RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08.047731.20 (P) Datum vonnis: 9 oktober 2020 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 09 oktober 2020. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E.J. Leunk en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te Borne, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: [aangever 1] heeft aangerand door onverhoeds haar borsten en billen te betasten; feit 2: [aangever 2] heeft aangerand door haar onverhoeds in de billen te knijpen. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1. hij op of omstreeks 10 september 2019 te Borne, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door nader te noemen [aangever 1] op een fiets te achtervolgen en/of (vervolgens) gekomen nabij die [aangever 1] haar aan te spreken en/of (daarbij) te roepen 'STOP' en/of (vervolgens) die [aangever 1] onverhoeds aan/over haar borst(
- en)en/of rug en/of billen aan te raken en/of te wrijven [aangever 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten: het onverhoeds betasten en/of aanraken van en/of wrijven over haar borst(
- en)en/of billen; 2. hij op of omstreeks 20 augustus 2019 te Borne, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door nader te noemen [aangever 2] op een fiets te achtervolgen en/of (vervolgens) gekomen nabij en/of naast die [aangever 2] onverhoeds in haar billen te knijpen en/of haar billen aan te raken [aangever 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten: het onverhoeds knijpen in en/of aanraken van haar billen. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft aangevoerd dat voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een veroordeling te komen. Verdachte dient daarom van die feiten te worden vrijgesproken, aldus de officier van justitie. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw van verdachte heeft – overeenkomstig de inhoud van de door haar ter zitting overgelegde pleitnota - zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een veroordeling van verdachte zodat hij moet worden vrijgesproken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De inhoud van het strafdossier bevat weliswaar aanwijzingen die als belastend voor verdachte kunnen worden uitgelegd, maar die aanwijzingen leiden niet tot het wettige en overtuigende bewijs dat verdachte degene is geweest die op respectievelijk 20 augustus 2019 en 10 september 2019 de tenlastegelegde aanrandingen in Borne heeft gepleegd. De rechtbank acht dan ook niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. G.J. Stoové, rechters, in tegenwoordigheid van Z. Demir, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2020. Buiten staat Mr. Bordenga-Koppes en mr. Stoové zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.