woning. Een scooter met kenteken [kenteken 1] en een auto met kenteken [kenteken 2] werden er regelmatig gezien en men vertrouwde het niet. De politie is op 4 december 2017 binnengetreden in de woning waar zij op zolder een hennepkwekerij aantroffen met 284 planten. Er waren twee kweekruimtes. In de ene kweekruimte stonden 111 planten van ongeveer 7 weken oud met een hoogte van ongeveer 80 cm. In de kweekruimte werden meerdere indicatoren aangetroffen waaruit bleek dat er één of meerdere oogsten van hennepplanten waren geweest. In de tweede kweekruimte stonden 173 planten met een gemiddelde hoogte van 70 cm. Volgens de officieren van justitie was bij deze kwekerij ook een rol weggelegd voor verdachte. De rode tasjes waarin de hennepschaartjes werden bewaard en die bij deze kwekerij zouden zijn gebruikt, zijn aangetroffen in de schuur van verdachte. Nog daargelaten of de tasjes die in de schuur van verdachte zijn aangetroffen dezelfde tasjes zijn als die gebruikt zijn tijdens het knippen aan [adres 4] , (volgens [naam 16] waren het zilverkleurige tasjes), is dit naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs om te kunnen spreken van (mede)plegen door verdachte. De rechtbank spreekt hem daarom vrij. [adres 5] in [plaats 1] (A-04) Naar aanleiding van een MMA-melding is op 18 december 2017 een onderzoek ingesteld aan de [adres 5] in [plaats 1] . In een slaapkamer op de eerste verdieping werd een volledig ingerichte kweekruimte met 126 hennepplanten van ongeveer 70 cm hoog en zes à zeven weken oud aangetroffen. In de naastgelegen slaapkamer stonden nog 120 planten van hetzelfde formaat. Er bleek sprake te zijn van een illegale aansluiting in de meterkast. De woning is eigendom van [woningstichting] . De stichting heeft de woning met ingang van 5 januari 2017 verhuurd aan [getuige 4] . [getuige 4] heeft verklaard dat hij een hennepkwekerij in zijn woning aan de [adres 5] had en dat hij vanwege een huurachterstand en schulden hiermee is begonnen. Hij is met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hierover in gesprek gegaan. Hij wist dat zij in de wiet zaten en dat [medeverdachte 5] met hen omging. Zij stelden een hennepkwekerij voor en hem werd € 5.000 beloofd. Ongeveer twee maanden voor zijn aanhouding op 18 december 2017 zijn ze gaan bouwen. De dag dat de spullen aan kwamen was heel goed geregeld. Er kwam een witte bus aan. Er was iemand met bezorgkleding, die zelfs een apparaatje bij zich had om de levering te laten aftekenen. Wij hebben toen alles naar boven gedragen. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] hebben hem geholpen met bouwen. [medeverdachte 2] is er maar eentje keer bij geweest. Daarna heeft hij bijna alles samen met [medeverdachte 5] gebouwd. Ze zijn zo’n drie tot zeven dagen bezig geweest met de opbouw. [getuige 4] was niet betrokken bij de verzorging van de planten. Dat moet door [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] zijn gedaan. Na een tijdje kwam [getuige 5] (de rechtbank begrijpt: [getuige 5] ) erachter. Zij was erg boos en heeft het aan [getuige 6] (de rechtbank begrijpt: [getuige 6] ) verteld. Toen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] hierachter kwamen is [getuige 4] door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] opgehaald en heeft hij van [medeverdachte 3] een stomp in zijn gezicht gekregen. [getuige 4] verklaart voorts dat hij nadat hij bij de politie een verklaring had afgelegd hij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] op de hoogte moest brengen. Hij is door [medeverdachte 2] onder druk gezet om zijn (politie)verklaring aan hen te geven. [getuige 4] heeft daarover nog een aantal keren met zijn advocaat gebeld en hij is nog naar het politiebureau gegaan, maar hij kreeg zijn verklaring niet. Ook moest hij een nieuwe woning regelen en de investering aan hen terugbetalen. De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat naast genoemde personen ook verdachte bij deze kwekerij betrokken was. De rechtbank overweegt ten aanzien van verdachte dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om tot een bewezenverklaring te komen. De enkele omstandigheid dat verdachte, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] op 18 december 2017, na de ontmanteling van de kwekerij, met elkaar bijeenkomen in het koffiehuis aan de [straat 1] , is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Nu ander bewijs ontbreekt, spreekt de rechtbank verdachte ook vrij van betrokkenheid bij deze kwekerij. [adres 6] in [plaats 1] ‘eerste keer’(A-05) Het pand betreft een hoekpand, gelegen op de hoek [adres 6] [adres 21] , grenzend aan het riviertje de [rivier] te [plaats 1] . Het pand bestaat uit een beneden- en bovenverdieping, waarbij de benedenverdieping als bedrijfspand is ingericht en de bovenverdieping als woning. De benedenverdieping is voorzien van huisnummer [huisnummer 1] , de bovenverdieping van huisnummer [huisnummer 2] . Op 2 november 2017 heeft een politieagent in burger gezien dat een witte Citroën Berlingo met kenteken [kenteken 3] de [straat 2] in en uit reed en vervolgens stopte op de brug, waarna de bijrijder uitstapte en richting de deur van de [adres 6] aan de kant van de beek liep. Deze persoon keek meerdere keren opvallend om zich heen en ging toen naar binnen. De ramen op de bovenverdieping van het pand [adres 6] waren bedekt met lakens en gordijnen. Nadat de bijrijder van de Citroën naar binnen ging was alleen nog licht te zien boven de ingang. Op basis van deze melding en informatie van netbeheerder [bedrijf 1] , waaruit bleek dat sprake was van positief afwijkend beeld in energieverbruik is de politie op 7 maart 2018 binnengetreden in de woning. Geconstateerd werd dat het niet mogelijk was om door een tussendeur vanuit de bedrijfsruimte beneden, naar de bovenverdieping te gaan. Op de bovenverdieping werden vier kweekruimtes aangetroffen. In totaal stonden er 793 hennepplanten, allen ongeveer zes weken oud met een hoogte van gemiddeld 65 cm. Het is aannemelijk dat er één eerdere oogst heeft plaatsgevonden. De eigenaar van het pand is [getuige 7] . Op de benedenverdieping was een bakkerij gevestigd, die als [bedrijf 5] staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De bakkerij werd opgericht op 4 februari 2014 en sinds 8 april 2016 werd [naam 5] als bestuurder aangemerkt. Hij stond van 6 augustus 2014 tot 8 december 2017 ook ingeschreven in de GBA op het adres [adres 6] [bedrijf 5] werd op 31 december 2017 uit de registers van de KvK geschreven. Op 8 januari 2018 is “ [bedrijf 5] ” als eenmanszaak geregistreerd in het register van de KvK, met als eigenaar [verdachte] en als omschrijving van het bedrijf ‘Voorbereidende handelingen voor het starten van een ambachtelijke bakkerij aan de [adres 6] te [plaats 1] .’ Op 9 februari 2018 wordt ook “ [bedrijf 6] ” opgericht blijkens informatie uit de KvK, met als bezoekadres [adres 6] . Eigenaar van [bedrijf 6] is [getuige 8] . Verdachte heeft tijdens zijn eerste verhoor bij de politie verklaard dat hij het pand aan de [adres 6] goed kent. Hij heeft daar een bakkerij waar Turkse pizza’s worden verkocht. Deze zaak heeft hij overgekocht van [naam 5] en zijn oom [naam 17] werkt er. Ter terechtzitting heeft verdachte hierover verklaard dat het pand nooit op zijn naam heeft gestaan. Hij heeft de bakkerij niet overgenomen omdat [naam 5] had gelogen over de omzetcijfers. De bakkerij was niet rendabel. Daarom wilde hij iemand anders regelen om de zaak over te nemen. [naam 5] heeft in eerste instantie bij de politie verklaard dat hij de bovenwoning had verhuurd aan [naam 7] . Hij heeft hiervoor een huurcontract en een kopie van het rijbewijs van [naam 7] aan de politie overgelegd. Hij heeft verklaard dat hij niets afwist van een hennepkwekerij, terwijl hij op de begane grond Turkse pizza’s bakte. Wanneer de politie een foto van [naam 7] aan [naam 5] toont, herkent hij hem niet. Het huurcontract was niet ondertekend. [naam 5] heeft op 16 oktober 2018 