RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummers: 08/952527-19 en 08/952873-16 (P) Datum vonnis: 4 mei 2021 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1984 in [geboorteplaats] , verblijvende in de P.I. Grave in Grave. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 17 augustus 2020, 9 november 2020, 1 februari 2021, 8 april 2021 en 20 april 2021. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Noordzij en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw, mr. M.E. Kikkert, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Parketnummer 08/952527-19 De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 8 april 2021, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: [slachtoffer 1] heeft gedwongen zich voor hem te prostitueren; feit 2: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd; feit 3: een aantal vuurwapens voorhanden heeft gehad; feit 4: [slachtoffer 3] heeft gedwongen zich voor hem te prostitueren en/of [slachtoffer 3] heeft mishandeld; feit 5: [slachtoffer 4] op verschillende tijdstippen heeft bedreigd; feit 6: [slachtoffer 4] op verschillende tijdstippen heeft mishandeld; feit 7: [slachtoffer 5] heeft mishandeld; feit 8: [slachtoffer 6] heeft afgeperst en/of heeft geprobeerd [slachtoffer 6] af te persen. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1 Mensenhandel [slachtoffer 1] (seksuele uitbuiting) (zaak 1)hij in of omstreeks de periode van 22 november 2018 t/m 11 augustus 2019 te Enschede en/of Hengelo en/of elders in Nederland,A) een ander genaamd [slachtoffer 1] (werknaam [werknaam slachtoffer 1] ),(telkens) met één of meer van de onder lid 1 sub 1 van artikel 273f genoemde dwangmiddelen, te weten door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting (sub 1°) en/of2) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(
- en)enige handeling(
- en)heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of3) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1] 's, seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°)en/ofB) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] , waarbij dat voordeel heeft bestaan uit het aanwenden van die prostitutiegelden voor eigen gewin (sub 6°),waarbij voornoemde dwangmiddelen heeft/hebben bestaan uit:-het belemmeren van die [slachtoffer 1] contacten te onderhouden met anderen en/of-het opsluiten en/of opgesloten houden van die [slachtoffer 1] , althans het in ernstige mate beperken van de bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 1] en/of-het (meermalen) verkrachten en mishandelen van die [slachtoffer 1] (laatstgenoemde) door die [slachtoffer 1] te slaan met de vuist en/of de vlakke hand en/of de keel dicht te knijpen en/of-het onder controle houden en/of onder druk zetten van die [slachtoffer 1] (onder andere door haar voortdurend te blijven benaderen via de telefoon) en/of door via een open telefoonverbinding mee te luisteren met klantengesprekken voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] waardoor het voor haar werd bemoeilijkt zich aan die controle en/of die prostitutiewerkzaamheden te onttrekken en/of-het laten zetten van (een) tatoeage (
- s)met zijn, verdachtes, naam of initialen en/of-het bedreigen van die [slachtoffer 1] of haar familieleden en/of-het creëren van een constante sfeer van geweld en/of dreiging en/of intimidatie waardoor die [slachtoffer 1] geen andere keus had dan voor verdachte te werken in de prostitutieen/of waarbij onder 1 en 2 genoemde handelingen heeft/hebben bestaan uit- het beschikbaar stellen van zijn, verdachtes, woning/kamer aan de [adres 1] voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of- het (laten) maken van erotisch getinte foto(‘
- s)van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) (laten) plaatsen van die foto's en/of contactadvertentie(
- s)van die [slachtoffer 1]-het (laten) maken van erotisch getinte foto's en/of seksadvertenties op een of meer website voor prostitutiewerken/of-het geven van uitleg en/of instructie(
- s)aan die [slachtoffer 1] over de te verrichten prostitutiewerkzaamheden en/of- het in contact (laten) brengen van die [slachtoffer 1] met klant(
- en)en/of die [slachtoffer 1] naar die klant(
- en)(laten) vervoeren en/of- het (laten) uitoefenen van controle op (inhoud en aard van
- de)prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] (waaronder welke klanten/hoeveel klanten en tegen welke geldbedragen),terwijl hij die [slachtoffer 1] heeft bewogen het geld (dat ze verdiende met deze prostitutiewerkzaamheden) aan hem verdachte, af te geven.(lid 3 sub 2)terwijl die [slachtoffer 1] een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was,omdat die [slachtoffer 1]-een moeilijke jeugd heeft gehad met huiselijk geweld;-in veel opvangtehuizen heeft gezeten;-psychische problemen had;-een licht verstandelijke beperking heeft;(lid 3 sub 3)welke feiten werden voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld; 2.Bedreiging [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (zaak 1)hij op of omstreeks 12 augustus 2019 te Enschede, althans in Nederland,[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,door via de chat een foto te sturen van zichzelf naar die [slachtoffer 2] voornoemd met 2 handvuurwapens in zijn handen met daarbij de tekst "zij wordt weer van mij"; 3.Verboden wapenbezithij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 augustus 2019 t/m 2 februari 2020 te Enschede, althans in Nederland,een (aantal) wapen(
- s)van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,te weten:- een pistool, merk Walther, model PPK en/of- een pistool, merk Walther, model P99 Q 2010 en/of- bijbehorende munitie, te weten volmantel munitie van het kaliber 9 x 19mm en/of- een pistoolmitrailleur van het merk CZ, model CZ Scorpion FVO-3 Al (automatisch vuurwapen) en/of- een revolver en/of- een jachtgeweer met afgezaagde loop en/of- een vuurwapen van het merk Tanfoglio model GT-27 of een gaspistool of omgebouwd gaspistool van het merk Ekol, model Voltranvoorhanden heeft gehad; 4.Mensenhandel [slachtoffer 3] (seksuele uitbuiting) (zaak 2)hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 t/m 30 november 2019 te Enschede en/of elders in Nederland,A) een ander genaamd [slachtoffer 3] (werknaam [werknaam slachtoffer 3] )(telkens) met één of meer van de onder lid 1 sub 1 van artikel 273f genoemde middelen, te weten door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting (sub 1°) en/of2) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(
- en)enige handeling(
- en)heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of3) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar [slachtoffer 3] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/ofB) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 3] waarbij dat voordeel heeft bestaan uit het aanwenden van (een deel van) die prostitutiegelden voor eigen gewin (sub 6°),waarbij voornoemde dwangmiddelen heeft/hebben bestaan uit:-het opsluiten en/of opgesloten houden van die [slachtoffer 3] , althans het in ernstige mate beperken van de bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 3] en/of-het zich op boze en/of agressieve en/of (anderszins) dreigende en/of overheersende en/of denigrerende toon/wijze uiten tegen die [slachtoffer 3] en/of-het belemmeren van die [slachtoffer 3] contacten te onderhouden met anderen en/of-het opsluiten en/of opgesloten houden van die [slachtoffer 3] , althans het in ernstige mate beperken van de bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 3] en/of-het (meermalen) verkrachten en mishandelen van die [slachtoffer 3] (laatstgenoemde) door haar (meermalen) met de vuist en/of de vlakke hand in het gezicht te slaan en/of de keel dicht te knijpen en/of-het onder controle houden en/of onder druk zetten van [slachtoffer 3] (onder andere door haar voortdurend te blijven benaderen via de telefoon) en/of door via een open telefoonverbinding mee te luisteren met klantengesprekken voor de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 3] waardoor het voor haar werd bemoeilijkt zich aan die controle en/of die prostitutiewerkzaamheden te onttrekken en/of-het bedreigen van die [slachtoffer 3] en/of haar familieleden/vriend(
- en)en/of-het creëren van een constante sfeer van geweld en/of dreiging en/of intimidatie waardoor die [slachtoffer 3] geen andere keus had dan voor verdachte te werken in de prostitutieen/of waarbij onder 1 en 2 genoemde handelingen heeft/hebben bestaan uit: -het ter beschikking stellen van zijn, verdachte's kamer als werkplek voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 3] en/of- het (laten) maken van erotisch getinte foto('
- s)van die [slachtoffer 3] en/of (vervolgens) het (laten) plaatsen van die foto's en/of contactadvertentie(
- s)op een of meer website voor prostitutiewerkzaamheden en/of-het geven van uitleg en/of instructie (
- s)aan die [slachtoffer 3] over de te verrichten prostitutiewerkzaamheden en/of- het in contact (laten) brengen van die [slachtoffer 3] met klant(
- en)en/of die [slachtoffer 3] naar die klant(
- en)(laten) vervoeren en/of- het (laten) uitoefenen van controle op (inhoud en aard van
- de)prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 3] (waaronder welke klanten/hoeveel klanten en tegen welke geldbedragen) en/of-het bepalen dat die [slachtoffer 3] (ook) bij ongesteldheid en/of bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) moest werken en/of terwijl hij die [slachtoffer 3] heeft bewogen het geld (dat ze verdiende met dezeprostitutiewerkzaamheden) (geheel of gedeeltelijk) aan hem verdachte, af te geven. (lid 3 sub 2) terwijl die [slachtoffer 3] een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was, (lid 3 sub 3)welke feiten werden voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld; en/of mishandeling [slachtoffer 3] (zaak 2) dat hij op of omstreeks 4 november 2019 te Enschede, althans in Nederland, [slachtoffer 3] , opzettelijk mishandelend (met kracht) in het gezicht heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 5 Meerdere bedreigingen [slachtoffer 4] (zaak 3)hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 oktober 2019 t/m 11 mei 2020 te Enschede, althans in Nederland, (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte(telkens) opzettelijk dreigend die [slachtoffer 4] voornoemd de woorden heeft toegevoegd:"Daarom ga je al die klappen krijgen" en/of "hoe jij praat ik wil jou dood slaan" en/of "ga je kk klappen" en/of "sla ik je kktanden uit je kkbek" en/of "staan weer paar klappen klaar voor je" en/of "ik maak jullie kanker dood, heb je mij gehoord" en/of "zorg dat je me kanker telefoon krijg mattie, anders ik blaas jullie kanker over hoop" en/of "ik wil jou dood slaan mattie ik zweer het" en/of "hou gewoon je smoel want ik ga jou kk hard beginnen te slaan", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; 6.Meerdere mishandelingen [slachtoffer 4] (zaak 3)hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 november 2019 t/m 18 februari 2020 te Enschede, althans in Nederland en/of te Schüttorf, althans in Duitsland,(telkens) opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 4] , met kracht op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of