RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer / rolnummer : 262587 / KG ZA 21-50 Vonnis in kort geding van 28 april 2021 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V. gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, hierna te noemen: [eiseres], advocaat mr. C.P.B. Kroep te Enschede, tegen de vennootschap naar Duits recht KAYOOM GMBH, gevestigd te Düren, Duitsland, gedaagde, hierna te noemen: Kayoom, advocaat mr. R.F.P.J. Coppus te Venlo. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het inleidende exploot van dagvaarding van 3 maart 2021, met producties; de zijdens [eiseres] nagezonden producties, tevens houdende eiswijziging; de zijdens Kayoom ingezonden producties; de pleitaantekeningen van mr. Kroep; de pleitaantekeningen van mr. Coppus. 1.2. De mondelinge behandeling van de zaak vond plaats op 14 april 2021 via een Skype-verbinding. Verschenen zijn de heer [A] (directeur van [eiseres] ), bijgestaan door mr. Kroep en voorts de heer [B] (directeur van Kayoom), die is vergezeld van een tolk in de Duitse taal en bijgestaan door mr. Coppus. Bij die gelegenheid hebben beide partijen het eigen standpunt mondeling nader toegelicht. De griffier heeft daarvan aantekening gehouden. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiseres] is een groothandel en houdt zich bezig met de import en export van textielproducten zoals handdoeken en beddengoed. Zij verkoopt en levert de producten onder een private label of onder een van haar eigen labels aan de groot- en detailhandel in Europa. 2.2. Kayoom maakt onderdeel uit van de [naam bedrijf] . Zij houdt zich bezig met de online verkoop van onder meer homedecoratie en textielproducten. 2.3. Partijen sloten een ‘Consignment and Collaboration Agreement’, gedateerd 29 juli 2019 (hierna: de raamovereenkomst). 2.4. De strekking van de raamovereenkomst luidt, kort gezegd, dat [eiseres] op basis van aan haar verstrekte opdrachten en voor rekening van Kayoom textielproducten (beddengoed, badjassen en handdoeken) produceert en levert aan Kayoom, die Kayoom vervolgens onder haar eigen merknamen verkoopt, hoofzakelijk via onlineverkoop. 2.5. In de raamovereenkomst is, voor zover thans relevant, het volgende vastgelegd: “1.3 Supplier shall deliver 50% of the products tot client in accordance with each confirmation upon receipt or completion of these products by supplier (“first delivery”. The remainder remains in stock at supplier for subsequent delivery to client (“remainder”). Client must call the remainder and supplier shall deliver the remainder to client within 9 months after first delivery . 1.6. Client shall at its own expense and risk use its commercially reasonable best efforts to commercialize and sell consignment products (…)” 2.6. Op basis van de raamovereenkomst heeft Kayoom vervolgens in de tweede helft van 2019 enkele opdrachten verstrekt aan [eiseres] tot het produceren en leveren van diverse textielproducten. [eiseres] produceert en levert ook textielproducten onder de eigen merknamen [C] en [D] . Kayoom heeft ook enkele van die producten bij [eiseres] besteld. 2.7. Levering van de producten was voorzien voor eind november 2019. Wegens diverse opstartproblemen is de leverdatum vervolgens verplaatst naar eind januari 2020. 2.8. Op 30 januari 2020 spraken partijen met elkaar over de opstartproblemen. In dat overleg zijn partijen het onder meer eens geworden over een prijskorting van 3% op alle opdrachten van Kayoom. 2.9. Vanaf eind maart 2020 is [eiseres] overgegaan tot levering en facturering van door Kayoom bestelde producten. 2.10. In de loop van 2020 wordt tussen partijen gecorrespondeerd, nadat [eiseres] verzoekt om afname van de resterende voorraad. Kayoom geeft in reactie daarop aan dat zij te maken heeft gehad met tegenslag als gevolg van onder meer de coronapandemie en tegenvallende verkopen van enkele producten. 