verder verklaard dat hij verdachte heeft benaderd omdat hij geld nodig had. Verdachte heeft in oktober 2017 kenbaar gemaakt dat hij de zaak wel wilde kopen en zij kwamen een bedrag overeen. De oom van verdachte, [naam 17] , zou in de bakkerij komen werken. Verdachte wilde ook de bovenverdieping huren en zou daar huur voor betalen. Vanaf 1 januari 2018 was zijn naam weg bij de Kamer van Koophandel maar hij draaide de zaak toen nog wel. Eind januari 2018 trok verdachte zich terug, omdat de omzetcijfers niet klopten. Verdachte zei dat hij de zaak op een andere naam kon laten zetten. Verdachte kwam met [getuige 8] . [getuige 8] heeft de bakkerij toen overgenomen en [naam 5] bleef in de bakkerij werken. Op een gegeven moment kwam [naam 5] erachter dat er een hennepkwekerij op de bovenverdieping was gevestigd. Die kwekerij is volgens hem 100% van verdachte. [naam 17] praatte veel over de kwekerij en hij zei dat verdachte en [medeverdachte 2] aan het werk waren in de kwekerij. Even later zegt hij dat hij wist dat er een kwekerij zat en dat dit is besproken. [naam 5] heeft er geen geld voor gekregen. Hij (de rechtbank begrijpt: gelet op de samenhang met het voorgaande: verdachte) heeft alleen 3000 van de huur betaald. Hij wilde daarbij ook de zaak kopen en overnemen. Dit was besproken met de kwekerij. Daarna is de doorgang naar boven dichtgetimmerd. Dat moet door verdachte en zijn mensen zijn gedaan. [naam 5] heeft op 16 oktober 2018 ook verklaard dat verdachte het huurcontract met [naam 7] en een kopie van diens rijbewijs voor hem had geregeld en dat hij wist dat met deze gang van zaken identiteitsfraude werd gepleegd. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [naam 7] die bij de politie heeft verklaard dat hij geen huis aan de [adres 6] in [plaats 1] heeft gehuurd en aangifte wilde doen van identiteitsfraude. . [naam 17] bevestigt in zijn verklaring dat verdachte de bakkerij wilde overnemen. En op vragen of hij wist van de kwekerij daar: ‘Ja ik wist. De stroom die uitvalt elke keer. De werknemers die het er over hebben. De afgedekte ramen, het gesprek dat ik had met [getuige 8] waarom het is dichtgetimmerd. Tuurlijk weet ik dat daar een kwekerij zit dan maar ik wist niet van wie het was. U zegt [verdachte] maar dat wist ik niet.’ Dat de kwekerij wel van verdachte was, leidt de rechtbank af uit de navolgende feiten en omstandigheden. Uit OVC-gesprekken van 7 maart 2018, opgenomen in de Volkswagen Transporter van [verdachte] blijkt zijn betrokkenheid bij deze kwekerij. Hij spreekt onder andere met [medeverdachte 3] over de ontmanteling en de aanhouding van [naam 5]: 15:44:35 [medeverdachte 3] : Tja., ntv.. is er niet. Toen ik thuis kwam heb ik het meteen verstuurd.. [verdachte] : Nou goed. Dinges is gepakt., heb je het al gehoord? [medeverdachte 3] : Wat is gepakt? [verdachte] : ..ntv.. is gepakt. [medeverdachte 3] : Meen je dat!? [verdachte] : Ja. [medeverdachte 3] : Wanneer? Nu net? [verdachte] : Ja. [medeverdachte 3] : shit joh. [verdachte] : Ik ga naar mijn oom [naam 17] .. Ga mee anders. Zet je auto maar weg., parkeer maar achter mij. 15:45:20. Portier gaat open en [medeverdachte 3] stapt in de auto. [medeverdachte 3] : Hebbe ze hem aangehouden. [verdachte] : [naam 5] ja.. 16:19 (…)[medeverdachte 3] : Maar dan weet je je schade/verlies abi.. ntv.. [verdachte] : Nee nee ik heb geen verlies geleden.. Ik heb dit willens en wetens gedaan., ik heb dit risico ingecalculeerd. Ik dacht ‘als ik de eerste keer red, dan zal er wat overblijven en de tweede keer zien we wel’. Dit verwachtte ik. Daarom was ik niet verbaasd! Op 8 maart 2018 spreekt [verdachte] in zijn Transporter met [medeverdachte 3] en zegt hij: [verdachte] : Ook al zouden ze daar mijn vingerafdrukken vinden! Ze weten dat zij mij daar niet op kunnen pakken! [medeverdachte 3] : ..ntv.. [verdachte] : Maar als we daar geen acht op hadden geslagen.. Hoeveel uur hebben we daar wel niet aan besteed! Onze hele ..ntv.. is daaraan opgegaan. Geen plant achtergelaten! Het is zelfs niet [medeverdachte 1] z’n werk geweest.. Hij zei dat het daar vanzelf compost zou worden. Ik zei ‘nee nee weg ermee., gewoon schoonmaken”. 16:07 (…) [verdachte] : Ik heb schijt aan hun observatie [medeverdachte 3] ! We hebben tijdens hun observatie 4 keer geknipt potjandorie! Op 9 maart 2018 om 18:30 uur spreekt [verdachte] met een NNM en zegt hij: “Gister grote plek van mij gepakt weer”. Ook op 14 maart 2018 om 23:19 uur spreekt [verdachte] met een NNM over de [zaak] zaak: [verdachte] vertelt over een zaak die [zaak] zaak.. Dat er twee ingangen zijn en dat de politie toen die kwam niet heeft omgelopen, dat die door .ntv.. deur is gekomen. [verdachte] ...ntv.. NNM: hebben de buren soms geuren e.d. geroken [verdachte] : Nee hoor ben je gek.. NNM: Naam van [naam 17] abi is zijn naam ook voorgevallen. [verdachte] : Nee., niet ..ntv.. NNM: maar de bakkerij is er toch nog, die draait toch nog steeds.. [verdachte] : Ja, ja..adres... ntv.. ..ntv..daar is een doorgang., we hebben het dichtgetimmerd, we hebben niet gezegd dat we het dicht hebben getimmerd. Op 11 september 2018 heeft [naam 6] twee verklaringen bij de politie afgelegd in het kader van het aantreffen op 7 maart 2018 van een hennepkwekerij in de Bakkerij aan de [adres 6] in [plaats 1] . Hij heeft daarover – kort gezegd – verklaard dat hij [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] wel eens heeft zien sjouwen met spullen bij de bakkerij tegenover BCA (de rechtbank begrijpt: [adres 6] ). Ook heeft hij zelf bij de bakkerij – op verzoek van zijn broer [medeverdachte 1] – gesjouwd en heeft hij daar [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] gezien. Bovendien is op folie in de kwekerij en op tape op een deur die toegang gaf tot de kwekerij een dactyloscopisch spoor, te weten een vingerafdruk, van verdachte aangetroffen. De rechtbank acht op grond van die bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte niet alleen een rol had bij deze kwekerij, maar dat het zijn eigen kwekerij was. Verdachte gebruikte de bakkerij als dekmantel voor de kwekerij. Met betrekking tot de rol van [medeverdachte 1] wijst de rechtbank, in aanvulling op de verklaring van zijn broertje [naam 6] , op de volgende feiten en omstandigheden. Verdachte heeft contact met [medeverdachte 1] over de kwekerij, bijvoorbeeld na de ontmanteling op 7 maart 2018: [medeverdachte 1] : Er is gewoon bijna 2 maanden over geen gegaan. Want het was in uhh december was het al. NTV [verdachte] : Toen waren we mee bezig de eerste keer al FON [medeverdachte 1] : Ja toen waren we er net mee bezig. (…) [medeverdachte 1] : Het is ook geen kleintje ook weer [verdachte] : He [medeverdachte 1] : Het is helemaal geen kleintje. [verdachte] : NTV kleintje. We hebben wel goed schoon gemaakt dus hij moet gewoon zeggen dat het de eerste keer is. [medeverdachte 1] : ja maar alleen onze potten. NTV [verdachte] : Hij kan hij gaat niet zeggen eerste keer hij moet die contract aanpassen met de datum. Dat die het de man terug heeft gehuurd ofzo. De rechtbank twijfelt er niet aan dat dit gesprek gaat over de kwekerij aan de [adres 6] en de aanhouding van [naam 5] . Er zijn dactyloscopische sporen, te weten een handpalmafdruk en een vingerafdruk, van [medeverdachte 1] aangetroffen in de kwekerij. En [medeverdachte 1] is de eigenaar van de witte Citroën Berlingo met kenteken [kenteken 3] die op 2 november 2017 bij de kwekerij te zien was. De rechtbank acht om die redenen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] heeft schuldig gemaakt aan het telen van hennep op dit adres. [adres 7] (A-06) Het pand betreft een loods op een bedrijventerrein. Eigenaar van de loods is [getuige 9] . [getuige 9] heeft de loods met ingang van 16 januari 2017 verhuurd aan [naam 4] . Naar aanleiding van MMA meldingen op 8 en 12 februari 2018 dat in de loods mogelijk hennep werd gekweekt is de politie een onderzoek gestart. Er is een netmeting uitgevoerd door netbeheerder [bedrijf 1] die positief was. Op 19 maart 2018 is de politie binnengetreden. Op de bovenverdieping van de loods heeft de politie een hennepkwekerij aangetroffen met 547 planten van gemiddeld 50 cm hoog. Uit nader onderzoek is gebleken dat er drie of vier eerdere oogsten moeten zijn geweest. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] waren op het moment van binnentreden in de loods aanwezig. [naam 4] bevond zich ook op het terrein bij de loods. Na het aantreffen van de hennepkwekerij zijn [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [naam 4] aangehouden door de politie. [naam 4] heeft tijdens zijn verhoor bij de rechter-commissaris op 6 juni 2019 verklaard dat de hennepkwekerij aan de [adres 7] van [medeverdachte 2] en van hem was. De rechtbank gaat uit van de juistheid van deze verklaring, die naast het feit dat [medeverdachte 2] in de kwekerij is aangehouden wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank noemt een gesprek van 17 december 2017 tussen [medeverdachte 2] met [naam 4] , waarbij verbalisant opmerkt dat alvorens het gesprek tussen [medeverdachte 2] en [naam 4] tot stand komt, [medeverdachte 2] een gesprek voert met [medeverdachte 5] . [medeverdachte 2] heeft het over "..bleek geworden, paarse stengels". [medeverdachte 5] zegt "Is jouw meter nog wel goed Hierop komt het telefoongesprek tot stand: [naam 4] : hallo? [medeverdachte 2] : Ja waar ben je? [naam 4] : Ja ik ben er nu bijna.. [medeverdachte 2] : Ja oké., zodra je binnen bent moet je de dinges maar opendoen., ik ben er namelijk. [naam 4] : Ja oké., momentje., ik moet nog even parkeren. De rechtbank wijst verder in het bijzonder op de bevindingen van verbalisanten, blijkend uit inhoud van de OVC-gesprekken in het pand, tapgesprekken en de camerabeelden. Daaruit blijkt – kort gezegd – dat [naam 4] en [medeverdachte 2] afspreken op 20 februari 2018. [naam 4] herkent [medeverdachte 2] tijdens zijn verhoor bij de politie op de camerabeelden die op 20 februari 2018 in de loods zijn gemaakt. Ook [medeverdachte 5] herkent [medeverdachte 2] op die foto. Hij ziet [medeverdachte 2] en zichzelf de trap op lopen. Hij verklaart hij verder dat hij in de wietkwekerij is geweest om het watervat te vullen. Ook heeft hij lampen hoger en lager gehangen en een slang aangekoppeld. Hij weet niet hoe lang de kwekerij er al zit. Dat moet de politie aan [naam 4] vragen. Op 23 februari 2018 is er geklepper te horen bij het pand. Vermoedelijk wordt de deur van het slot gehaald. Daarna is te horen dat [medeverdachte 2] spreekt met een onbekend gebleven man. NNman zegt: “Ja ze waren gegroeid. En ehhh ntv nieuwe kachels er bij, temperatuur is nou redelijk.” Daarna is enkele minuten een gezoem van een apparaat te horen. Ongeveer 10 minuten later zegt [medeverdachte 2] tegen een onbekend gebleven man: “lk denk dat er beter een…ntv gebruikt gaan worden of nie. Als wij over een week die lampen 1 dagje aanlaten 24 uur, dan hebben we dezelfde planten als die van [naam 18] . NNM zegt:” nee maar hier moet je niks meer aan doen joh, ze zijn goed breed he, vorige keer was allemaal omhoog, deze keer zijn helemaal breed. [medeverdachte 2] zegt: Als ze nog 10 centimeter omhoog komen. NNM2 zegt die gaan wel omhoog ook wel 15 omhoog makkelijk Op 1 maart 2018 heeft [medeverdachte 2] het met een onbekend gebleven man over voeding en het water geven per bak.Op 3 maart 2018 zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] in het pand. [medeverdachte 5] zegt: “ Kiek dat is maar 1 plantje, ..ntv van ehh 3 centimeter..ntv hout heen. En: “Nee, ik zeg niks meer tegen jouw broer joh, [medeverdachte 2] zegt: “Nee, nee ik heb het ook niet over mijn broer, ik heb dat we... ntv . Z hebben het verder over de temperatuur. [medeverdachte 2] zegt:” ..ntv verschil, snap je dan 18 graden, is ehh zeg maar, 15 graden ..ntv morgen gaan het ..ntv 23 dat is toch normaal.”, waarop [medeverdachte 5] zegt: ” Ja precies dat is te doen voor die planten, want dat is..ntv stroom...ntv, snap je”. Op 12 en 16 maart zijn [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] weer in de loods. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 2] mede-eigenaar was van deze kwekerij. Ook blijkt hieruit dat [medeverdachte 5] nauw en intensief bij deze kwekerij betrokken was. De rechtbank acht dan ook bewezen dat hij nauw en bewust, in de zin van medepleger, heeft samengewerkt met [medeverdachte 5] en [naam 4] . De rechtbank leidt uit het dossier ook af dat verdachte betrokken was bij deze kwekerij. Dit blijkt onder meer uit het hierna volgende. Op 29 september 2017 zegt [medeverdachte 3] tegen [naam 3] dat hij erin is geluisd door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zei tegen hem: "Kom jij zondag ook? We hebben werk te doen", "wat voor werk dan joh?", heb ik gevraagd. Hij zei "Tja, hetzelfde als dinsdag…, mijn (oudere) broer vraagt of je komt". [medeverdachte 3] : Ja. Ik zei "Is goed dan kom ik deze keer". Op 1 oktober 2017 vinden er verschillende telefoongesprekken plaats. De mastlocaties die worden aangestraald door een telefoon die zich in de loods bevindt zijn de masten aan de [adres 22] en de [adres 23] . Om 11.20 uur belt [medeverdachte 4] met [medeverdachte 6] . Hij geeft door om 1 uur en dat [medeverdachte 6] moet het doorgeven aan [naam 19] . [medeverdachte 4] zegt dat hij [medeverdachte 5] heeft geappt maar dat die nog niet reageert. [medeverdachte 4] belt om 13:20 uur met [verdachte] en zegt dat ze nog even moeten wachten, omdat er een auto voor staat. De telefoon van [medeverdachte 4] straalt op dat moment de mast aan de [adres 23] aan. Op de achtergrond bij [medeverdachte 4] zijn meerdere mensen te horen. Vervolgens, om 13:39, belt [medeverdachte 4] met [medeverdachte 3] en vraagt of hij komt. [medeverdachte 3] komt ook. [medeverdachte 4] is dan nog steeds op dezelfde locatie. Op 13.43 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 3] met de vraag of hij eraan komt. [medeverdachte 2] , wiens telefoon op dat moment de [adres 22] aanstraalt, belt een aantal minuten later ook met [medeverdachte 3] om te vragen hoelang het nog duurt. [medeverdachte 2] is met een reden ongeduldig, want om 13:45 uur belt hij [medeverdachte 3] weer om te vragen of hij olie/vet meeneemt. Het gesprek verloopt als volgt: [medeverdachte 2] : [medeverdachte 3] abi breng je de olie/vet mee? [medeverdachte 3] : Tjonge ik heb er al spijt van dat ik kom.. Ik kom niet joh! [medeverdachte 2] : ..[lacht].. Mijn broer is al boos en zegt 'waar blijft hij nou!' Oké? [medeverdachte 3] : maar ik heb tegen broer gezegd 'bel mij voordat jullie gaan!'. [medeverdachte 2] : Oké is goed. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben maar één broer. Dat is verdachte. Gelet op deze tapgesprekken gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte op 1 oktober 2017 in de loods is geweest. Er was daar toen al een hennepkwekerij aanwezig gelet op de vastgestelde eerdere oogsten. Bovendien zegt verdachte op 2 oktober 2017 tegen zijn vader dat hij gister werk te doen had. Dit zegt op zich nog niets, maar in samenhang met de andere bewijsmiddelen is dit gesprek ondersteunend voor de conclusie dat ook verdachte betrokken is bij de kwekerij. Op 17 december 2017 belt [medeverdachte 3] met [naam 3] . [medeverdachte 3] vraagt of ze het andere werk hebben afgehandeld. [medeverdachte 3] zegt dat [naam 3] [medeverdachte 2] in de steek heeft gelaten. Hij zegt dat ze een team zijn en dat iedereen van het team moet komen. Uit een observatie blijkt dat de Volkswagen Transporter van verdachte op 2 januari 2018 om 20:17 uur uit de loods aan de [adres 7] kwam rijden, wachtte tot de roldeur dicht was en vervolgens naar de [straat 1] reed, waar verdachte woont. Ook op de dag van de ontruiming en aanhouding van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [naam 4] wordt zijn Volkswagen Transporter gezien bij de loods. Het voertuig reed voorbij nummer [nummer 1] en stopte ter hoogte van nummer [nummer 2] . Daarna reed de auto verder. Dit blijkt ook uit de volgende OVC: [medeverdachte 3] stapt bij [verdachte] in de auto en zegt: “Wat zei ik nou tegen hun abi.. ik zei “ga niet voor elfen erheen”.. Maar ze luisteren niet abi! Want er staan huizen aan de overkant.. ..ntv.. in de gaten houden. Maar als de mensen slapen kun je er wel heen. Zo laat mogelijk..”