geschopt en/of heeft geknepen, waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 7.Mishandeling [slachtoffer 5] (prk.nr. 08-952527-19) (zaak 4)hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 27 t/m 28 april 2019 te Enschede, althans in Nederland, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 5] , met kracht een vuistslag op/tegen het oor heeft gegeven, althans tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor deze letsel (trommelvliesperforatie) heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 8 Afpersing en/of poging afpersing van [slachtoffer 6] (zaak 5)Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 december 2018 t/m 26 december 2018 te Enschede en/of te Tilburg, althans in Nederland,met het oogmerk om zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld, (telkens) heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal geldbedragen, althans van enig goed, geheel en/of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 6] voornoemd, in elk geval aan een ander dan aan verdachte,welk geweld en/of dreiging met geweld hierin bestond dat verdachte die [slachtoffer 6] dreigend de woorden toevoegde (via de chat):"versprijd al je kk fotos" en/of "ik heb ook videos van jou he vergeet niet" en/of "kom ik je dood maken heb jou adres kk wijf" en/of "vandaag ga jij zien die ander kant van mij waneer ik genaait word. Luister ik zet jou insta naam bij alles. Msschien kan ik wel wat verdienen meer genoeg mannen die geld betallen voor fotos videos" en/of "ik sloop jou ze gaan jou niet meer herkennen gek" en/of "ben niet die kk sukkel neukertje van je die jou alsmietje slaat. Ik sla jou dood kk gek" en/of "kan mij niks schelen ja, jij gaat eruit die geld voor mij storten klaar, zou je gisteren al doen" en/of "dus ga die kk geld storten ander exspose ik je nu nog" en/of "door jou ga ik nu rijden heb schijt ik ga jou opzoeken, ik ga slapen wachten tot je uit je portier uit kom" en/of waarbij verdachte die [slachtoffer 6] een filmpje stuurde waarin een persoon te zien is die een vuurwapen uit een dashboardkastje pakt,waarna verdachte haar de woorden toevoegt "gefeliciteerd schatje mij fout sorry ja, maar tog kom ik je dood maken snap", althans woorden van dergelijke dreigende aard en/of strekking;en/ofHij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 december 2018 t/m 26 december 2018 te Enschede en/of te Tilburg, althans in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met het oogmerk om zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 6] (telkens) te dwingen tot de afgifte van een aantal geldbedragen, althans van enig goed, geheel en/of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 6] voornoemd, in elk geval aan een ander dan aan verdachte, met voormeld oogmerk die [slachtoffer 6] dreigend de woorden toevoegde (via de chat):"versprijd al je kk fotos" en/of "ik heb ook videos van jou he vergeet niet" en/of "kom ik je dood maken heb jou adres kk wijf" en/of "vandaag ga jij zien die ander kant van mij waneer ik genaait word. Luister ik zet jou insta naam bij alles. Msschien kan ik wel wat verdienen meer genoeg mannen die geld betallen voor fotos videos" en/of "ik sloop jou ze gaan jou niet meer herkennen gek" en/of "ben niet die kk sukkel neukertje van je die jou als mietje slaat. Ik sla jou dood kk gek" en/of "kan mij niks schelen ja, jij gaat eruit die geld voor mij storten klaar, zou je gisteren al doen" en/of "dus ga die kk geld storten ander exspose ik je nu nog" en/of "door jou ga ik nu rijden heb schijt ik ga jou opzoeken, ik ga slapen wachten tot je uit je portier uit kom" waarbij verdachte die [slachtoffer 6] een fimpje stuurde waarin een persoon te zien is die een vuurwapen uit een dashboardkastje pakt, waarna verdachte haar de woorden toevoegt "gefeliciteerd schatje mij fout sorry ja, maar tog kom ik je dood maken snap", althans woorden van dergelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Parketnummer 08/952873-16 De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] heeft gedwongen zich voor hem te prostitueren. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1Mensenhandel [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] (seksuele uitbuiting)hij in of omstreeks de periode van 14 april 2016 tot en met 20 juli 2016 te Enschede en/of te Boekelo en/of te Almelo en/of te Hengelo en/of elders in Nederland, A) een (of meer) ander(
- en)genaamd [slachtoffer 7] (werknaam [werknaam slachtoffer 7] , [werknaam slachtoffer 7] en/of [werknaam slachtoffer 7] ) en/of [slachtoffer 8] (werknaam [werknaam slachtoffer 8] en/of [werknaam slachtoffer 8] ), (telkens) met één of meer van de onder lid 1 sub 1 van artikel 273f genoemde middelen, te weten door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting (sub 1°) en/of2) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(
- en)enige handeling(
- en)heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of3) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst(
- en)van haar/hun, [slachtoffer 7] 's en/of [slachtoffer 8] 's, seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] , waarbij dat voordeel heeft bestaan uit het aanwenden van die prostitutiegelden voor eigen gewin (sub 6°),waarbij voornoemde dwangmiddelen heeft/hebben bestaan uit:- het opsluiten en/of opgesloten houden van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] . althans het (in ernstige mate) beperken van de bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] en/of-het (meermalen) verkrachten en mishandelen van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] , onder andere door die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] met kracht en veelvuldig tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan, stompen, schoppen en/of door het geven van ijsbeentjes en/of door hen aan de haren trekken en/of door die [slachtoffer 8] met een sleutel in de nek te snijden en/of-het zich op boze en/of agressieve en/of (anderszins) dreigende en/of overheersende en/of denigrerende toon/wijze uiten tegen die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] en/of- het onder controle houden en/of onder druk zetten van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] (onder andere door haar/hen voortdurend te blijven benaderen via de telefoon) en/of door via een open telefoonverbinding mee te luisteren met klantengesprekken voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] waardoor het voor haar/hen werd bemoeilijkt zich aan die controle en/of die prostitutiewerkzaamheden te onttrekken en/of-het bedreigen van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] of hun familieleden/vrienden en/of-het creëren van een constante sfeer van geweld en/of dreiging en/of intimidatie waardoor die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] geen andere keus had(den) dan te werken in de prostitutie voor verdachte en/of waarbij onder 1 en 2 genoemde handelingen heeft/hebben bestaan uit:- het beschikbaar stellen van zijn, verdachtes, woning/kamer aan de [straat 1] voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] en/of- het (laten) maken van erotisch getinte foto('
- s)van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] en/of (vervolgens) (laten) plaatsen van die foto's en/of contactadvertentie(
- s)van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] en/of-het (laten) maken van erotisch getinte foto's en/of seksadvertenties op een of meer website voor prostitutiewerk en/of-het geven van uitleg en/of instructie(
- s)aan die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] over de te verrichten prostitutiewerkzaamheden en/of- het in contact (laten) brengen van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] met klant(
- en)en/of die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] naar die klant(
- en)(laten) vervoeren en/of- het (laten) uitoefenen van controle op (inhoud en aard van) de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] (waaronder welke klanten/hoeveel klanten en tegen welke geldbedragen) en/of- het bepalen of die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] prostitutiewerkzaamheden zonder condoom moest(
- en)verrichten en/of- het bepalen dat die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] (ook) bij ongesteldheid en/of bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) moest(
- en)werken en/of- het laten huren van auto's door die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] ten behoeve van het vervoer van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] van en naar prostitutiewerkzaamheden, terwijl hij die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] heeft bewogen het geld (dat ze verdiende met deze prostitutiewerkzaamheden) aan hem verdachte, af te geven.(lid 3 sub 2) terwijl die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] (een) kwetsbare perso(o)n(
- en)in (een) kwetsbare positie was/waren, omdat die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8]-geen eigen inkomsten had(den)-dakloos was/waren-verslaafd was/waren aan drugs, althans onder invloed werd(
- en)gehouden van drugs(lid 3 sub 3)welke feiten werden voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Vormverzuimen 4.1.1 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat bij de ontgrendeling van een telefoon van een verdachte waarop wellicht belastend bewijs kan worden gevonden, maar een zeer geringe mate van dwang kan en mag worden toegepast. In casu gaat het toegepaste geweld veel verder dan een geringe mate van dwang. Er is sprake van een inbreuk op de lichamelijke integriteit van verdachte. Er is sprake van strijd met het nemo tenetur-beginsel en er is niet voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, hetgeen een onherstelbaar vormverzuim oplevert in het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv). Het gevolg daarvan moet zijn dat al het bewijs dat door het uitlezen van de gegevens van de iPhone van verdachte is verkregen, moet worden uitgesloten van het bewijs. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat de inbeslagname van en het onderzoek aan de iPhone van verdachte op grond van artikel 94 Sv onrechtmatig is geweest. Niet alleen is toegang verkregen tot verkeersgegevens, maar ook tot de inhoud van communicatie en privéinformatie van verdachte. Het lichten van deze gegevens op de smartphone vormt een inbreuk op het bij artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) gewaarborgde recht op privacy, terwijl artikel 94 Sv daarvoor een onvoldoende wettelijke grondslag biedt. Dit levert eveneens een ernstig vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv op. Het gevolg daarvan moet zijn dat al het bewijs dat door het uitlezen van de gegevens van de iPhone van verdachte is verkregen, moet worden uitgesloten van het bewijs. 4.1.