RECHTBANK OVERIJSSEL Team Familierecht en Jeugdrecht Locatie: Almelo Zaak-/rekestnr.: C/08/244015 / FA RK 20-346 Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking van 18 februari 2020 van de rechtbank Overijssel naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (WvGGZ), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] , [geboorteplaats] wonende te [adres] , [woonplaats] , thans verblijvende bij [naam instelling] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. D. Greven te Borne. 1Procesverloop 1.
- Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 14 februari 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 14 februari 2020; - de medische verklaring d.d. 14 februari 2020; de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de wet BOPZ en de WGGZ; de relevante politiegegevens. 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 februari 2020, in het gebouw van [naam instelling] . 1.
- Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: betrokkene bijgestaan door mr. J.G. Luiten, waarnemer voor de advocaat van betrokkene, mevrouw [A] , gz-psycholoog, en de heer [B] , gz-psycholoog. 1.
- Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen. 2Beoordeling 2.
- Artikel 7:8 lid 3 WvGGZ bepaalt dat de rechter op het verzoek beslist binnen drie dagen te rekenen vanaf de dag na die van het indienen van het verzoekschrift door de officier van justitie. Artikel 7:5 WvGGZ bepaalt dat de crisismaatregel onder andere vervalt door het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 7:8 lid 3 WvGGZ. Gelet hierop had uiterlijk 17 februari 2020 een beslissing op het verzoek moeten worden genomen. Nu de crisismaatregel al is verlopen, kan deze niet worden voortgezet. 2.
- Bovendien is de rechtbank op grond van de overgelegde stukken en de toelichting van de gz-psycholoog ter zitting gebleken dat er ten aanzien van betrokkene op dit moment geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, dat vermoedelijk wordt veroorzaak door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen. 3Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af Deze beschikking is op 18 februari 2020 mondeling gegeven door mr. W.M.B. Elferink, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door A.S. Özsüren als griffier, en op 20 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.