. Verderop zegt [verdachte] “Ik ben er langsgegaan.. maar er is daar politie., ik kan verder niets doen". Een OVC-gesprek op 20 maart 2018 tussen verdachte en [naam 4] , waaruit blijkt dat [naam 4] voor meer bedrijvigheid had moeten zorgen om niet gepakt te worden: [verdachte] : Nee [naam 4] .. luister even naar mij! Als je had gedaan wat ik je had gezegd te doen, als je niet bang was geweest en niet zoveel stress had gehad en met de auto een paar keer daar was geweest en er daar bedrijvigheid was geweest, was er niets aan de hand geweest! Die vrouw heeft het immers zelf tegen jullie gezegd “In de middag koelkast ophalen”. Bedrijvigheid doe je in de middag zo., je moet gebruik maken van de drukte! [naam 4] : Ja [verdachte] : ..ntv.. de rolluik een keer open! Wat valt er te zien binnen!? Maar jij kreeg het er benauwd en zo., zo van “O ik kan geen adem halen! Ik val flauw! Ik voel mij niet goed!’’. En? was het zo erg dan!? Op 20 maart 2018 heeft verdachte [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [naam 4] opgehaald bij het politiebureau in Borne. Uit de opgenomen gesprekken volgt de leidinggevende rol van [verdachte] bij deze kwekerij. [verdachte] : En wat zeiden jullie., jullie hebben gezwegen toch? [medeverdachte 2] : We hebben alle drie., nee. We hebben alle drie hetzelfde gezegd.. “Wij gingen koelkast ophalen”. De rechercheurs die de inval deden waren amateurs of niet.. Allemaal? (…)[verdachte] : Maar ze wisten het 100%.. dat het vol zat?Onduidelijk wie: ja ja ja..(…)[medeverdachte 2] : Wat is dit nou man., wekelijks doen ze een inval., wat zijn het voor schoften man.. Ga toch weg man. Ze wisten het gewoon.. En ze liegen! ..ntv..[verdachte] : je kan niet meer peil op trekken., tegenwoordig kun je niet meer schatten. Als ze denken vallen ze al binnen., niks geen meting., aannemen of zo..[medeverdachte 5] : nee meting moeten ze doen., daarom wordt nu geseponeerd denk ik want meting zijn ze verplicht voordat ze binnenvallen.[verdachte] : ja maar jullie kunnen nou moeilijk ontkennen.. (…) [verdachte] : Maar [medeverdachte 3] heeft jullie gewaarschuwd he.. [medeverdachte 3] zei ga na elf uur daar naartoe. Ik kan daar zoveel fouten opnoemen., wat daar mis is gegaan. Die voorruit die was geblindeerd., dat dat.. [medeverdachte 2] : Nee die hebben we altijd open gelaten.. ..ntv: praten door elkaar heen].. [verdachte] : [naam 4] zou daar voor bedrijvigheid zorgen.. Met die auto twee keer op en neer rijden. Is niet gebeurd! [naam 4] : Abi ik heb ..ntv.. ik heb daar gewacht.. [verdachte] : We hebben die auto met die reden gekocht/genomen., elke week zou die twee keer heen en weer rijden. Dan was er niets aan de hand geweest he! Was er echt niks aan de hand geweest.. Maar nou die woning tegenover., die kijkt daar precies tegenop. ..ntv.. derde dag komen ze., uurtje binnen. Die houden echt alles in de gaten man! [verdachte] vraagt aan [naam 4] wat men hem heeft verteld over de binnengekomen meldingen. [naam 4] zegt dat men hem heeft aangegeven dat er twee meldingen zijn binnengekomen dat er daar hennep zou zijn. [verdachte] zegt tegen [naam 4] “En!? Was het nou zo erg als je altijd vreesde!? Met en uurtje verhoor ben je er vanaf gekomen toch!? Als het gisteren was geweest, zat je ’s middags al thuis..” Om 14:48 verlaat [naam 4] de auto en praten verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] verder over de bangigheid van [naam 4] . Verdachte zegt: Die bangigheid heeft het verlinkt., je kan zeggen wat je wilt, die schijterigheid van hem heeft jullie allemaal gestrest! Zelfs met knippen was ik niet eens op mijn gemak daar! Op 21 maart 2018, twee dagen na de ontmanteling, praat verdachte met een NNM over de lessen die [medeverdachte 2] uit deze situatie kan trekken: [verdachte] : Kijk ons werk is heimelijk, je moet weten hoe en waar je het moet verbergen.. Je moet het werk niet ‘s nachts doen omdat het heimelijk is., dat wisselt van plek tot plek.. Op een industrieterrein moet je overdag aan het werkgaan.. NNM: Als je nachts gaat dan val je op.. Die plek van dinges, hebben we die niet overdag gedaan ntv.. [verdachte] : Je precies.. NNM: We zijn daarnaar toe gegaan., ntv.. ntv.. de deur was open.. [verdachte] : De bouw van dit hier, alles dat heb ik overdag gedaan. Tot een bepaald werktijd om half vijf, vijf uur was ik weg daar, ging ik op in de drukte., met de mensen die van hun werk kwamen.. NNM: ..ntv.. met jou zijn we twee keer ernaar toe gegaan, we hebben de deur toen gemaakt, we zijn toen ‘s middags ernaar toe gegaan., zoals jij het zegt 5 uur... ntv.. ntv.. [verdachte] : alles mooi en wel hij heeft zijn lesje geleerd maar het heeft mij wel een plek gekost. Het is bij elkaar bijna 1600 planten in twee weken tijd., daar heb ik een goede 35 kilo ..ntv.. misgelopen.. Verdachte heeft het in dit gesprek over de [adres 7] . Dit blijkt uit het feit dat hij praat over hoe je een hennepkwekerij op een industrieterrein moet aanpakken, daags nadat de hennepkwekerij in de loods is ontmanteld. Ook heeft verdachte op 30 maart 2018 gesproken met [medeverdachte 4] over wat er bij [naam 4] uit is gekomen. De ene keer 11 kilo en de andere keer 12 kilo. Gelet op de datum van de ontmanteling is het aannemelijk dat dit over de kwekerij van [naam 4] aan de [adres 7] gaat. De rechtbank concludeert, op grond van het voorgaande, dat verdachte in deze kwekerij nauw en bewust heeft samen gewerkt met [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [naam 4] . [adres 8] in [plaats 1] (A-07) Naar aanleiding van een MMA-melding is op 11 april 2018 onderzoek ingesteld in een woning aan de [adres 8] in [plaats 1] . Daarbij is een hennepkwekerij, bestaande uit drie kweekruimten met in totaal 427 hennepplanten van ongeveer zeven weken oud, aangetroffen. Er waren geen indicaties voor een eerdere oogst. Wel was sprake van een illegale stroomvoorziening. De eigenaar van de woning was [getuige 10] . Hij heeft de woning, naar eigen zeggen, onderverhuurd aan (de onvindbaar gebleven) [naam 8] . Ten aanzien van deze hennepkwekerij, die ten laste is gelegd aan [medeverdachte 4] , [medeverdachte 7] en verdachte, is het volgende gebleken. [medeverdachte 7] had in oktober 2017 telefonisch contact met [getuige 10] . Op 31 januari 2018 is [medeverdachte 7] eerst bij de schuur behorend bij de woning van verdachte gezien, dan in de [adres 8] en daarna weer (met een gevulde bigshopper) bij de woning van verdachte. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] hebben in de periode van 4 januari 2018 tot en met 10 februari 2018 diverse keren telefonisch contact, waarin zij het onder meer hebben over een bezoek aan [winkel 1] en over een bouwlamp. Kort na de ontmanteling van de kwekerij is [medeverdachte 7] door de broer van [getuige 10] gebeld met de mededeling dat er een probleem is, waarop [medeverdachte 7] vraagt of er bepaalde mensen zijn gekomen. Direct daarna spreken [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] af elkaar te ontmoeten. [medeverdachte 7] leest later die avond een krantenartikel over de ontmanteling van de kwekerij op de [adres 8] in [plaats 1] . Ook verdachte en [medeverdachte 4] ontmoeten elkaar die avond. In de auto van verdachte bespreken zij, kort gezegd, dat er drie stuk zijn gegaan, waarvan één in [wijk] (de rechtbank begrijpt: de wijk waarin de [adres 8] is gelegen) en hebben zij het over het ‘opruimen/oogsten’. Later die avond zegt [verdachte] onder meer tegen [naam 9] : “… drie van mij. Echt [naam 9] ik weet het niet…ntv…ik ga naar de klote. Het was dat het de koppigheid was van [medeverdachte 7] , ik had tegen [medeverdachte 7] gezegd laten we dat daar opruimen. Ik heb gisterenavond nog gesproken met [medeverdachte 7] . Ik zei laten we die grote kant opruimen/nemen dat de kleintjes blijven en hij zei akkoord, wat we kunnen redden.” Deze feiten en omstandigheden bieden aanknopingspunten voor een strafbare betrokkenheid van [medeverdachte 4] , [medeverdachte 7] en verdachte bij de kwekerij in de [adres 8] , maar zijn onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van de aan de verdachten in de vorm van medeplegen en in het geval van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] subsidiair in de vorm van medeplichtigheid tenlastegelegde hennepteelt. De rechtbank spreekt [medeverdachte 4] , [medeverdachte 7] en verdachte hiervan dan ook vrij. [adres 9] in [plaats 1] (A-09) Naar aanleiding van een positieve blok/netmeting en een onderzoek ter plaatse is op 24 april 2018 een onderzoek ingesteld aan de [adres 9] in [plaats 1] . Het pand betreft een vrijstaande bedrijfsloods. In de loods was een scheidingswand aangebracht, waardoor de kweekruimte niet zichtbaar was als de grote openslaande deuren open stonden. In de kweekruimte stonden 604 hennepplanten van ongeveer 50 cm hoog en 7 weken oud. Er bleek sprake van een illegale aansluiting in de meterkast. De eigenaar van de bedrijfsloods is [getuige 11] . Hij heeft de loods vanaf 1 januari 2018 voor € 500 per maand verhuurd aan (de rechtbank begrijpt gelet op de huurovereenkomst:) [naam 12] . De betalingen van de huur werden contant gedaan. Eind januari zag hij, toen de grote voordeur van de loods open stond, een getimmerde houten muur in de loods. Ook zag hij drie of vier mannen die hij niet kende. Hij heeft [naam 12] s ‘avonds nog aangesproken dat hij hier niet blij mee was. [naam 12] bevestigt dat hij dit pand van [getuige 11] heeft gehuurd. Uit de verklaring van [naam 12] volgt verder dat hij twee keer huurgeld van verdachte heeft geleend, en dat [medeverdachte 1] één of twee keer bij hem in de loods is geweest. Verdachte heeft verklaard dat hij die jongen (de rechtbank begrijpt: [naam 12] ) heeft geholpen omdat die jongen het graag wilde en omdat de locatie goed was. Er stonden rondde 500 planten. Verdachte heeft een deel van de huur betaald en geholpen met de bouw van de kwekerij. Hij verklaart verder dat mensen hem bij deze kwekerij hebben geholpen. Zo iemand geef je dan achteraf een extraatje. Zo werkt dat. De rechtbank concludeert dat verdachte, gelet op hetgeen hij heeft verklaard, in het licht bezien van het overige bewijsmateriaal, mede-eigenaar van de kwekerij was en daarbij nauw en bewust heeft samen gewerkt met anderen. De rechtbank overweegt dat uit de verklaring van [naam 12] en de diverse tapgesprekken in combinatie met bakengegevens kan worden afgeleid dat op 30 januari, 31 januari en 1 februari 2018 werkzaamheden zijn verricht in de kwekerij aan de [adres 9] . 30 januari 2018 Op 30 januari 2018 spreken verdachte en [medeverdachte 1] af om rond 09:00 uur naar de [winkel 2] te gaan. De Volkswagen Transporter van verdachte staat later bij de [winkel 2] geparkeerd.Om 10:34 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld met de vraag of hij aan staartje (de rechtbank begrijpt: verdachte) kan doorgeven dat de spullen binnen zijn. Om 11:01 uur geeft [medeverdachte 1] aan [naam 20] door dat [naam 12] de slijptol komt halen.De Opel Zafira van [medeverdachte 6] staat deze dag van 10:15 tot ruim na 14:00 uur geparkeerd aan de [adres 9] , met stops op de heen- en terugweg aan de [straat 1] .Ook de Volkswagen Transporter van [verdachte] staat deze ochtend tussen 10:18 en 14:19 uur geparkeerd aan de [adres 9] in [plaats 1] . 31 januari 2018 Om 11:10 uur geeft verdachte aan [medeverdachte 1] door dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] gelijk daarheen zijn gegaan. De Opel Zafira van [medeverdachte 6] rijdt deze dag via het adres van [medeverdachte 5] naar de [straat 1] , en staat vervolgens ruim 4 uur geparkeerd aan de [adres 9] . 1 februari 2018 Op 1 februari om 12:00 uur zegt [medeverdachte 6] dat hij bij [medeverdachte 5] voor de deur staat. [medeverdachte 5] is net wakker en vraagt [medeverdachte 6] om binnen te komen. Om 12:12 uur wordt [medeverdachte 5] gebeld door [medeverdachte 1] . Özden heeft een mondstukje van een busje nodig. [medeverdachte 5] gaat naar de [winkel 3] . Om 12:21 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 5] dat hij zes haakjes nodig heeft. [medeverdachte 5] haalt het wel bij de bouwmarkt.Uit bakengegevens blijkt dat de Opel Zafira van [medeverdachte 6] om 11:59 uur stopt ter hoogte van het huis van [medeverdachte 5] , om 12:18 uur langs de Woonboulevard in [plaats 1] rijdt om vervolgens te parkeren aan de [adres 9] in [plaats 1] . De rechtbank leidt uit deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien af dat naast verdachte, ook [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] betrokken waren bij de hennepkwekerij. De bijdrage van [medeverdachte 1] ziet de rechtbank als wezenlijker dan die van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] . De rechtbank heeft in dit verband, naast het hiervoor overwogene, in het bijzonder acht geslagen op de vele

(42)telefonische contacten die [medeverdachte 1] in de periode van 28 januari 2018 tot en met 21 maart 2018 – en derhalve de periode waarin de onderhavige kwekerij is opgebouwd – had met [naam 12] . De rechtbank betrekt daarbij dat uit de inhoud van de gesprekken kan worden afgeleid dat [medeverdachte 1] een aansturende rol heeft in ieder geval waar het [medeverdachte 5] (en in diens verlengde [medeverdachte 6] ) betreft. De rechtbank betrekt daar ook bij dat uit de inhoud van de contacten tussen [medeverdachte 1] en verdachte, blijkt dat zij op een gelijkwaardiger niveau met elkaar omgaan. Een voorbeeld daarvan vormt het OVC-gesprek van 10 maart 2018 waarin [medeverdachte 1] en verdachte met elkaar bespreken over het belang van goed licht is (zij bespreken dat het licht bij [naam 12] kut is, als er 5 of 10 minuten af moet, je haalt 10 gram eraf. Dat is voor 200 gram, dat 1000 euro, dat is er toch bij dan heb je de voeding er voor niks), in het algemeen dat je een op en top opbouw hebt als je een ton investeert en (kennelijk over een andere kwekerij) ‘ [naam 12] kan ik al 580 planten kwijt. Dus waarom zou ik daar geen 550 planten kwijt kunnen’. De rechtbank concludeert op grond van al het voorgaande dat [medeverdachte 1] nauw en bewust heeft samengewerkt met verdachte. [adres 10] in [plaats 1] (A-10) Deze woning werd gehuurd door [slachtoffer] sinds 20 februari
  1. Aan de hand van diverse onderzoeksbevindingen in het onderzoek HERA, weergegeven in de tijdlijn, is het vermoeden dat er op de [adres 10] in [plaats 1] – tegenover [medeverdachte 1] , die op [adres 24] woont – een hennepkwekerij zat, bevestigd. Op 26 april 2018 is de politie binnengetreden in de woning van [slachtoffer] . Op de zolderverdieping was een kweekruimte voor hennepplanten ingericht. In totaal stonden er 365 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 60 centimeter. De hennepplanten waren naar schatting vier weken oud. De politie trof geen omstandigheden aan die duiden op een eerdere oogst. Er bleek sprake van een illegale stroomvoorziening buiten de meterkast. In zijn verklaring op 16 oktober 2018 heeft [slachtoffer] verklaard over de hennepkwekerij. Hij zat in de problemen en had geld nodig. [medeverdachte 3] stelde toen voor om zijn zolder vol te gooien. [slachtoffer] ging akkoord. Hierna kwam verdachte bij hem langs en zijn er afspraken gemaakt. Verdachte, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en anderen hebben vervolgens geholpen. De bouw heeft ongeveer anderhalve week geduurd. Daarna heeft de kwekerij gedraaid. [slachtoffer] heeft verder verklaard dat hij tweemaal transformatoren heeft gestolen en doorverkocht, naar aanleiding daarvan is hij fors mishandeld door verdachte en [medeverdachte 3] . De rechtbank zal het geweldaspect op een later moment in dit vonnis bespreken. Deze verklaring van [slachtoffer] wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Zo