RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 8989172 \ CV EXPL 21-390 Vonnis in kort geding van 26 maart 2021 in de zaak van de stichting WOONSTICHTING VECHTHORST,gevestigd te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen Vechthorst, gemachtigde: mr. A.M. Takkenberg, tegen [gedaagde] ,wonende op een geheim adres, gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: 1.
- de namens Vechthorst betekende dagvaarding van 27 januari 2021, waarbij Vechthorst een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en [gedaagde] heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen. 1.
- De vordering is behandeld ter zitting van 23 februari
- Vechthorst (namens wie is verschenen de heer [naam] , medewerker klantencontact) is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Tegen de niet verschenen [gedaagde] is verstek verleend. Er is een datum voor vonnis bepaald. 1.
- Bij brief d.d. 25 februari 2021 – ingekomen op de griffie op 1 maart 2021 – heeft [gedaagde] het verstek gezuiverd. 1.
- Op 2 maart 2021 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen, inhoudende dat een nieuwe zittingsdatum moest worden bepaald. 1.
- De vordering is opnieuw behandeld ter zitting van 24 maart
- Vechthorst (vertegenwoordigd door de heer [naam] , medewerker klantencontact) is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. [gedaagde] is opnieuw niet verschenen. 1.
- Tenslotte is vonnis bepaald op heden. 2De beoordeling De behandeling van de zaak wordt niet meer uitgesteld 2.
- De kantonrechter heeft van een griffiemedewerkster een e-mailbericht ontvangen, inhoudende dat zij op 23 maart 2021 was gebeld door iemand die zich voorstelde als de heer [gedaagde] , die zei dat hij de zitting van “morgen” (de zitting van 24 maart 2021 dus) wilde uitstellen, omdat hij verhinderd is. De griffiemedewerkster heeft gezegd, dat dat niet zomaar gaat. [gedaagde] heeft gezegd, dat hij niet zou verschijnen. 2.
- [gedaagde] is op de zitting van 24 maart 2021 niet verschenen. Voor zover [gedaagde] een verzoek tot aanhouding heeft willen doen, wijst de kantonrechter dat aanhoudingsverzoek af. In het tussenvonnis van 2 maart 2021 heeft de kantonrechter al bepaald dat de mondelinge behandeling in beginsel niet zal worden uitgesteld, nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald. [gedaagde] heeft aan de kantonrechter niet uitgelegd wat de reden van het aanhoudingsverzoek is. De kantonrechter is van oordeel dat het belang van een voortvarende procesvoering nu voorrang geniet en dat de mondelinge behandeling van de zaak niet (opnieuw) zal worden aangehouden. Gebleken is dat [gedaagde] op de hoogte is van het kort geding en van de zitting voor de mondelinge behandeling. De kantonrechter zal nu vonnis wijzen. Waar gaat de zaak over? 2.
- Dit kort geding gaat over de huurovereenkomst die partijen op 16 juli 2019 hebben gesloten. Daarbij heeft Vechthorst de woning, met tuin, aan de [adres] te [woonplaats] (verder te noemen: de woning) verhuurd aan [gedaagde] . Op deze huurovereenkomst zijn algemene huurvoorwaarden van toepassing. Wat Vechthorst wil 2.
- Vechthorst vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van het gehuurde, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en nakosten. Als grondslag voor deze vordering voert Vechthorst – onder meer – aan, dat [gedaagde] in strijd met de huurovereenkomst, de woning niet (zelf) bewoont, en de woning en de tuin niet onderhoudt. Door dat laatste veroorzaakt [gedaagde] ook overlast aan de buren. Vechthorst heeft hierover nooit behoorlijk contact met [gedaagde] kunnen krijgen. Geen verweer 2.
- [gedaagde] heeft de feiten en omstandigheden, die Vechthorst aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, niet tegengesproken. Hij heeft in dit kort geding überhaupt geen verweer gevoerd. De kantonrechter zal de vordering van Vechthorst toewijzen 2.
- De vordering komt de kantonrechter vooralsnog niet onrechtmatig of ongegrond voor en komt daarom voor toewijzing in aanmerking, met dien verstande dat de termijn voor ontruiming zal worden bepaald op één week na betekening van dit vonnis. De dwangsom zal worden gematigd tot een bedrag van € 250,00 per dag en met een maximum van € 3.500,00 indien [gedaagde] niet aan de veroordeling voldoet. Redengevend voor deze matiging is dat Vechthorst, mocht [gedaagde] ook na het verbeuren van het maximum aan dwangsommen niet aan de veroordeling voldoen, het vonnis ten uitvoer kan laten leggen door de deurwaarden ex artikel 555 e.v. Rv. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
- [gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vechthorst worden begroot op: a. kosten dagvaarding € 106,01; b. griffierecht € 126,00; c. salaris gemachtigde € 622,00; totaal € 854,01; De nakosten worden begroot op € 104,
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten vanaf de veertiende dag na de datum van dit vonnis zal worden toegewezen, tot aan de dag der algehele voldoening. 3De beslissing in kort geding 3.
- veroordeelt [gedaagde] het gehuurde aan de [adres] te [woonplaats] binnen één week na betekening van dit vonnis te ontruimen en verlaten te houden, met afgifte aan Vechthorst van de sleutels, en al hetgeen tot het gehuurde behoort ter vrije en algehele beschikking van Vechthorst te stellen, op straffe van een dwangsom van€ 250,00 per dag, met een maximum van € 3.500,00, indien [gedaagde] niet aan de veroordeling voldoet; 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Vechthorst begroot op € 854,01, en in de nakosten, begroot op € 104,00, beide te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart
- (wv) Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.