vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/258989 / HA ZA 20-516 Vonnis in incident van 21 april 2021 in de zaak van [X] , wonende te [woonplaats], eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. M.A. Hupkes te Amsterdam, tegen de rechtspersoon naar het recht van Cyprus, MOUNT NICO CORP LTD., gevestigd te Limassol (Cyprus), gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaten mrs. E.N. Nordmann en M. Groen te Amsterdam. Partijen zullen hierna [X] en Mount Nico danwel Excentral genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding, de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring tevens houdende verzoek tot aanhouding de conclusie van antwoord in het incident tevens antwoord in de aanhoudingsverzoeken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De feiten in het incident 2.1. Mount Nico biedt onder de handelsnaam Excentral een online platform voor het verrichten van beleggingsactiviteiten, waaronder het handelen in Contracts for Differences (CfD’s). Mount Nico wordt in het vervolg Excentral genoemd. 2.2. [X] heeft zich in mei 2020 aangemeld via een Nederlandstalige website van Excentral. Na het doorlopen van het aanmeldtraject, waarbij [X] een formulier heeft ingevuld, is een ‘professional account’ tot stand gekomen. 2.3. Met het aangemaakte account had [X] toegang tot het online handelsplatform van Excentral en kon zij via iDEAL geld overmaken naar een klantrekening. 2.4. In de periode van 15 mei 2020 tot en met 10 juni 2020 heeft [X] een bedrag van in totaal € 43.000,- ingelegd om mee te beleggen. Dit bedrag is [X] kwijt geraakt. 2.5. Excentral heeft op 15 februari 2011 verlof gevraagd aan de rechtbank in Limasol (Cyprus) voor het dagvaarden van [X] in Cyprus. Op 25 februari 2021 is dit verlof verleend. De dagvaarding is nog niet aan [X] betekend. 3Het geschil in de hoofdzaak 3.1. [X] vordert, kort samengevat, een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen [X] en Excentral is vernietigd, althans vernietiging daarvan, althans te verklaren voor recht dat Excentral onrechtmatig heeft gehandeld en/of tekortgeschoten is, zodat Excentral gehouden is om de inleg terug te betalen. Daarnaast vordert [X] terugbetaling van de inleg, vermeerderd met rente, proceskosten en nakosten, evenals afgifte van een Europese Executoriale Titel. 3.2. [X] voert daartoe aan, kort gezegd, dat Excentral gebruik heeft gemaakt van oneerlijke handelspraktijken door een samenstel van activiteiten, dat er onder meer uit bestaat dat Excentral gebruik maakt van nepadvertenties en reviews bij de werving van klanten, dat medewerkers van Excentral in lange, opdringerige telefoongesprekken beleggingen adviseren en [X] overhaalden om steeds meer geld in te leggen in plaats van verlies te nemen, ook toen [X] hen vroeg om niet meer te bellen, en dat er is gemanipuleerd met de kosten die vooraf niet inzichtelijk waren. Daarnaast vraagt [X] zich af of daadwerkelijk beleggingen hebben plaatsgevonden, omdat haar beleggingsgegevens niet meer beschikbaar zijn, gerealiseerde winsten niet zijn teruggeboekt op haar account en het statistisch gezien niet mogelijk is dat zij evenals vele andere klanten in het begin geleidelijk winst maakte. Verder voert [X] aan dat Excentral in strijd heeft gehandeld met het AFM besluit van 18 april 2019 door CfD’s aan te bieden met een te hoge leverage (hefboomwerking) terwijl zij consument is, danwel heeft geprobeerd om dat verbod te omzeilen door [X] een professional account te laten nemen. [X] heeft de overeenkomst met Excentral bij dagvaarding vernietigd en vordert terugbetaling van € 43.000,- aan inleg omdat dit als gevolg van de vernietiging onverschuldigd is betaald, althans als schade ten gevolg van onrechtmatig handelen van Excentral, aldus [X]. 4Het geschil in het incident 4.1. Mount Nico vordert (primair) aanhouding van de procedure totdat de rechtbank in Limasol onherroepelijk heeft geoordeeld over haar bevoegdheid in de aan haar voor te leggen zaak, althans (subsidiair) dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, althans aanhouding van de procedure of van iedere beslissing totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) op prejudiciële vragen heeft beslist, alsmede veroordeling van [X] in de kosten in het incident. 4.2. Excentral legt aan de incidenten, kort gezegd, ten grondslag dat partijen een forumkeuzebeding zijn overeengekomen op grond waarvan de Cypriotische rechter exclusief bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen. De onderhavige procedure zou moeten worden aangehouden omdat de Cypriotisch rechter eerst dient te beslissen over zijn bevoegdheid in de procedure die Excentral in Cyprus aanhangig heeft gemaakt. Excentral verwijst in dat verband naar artikel 31 lid 2 jo. 25 Brussel Ibis-Vo. Volgens Excentral heeft [X] niet als consument gehandeld, zodat zij zich niet kan beroepen op artikel 31 lid 4 Brussel Ibis-Vo. Omdat [X] geen consument is, kan zij verder geen beroep doen op de consumentenbescherming van afdeling 4 van Brussel Ibis-Vo (artikelen 17 tot en met 19) en dus niet kiezen voor de Nederlandse rechter. Verder voert Excentral aan dat de Cypriotische rechter ook bevoegd is op grond van artikel 7 lid 2 Brussel Ibis-Vo, omdat het vermeende onrechtmatige handelen in Cyprus heeft plaatsgevonden en de vermeende schade ook daar is ingetreden, althans dient het antwoord van het HvJEU te worden afgewacht op vragen in dit kader van de Hoge Raad in de zaak ‘Deep Water Horizon’. 