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verbalisanten verzuimd hebben om de pogingen om de telefoon te ontgrendelen en het geweld dat is toegepast te verbaliseren. Daarmee is sprake van een vormverzuim. Volstaan kan worden met de constatering van dat verzuim. De officier van justitie heeft verder gesteld dat het geweld dat is toegepast ter ontgrendeling van de telefoon beperkt is geweest; twee keer een kopgreep, een trap en wat duw- en trekwerk. Het overige toegepaste geweld was gericht op het onder controle brengen van verdachte. Het toegepaste geweld ter ontgrendeling van de telefoon levert dan ook geen strijd op met het nemo tenetur-beginsel. In het licht van de jurisprudentie van de Hoge Raad levert beperkt en proportioneel geweld geen vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv op. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat wel sprake is van een vormverzuim, dan kan dat niet leiden tot bewijsuitsluiting, omdat er geen bewijs is verkregen in verband met de geweldstoepassing; het materiaal uit de telefoon van verdachte is immers niet verkregen door uitoefening van dwang op verdachte om de telefoon te ontgrendelen. 4.1.3 Het oordeel van de rechtbank - Sprake van strijd met het nemo tenetur-beginsel? De rechtbank stelt – onder meer op grond van de processen-verbaal van verhoor van AOT RT 319 en AOT RT 334 door de rechter-commissaris voor strafzaken in deze rechtbank van 23 maart en 10 februari 2021 – vast dat ten tijde van verdachtes aanhouding onder hem een smartphone in beslag is genomen. Teneinde deze smartphone biometrisch te ontgrendelen is verdachte tegen zijn wil en met geweld uit de arrestantenbus gehaald en zijn verschillende van zijn vingers op de vingerafdrukscanner geplaatst. Dit heeft echter niet tot daadwerkelijke ontgrendeling van de smartphone geleid. De rechtbank is van oordeel dat wat er ook zij van de omstandigheden rondom deze aanhouding en de mate van het toegepaste geweld om verdachtes telefoon biometrisch te ontgrendelen, geen sprake kan zijn van uitsluiting van het bewijs dat door het uitlezen van de gegevens van de smartphone van verdachte is verkregen, omdat het toegepaste geweld niet heeft geleid tot daadwerkelijke ontgrendeling van verdachtes smartphone en dus ook niet tot toegang tot de gegevens op die telefoon. Gelet daarop kan het verweer van de verdediging niet leiden tot bewijsuitsluiting. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de verdediging op dit punt. - Onrechtmatige inbeslagname en onderzoek aan de iPhone? De rechtbank stelt voorop dat de Hoge Raad in zijn zogenoemde smartphone-arresten van 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:584, NJ 2017/229 en ECLI:NL:HR:2017:584, NJ 2017/230 m.nt. Kooijmans, ten aanzien van het onderzoeken aan in beslag genomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken (digitale-gegevensdragers) het volgende heeft overwogen: “2.5. Voor de waarheidsvinding mag onderzoek worden gedaan aan inbeslaggenomen voorwerpen teneinde gegevens voor het strafrechtelijk onderzoek ter beschikking te krijgen. In computers opgeslagen of beschikbare gegevens zijn daarvan niet uitgezonderd (vgl. HR 29 maart 1994, ECLI:NL:HR:1994:AD2076, NJ 1994/577). Dat geldt ook voor in andere inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones, opgeslagen of beschikbare gegevens. De wettelijke basis voor dat onderzoek door opsporingsambtenaren is gelegen in het samenstel van de bepalingen waarop de bevoegdheid tot inbeslagneming is gebaseerd. (…) 2.8.(…) De bevoegdheid tot inbeslagneming van voorwerpen en de daarin besloten liggende bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek aan die voorwerpen kunnen op grond van art. 95 en 96 Sv ook worden uitgeoefend door de op grond van art. 148 Sv met het gezag over de opsporing belaste officier van justitie, nu deze blijkens art. 141, aanhef en onder a, Sv met opsporing is belast. Voorts kunnen die bevoegdheden op grond van art. 104, eerste lid, Sv worden uitgeoefend door de rechter-commissaris. De hier genoemde wettelijke bepalingen bieden tevens de grondslag voor het verrichten van onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen door de officier van justitie respectievelijk de rechter-commissaris, indien de inbeslagneming is geschied door een opsporingsambtenaar. In zo een geval vormen de genoemde wettelijke bepalingen een toereikende grondslag voor onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen – waaronder elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken – dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt. Daarbij valt – in het licht van art. 8 EVRM – aan onderzoek door de rechter-commissaris in het bijzonder te denken in gevallen waarin op voorhand is te voorzien dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zeer ingrijpend zal zijn.” De rechtbank stelt vast dat op 12 mei 2020 direct na de aanhouding van verdachte met machtiging en onder leiding van de rechter-commissaris werd binnengetreden ter doorzoeking in de woning aan de Middeldijk 73 in Barendrecht, de woning waar verdachte verbleef. Tijdens die doorzoeking is onder meer een iPhone van verdachte in beslag genomen. De officier van justitie heeft toestemming gegeven voor het gebruik van de uit deze gegevensdrager verkregen gegevens voor het opsporingsonderzoek. Nu de inbeslagname van de iPhone van verdachte is geschied door de rechter-commissaris en de officier van justitie toestemming heeft gegeven voor het gebruik van de uit de telefoon verkregen gegevens, vormen de wettelijke bepalingen van de artikelen 95, 96, 104, 141 en 148 Sv een toereikende grondslag voor het onderzoek dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte meebrengt. De conclusie van de rechtbank is dat zich geen vormverzuim heeft voorgedaan. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging op dit punt. - Verzuim geweld te verbaliseren Teneinde zijn smartphone biometrisch te ontgrendelen, is verdachte tegen zijn wil en met geweld uit de arrestantenbus gehaald. Ook daarna is geweld toegepast op verdachte om verdachte te stabiliseren. In het procesdossier is evenwel alleen uiteengezet dat geweld is toegepast voordat verdachte in de arrestantenbus is geplaatst. Over het daarna toegepaste geweld bevat het procesdossier geen informatie. Enkel na verzoeken daartoe van de verdediging en na nader onderzoek door de rechter-commissaris is deze informatie aan de rechtbank bekend geworden. De rechtbank stelt vast dat door slechts een deel van het toegepaste geweld te vermelden in het proces-verbaal en het overige geweld daarbij weg te laten, sprake is van een vormverzuim bij het voorbereidend onderzoek. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de omstandigheden van het geval in deze zaak kan worden volstaan met de constatering van dit vormverzuim. 4.2 Feit 1 onder parketnummer 08/952527-19 en het feit onder parketnummer 08/952873-16 De rechtbank zal aangeefster [slachtoffer 1] (feit 1 onder parketnummer 08/952527-19) hierna voor de leesbaarheid aanduiden als [slachtoffer 1] en aangeefster [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] (feit onder parketnummer 08/952873-16) als [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] . 4.2.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de beide tenlastegelegde feiten. 4.2.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van beide tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken, onder meer omdat de uitbuiting wordt betwist en weerlegd. 4.2.3 Het oordeel van de rechtbank 4.2.3.1 Het juridisch kader van artikel 273f Sr Mensenhandel Om tot bewezenverklaring te komen van de in artikel 273f Sr strafbaar gestelde mensenhandel moet sprake zijn van gedragingen onder uitoefening van dwang met het oogmerk van uitbuiting van de ander. Daarbij geldt dat uitbuiting in de zin van dit artikel ten minste uitbuiting van een ander in de prostitutie en andere vormen van seksuele uitbuiting omvat. (Oogmerk van) uitbuiting De vraag of – en zo ja, wanneer – sprake is van het oogmerk van uitbuiting in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad heeft geoordeeld – voor zover in de onderhavige zaak relevant – dat bij de beantwoording van die vraag onder meer betekenis toekomt aan de aard en duur van de tewerkstelling of de te verrichten activiteit, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de verdachte wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd. In relatie tot de seksindustrie spreken de wetgever en de Hoge Raad van een uitbuitingssituatie indien de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. In het licht van deze uitgangspunten beoordeelt de rechtbank het bewijs van het onder parketnummer 08/952527-19 tenlastegelegde feit 1 en het onder parketnummer 08/952873-16 tenlastegelegde feit. 4.2.3.2 De feitelijke vaststellingen Op basis van de inhoud van het procesdossier en hetgeen ter terechtzitting is verhandeld, stelt de rechtbank het volgende vast. - Aangeefster [slachtoffer 1] (feit 1 onder parketnummer 08/952527-19) - Intrede [slachtoffer 1] in prostitutie [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1999, is 19 jaar wanneer ze begin 2019 voor de tweede keer een relatie met verdachte krijgt. Ze hebben allebei geen inkomen. Op een gegeven moment dwingt verdachte haar om als prostituee te werken en op die manier geld te verdienen. Als ze dit niet doet, slaat verdachte haar. - Woon- en werkplek [slachtoffer 1] woont sinds 19 juli 2019 bij TOV in Enschede, een regionale opvangvoorziening voor Twentse jongeren die dak- of thuisloos zijn geworden, in verband met problemen met haar moeder thuis. Als ze niet bij TOV is, verblijft [slachtoffer 1] bij verdachte aan de [adres 1] in Enschede. Daar verricht [slachtoffer 1] ook haar prostitutiewerkzaamheden. In die kamer is ze ook door verdachte opgesloten. De verklaringen van [slachtoffer 1] hierover worden bevestigd door de verklaring van verdachte zelf en door de chat-gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 1] . - Het in contact brengen met klanten, brengen naar klanten, maken van foto’s en seksadvertenties, in de gaten houden, controleren, keuzevrijheid beperken in omgang met anderen, opgesloten zitten, instructies [slachtoffer 1] mag alleen telefonisch contact hebben met haar broer en schoonzus. Zij moet dan haar telefoon op de luidspreker zetten, zodat verdachte met het telefoongesprek kan meeluisteren. Als zij aan het werk is, is verdachte altijd in de buurt; aan de [adres 1] wacht hij buiten de kamer en tijdens escortdates brengt verdachte haar en wacht buiten in de auto totdat ze klaar is. Verdachte heeft met erotisch getinte foto’s die hij van [slachtoffer 1] gemaakt heeft, seksadvertenties gemaakt op verschillende websites onder de werknaam [werknaam slachtoffer 1] . Verdachte zorgt ervoor dat de advertenties omhoog geplaatst worden. Verdachte onderhoudt het sms-contact met klanten voor [slachtoffer 1] . Hij bepaalt wie wanneer als klant komt en wat de door [slachtoffer 1] te verrichten werkzaamheden zijn. Zodra de klanten telefonisch contact opnemen, voert [slachtoffer 1] het gesprek met de klant waarbij zij de telefoon op de luidspreker moet zetten van verdachte. Als zij het daar niet mee eens is, reageert verdachte agressief. Ook tijdens de afspraken met de klant geeft verdachte [slachtoffer 1] instructies, onder meer hoe ze er zo snel mogelijk voor moet zorgen dat de klant klaar komt. Ook benadert verdachte [slachtoffer 1] een periode dagelijks via app-berichten met de vraag naar haar locatie en wat ze aan het doen is. Ook moet