heeft [medeverdachte 3] , voorafgaand aan zijn verhoor als getuige bij de rechter-commissaris op 30 september 2019, als verdachte een korte verklaring afgelegd. Van die verklaring is een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt dat, op verzoek van de officier van justitie, aan het proces-verbaal van het getuigenverhoor is gehecht. [medeverdachte 3] heeft daarin, voor zover hier relevant, aangegeven dat de hennepkwekerij aan de [adres 10] van hem was. Uit de inhoud van de diverse telefoongesprekken die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] vanaf 26 februari 2018 tot eind maart met elkaar voeren kan worden afgeleid dat [medeverdachte 1] , naast [medeverdachte 3] , nauw betrokken is bij de opbouw van de hennepkwekerij bij [slachtoffer] . Op 26 februari 2018 belt [medeverdachte 3] met [naam 13] de partner van [slachtoffer] . [medeverdachte 3] zegt dat ze moet doorgeven dat [medeverdachte 3] vanavond om 21.00 uur bij hem thuis komt. Op 26 februari 2018 bellen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] met elkaar. Ze gaan het morgenavond wel doen. [medeverdachte 1] weet niet hoe lang dat wordt. Op 27 februari 2018 om 20:18 uur zegt [medeverdachte 1] dat hij de foto in de auto heeft laten liggen. [medeverdachte 3] zegt dat hij er al geweest, hij heeft gemeten maar hij ( [medeverdachte 1] ) mag ook wel even zelf gaan kijken. Direct daarna belt [medeverdachte 3] met [slachtoffer] om door te geven dat die kale met vijf minuten even komt kijken. Om 20.49 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] om te zeggen dat het super was en dat ze het er morgen verder over hebben. Op 1 maart 2018 om 11.31 uur belt [medeverdachte 3] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 3] zegt: ‘we zijn kom je ook’. [medeverdachte 1] antwoordt dat hij er met 15/20 minuten is. Om 11.33 uur belt zegt [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 1] dat hij een hamer mee moet nemen. Op 8 maart 2018 om 11.15 uur geeft [naam 23] aan [medeverdachte 3] door dat hij de sleutel in de schoenen heeft liggen, dan kun je gewoon naar binnen met z’n drieën en kun je gewoon je gang gaan. Op 9 maart 2018 belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1] is aan de overkant. Op de achtergrond zijn timmer- en boorgeluiden te horen. Op 27 maart 2018 vraagt [medeverdachte 3] [medeverdachte 1] om een zaagmachine mee te nemen. Op 28 maart 2018 vraagt [medeverdachte 3] of [medeverdachte 1] thuis is, [medeverdachte 1] antwoordt dat hij naar [medeverdachte 3] toe komt aan de overkant. Uit het hieronder weergegeven OVC-gesprek van 16 april 2018 tussen verdachte en [medeverdachte 1] kan worden afgeleid dat de planten het goed doen. De rechtbank is van oordeel dat ook verdachte nauw bij deze kwekerij betrokken was. Dit blijkt uit de rol die [slachtoffer] hem toedicht. Daarnaast wijst de rechtbank op de navolgende feiten en omstandigheden. - Er is een stuk hittewerende isolatiefolie uit een van de zijwanden van de kweekruimte gesneden. Op die isolatiefolie is een vingerafdruk van verdachte gevonden. - Uit telefoongesprekken van 22 maart 2018 blijkt dat verdachte in de woning van [slachtoffer] is. [medeverdachte 1] belt om 14.01 uur met [naam 13] en vraagt haar de deur open te doen. Om 14.29 uur belt verdachte naar [medeverdachte 1] . Verdachte vraagt of hij thuis is, waarop [medeverdachte 1] zegt dat hij al daar is. Verdachte zegt: O ben je daar al en wil je de deur even open doen, ik ben er met een minuutje. - Op 16 april 2018 zitten [medeverdachte 1] en verdachte in de Volkswagen Transporter van verdachte. Zij bespreken diverse ‘kwekerij-gerelateerde problemen. [naam 21] (kwekerij A-13) passeert de revue, [medeverdachte 1] heeft ergens te veel water gegeven, waardoor ze bruin zijn geworden. Verdachte vertelt dat [naam 22] (fon) die eigenaar ook bij hem is gekomen en dat het van hem ‘vol mag worden gegooid’. Die man wil er alleen te veel geld voor hebben, dan kom het financieel niet uit. [medeverdachte 1] zegt: Wij moeten gewoon straks verder kijken. Bij dinges gaat het mooi he, overkant. [naam 23] was er gister…Echt mooi geworden, ja onder ntv paar maar ntv moeten vanavond water geven. [medeverdachte 1] zegt: Kijk ik heb net alles in ntv, ik zeg we gaan straks ook alle lampenkappen schoonmaken, even met de natte doek eroverheen, dat alle stof eraf is. Op grond van die feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat verdachte het akkoord voor de kwekerij op dit adres heeft gegeven en dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] de kwekerij hebben opgebouwd. Deze handelingen kunnen worden aangemerkt als medeplegen. Op grond van die feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , verdachte en [slachtoffer] zich tezamen en in vereniging, schuldig hebben gemaakt aan het telen van hennep op de [adres 10] . [adres 6] in [plaats 1] (A-12) Voor informatie over het pand verwijst de rechtbank naar wat daarover onder [adres 6] 1e keer (A-05) is opgenomen. Op 7 maart 2018 werd een hennepkwekerij ontmanteld in het perceel [adres 6] te [plaats 1] . Uit tapgesprekken, OVC-gesprekken, observaties en bakengegevens ontstond de verdenking dat er in hetzelfde pand opnieuw een hennepkwekerij werd ingericht. Het onderzoeksteam heeft onderzocht of kon worden achterhaald wie er verantwoordelijk was voor de financiering van de opbouw, hoe de opbouw van de kwekerij werd georganiseerd en wie nu daadwerkelijk de kwekerij opbouwde en onderhield. Op 19 juni 2018 werd op de begane grond van het pand aan de [adres 6] te [plaats 1] een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met 791 hennepplanten van maximaal twee weken oud. Er waren geen indicaties voor een eerdere oogst. Op 11 maart 2018, vlak na de ontmanteling van de hennepkwekerij op de bovenverdieping van de bakkerij, bespreken verdachte en [medeverdachte 1] de mogelijkheid om [medeverdachte 5] een adresje te geven. Dat dit ook is gebeurd, leidt de rechtbank af uit de navolgende omstandigheden. Opvallend daarbij is de rol van [medeverdachte 5] . Die is in dit dossier namelijk veel groter dan bij andere hennepkwekerijen waar hij bij betrokken was. De rechtbank wijst op het gesprek van [medeverdachte 5] met [getuige 8] op 12 april 2018, die toen nog de huurder was van de [adres 6] : [getuige 8] : ehh [alias] , want ik zei net tegen hem, ik ga naar [getuige 12] ik ga met hem praten voor opruimen en zo dat dat allemaal is goedgemaakt (…). [medeverdachte 5] : ja [getuige 8] : hij zegt van eeh ik heb tegen Veneberg gezegd ehhh dat iemand anders dat wou gaan huren dus volgens mij hebben die mensen ook al met hem contact opgenomen ik denk dat hij weer wat aan het... klussen.. fon..is gabber. [medeverdachte 5] : van [verdachte] denk je? [getuige 8] : dat denk ik, dan weet je dat [medeverdachte 5] : en nou dan? [getuige 8] : ik ga nou gewoon open kaart spelen gabber, ik ga gewoon open kaart spelen [medeverdachte 5] : wat open kaart spelen [getuige 8] : ik ga gewoon tegen hem zeggen dit en dit kan je krijgen, wij gaan dit doen, ga je mee eens of niet want ik weet dat hij ervan houdt snap je? [medeverdachte 5] : maar kutzooi man, dan wil [verdachte] denk ik weer opnieuw beginnen daar [getuige 8] : ja maar ja als die aan ons wil verhuren jonge. [medeverdachte 5] : jij moet gewoon zorgen dat je nou huurt [getuige 8] : ik ga d’r nou heen, want ik zie jou straks wel ja [medeverdachte 5] : ja is goed man. Dat dit over de [adres 6] gaat, kan worden afgeleid uit het tapgesprek tussen [getuige 8] en [medeverdachte 5] eerder die dag, waaruit blijkt dat [medeverdachte 5] daar die middag bij het pand is en zich afvraagt wat er bewaard moet blijven. Daar komt bij dat zij het in beide gesprekken hebben over ‘ [alias] ’ met wie zij [naam 5] bedoelen en dat [getuige 12] volgens [naam 5] de huurbaas van de [adres 6] is. Tijdens een OVC-gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] bespreken op 16 april 2018 dat het van de eigenaar volgegooid mag worden. Dat dit over de [adres 6] gaat, kan worden afgeleid uit het feit dat zij het hebben over Lahmacun (=Turkse pizza) en ‘ [alias] ’. Per 1 mei 2018 huurt [naam 14] het pand. Op 7 mei 2018 belt [naam 14] met de telefoon van [medeverdachte 5] naar de [bedrijf 7] om de meterstanden door te geven. De verbinding is slecht, maar te horen is in ieder geval: [adres 6] en [medeverdachte 3] [naam 14] . Eind mei 2018 begint de opbouw van de kwekerij. Dat leidt de rechtbank af uit de inhoud van de navolgend telefoongesprekken. Op 25 mei 2018 is [medeverdachte 5] samen met [medeverdachte 6] bezig en hij vraagt [getuige 8] om mee te helpen. [getuige 8] wil er niet heen in het donker, maar volgens [medeverdachte 5] komen ‘die dingen’ volgende week al binnen. [medeverdachte 5] belt naar zijn partner om door te geven dat ‘ze’ bij oma zijn en dat hij de hele avond druk is. Uit een gesprek op 27 mei 2018 om 17.00 uur blijkt dat [medeverdachte 5] bezig is in de bakkerij met opruimen ([zaak] , ik ben die hok aan het opruimen). Op 2 juni 2018 staat [medeverdachte 5] met ‘die dingen’ voor de deur, maar niemand doet open. ‘Iedereen kan die dingen in de auto zien, dat kan toch niet.’ Volgens de rechtbank kan het niet anders zijn dat met ‘die dingen’ hennepstekjes worden bedoeld. Op 19 juni 2018 worden er immers hennepplanten van gemiddeld twee weken oud aangetroffen in het pand. Ook op 13 juni 2018 zet [medeverdachte 5] [naam 14] onder druk om ‘die dingen’ onder de grond te komen leggen. [naam 14] zegt dat hij niet kan maar volgens [medeverdachte 5] heeft [medeverdachte 6] een afspraak met [naam 14] gemaakt die hij dient na te komen, want ‘ [verdachte] wordt zometeen echt kwaad he’. [medeverdachte 5] is ook degene die op 19 juni 2018 gebeld wordt door de buurvrouw dat de politie via de rolluiken met zaklantaarns in de meterkast aan het kijken is bij de [zaak] . [medeverdachte 5] wist op dat moment dat de kwekerij ontdekt was. Twee minuten later belt [medeverdachte 5] met verdachte en vertelt hij in versluierde taal dat de kwekerij ontdekt is. Verdachte stapt direct daarna in zijn Volkswagen Transporter en hij haalt [medeverdachte 5] op bij zijn woning. Samen rijden ze naar de [adres 6] . De auto van Van [medeverdachte 6] is op verschillende dagen tussen 25 mei 2018 en 13 juni 2018 gesignaleerd in de [adres 6] of de [straat 2] (parkeerplaats vlakbij de [adres 6] ). Op 25 mei 2018 rijdt de auto van [medeverdachte 6] eerst langs de woning van [medeverdachte 5] , daarna langs de woning van [verdachte] en vervolgens wordt het voertuig geparkeerd aan de [straat 2] . Uit het dossier kan worden afgeleid dat verdachte op de achtergrond betrokken was bij deze hennepkwekerij. Uit de bewijsmiddelen blijkt echter niet dat hij in nauwe en bewuste samenwerking met een ander deze hennepkwekerij heeft gehad. De rechtbank spreekt hem daarom vrij. [adres 11] in [plaats 1] (A-13) Naar aanleiding van een MMA-melding op 23 april 2018 en een positieve blok/netmeting is op 19 juni 2018 onderzoek ingesteld in een oud bedrijfspand aan de [adres 11] te [plaats 1] . In het pand stonden diverse gereedschappen en (hennep gerelateerde) materialen. Via een verborgen deur kwam men in de hennepkwekerij. Deze bestond uit twee kweekruimtes met daar tussen in een ruimte met transformatoren en schakelborden. In de eerste ruimte stonden in totaal 263 planten van ongeveer 37 cm hoog. In de tweede kweekruimte stonden 390 hennepplanten van ongeveer 70 cm hoog. Er bleek sprake van een illegale aansluiting in de meterkast. Er waren indicaties voor eerdere oogsten. Uit de stukken in het dossier is gebleken dat [getuige 13] het pand al ongeveer twintig jaar in bruikleen heeft van de gemeente [plaats 1] . Begin oktober 2017 heeft hij het pand verhuurd aan een Turkse man. [getuige 13] herkent verdachte als de man aan wie hij het pand heeft verhuurd. De verklaring van [getuige 13] vindt steun in de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij het pand aan de [adres 11] in [plaats 1] een tijd geleden van een oude man heeft gehuurd. Verdachte heeft ook verklaard – kort gezegd – dat hij in dat pand samen met een onbekend gebleven jongen een kwekerij heeft opgebouwd. Zij hebben één keer geoogst, daarna hadden ze een mislukte oogst en de derde oogst is door de politie gepakt. Het pand lag vol met spullen. Die spullen hebben zij verkocht en dat geld is gebruikt voor de (opbouw van een) kwekerij. Met de winst van de eerste oogst, hebben ze de stekjes voor de tweede keer gekocht. Zij betaalden ieder de helft van de huur. Die jongen verzorgde de planten en verdachte heeft geholpen met knippen. Op de vraag of meerdere mensen hebben geholpen, antwoordt hij: “Maar ik ga niet zeggen wie allemaal”. Die personen kregen daar wel een kleinigheidje voor betaald. De rechtbank concludeert dat verdachte, gelet op hetgeen hij heeft verklaard over de rol- en taakverdeling binnen deze kwekerij nauw en bewust heeft samen gewerkt met een ander. [medeverdachte 8] heeft verklaard over de handelingen die hij ten behoeve van deze hennepkwekerij heeft verricht. In zijn verklaring van 4 september 2018 geeft hij aan dat die handelingen hebben bestaan uit het creëren van de bakken, het doorzagen van de muur en het af- en weer aankoppelen van de stroom. Hij is daar wel drie uur bezig geweest. Voor die werkzaamheden heeft hij € 100 gekregen. In zijn verklaring van 5 september 2017 geeft hij aan dat hij is benaderd om de ruimte te bekijken. Er moest vervolgens eerst worden opgeruimd. Daar heeft hij bij geholpen. Hij was niet aanwezig bij de bouw van de kwekerij. Hij heeft alleen de wandgoot losgekoppeld en daarna aangesloten op het schakelbord tegen zijn vaste tarief. Uit de inhoud van de diverse op 11 januari 2018 gevoerde telefoongesprekken leidt de rechtbank het volgende af. [medeverdachte 4] belt om 17:41 met [naam 4] en zegt dan: “Jij komt wat later of niet?”, hetgeen [naam 4] bevestigt. [medeverdachte 4] zegt dat dat goed is en dat [naam 4] moet bellen voordat hij komt. Om 18:12 uur belt [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 5] met de vraag of hij eraan komt. [medeverdachte 5] antwoordt dat hij op zijn vrouw zit te wachten maar daarna komt. Om 18:13 uur geeft [medeverdachte 4] aan verdachte door dat de eerste auto er aan komt. Om 18:28 uur wordt [medeverdachte 4] gebeld door [medeverdachte 1] , die vraagt hoe laat ze er zijn, waarop [medeverdachte 4] antwoordt dat hij op de jongens zit te wachten en dat het nog een minuut of tien duurt. Om 18:38 uur belt verdachte naar [medeverdachte 4] en vraagt waar ze blijven, waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “Dinges… hij blijkt aan het oppassen te zijn, hij wacht op zijn vrouw”. [medeverdachte 4] verwacht hem ieder moment (hij zei dat hij om half zou vertrekken). Verdachte zegt daarop dat [medeverdachte 4] [naam 4] ook even moet bellen. Die zou ook verlaat zijn en kan nu samen met hun komen. [medeverdachte 4] heeft om 18:40 uur telefonisch contact met [naam 4] . In dit gesprek zegt [medeverdachte 4] dat hij bij het koffiehuis op [naam 4] wacht, waarop [naam 4] zegt dat hij net op de fiets wou stappen, maar dat hij wel daarheen komt. Om 18.52 uur belt [medeverdachte 4] naar verdachte om te zeggen dat ze eraan komen. Voordat de verbinding wordt verbroken is te horen dat verdachte tegen een persoon op de achtergrond zegt “ [medeverdachte 1] doe je de deur open”. Op 12 januari 2018 om 00:45 uur belt [medeverdachte 4] met verdachte. [verdachte] : Zeg het maar [medeverdachte 4] ? [medeverdachte 4] : Het is orde/klaar.. [verdachte] : Jij en [medeverdachte 5] , zijn jullie zelf ook al klaar? [medeverdachte 4] : Ja we zijn klaar. [verdachte] : Is goed. Komen jullie dan maar ook met [medeverdachte 3] mee als hij komt. [medeverdachte 4] : Oké is goed. Een minuut later (om 00:46 uur) belt verdachte naar [medeverdachte 4] om te zeggen dat hij (volgens de vertaler in de zin van een ander) net is vertrokken en dat hij er met een minuut