4.3. [X] voert verweer en concludeert in het incident tot afwijzing van de vorderingen van Excentral en veroordeling van Excentral in de werkelijke kosten, begroot op € 2.750,-. 4.4. Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna nader ingegaan voor zover dat van belang is voor de beoordeling van het incident. 5De beoordeling in het incident 5.1. De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van de primaire vordering tot aanhouding van de procedure in beginsel allereerst van belang zou zijn of inmiddels een procedure in Cyprus aanhangig is, nu [X] er bij antwoord in het incident op heeft gewezen dat, hoewel kennelijk wel verlof is verleend voor het uitbrengen van een dagvaarding, er nog geen dagvaarding is betekend of bij de rechtbank in Limasol is ingediend. Indien dat inmiddels wel het geval zou zijn, zou vervolgens van belang zijn of een forumkeuzebeding is overeengekomen, nu [X] betwist dat deze overeengekomen is en Excentral slechts een enkele pagina uit de gestelde overeenkomst tussen partijen heeft overgelegd ter onderbouwing van haar standpunt in dat kader. Aan beide vragen gaat de rechtbank evenwel voorbij, omdat de kernvraag in dit incident is of [X] een consument is als bedoeld in artikel 17 e.v. van de in dit geval toepasselijke Brussel Ibis-Vo. Als dat zo is, dan is de Nederlandse rechter op grond van artikel 18 lid 1 Brussel Ibis-Vo in beginsel bevoegd, ongeacht een eventueel vooraf gesloten forumkeuzebeding en een eventuele procedure bij de rechtbank in Cyprus. Het toepasselijke wettelijk kader 5.2. Voor zover Excentral aanvoert dat de regeling van de artikelen 17 tot en met 19 Brussel Ibis-Vo niet van toepassing is, omdat de vorderingen van [X] niet zijn gegrond op de tussen partijen gesloten overeenkomst, maar op onrechtmatige daad, gaat de rechtbank daaraan voorbij. 5.3. Uit de jurisprudentie van het HvJEU volgt dat onder de Brussel Ibis-Vo niet de kwalificatie van de vordering naar nationaal recht maatgevend is voor de vraag of een vordering een “verbintenis uit onrechtmatige daad” is of “een verbintenis uit overeenkomst”, maar dat daarvoor de volgende criteria gelden: - het begrip “verbintenis uit onrechtmatige daad” omvat elke vordering die ertoe strekt een verweerder aansprakelijk te stellen en die geen verband houdt met een “verbintenis uit overeenkomst” (zie arrest van 28 januari 2015, Kolassa, C-375/13, EU:C:2015:37, punt 44 en aldaar aangehaalde rechtspraak), - de enkele omstandigheid dat één van de contractpartijen een civielrechtelijke aansprakelijkheidsvordering instelt tegen de andere partij volstaat op zich niet om te spreken van een vordering die voortvloeit uit “verbintenis uit overeenkomst”, - daarvan is slechts sprake indien de verweten gedraging kan worden beschouwd als niet-nakoming van de contractuele verbintenissen zoals deze kunnen worden bepaald aan de hand van het voorwerp van de overeenkomst (arrest van 13 maart 2014, Brogsitter, C-548/12), - een door een consument ingestelde vordering inzake wettelijke aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad valt onder artikel 17 e.v. Brussel Ibis-Vo, indien deze vordering onlosmakelijk verbonden is met een overeenkomst die de betrokken consument en de beroepsmatig handelende wederpartij daadwerkelijk hebben gesloten (HvJEU 2 april 2020, AU/Reliantco, C-500/18). 5.4. Partijen hebben een overeenkomst met elkaar gesloten. [X] heeft een vordering met een duidelijke contractuele grondslag ingesteld, namelijk een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen is vernietigd, dan wel vernietiging van die overeenkomst door de rechter. De overige (subsidiaire) vorderingen, een verklaring voor recht dat Excentral onrechtmatig heeft gehandeld en gehouden is om de door [X] betaalde inleg althans de door haar geleden schade te betalen, zijn onlosmakelijk met die overeenkomst verbonden. Zonder overeenkomst zou [X] het bedrag waarvan zij nu terugbetaling vordert, niet hebben betaald en de vermeende schade niet hebben geleden. 5.5. Artikel 17 lid 1 Brussel Ibis-Vo is van toepassing wanneer voldaan is aan de cumulatieve voorwaarden dat: - één van de contractanten een consument is, die handelt in een kader dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd, - er daadwerkelijk een overeenkomst is gesloten tussen deze consument en een bedrijfs- of beroepsmatig handelende persoon, en - deze overeenkomst onder één van de in artikel 17 lid 1 onder a),
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.