zij ervoor zorgen dat haar batterij voldoende opgeladen is anders gebruikt verdachte geweld tegen haar. Deze verklaringen van [slachtoffer 1] worden bevestigd door de verklaring van haar vriendin [naam 1] , de bevindingen van de politie omtrent de seksadvertenties en de chat-gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 1] . - Werktijden en verdiensten, afstaan verdiensten, mishandelingen en verkrachting [slachtoffer 1] moet het geld van de klant in ontvangst nemen en direct aan verdachte afstaan, waarna zij haar prostitutiewerkzaamheden met de klant verricht. Als zij dit niet doet, slaat verdachte haar. Hij slaat haar ook wanneer de seks met de klant niet volgens de instructies van verdachte verloopt. Verdachte bepaalt dat zij tot 23.00 uur ’s avonds beschikbaar en bereikbaar moet zijn voor de prostitutie. Daarna gaan ze naar bed. Dan moet [slachtoffer 1] vaak ook nog eerst seks met verdachte hebben. Als zij daar niet mee instemt, verkracht hij haar en knijpt haar keel dicht. Als ze niet wil luisteren of niet wil leren, slaat verdachte haar ook. Dit gebeurt meestal met de vuisten in haar gezicht. [slachtoffer 1] verbergt dit voor de buitenwereld met make-up. Verdachte bepaalt wat de prijzen zijn voor de door [slachtoffer 1] te verrichten prostitutiewerkzaamheden alsmede wat zij voor die prijzen moet doen. Als zij het daar niet mee eens is, reageert verdachte agressief. Deze verklaringen van [slachtoffer 1] worden ondersteund door de chat-gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 1] . - Sfeer van geweld, dreiging en intimidatie Op de momenten dat [slachtoffer 1] iets niet goed doet bij de klanten, krijgt ze een app van verdachte waarin hij haar bedreigt dat ze klappen krijgt. Deze bedreigingen maakt hij ook vaak waar door haar te mishandelen. Telkens als ze verdachte tegenspreekt, krijgt ze klappen. Wanneer zij hem vraagt of ze alsjeblieft mag stoppen met de prostitutiewerkzaamheden, wordt verdachte agressief en slaat haar ook. Ook stuurt verdachte [slachtoffer 1] meerdere app-berichten waarin hij dreigt geweld tegen haar te gebruiken of dreigt dat hij haar aan de kant zet en doorgaat met andere vrouwen. - Aangeefster [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] (feit onder parketnummer 08/952873-16) - Intrede [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] in prostitutie en controleren [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] zijn in april 2016 vanuit Eindhoven naar Enschede gegaan om verdachte te ontmoeten. [slachtoffer 8] heeft daarvoor contact gehad met verdachte via Facebook. Na ongeveer twee weken wordt verdachte, op 2 mei 2016, opgepakt en zit hij vast tot en met 13 juni 2016. In die periode heeft [slachtoffer 8] dagelijks contact met verdachte. Zij wordt continu gebeld door hem en verdachte vertelt haar dat zij binnen moet blijven en op hem moet wachten. Nadat verdachte zijn straf heeft uitgezeten, is hij veranderd. Hij heeft geld nodig en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] moeten dat voor hem verdienen in de prostitutie. - Woon- en werkplek [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] zijn niet bekend in Enschede. Zij hebben daar zelf geen woon- of verblijfplaats. Zij verblijven gedurende verdachtes detentie bij een vriend van verdachte aan de [straat 1] in Enschede. Later worden de prostitutiewerkzaamheden daar veelal verricht. Na zijn detentie verblijven ze bij verdachte. [slachtoffer 7] heeft ook escortdates en autodates voor verdachte gedaan. Verdachte brengt [slachtoffer 7] voor escortdates met de auto naar die klanten en blijft buiten in de auto wachten. - Het in contact brengen met klanten, brengen naar klanten, maken van foto’s en seksadvertenties, in de gaten houden, controleren, beperken bewegingsvrijheid, instructies [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] moeten zichzelf op websites voor prostitutiewerkzaamheden zetten van verdachte. Verdachte maakt daarvoor foto’s van hen in lingerie. Wanneer [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] dit weigeren, reageert verdachte agressief en slaat [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] . Wanneer [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] verdachte laten weten dat het hen (bewust) niet lukt seksadvertenties te plaatsen, schakelt verdachte de hulp in van een vriend. Zo komen er alsnog seksadvertenties van [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] op websites voor prostitutiewerkzaamheden te staan. [slachtoffer 7] onder de werknamen [werknaam slachtoffer 7] , [werknaam slachtoffer 7] en [werknaam slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] onder de werknamen [werknaam slachtoffer 8] en [werknaam slachtoffer 8] . Verdachte of, op zijn verzoek, [slachtoffer 8] zelf zorgt ervoor dat de advertenties omhoog geplaatst worden. Verdachte verzint de teksten voor de advertenties, dwingt [slachtoffer 8] om zelf teksten te verzinnen of verzoekt [slachtoffer 7] haar teksten te veranderen. [slachtoffer 7] doet dit, omdat verdachte dit controleert. Verdachte heeft [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] verteld wat zij moeten doen. Zij moeten de telefoon opnemen als een klant belt. De telefoon moet dan op de luidsprekerstand gezet worden, zodat verdachte met het telefoongesprek kan meeluisteren. Verdachte geeft al dan niet zijn toestemming voor hetgeen de klant vraagt en wat daarvoor betaald moet worden. Als de klant aan de deur komt, moeten [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] het geld aanpakken en aan verdachte geven, seks hebben met de klant en daarna gaat de klant weer weg. Er mogen geen klanten geweigerd worden van verdachte. En veelal mag ook niet geweigerd worden wat de klant vraagt – zoals het verrichten van prostitutiewerkzaamheden zonder condoom –, helemaal niet als het verzoeken zijn waar meer geld mee verdiend kan worden. [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] hebben geprobeerd bij verdachte weg te komen, maar hij is telkens bij hen. Als zij wel kans zien om weg te gaan, vindt verdachte hen weer en neemt hen weer mee, maar niet nadat hij [slachtoffer 8] heeft mishandeld. Ook wanneer [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] verdachte vertellen dat zij weg willen, brengt verdachte hen op andere gedachten door hen te schoppen, te slaan en te bedreigen. - Werktijden en verdiensten, afstaan verdiensten, mishandelingen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] Op het moment dat er een klant aan de deur komt, nemen [slachtoffer 7] of [slachtoffer 8] het geld aan, geven dat aan verdachte en gaan dan met de klant mee naar de kamer. Zij krijgen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] bepalen niet zelf wanneer zij werken en wie hun klanten zijn. Dat bepaalt verdachte. [slachtoffer 7] moet ook werken als zij ongesteld is. Zij werkt zeven dagen per week. [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] moeten werken op het moment dat zich een klant aandient. Als [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] weigeren om voor verdachte te werken dan mishandelt hij hen. Verdachte slaat, schopt, stompt tegen het hoofd of lichaam en scheldt hen uit. Hij trekt hen aan de haren, geeft ‘ijsbeentjes’ en snijdt [slachtoffer 8] met een sleutel in de nek. Vaak als [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] dingen voor verdachte moeten doen die zij niet willen, wordt hij agressief en gewelddadig. Verbalisanten zien dat [slachtoffer 8] diverse blauwe plekken op haar lichaam heeft. Ook is in haar nek een huidbeschadiging te zien. - Sfeer van geweld, dreiging en intimidatie Verdachte is constant bij [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] in de buurt. Zij hebben verdachte meerdere keren te kennen gegeven dat ze naar huis willen. Daarop reageert verdachte agressief en slaat en schopt hen. Ook bedreigt verdachte hen. Elke vorm van weerstand resulteerde in het gebruik van geweld tegen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] . Zij durfden niet bij verdachte weg te gaan. 4.2.3.3 De conclusie - Handelingen Uit de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat sprake is geweest van het werven, vervoeren en huisvesten van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] . Het vervoeren heeft er uit bestaan dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 7] meermalen naar hun escortdate heeft gebracht. Ook regelde verdachte onderdak en een werkplek voor de drie vrouwen. Tot slot was het verdachte die ten aanzien van alle drie de vrouwen het initiatief heeft genomen om hen in de prostitutie te laten werken, waarmee hij hen heeft geworven. - Dwangmiddelen De rechtbank is, gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, van oordeel dat verdachte misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht jegens [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie alsmede dat sprake is geweest van geweld of een andere feitelijkheid en dreiging met geweld. Er is sprake van (in het geval van [slachtoffer 1] : zeer) jonge vrouwen, die in een positie van emotionele afhankelijkheid ( [slachtoffer 1] en [slachtoffer 8] ) zijn gebracht door verdachte. Verdachte ging een relatie aan met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 8] , aan wie in het begin alle aandacht en liefde werd gegeven. Vervolgens kwam een omslagpunt in de relatie, waarna [slachtoffer 1] en [slachtoffer 8] degene waren die – door zich te prostitueren – voor de financiële middelen moesten zorgen. [slachtoffer 7] vergezelde [slachtoffer 8] vanuit Eindhoven naar Enschede en was daarmee voor verdachte ‘bijvangst’. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] bevonden zich, op het moment dat zij met verdachte in aanraking kwamen, in een slechte financiële en/of thuissituatie, veelal ingegeven door een belaste voorgeschiedenis en door beperkende persoonlijke omstandigheden. Daar heeft verdachte misbruik van gemaakt. Als de vrouwen dan eenmaal in de prostitutie waren gebracht, werden zij vervolgens verplicht om alle verdiensten aan verdachte af te geven. Zowel uit de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] – voor zover zij een verklaring af heeft willen leggen – als ook uit de appgesprekken komt onder meer naar voren dat verdachte bepaalde wanneer de vrouwen moesten werken, wie zij als klant kregen, wat voor werkzaamheden zij moesten verrichten, voor hoe lang en welk bedrag voor die werkzaamheden betaald moest worden door de klant. Deden zij niet of niet goed wat verdachte hen opdroeg, verzetten zij zich of probeerden zij zich aan de situatie te onttrekken dan reageerde verdachte met verbaal en/of fysiek geweld. Verdachte heeft aldus handelend een aanzienlijk overwicht gekregen op de vrouwen en hen aldus in een afhankelijkheidssituatie gebracht, waardoor zij zich dusdanig onder druk gezet voelden dat zij niet anders konden dan zich prostitueren voor verdachte. Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] komt naar voren, zoals hiervoor reeds overwogen, dat zij – [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] veelal in elkaars aanwezigheid – meermalen door verdachte zijn mishandeld wanneer zij niet deden wat verdachte wilde of wanneer zij waren weggelopen bij verdachte. Daarnaast komt uit deze verklaringen, maar ook uit de appgesprekken tussen [slachtoffer 1] en verdachte, naar voren dat verdachte veelvuldig dreigde met geweld richting hen, onder meer wanneer zij aangaven weg te willen gaan bij verdachte of als zij aangifte tegen verdachte zouden doen. - Het oogmerk van uitbuiting Op grond van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden oordeelt de rechtbank dat ten aanzien van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] evident sprake was van uitbuiting en acht de rechtbank telkens wettig en overtuigend bewezen dat ook sprake is geweest van (het oogmerk van) uitbuiting. . Door gebruik te maken van voornoemde middelen heeft verdachte hen tot prostitutiewerk aangezet en hebben zij hun inkomsten aan hem afgestaan. Daarmee is sprake van onvrijwillige prostitutie en is geen sprake van een situatie gelijk aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Het handelen van verdachte was ook gericht op het laten werken van de vrouwen in de prostitutie om daarmee geld te verdienen en een ‘win-win’ situatie te behalen. - - Artikel 273f, eerste lid sub 4 Sr Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft verdachte [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] door middel van de eerder genoemde middelen bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. - Artikel 273f, eerste lid sub 6 en sub 9 Sr Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor omtrent de middelen en (het oogmerk van) uitbuiting is overwogen blijkt voorts dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , alsmede dat hij hen heeft bewogen tot het afstaan van de opbrengsten van hun verdiensten in de prostitutie. In dit verband merkt de rechtbank – wellicht ten overvloede – nog op dat het haar op geen enkele wijze duidelijk is geworden of en hoe verdachte, anders dan door het geld van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , in zijn levensonderhoud voorzag. Eindconclusie De rechtbank is daarom van oordeel dat feit 1 onder parketnummer 08/952527-19 en het feit onder parketnummer 08/952873-16 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. 4.3 Feit 2 onder parketnummer 08/952527-19 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de context van de profielfoto en de tekst niet worden samengevoegd om tot een bewezenverklaring van een bedreiging te komen, zodat verdachte van dat feit moet worden vrijgesproken. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. De rechtbank heeft op grond van het dossier en de behandeling ter terechtzitting niet het wettig en overtuigend bewijs aangetroffen dat [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op of omstreeks 12 augustus 2019 door verdachte zijn bedreigd. De rechtbank spreekt verdachte dan ook van dit feit vrij. 4.4 Feit 3 onder parketnummer 08/952527-19 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, met uitzondering van de wapens onder de gedachtestreepjes 3, 4 en 5 in de tenlastelegging. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat niet kan worden vastgesteld waar en wanneer de foto’s zijn genomen. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan integraal zal vrijspreken. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het onderhavige dossier en de behandeling ter terechtzitting niet is komen vast te staan dat, als al zou kunnen worden vastgesteld dát verdachte op enig moment (een) wapen(
- s)en/of munitie voorhanden heeft gehad, dit (een) wapen(
- s)en/of munitie van categorie III als bedoeld in de Wet wapens en munitie was. De rechtbank spreekt verdachte dan ook van dit feit vrij. 4.5.1 Feit 4 in de eerste plaats onder parketnummer 08/952527-19 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat het dossier – naast de verklaring van [slachtoffer 3] – geen bewijs bevat dat [slachtoffer 3] onder dwang van verdachte in de prostitutie moest verdachte. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. De rechtbank is van oordeel dat de aangifte van [slachtoffer 3] aangaande de omstandigheden rondom de vermeende gedwongen prostitutie op essentiële onderdelen afwijkend is van de aangiftes en verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] ; zo heeft [slachtoffer 3] onder meer verklaard dat zij slechts een gedeelte van haar opbrengsten van de prostitutiewerkzaamheden aan verdachte hoefde af te staan, terwijl [slachtoffer 1] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] hun volledige opbrengsten aan verdachte moesten afstaan. Daarnaast heeft [slachtoffer 3] verklaard dat zij slechts eenmaal door verdachte is geslagen, waarna zij direct aangifte van mishandeling heeft gedaan. Verder steunbewijs ontbreekt in dit dossier. Getuige [getuige] verklaart enkel wat hij van [slachtoffer 3] zelf heeft gehoord, zodat het bewijs uit dezelfde bron afkomstig is. Ook de door de officier van justitie genoemde verklaring van [slachtoffer 2] levert geen steunbewijs op. Deze getuige heeft een verklaring afgelegd over de mishandeling van [slachtoffer 3] door verdachte op 4 november 2019. Dit is echter als afzonderlijk feit tenlastegelegd en levert naar het oordeel van de rechtbank geen bewijs op voor de tenlastegelegde feitelijkheden of dwangmiddelen voor de mensenhandel. Nu de verklaring van [slachtoffer 3] geen steun vindt in andere bewijsmiddelen, is deze – voor zover al redengevend voor het tenlastegelegde –, gelet op het voorschrift van artikel 342, tweede lid, Sv, onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen. De rechtbank spreekt verdachte dan ook van dit feit vrij. 4.5.2 Feit 4 in de tweede plaats onder parketnummer 08/952527-19 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank Op basis van de inhoud van het procesdossier en hetgeen ter terechtzitting is verhandeld, stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer 3] verdachte op 4 november 2019 heeft getroffen in Enschede. Zij zit op dat moment bij [slachtoffer 2] in de auto. Verdachte heeft daar [slachtoffer 3] met kracht in haar gezicht geslagen. Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer 3] geslagen heeft. Volgens verdachte zou hij [slachtoffer 3] hebben weggeduwd, omdat hij met [slachtoffer 2] in diens auto wilde praten. De verklaring van [slachtoffer 3] wordt echter ondersteund door de verklaring die [slachtoffer 2] daarover heeft afgelegd, zodat de rechtbank geen reden heeft te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer 3] . De rechtbank acht het feit dan ook wettig en overtuigend bewezen. 4.6 Feit 5 en feit 6 onder parketnummer 08/952527-19 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak van beide feiten bepleit. Ten aanzien van de bedreigingen onder feit 5 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de uitingen niet van dien aard waren dat bij aangeefster de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte de bedreigingen ten uitvoer zou leggen, terwijl aangeefster zich ook bedreigend heeft uitgelaten in de richting van verdachte. Het oordeel van de rechtbank Op basis van de inhoud van het procesdossier en hetgeen ter terechtzitting is verhandeld, stelt de rechtbank vast dat verdachte in de periode van 24 oktober 2019 tot en met 11 mei 2020 de volgende berichten met doodbedreigingen naar [slachtoffer 4] heeft gestuurd: "hoe jij praat ik wil jou dood slaan" en "ik maak jullie kanker dood, heb je mij gehoord" en "zorg dat je me kanker telefoon krijg mattie, anders ik blaas jullie kanker over hoop". Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer 4] ook daadwerkelijk mishandeld. Op 11 januari 2020 heeft verdachte de volgende berichten naar [slachtoffer 4] gestuurd: “Daarom al die klappen g je krijgen. Is goed vuile slet. We gaan zien. Je ken mij. Ik heb schijt. Trap jou gewoon in elkaar”. [slachtoffer 4] stuurt daarop aan verdachte een foto van haar been waarop blauwe plekken te zien zijn met direct daarna de tekst ‘”kanker megool”. Verdachte reageert daarop met “Jou kk moeder. Jijbhou dervan om geslagen te worden tijdens sex”. Waarna [slachtoffer 4] reageert met “Ik hou van kanker hard geslagen geworden tijdens de seks, maar niet wanneer k me nier gedraag”. Het telefoonnummer van [slachtoffer 4] is onder de tap gezet en haar mobiele communicatie is opgenomen. Op 14 februari 2020 is een gesprek opgenomen waarin [slachtoffer 4] onder andere zegt dat zij bang is voor verdachte, dat zij een mes meeneemt als ze naar hem toegaat en dat ze ook wel eens pepperspray heeft meegenomen. [slachtoffer 4] heeft bij de politie verklaard dat zij bang was voor verdachte en dat ze bang was dat verdachte haar wat aan zou doen. De rechtbank is van oordeel dat de bedreigingen van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied – [slachtoffer 4] is daadwerkelijk door verdachte mishandeld – dat bij [slachtoffer 4] de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte de bedreigingen daadwerkelijk ten uitvoer zou brengen. Ten aanzien van de mishandeling is de rechtbank van oordeel dat op grond van het chatgesprek van 11 januari 2020 tussen verdachte en [slachtoffer 4] en de foto die [slachtoffer 4] naar verdachte heeft gestuurd, kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 4] door verdachte is geslagen, en dat dit niet tijdens de seks tussen hen is gebeurd. De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 4] heeft mishandeld. Conclusie De rechtbank acht de feiten 5 en 6 dan ook wettig en overtuigend bewezen. 4.7 Feit 7 onder parketnummer 08/952527-19 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat het feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, omdat de appberichten tussen verdachte en aangeefster onrechtmatig zijn verkregen en er sprake is van een vormverzuim. In dat geval blijft alleen de aangifte over en dient verdachte te worden vrijgesproken. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft het verweer van de verdediging met betrekking tot het onrechtmatig verkregen bewijs reeds verworpen onder paragraaf 4.1, zodat hier wordt volstaan met een verwijzing daarnaar. De rechtbank komt vervolgens tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bewijsbijlage bij dit feit zijn genoemd, nu verdachte dit feit ter terechtzitting heeft bekend. 4.8 Feit 8 onder parketnummer 08/952527-19 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de afpersing en de poging daartoe. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat het feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, omdat de appberichten tussen verdachte en [slachtoffer 6] onrechtmatig zijn verkregen en er sprake is van een vormverzuim, zodat die berichten van het bewijs moeten worden uitgesloten. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat uit het gehele dossier naar voren komt dat verdachte niet altijd even netjes communiceert. Hieruit blijkt echter niet dat het oogmerk van verdachte was gericht op het zichzelf wederrechtelijk bevoordelen. Daarnaast heeft verdachte geen opzet gehad op het wederrechtelijk bevoordelen door geweld of door bedreiging met geweld. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft het verweer van de verdediging met betrekking tot het onrechtmatig verkregen bewijs reeds verworpen onder paragraaf 4.1, zodat hier wordt volstaan met een verwijzing daarnaar. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier en de behandeling ter terechtzitting niet is komen vast te staan dat [slachtoffer 6] door de berichten van verdachte is gedwongen tot het sturen van geld aan verdachte. Er zijn wel intimiderende berichten verstuurd naar [slachtoffer 6] en [slachtoffer 6] heeft ook daadwerkelijk geld overgemaakt naar de bankrekening van verdachte, maar uit de berichten van [slachtoffer 6] aan verdachte blijkt dat zij juist weigerde geld over te maken op het moment dat verdachte haar intimideerde. Op 25 december 2018 verandert de wijze waarop verdachte met [slachtoffer 6] omgaat, zo blijkt uit de berichten, de foto en de video die verdachte op 25 december 2018 aan [slachtoffer 6] heeft gestuurd. Die dag heeft verdachte [slachtoffer 6] met de dood bedreigd en heeft hij gedreigd met ‘exposen’ als [slachtoffer 6] geen geld naar verdachte overmaakt. Ook heeft hij haar een foto gestuurd waarop [slachtoffer 6] zelf is te zien met een wond aan haar rechterwang. Daarbij stuurt verdachte de tekst dat [slachtoffer 6] ‘gaat zien, als ze niets gaat sturen’. Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer 6] een video gestuurd waarop in een vakje van de auto een wapen is te zien. Daarbij stuurt verdachte [slachtoffer 6] het bericht: “Door jou ga ik nu rijden heb schijt ik ga jou opzoeken ,ik ga slapen wachten tot je uitje portier uit kom”. Wat later stuurt verdachte [slachtoffer 6] het bericht dat hij buiten staat. Dat hij bij [slachtoffer 6] is. Verdachte stuurt dat [slachtoffer 6] naar buiten moet komen. Dat hij een kogel door de kop van [slachtoffer 6] gaat schieten. Dat als [slachtoffer 6] niet naar buiten komt, hij iets naar binnen laat vliegen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door zijn verzoeken om geld aan [slachtoffer 6] gepaard te laten gaan met voornoemde berichten, video en foto op 25 december 2018 heeft geprobeerd [slachtoffer 6] te dwingen geld naar hem over te maken en dat zijn opzet daar ook op was gericht. Conclusie De rechtbank spreekt verdachte vrij van de eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde afpersing. De rechtbank acht de tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde poging tot afpersing op 25 december 2018 wettig en overtuigend bewezen. 4.9 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 08/952527-19 ten laste gelegde feiten 1, 4 tweede cumulatief/alternatief, 5, 6, 7 en 8 tweede cumulatief/alternatief en het onder parketnummer 08/952873-16 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat: parketnummer 08/952527-19 1.hij in de periode van 1 juli 2019 t/m 11 augustus 2019 in Nederland, A) een ander genaamd [slachtoffer 1] (werknaam [werknaam slachtoffer 1] ), telkens met de onder lid 1 sub 1 van artikel 273f genoemde dwangmiddelen, te weten door geweld of andere feitelijkheden of door dreiging met geweld dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie 1) heeft geworven, vervoerd en gehuisvest, met het oogmerk van seksuele uitbuiting (sub 1°) en 2) heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en 3) heeft gedwongen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1] 's, seksuele handelingen met een derde (sub 9°) en B) telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] , waarbij dat voordeel heeft bestaan uit het aanwenden van die prostitutiegelden voor eigen gewin (sub 6°), waarbij voornoemde dwangmiddelen hebben bestaan uit:-het belemmeren van die [slachtoffer 1] contacten te onderhouden met anderen en-het opsluiten en opgesloten houden van die [slachtoffer 1] en-het meermalen verkrachten en mishandelen van die [slachtoffer 1] door die [slachtoffer 1] te slaan met de vuist en de vlakke hand en de keel dicht te knijpen en-het onder controle houden en onder druk zetten van die [slachtoffer 1] (onder andere door haar voortdurend te blijven benaderen via de telefoon) en door via een open telefoonverbinding mee te luisteren met klantengesprekken voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] waardoor het voor haar werd bemoeilijkt zich aan die controle en die prostitutiewerkzaamheden te onttrekken en-het bedreigen van die [slachtoffer 1] en-het creëren van een constante sfeer van geweld en dreiging en intimidatie waardoor die [slachtoffer 1] geen andere keus had dan voor verdachte te werken in de prostitutie en waarbij de onder 1 en 2 genoemde handelingen hebben bestaan uit- het beschikbaar stellen van zijn, verdachtes, woning/kamer aan de [adres 1] voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en- het maken van erotisch getinte foto’s en seksadvertenties van die [slachtoffer 1] op websites voor prostitutiewerk en-het geven van uitleg en instructies aan die [slachtoffer 1] over de te verrichten prostitutiewerkzaamheden en- het in contact brengen van die [slachtoffer 1] met klanten en die [slachtoffer 1] naar die klanten vervoeren en- het uitoefenen van controle op inhoud en aard van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] (waaronder welke klanten/hoeveel klanten en tegen welke geldbedragen), terwijl hij die [slachtoffer 1] heeft bewogen het geld dat ze verdiende met deze prostitutiewerkzaamheden aan hem verdachte, af te geven, terwijl die [slachtoffer 1] een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was, omdat die [slachtoffer 1]-een moeilijke jeugd heeft gehad met huiselijk geweld;-in veel opvangtehuizen heeft gezeten;-psychische problemen had;-een licht verstandelijke beperking heeft; welke feiten werden voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld; 4 .hij op 4 november 2019 te Enschede [slachtoffer 3] opzettelijk mishandelend met kracht in het gezicht heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden; 5.hij in de periode van 24 oktober 2019 t/m 11 mei 2020 in Nederland, [slachtoffer 4] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin bestaande dat verdachte (telkens) opzettelijk dreigend die [slachtoffer 4] voornoemd de woorden heeft toegevoegd:" hoe jij praat ik wil jou dood slaan" en "ik maak jullie kanker dood, heb je mij gehoord" en "zorg dat je me kanker telefoon krijg mattie, anders ik blaas jullie kanker over hoop"; 7 .hij in de periode van 27 t/m 28 april 2019 in Nederland, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 5] , met kracht een vuistslag op/tegen het oor heeft gegeven, waardoor deze letsel (trommelvliesperforatie) heeft bekomen en pijn heeft ondervonden; 8.hij op 25 december 2018 in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld, [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan die [slachtoffer 6] voornoemd, met voormeld oogmerk die [slachtoffer 6] dreigend de woorden toevoegde (via de chat):"ik sloop jou ze gaan jou niet meer herkennen gek" en "ben niet die kk sukkel neukertje van je die jou als mietje slaat. Ik sla jou dood kk gek" en "kan mij niks schelen ja, jij gaat eruit die geld voor mij storten klaar, zou je gisteren al doen" en "dus ga die kk geld storten ander exspose ik je nu nog" en "door jou ga ik nu rijden heb schijt ik ga jou opzoeken, ik ga slapen wachten tot je uit je portier uit kom" waarbij verdachte die [slachtoffer 6] een fimpje stuurde waarin een persoon te zien is die een vuurwapen uit een dashboardkastje pakt, waarna verdachte haar de woorden toevoegt "gefeliciteerd schatje mij fout sorry ja, maar tog kom ik je dood maken snap", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. parketnummer 08/952873-16 hij in de periode van 14 april 2016 tot en met 20 juli 2016 in Nederland, A) [slachtoffer 7] (werknaam [werknaam slachtoffer 7] , [werknaam slachtoffer 7] en [werknaam slachtoffer 7] ) en [slachtoffer 8] (werknaam [werknaam slachtoffer 8] en [werknaam slachtoffer 8] ), met de onder lid 1 sub 1 van artikel 273f genoemde middelen, te weten door geweld of andere feitelijkheden of door dreiging met geweld dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie 1) heeft geworven, vervoerd en gehuisvest, met het oogmerk van seksuele uitbuiting (sub 1°) en 2) heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en 3) heeft gedwongen verdachte te bevoordelen uit de opbrengsten van hun, [slachtoffer 7] 's en [slachtoffer 8] , seksuele handelingen met een derde (sub 9°) en B) telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8] , waarbij dat voordeel heeft bestaan uit het aanwenden van die prostitutiegelden voor eigen gewin (sub 6°), waarbij voornoemde dwangmiddelen hebben bestaan uit:- het (in ernstige mate) beperken van de bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8] en/of-het meermalen mishandelen van die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8] , onder andere door die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] met kracht en veelvuldig tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan, stompen, schoppen en/of door het geven van ijsbeentjes en/of door hen aan de haren trekken en/of door die [slachtoffer 8] met een sleutel in de nek te snijden en/of-het zich op boze en/of agressieve en/of (anderszins) dreigende en/of overheersende en/of denigrerende toon/wijze uiten tegen die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] en/of- het onder controle houden van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] onder andere door [slachtoffer 8] voortdurend te blijven benaderen via de telefoon en/of door via een open telefoonverbinding mee te luisteren met klantengesprekken voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] waardoor het voor hen werd bemoeilijkt zich aan die controle en die prostitutiewerkzaamheden te onttrekken en/of-het bedreigen van die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8] en/of-het creëren van een constante sfeer van geweld en dreiging en intimidatie waardoor die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8] geen andere keus hadden dan te werken in de prostitutie voor verdachte en waarbij onder 1 en 2 genoemde handelingen hebben bestaan uit:- het beschikbaar stellen van een woning/kamer aan de [straat 1] voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8] en- het (laten) maken van erotisch getinte foto's en seksadvertenties op websites voor prostitutiewerk en/of- het geven van uitleg en instructies aan die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] over de te verrichten prostitutiewerkzaamheden en/of- het in contact brengen van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] met klanten en die [slachtoffer 7] naar klanten vervoeren en/of- het uitoefenen van controle op inhoud en aard van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8] (waaronder welke klanten/hoeveel klanten en tegen welke geldbedragen) en/of- het bepalen of die [slachtoffer 7] prostitutiewerkzaamheden zonder condoom moest verrichten en/of- het bepalen dat die [slachtoffer 7] ook bij ongesteldheid moest werken, terwijl hij die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8] heeft bewogen het geld dat ze verdienden met deze prostitutiewerkzaamheden aan hem verdachte, af te geven,terwijl die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8] kwetsbare personen in een kwetsbare positie waren, omdat die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8]- geen eigen inkomsten hadden- dakloos waren welke feiten werden voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten, zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. 