RECHTBANK OVERIJSSEL Fout! De documentvariabele ontbreekt. / Fout! De documentvariabele ontbreekt.Fout! De documentvariabele ontbreekt. Wrakingskamer zaaknummer: 260622 KG RK 21-23 Beslissing van 16 februari 2021 in de zaak van [verzoeker] , verzoeker tot wraking, gemachtigde mr. H. Tadema. 1Het procesverloop 1.
- Op 18 januari 2021 heeft verzoeker het verzoek tot wraking gedaan van mr. A.W.P. Esmeijer, rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak van verzoeker die is geregistreerd onder nummer Awb NL20-
- Bij gelegenheid van de behandeling ter terechtzitting van 18 januari 2021 heeft de raadsman van verzoeker (namens verzoeker) een mondeling verzoek tot wraking mr. A.W.P. Esmeijer gedaan, zoals blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting. 1.
- In verband met overheidsmaatregelen die zijn uitgevaardigd als gevolg van de uitbraak van het coronavirus heeft de mondelinge behandeling op 11 februari 2021 plaatsgevonden via een Skype-verbinding. Bij de mondelinge behandeling zijn mr. H. Tadema, de advocaat van verzoeker, en de gewraakte rechter mr. A.W.P. Esmeijer aanwezig geweest. 2Het standpunt van verzoeker Namens verzoeker heeft gemachtigde aan het verzoek tot wraking van mr. Esmeijer ten grondslag gelegd dat de weigering om de zaak van verzoeker meervoudig te behandelen duidt op een onderschatting van de problematiek, dat als een teken van vooringenomenheid moet worden beschouwd. Gelet op het belang en de impact van de zaak van verzoeker is uit oogpunt van zorgvuldigheid een behandeling door de meervoudige behandeling aangewezen. 3Het standpunt van mr. A.W.P. Esmeijer Mr. A.W.P. Esmeijer heeft niet berust in de wraking en heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing, om de zaak van verzoeker enkelvoudig te behandelen, van procesrechtelijke aard is, die tot de discretionaire bevoegdheid van de rechter behoort. 4De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek De wraking van een rechter kan worden verzocht op grond van feiten en omstandigheden waardoor diens onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek om wraking moet worden gedaan zodra die feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden. Vaststaat dat verzoeker aan het verzoek tot wraking feiten en omstandigheden ten grondslag heeft gelegd, die zich hebben voorgedaan op de terechtzitting van 18 januari
- Tijdens die terechtzitting is het verzoek tot wraking ingediend. Het verzoek tot wraking is dus tijdig gedaan en in zoverre ontvankelijk. 5De beoordeling Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. De vrees dat dit het geval zal zijn, moet objectief gerechtvaardigd zijn. Dat betekent dat sprake moet zijn van concrete feiten en omstandigheden waaruit objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter kan worden afgeleid. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, als - geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak - de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. 5.
- Het verzoek tot wraking is gericht tegen de beslissing van de rechter om de zaak niet te verwijzen naar de meervoudige kamer. Die beslissing moet worden aangemerkt als een procesbeslissing, die in beginsel geen feit of omstandigheid oplevert waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Dat kan anders zijn als een aangevochten beslissing of de motivering daarvan zozeer onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven dan dat de beslissing door vooringenomenheid is ingegeven of de vrees daarvoor bestaat en een dergelijke beslissing of de motivering daarvan een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. In de beslissing om de zaak van verzoeker niet te verwijzen naar de meervoudige kamer ziet de wrakingskamer geen aanwijzing voor vooringenomenheid van de rechter, laat staan een zwaarwegende aanwijzing. 5.
- Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn verzoek gewezen op het belang en de impact van zijn zaak en daarbij ook nog verwezen naar het landelijke ‘Protocol MK Indicatoren’. Verzoeker heeft betoogd dat in het protocol aanwijzingen kunnen worden gevonden voor vooringenomenheid van de rechter. De wrakingskamer kan verzoeker daarin niet volgen. Zonder het belang en de impact van de zaak van verzoeker te bagatelliseren, zijn de mogelijke, ernstige consequenties van een ongegrond beroep geen indicator op basis waarvan verwijzing naar de meervoudige kamer zonder meer aangewezen is. Zeker waar het uitgangspunt van de Algemene wet bestuursrecht een enkelvoudige afhandeling van de zaak is, is de beslissing van deze rechter om deze zaak niet naar een meervoudige kamer te verwijzen niet zo onbegrijpelijk dat daarvoor redelijkerwijs geen andere verklaring te geven is dan dat deze door vooringenomenheid is ingegeven. Voorts is het niet de taak van de wrakingskamer een procesbeslissing op haar inhoudelijke merites te beoordelen 5.
- Nu verzoeker ook overigens geen feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan kan worden geoordeeld dat de rechter blijk heeft gegeven van partijdigheid dan wel van vooringenomenheid dan wel dat de vrees van vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is, zal de rechtbank het wrakingsverzoek afwijzen. 6De beslissing De wrakingskamer: - wijst het verzoek tot wraking van mr. A.W.P. Esmeijer af. Deze beslissing is gegeven door de mr. U. van Houten, mr. W.J.B. Cornelissen en mr. S. Taalman in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.J. de Vries en in openbaar uitgesproken op 16 februari
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.