is. Dit sluit naadloos aan bij het gegeven dat de auto van verdachte, volgens de bakengegevens, kort daarna in de directe omgeving van het pand is (om 00:48 bij de [adres 25] en om 00:49 bij de [adres 26] ) en past ook bij de waarnemingen van het observatieteam, inhoudende dat zij nadat zij [medeverdachte 4] eerder die dag bij de woningen van [medeverdachte 5] en verdachte hebben gezien, om 18:12 uur een grijze personenauto, type Sedan, die in de nabijheid van de woning van verdachte was geparkeerd, met drie (niet nader omschreven) mannen die via de zijkant uit het perceel aan de [adres 1] te [plaats 1] kwamen, zien vertrekken (zij verliezen de auto daarna uit het zicht). [medeverdachte 4] is dan nog in zijn eigen woning aan de [adres 27] . De rechtbank leidt uit deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien af dat er op 11 januari 2018 is geoogst en dat daarbij, naast verdachte van wie de kwekerij is, betrokken waren [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [naam 4] . [adres 12] in [plaats 1] (A14) Naar aanleiding van een BHV-melding op 19 juni 2018 is op 26 juni 2018 onderzoek ingesteld in een woning aan de [adres 12] te [plaats 1] . Daarbij is vanuit de meterkast in de hal een illegale aftakking naar de bovenverdieping geconstateerd. Op de eerste verdieping bleek een kweekruimte te zijn ingericht met in totaal 132 hennepplanten van ongeveer één à anderhalve week oud. In de ruimte rechts naast deze ruimte stond een stekkentray met daarin nog zestien stekjes. Een tweede kweekruimte bevond zich op zolder. Daar stonden in totaal 228 hennepplanten van ongeveer zes weken oud. Er waren indicaties voor eerdere oogsten. [getuige 14] is de eigenaar van de woning aan de [adres 12] in [plaats 1] . Hij heeft die woning vanaf 20 februari 2017 verhuurd aan [naam 10] . [naam 10] heeft dit ook bevestigd. In zijn eerste verklaring op 9 juli 2018 heeft hij verklaard dat hij de woning zo’n anderhalf jaar geleden heeft gehuurd, dat hij er direct is gaan wonen en dat hij er zo’n vijf maanden heeft gewoond. [getuige 5] , met wie hij een relatie heeft, heeft er ook een aantal weken gewoond. Zij heeft veel langer op dat adres ingeschreven gestaan namelijk van 11 oktober 2017 tot en met 1 februari
  2. In de periode dat [naam 10] er woonde, betaalde hij de huur zelf. Daarna werd de huur wel van zijn rekening afgeschreven, maar beschikte hij niet meer over zijn eigen bankpas. Die heeft hij moeten afgeven aan Turken uit [plaats 5] , net als de sleutel van de woning. De hennepkwekerij is snel nadat hij uit de woning is vertrokken, opgebouwd en hij zou per oogst € 10.000,- krijgen. Toen hij aangaf dat hij wilde stoppen, ook omdat [getuige 5] heel erg boos op hem was geworden, werd gezegd dat stoppen geen optie was. [naam 10] heeft verder verklaard over de angst die hij heeft ervaren, de dreigementen en het geweld dat jegens hem is toegepast. Op 26 september 2018 heeft [naam 10] verklaard dat zijn eerdere verklaring niet helemaal juist is. Hij heeft toen aangegeven dat hij, vanwege financiële problemen, mensen heeft benaderd, van wie hij wist dat ze hennepkwekerijen bouwden. Uit angst voor problemen wil hij geen namen noemen. Op 30 september 2019 is [naam 10] als getuige door de rechter-commissaris gehoord. Hij heeft toen verklaard dat hij [medeverdachte 3] heeft benaderd, dat [medeverdachte 3] de kwekerij heeft opgebouwd en dat hij [medeverdachte 3] daarbij heeft geholpen. Het verhaal van Turken uit [plaats 5] was verzonnen, net als hetgeen hij heeft verklaard over het toegepaste geweld en de angst die hij zou hebben ervaren. De verklaring van [naam 10] vindt steun in de verklaring van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] heeft, voorafgaand aan zijn verhoor als getuige bij de rechter-commissaris op 30 september 2019, als verdachte een korte verklaring afgelegd. Van die verklaring is een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt dat, op verzoek van de officier van justitie, aan het proces-verbaal van het getuigenverhoor is gehecht. [medeverdachte 3] heeft daarin, voor zover hier relevant, aangegeven dat de hennepkwekerij aan de [adres 12] van hem is. Zowel [naam 10] als [medeverdachte 3] hebben verklaard – kort gezegd – dat de broers van [medeverdachte 3] niet bij deze kwekerij betrokken waren. De rechtbank heeft ten aanzien van verdachte onvoldoende aanknopingspunten gevonden om te komen tot voldoende belastend bewijs. Het aantreffen van kopieën van documenten van [naam 10] in de woning van verdachte, maakt dit niet anders. De rechtbank spreekt hem dan ook vrij van betrokkenheid bij de hennepkwekerij aan de [adres 12] in [plaats 1] . [adres 13] , [plaats 3] (België) (A-15) Naar aanleiding van verstrekte informatie door het onderzoeksteam HERA is op 20 april 2018 door de Belgische politie een onderzoek ingesteld in een pand aan de [adres 13] in [plaats 3] . Er werd een overduidelijke hennepgeur waargenomen en op de achtergrond draaide een ventilatiesysteem. Het pand bestond uit drie verdiepingen, waarbij op de begane grond een café/koffiehuis was ingericht, op de eerste verdieping waren slaapruimtes en op de zolderverdieping werden vier kweekruimtes aangetroffen met in totaal 742 (deels) oogstrijpe planten. Er waren indicatoren voor één of meerdere oogsten. In de gang en de keuken lag afval van vorige kweken. Er zijn verder zakken aangetroffen met daarin droge cannabisplanten, dozen met afval van eerdere oogsten en lege bussen met bloei- en groei stimulatoren. Er bleek daarnaast sprake te zijn van illegale aansluiting in de meterkast. De eigenaar van het pand betreft een vereniging zonder winstoogmerk, te weten [vereniging] . Het pand werd na een mondelinge overeenkomst voor € 1400 per maand gehuurd door [naam 21] , de uitbater van het café. De huur werd tot een paar maanden geleden overgemaakt door [naam 21] , de laatste maanden werd het van de rekening van zijn zoon [zoon] afgeschreven. [naam 21] heeft verklaard dat [verdachte] de eigenaar van de hennepkwekerij was. [naam 24] , werkzaam in het café en bewoner van het pand, heeft verklaard dat [naam 21] twee dagen per week langskwam. Verder kwamen er twee keer week twee personen langs voor het onderhoud van de hennepkwekerij. [naam 21] had hem verteld dat die twee personen zouden komen en dat hij zich daar niets van aan moest trekken. [naam 21] had deze personen de sleutel gegeven zodat ze zelf naar binnen konden. Verdachte heeft verklaard dat een man uit België (de rechtbank begrijpt: [naam 21] ) samen met [naam 24] (de rechtbank begrijpt: [naam 24] ) bij hem waren gekomen. De man wilde iets beginnen, hij kon het niet alleen en toen hebben ‘wij’ hem geholpen. [naam 24] zou beneden in het café werken, maar uiteindelijk moest hij voor alles opdraaien. Met [naam 24] is niet over de kwekerij gesproken. Verdachte is in verband met de kwekerij een aantal keren naar België gegaan. De vergoeding had met percentages te maken. Toen de man hebberig begon te worden, hebben zij (verdachte en een ander) hun deel teruggenomen. De kwekerij was één en al koppijn. Verdachte heeft ter terechtzitting van 11 mei 2020 zijn verklaring bij de politie bevestigd en daaraan toegevoegd dat hij ook spullen naar de kwekerij heeft gebracht en heeft geholpen met bouwen. De rechtbank concludeert dat verdachte gelet op hetgeen hij heeft verklaard, mede-eigenaar van de kwekerij in [plaats 3] was en daarin nauw en bewust heeft samen gewerkt met anderen. [naam 6] heeft ook een verklaring afgelegd over zijn betrokkenheid en die van anderen bij de hennepkwekerij in [plaats 3] . Die verklaring houdt in dat hij er een keer of tien is geweest. Hij is met de Combo van zijn broer daarheen gereden en een keer met de bus van verdachte. Dat was de eerste keer dat hij naar [plaats 3] ging. Hij was toen samen met verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 10] . Op de bovenverdieping van het pand waren een aantal kamers ingericht

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.