5De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 273f, 285, 300 en 317 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op: feit 1 onder parketnummer 08/952527-19 en het feit onder parketnummer 08/952873-16 telkens het misdrijf: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het in artikel 273f, eerste lid onder 1°, 4°, 6° en 9° omschreven feit wordt gepleegd, een persoon is bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt en terwijl het in artikel 273f, eerste lid onder 1°, 4°, 6° en 9° omschreven feit is voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld; feit 4 tweede cumulatief/alternatief, feit 6 en feit 7 onder parketnummer 08/952527-19 telkens het misdrijf: mishandeling; feit 5 onder parketnummer 08/952527-19 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd; feit 8 tweede cumulatief/alternatief onder parketnummer 08/952527-19 het misdrijf: poging tot afpersing. 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft primair gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en dat aan hem de maatregel tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: TBS-maatregel) wordt opgelegd. Daarnaast dient aan verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr (hierna: GVM) te worden opgelegd. Subsidiair heeft de officier een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren gevorderd, in het geval de rechtbank niet overgaat tot het opleggen van de TBS-maatregel. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft gesteld dat er rekening dient te worden gehouden met het feit dat buitenproportioneel geweld is toegepast bij verdachtes aanhouding, alsmede met de fysieke en psychische gevolgen die dit voor verdachte heeft gehad. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met het grote tijdsverloop van sommige feiten alsmede dat er niet vanuit henzelf aangifte is gedaan, maar pas na lang aandringen van de politie. Met betrekking tot het opleggen van een TBS-maatregel heeft de verdediging aangevoerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen daarvan. Er is geen concreet advies met betrekking tot het bestaan van een ziekelijke stoornis. Verdachte gaat zich niet inzetten voor de maatregel, zodat het geen doel dient. Beveiliging van de maatschappij kan ook bereikt worden met het opleggen van een gevangenisstraf. Ook aan een GVM gaat verdachte niet meewerken. Ter bescherming van de personen in het dossier kan ook aan een voorwaardelijk strafdeel een straat- en/of contactverbod gekoppeld worden als bijzondere voorwaarde. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. - De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. In totaal zijn drie (zeer) jonge vrouwen door toedoen van verdachte onvrijwillig in de prostitutie gebracht. Bovendien heeft verdachte deze vrouwen financieel uitgebuit en afhankelijk gemaakt, door een relatie met twee van de drie aan te gaan en te verlangen dat zij alle opbrengsten uit de prostitutie aan verdachte afstonden. Dergelijke praktijken herbergen aspecten van een vorm van moderne slavernij, waarin verdachte de leidende rol had. Hij organiseerde de werkplek, zorgde dat de vrouwen vervoerd werden wanneer sprake was van een escortafspraak met een klant, controleerde de vrouwen en inde al hun verdiensten. Ook bepaalde hij waar en wanneer de vrouwen moesten werken en bepaalde hij wie zij als klant moesten aannemen, welke seksuele handelingen er verricht moesten worden en wat daarvoor betaald moest worden door de klant. Zodra de vrouwen weigerden, zich verzetten, probeerden weg te gaan of hun werk niet goed deden volgde er fysiek en/of verbaal geweld van verdachte. De slachtoffers hebben verkeerd in een situatie waarin zij niet in vrijheid – zoals een legale, mondige prostituee dat wel kan – konden beslissen om door te gaan met het verrichten van de werkzaamheden of om daarmee te stoppen. De rechtbank overweegt dat het onvrijwillig in de prostitutie brengen en houden van (zeer) jonge vrouwen, en het vervolgens financieel uitbuiten van deze vrouwen een zeer ernstig feit is, waarbij misbruik wordt gemaakt van de afhankelijke positie van deze vrouwen. Door aldus te handelen heeft verdachte ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke integriteit van deze vrouwen toegebracht en hun persoonlijke vrijheid ernstig geschaad, hetgeen ook treffend verwoord is door [slachtoffer 1] tijdens het uitoefenen van het spreekrecht namens haar. Verdachte heeft zijn persoonlijk gewin uitdrukkelijk gesteld boven de vrijheid van zijn slachtoffers en heeft daarbij verbaal en fysiek geweld niet geschuwd. De rechtbank is van oordeel dat deze vorm van mensenhandel reeds uit het oogpunt van generale preventie fors bestraft moet worden. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van drie andere vrouwen en bedreiging van één van hen. Dit waren jonge vrouwen, die een (seksuele) relatie met verdachte hadden of juist weigerden. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing van een wederom jonge vrouw met wie hij eveneens een (seksuele) relatie had. Verdachte meende het gedrag van die vrouwen op verbaal en/of fysiek agressieve wijze te moeten corrigeren wanneer zij iets deden wat hem niet zint of wanneer zij juist iets niet wilden doen. Door aldus te handelen heeft verdachte telkens inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en aangetoond een totaal gebrek aan respect voor de persoonlijke levenssfeer van een vrouw te hebben. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. - De persoon van verdachte De rechtbank heeft allereerst acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 11 december 2020, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden vaker voor (seksueel) gewelddadige misdrijven is veroordeeld tot gevangenisstraffen en tot tweemaal toe de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opgelegd heeft gekregen. De rechtbank heeft daarnaast kennis genomen van een Pro Justitia rapportage van het NIFP (locatie: Pieter Baan Centrum (PBC)) van 22 februari 2021 opgesteld door M. Fluit, psychiater en M. Hulshof, GZ-psycholoog. Zij hebben beschreven dat verdachte zijn medewerking aan het onderzoek heeft geweigerd. Desalniettemin is het voor de deskundigen mogelijk gebleken tot enkele diagnostische overwegingen op gedragsniveau te komen. Vanuit de beschikbare informatie ontstaat het beeld van een man die van jongs af aan een scheefgroei in de ontwikkeling laat zien. Het oppositioneel-opstandige en normoverschrijdende gedrag blijft zich in verdachtes leven manifesteren, zowel in de jeugdjaren als in volwassenheid. Het is verdachte nooit gelukt goed te functioneren binnen de hem aangeboden maatschappelijke structuren (scholen, hulpverlening, justitiële jeugdinrichtingen). Al jong heeft verdachte zich van gezagsdragers weinig tot niets aangetrokken en is hij zijn eigen gang gegaan. Dit is een duidelijk inflexibel gedragspatroon waar de veelvuldige justitiële straffen, die hij al opgelegd heeft gekregen, niets aan hebben veranderd. Alles overziend is bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling met op gedragsniveau een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Een verdere inkleuring van de persoonlijkheidsstructuur is vanwege de weigering van verdachte niet mogelijk gebleken. - Straf en maatregel TBS-maatregel De vraag die de rechtbank voorligt is of een TBS-maatregel met dwangverpleging aangewezen is. De verdachte, bij wie tijdens het begaan van het feit (I) een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, kan ter beschikking kan worden gesteld indien sprake is van (II) een misdrijf genoemd in artikel 37a, lid 1, onder 1 en/of onder 2 Sr en (III) de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen dit eist. I: Gebrekkige ontwikkeling of stoornis van de geestvermogens: De rapporteurs van het PBC concluderen dat ten tijde van het begaan van de feiten bij verdachte sprake was van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, die gedragsmatig te classificeren is als persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Daarnaast beschrijven zij dat verdachte vanaf jonge leeftijd niet in staat is gebleken zijn leven op een maatschappelijk aanvaardbare manier invulling te geven (werk, scholing), dat hij in beeld komt door riskant en grensoverschrijdend gedrag en dat hij geen spijt en berouw toont. Deze gedragingen zijn van jongs af aan zichtbaar en ondanks ingezette intensieve behandeling en begeleiding een onomkeerbaar patroon gebleken. Hij laat zich nauwelijks aanspreken of aansturen. Het agressief ontremde gedrag past bij zijn gebrekkige mogelijkheden tot inhibitie als gevolg van zijn antisociale persoonlijkheidskenmerken waarbij het geweld ook instrumenteel (berekenend) in dienst staat van wederrechtelijkheden. Het lijkt dat verdachte onafgebroken overgeleverd is aan een tekortschietende morele ontwikkeling. Zijn gedragspatronen zitten in een groef waarbij hij nauwelijks over een ander repertoire beschikt. Verdachte is voortdurend op zoek naar gelegenheden om zaken in zijn belang voor elkaar te krijgen, ook als deze wederrechtelijk zijn. Hij redeneert vanuit zijn behoefte en er gaat nauwelijks een remmende werking uit van het feit dat hij wederrechtelijk handelt en dat hij anderen benadeelt. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat op basis van het PBC-rapport kan worden vastgesteld dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de bewezen geachte feiten, in ieder geval een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond. II: Een misdrijf genoemd in artikel 37a lid 1, onder 1 en/of onder 2 Sr: De door verdachte begane feiten mensenhandel en poging tot afpersing zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Daarnaast behoren de door verdachte gepleegde bedreigingen tot de misdrijven zoals genoemd in artikel 37a lid 1, onder 2 Sr. III: De veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen: Vervolgens ligt de vraag ter beantwoording of – ter bescherming van de maatschappij – een TBS-maatregel met dwangverpleging aangewezen is. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van recidivegevaar. Uit de PBC-rapportage kom naar voren dat sprake is van aanwezigheid van veel risicofactoren wat betreft recidive in agressief gedrag. Er is sprake geweest van eerder antisociaal gedrag, instabiliteit van relaties, problemen in het arbeidsverleden en middelengebruik. Er is een ernstige persoonlijkheidsstoornis, er was sprake van een problematische opvoedingssituatie en de respons op eerdere behandeling was beperkt. Het cluster klinische items wijst op het gebrek aan zelfinzicht (inzicht in de stoornis en inzicht in het risico van grensoverschrijdend gedrag); op instabiliteit in affectieve, gedragsmatige en cognitieve zin en op een beperkte responsiviteit op behandeling. Ook in de toekomst (risicohanteringsitems) kunnen problemen worden verwacht vanwege het gebrek aan sociale en maatschappelijke inbedding (verdachte heeft geen woonruimte waarop hij kan terugvallen, er is beperkte persoonlijke steun en zonder dwingend kader is verdachte amper in staat te profiteren van behandeling). Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting voor het plegen van de feiten op geen enkele wijze verantwoordelijkheid getoond, noch heeft hij blijk gegeven van enige vorm van berouw. Hij heeft de indruk gewekt – in elk geval wat betreft [slachtoffer 1] – zijn slachtoffer(
