RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 8686314 \ CV EXPL 20-2168 Vonnis van 15 december 2020 in de zaak van de naamloze vennootschap MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen, eisende partij, hierna te noemen Menzis, gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V., tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , verschenen in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 3 november 2020; - de akte aan de zijde van Menzis van 12 november 2020. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. De kantonrechter verwijst naar en handhaaft hetgeen bij tussenvonnis is overwogen. Faillissement 2.2. [gedaagde] heeft naar voren gebracht dat zij tot eind 2019 failliet was. Naar de kantonrechter begrijpt, betwist zij derhalve de verschuldigdheid van de premie over de maanden juli en augustus 2019. Bij repliek heeft Menzis gesteld dat de gevorderde premiemaanden in de periode van juli 2019 t/m maart 2020 van na de datum van het faillissement van [gedaagde] zijn en daardoor niet door het faillissement getroffen worden. Uit de door Menzis bij akte ingediende uitdraai van het systeem van de gemachtigde van Menzis blijkt echter dat het faillissement van [gedaagde] op 5 februari 2020 is beëindigd. Naar de kantonrechter thans begrijpt, stelt Menzis dat de gevorderde premie losstaat van het faillissement omdat deze niet is meegenomen bij de beëindiging van het faillissement van [gedaagde] . [gedaagde] heeft dat niet gemotiveerd weersproken, zodat daarvan wordt uitgegaan. Betalingsregeling 2.3. Naar de kantonrechter begrijpt, stelt [gedaagde] dat zij maandelijks een bedrag aan Menzis betaalt om haar betalingsachterstand in te lopen. Bij repliek erkent Menzis dat op 17 augustus 2020 een betalingsregeling aan [gedaagde] is bevestigd. In de bij repliek overlegde schriftelijke bevestiging van de betalingsregeling, is het volgende opgenomen: “ U betaalt maandelijks € 250,00. De eerste betaling ontvangen wij uiterlijk 01 september 2020 van u. Hierna ontvangen we maandelijks uw betaling uiterlijk de eerste van de maand. (...) Komt u de betalingsregeling niet na? Dan stopt deze. U moet het totale bedrag dan direct betalen. De zitting gaat door.” 2.4. Bij akte van 12 november 2020 stelt Menzis dat [gedaagde] enkel op 7 september 2020 een bedrag van € 250,- in mindering heeft voldaan en voorts in gebreke is gebleven met correcte nakoming van de betalingsregeling. Gelet daarop is de betalingsregeling vervallen. Nu [gedaagde] bovendien enkel heeft gesteld dat zij een betalingsregeling met Menzis is overeengekomen en haar verweer niet nader heeft gemotiveerd, dient aan het verweer van [gedaagde] als onvoldoende gemotiveerd voorbij te worden gegaan. 2.5. Nu [gedaagde] verder niets heeft aangevoerd wat aan toewijzing van de hoofdsom in de weg staat, zal de gevorderde hoofdsom als volgt worden toegewezen. Hoofdsom 2.6. Bij dagvaarding stelt Menzis dat een zij een opeisbare vordering heeft ten bedrage van € 1.761,- aan hoofdsom, welke nader gespecificeerd is in productie 1 bij de dagvaarding. Uit voornoemde productie volgt dat dit de volgende bedragen aan premie betreft: - een bedrag van € 208,50, € 35,90 en € 38,60 voor de maand oktober 2015; - een bedrag van € 208,50, € 35,90 en € 38,60 voor de maand december 2015; - een bedrag van € 218,- voor de maand juli 2019; - een bedrag van € 218,- voor de maand augustus 2019; - een bedrag van € 222,- en € 31,- voor de maand januari 2020; - een bedrag van € 222,- en € 31,- voor de maand februari 2020; - een bedrag van € 222,- en € 31,- voor de maand maart 2020. 2.7. Bij repliek merkt Menzis op dat de vorderingen met betrekking tot oktober en december 2015 niet meer openstaan en abusievelijk zijn meegenomen in deze procedure. In de dagvaarding is volgens Menzis een te laag bedrag – namelijk € 534,87 – in mindering gebracht voor deze premiemaanden vanuit 2015. De gevorderde premie over deze maanden behelst in totaal een bedrag van € 566,-. Menzis vermindert daarom haar vordering met een bedrag van“(€ 566,00 – € 534,87
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.