2.11. [eiseres] ontving op 15 juni 2020 van/via Kayoom een klacht van de keten [E] (één van de dropshippers van Kayoom) over een tweetal handdoeken. 2.12. In totaal heeft [eiseres] voor een bedrag van € 500.343,34 aan bestelde producten gefactureerd aan Kayoom. Thans staat nog een bedrag van € 305.000,00 daarvan open. Voorts staan van de bestelde producten een 90-tal pallets in het magazijn van [eiseres] . 3Het geschil 3.1. [eiseres] heeft gevorderd bij vonnis, bij wege van voorlopige voorziening en zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, en na wijziging van haar eis (samengevat): I. Kayoom te veroordelen tot betaling aan [eiseres] binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis een voorschot van € 305.000,00; II. Kayoom te gebieden en te bevelen om de circa 90 pallets met producten die zich in het magazijn van [eiseres] te [vestigingsplaats] bevinden binnen 30 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis bij [eiseres] op te (doen) halen op straffe van verbeurte van een dwangsom; III. Kayoom te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en de wettelijke rente. 3.2. [eiseres] heeft daartoe, kort gezegd, het navolgende aangevoerd. Partijen hebben een raamovereenkomst gesloten. Daarin is ook opgenomen de afspraak dat Kayoom de resterende geproduceerde producten (die thans nog bij [eiseres] in het magazijn te [vestigingsplaats] staan) zal afnemen en alsook de facturen zal voldoen. Feitelijk vordert [eiseres] nakoming daarvan door Kayoom. Verder voert [eiseres] in dit verband aan dat op de raamovereenkomst het Weens Koopverdrag van toepassing is (hierna: CISG). Als er sprake zou zijn van tekortkomingen in de leveringen van [eiseres] , zij betwist dat uitdrukkelijk, dan geldt op grond van het CISG dat Kayoom de producten direct na aflevering had kunnen en moeten controleren (de keuringsplicht) en dat zij voldoende specifiek had moeten klagen, binnen een redelijke termijn na de keuring (de klachttermijn). Aan die verplichtingen heeft Kayoom niet voldaan nu zij voor het eerst op 25 januari 2021 heeft geklaagd over de producten, zodat Kayoom op dit punt haar rechten heeft verwerkt (zulks met uitzondering van één klacht over twee handdoeken van [E] uit juni 2020, waarna Kayoom zelf een wastest heeft uitgevoerd en geen verkleuring van de betreffende handdoeken heeft kunnen vaststellen). De door Kayoom in dit verband aangevoerde omstandigheden, corona en het onverkocht blijven van producten, zijn omstandigheden die in de risicosfeer van Kayoom liggen. 3.3. [eiseres] betoogt een spoedeisend belang bij haar vorderingen te hebben. Het magazijn van [eiseres] puilt uit. Zij zit opgescheept met een 90-tal pallets aan producten die niet zijn afgenomen door Kayoom. Alleen als Kayoom die producten afneemt heeft [eiseres] weer ruimte voor handel in andere producten. Daar komt bij dat [eiseres] een klein familiebedrijfje is. Zij heeft het bedrag dat thans nog openstaan nodig om zelf weer nieuwe handel te kunnen laten produceren of te kunnen inkopen. Van haar kan niet worden verwacht dat zij de uitkomst van de bodemprocedure afwacht. De schade die zij thans lijdt neemt met de dag toe. 3.4. Kayoom heeft gemotiveerd verweer gevoerd en daarbij, kort gezegd, geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. 3.5. Daartoe heeft Kayoom, samengevat, het navolgende aangevoerd. Kayoom betwist de kwalificatie en uitleg die [eiseres] geeft aan de raamovereenkomst en hetgeen partijen daarin zijn overeengekomen. Er is geen sprake van een koopovereenkomst maar van consignatie, zij het dat die consignatie in de tijd begrensd is. Partijen zijn immers in de raamovereenkomst overeengekomen dat Kayoom pas nadat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.