- s)vooruit te hebben geholpen, hetgeen echter verre van de realiteit is, en het normaal te vinden op deze wijze om te gaan en te communiceren met vrouwen. De rechtbank beziet dit alles tegen de achtergrond van de bewuste weigering van verdachte mee te werken aan persoonlijkheidsonderzoek, waardoor het beeld van hem tot voorgaande vaststellingen beperkt is gebleven. De rechtbank acht het, gelet op de aard en de ernst van de bewezen geachte feiten en hetgeen is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, uit veiligheidsoogpunt niet verantwoord verdachte, zonder dat dit gevaar is weggenomen of in belangrijke mate is verminderd – waartoe behandeling een bijdrage zou kunnen leveren –, in de maatschappij te laten terugkeren. Verdachte heeft door te volharden in zijn weigering medewerking te verlenen aan met het oog op rapportage door gedragsdeskundigen te verrichten onderzoek, iedere opening naar een onderzoek naar het bestaan van alternatieve, minder vergaande modaliteiten van beteugeling van herhalingsgevaar onmogelijk gemaakt. In het licht hiervan komt de rechtbank tot de conclusie dat de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat aan verdachte de TBS-maatregel wordt opgelegd. Al met al is de rechtbank dan ook van oordeel dat de ter beschikkingstelling van verdachte dient te worden gelast en dat zijn verpleging van overheidswege dient te worden bevolen. Nu de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten mensenhandel en bedreiging, kan de totale duur van de maatregel een periode van vier jaren te boven gaan. Gevangenisstraf Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de ernst van de feiten en de persoon van verdachte, acht de rechtbank ook het opleggen van een gevangenisstraf aangewezen. Ondanks dat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie en een deel van de feiten van geruime tijd geleden dateert, is de rechtbank van oordeel dat een lagere gevangenisstraf dan de door de officier van justitie gevorderde vijf jaren geen recht doet aan de ernst van de feiten en de houding van verdachte. Daarbij heeft de rechtbank tevens gelet op het bepaalde in artikel 63 Sr. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheden waaronder de politie heeft geprobeerd de telefoon van verdachte na zijn aanhouding op 12 mei 2020 te ontgrendelen. Het uit de arrestantenbus halen van verdachte en het proberen zijn armen onder zijn lichaam vandaan te halen zodat zijn vinger op de vingerafdrukscanner van de telefoon kan worden geplaatst, valt op zichzelf beschouwd binnen de kaders van proportioneel geweld dat is toegestaan om een verdachte met enige mate van fysieke dwang ertoe te bewegen zijn telefoon te ontgrendelen. In onderhavige zaak is de situatie geëscaleerd en is de politie gekomen tot ingrijpender vormen van geweldstoepassing. Deze escalatie is echter het directe gevolg geweest van verdachtes agressieve handelen. Voor matiging van de straf is derhalve geen plaats. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf
(5)jaren, met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht, passend en geboden is. GVM Aan verdachte wordt de TBS-maatregel opgelegd die, vanwege de aard van het misdrijf, ongemaximeerd is. Dat impliceert dat beëindiging van de maatregel pas aan de orde is als het recidiverisico naar een acceptabel niveau is teruggebracht. Daarbij kunnen in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege ook allerlei voorwaarden gesteld worden die het recidive risico inperken. In dit geval is de rechtbank er niet op voorhand van overtuigd dat een verdere inperking van de bewegingsvrijheid van verdachte ook na beëindiging van de TBS-maatregel noodzakelijk is en zal zij derhalve geen GVM opleggen. 7.4 De inbeslaggenomen voorwerpen De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen mobiele telefoon van het merk iPhone, type 8 en de personenauto van het merk Alfa Romeo met het kenteken [kenteken 1] moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen die aan verdachte toebehoren en het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke de feiten zijn begaan. De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen gripzakjes met wit korrelig poeder vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien deze aan verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. 8De schade van benadeelden 8.1 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 18.560,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post gederfde inkomsten ter zake gedwongen prostitutiewerk van € 8.560,--.Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 10.000,-- gevorderd. 8.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. 8.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk moet worden verklaard in verband met de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de gehele berekening van de gederfde inkomsten enkel is gebaseerd op de mededeling van [slachtoffer 1] waardoor reeds om die reden de vordering niet kan worden toegewezen. Wat betreft de immateriële schade is verwezen naar een uitspraak van een zaak die niet soortgelijk is aan de onderhavige. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat verdachte zijn Wajong-uitkering moet terugbetalen en/of dat deze wordt stopgezet ingeval van een veroordeling, aangezien het UWV dan aanneemt dat verdachte inkomsten heeft gehad. 8.4 Het oordeel van de rechtbank Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit 1 onder parketnummer 08/952527-19 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 18.560,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 11 augustus
- 8.5 De schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht. 9De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 37a, 37b Sr. 10De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte de onder parketnummer 08/952527-19 ten laste gelegde feiten 2, 3, 4 eerste cumulatief/alternatief en 8 eerste cumulatief/alternatief heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; - verklaart bewezen dat verdachte de onder parketnummer 08/952527-19 ten laste gelegde feiten 1, 4 tweede cumulatief/alternatief, 5, 6, 7 en 8 tweede cumulatief/alternatief en het onder parketnummer 08/952873-16 ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1 onder parketnummer 08/952527-19 en het feit onder parketnummer 08/952873-16 telkens het misdrijf: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het in artikel 273f, eerste lid onder 1°, 4°, 6° en 9° omschreven feit wordt gepleegd, een persoon is bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt en terwijl het in artikel 273f, eerste lid onder 1°, 4°, 6° en 9° omschreven feit is voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld; feit 4 tweede cumulatief/alternatief, feit 6 en feit 7 onder parketnummer 08/952527-19 telkens het misdrijf: mishandeling; feit 5 onder parketnummer 08/952527-19 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd; feit 8 tweede cumulatief/alternatief onder parketnummer 08/952527-19 het misdrijf: poging tot afpersing; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het onder parketnummer 08/952527-19 feiten 1, 4 tweede cumulatief/alternatief, 5, 6, 7 en 8 tweede cumulatief/alternatief en het onder parketnummer 08/952873-16 bewezen verklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; maatregel gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld; beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd; schadevergoeding - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1 onder parketnummer 08/952527-19) van een bedrag van € 18.560,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2019); - veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; - legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 18.560,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 127 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet; - bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; de inbeslaggenomen voorwerpen - verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een mobiele telefoon van het merk iPhone, type 8 en de personenauto van het merk Alfa Romeo met het kenteken [kenteken 1] ; - verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerpen, te weten gripzakjes met wit korrelig poeder. Dit vonnis is gewezen door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzitter, mr. P.M.F. Schreurs en mr. M.W. Eshuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei
- Buiten staat Mr. Schreurs en mr. Eshuis zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Ten aanzien van parketnummer 08/952527-19 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel (ON) met nummer PL0600-2020331412 (ONRCC19027/Duim). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Feit 1 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina's 630 – 635, 654 – 660, 764, 1336, 1339, 1346, 1347, 1351, 1352 en 1354 voor zover inhoudende: Ik moest van hem met mannen naar bed voor geld. Ik moest dingen doen die ik niet wou. Als ik dit niet deed, kreeg ik klappen. Ik ben een week opgesloten geweest. Ik moest toen plassen en poepen in een potje. Ik moest met mannen seks hebben en als dit niet goed was, dan kreeg ik klappen. V: Om wie gaat het?A: Om [verdachte] . V: Hoe sta je op de foto's waar jij op staat?A: Ik denk dat ik er helemaal op sta en dat mijn tatoeage's te zien zijn. Hij heeft 6 foto's van mij gemaakt, misschien ook wel meer. Een op mijn knieën, een met mijn handen tegen de muur, een van de zijkant, een zittend en in mijn string. Volgens mij was mijn string rose of paars.V: Waarom moest je deze foto's laten maken door [verdachte] ?A: Zodat hij mij op internet kon zetten. Hij heeft me op seksjobs gezet en op nog een site. V: Dus ze waren eigenlijk bedoeld om een seksadvertentie voor jou aan te maken?A: Ja.V: Was je het daarmee eens?A: Nee.V: Heb je dit aan hem duidelijk gemaakt?A Ik heb vaker tegen hem gezegd: " [verdachte] , ik wil dit niet!". Maar dan kreeg ik klappen van hem en hij zei me dat ik dit moest doen. Ik heb dit toen gedaan, omdat ik bang was voor nog meer klappen.V: Hoe gaf hij jou klappen?A: Met de vuist. Soms ook met de platte hand in mijn gezicht. Dat deed hij echt met kracht en dit deed mij erg veel pijn. Ik huilde dan altijd, als hij me weer eens geslagen had. Hij riep dan: "Huil maar lekker als een baby".V: Heb je daarvan ook letsel opgelopen?A: Ik heb twee keer een blauw oog van hem gekregen. Een keer heeft hij me zo hard geslagen dat zijn handafdruk nog zichtbaar was bij mijn rechteroog. Daar heb ik veel pijn van gehad. Dit was denk ik eind juli, begin augustus 2019 ongeveer. En in de relatie die ik pas geleden met hem had, heeft hij me ook een keer een blauw oog geslagen. Ik heb hier geen foto's of ander bewijs van. Dat kon ik niet. Hij was altijd in mijn omgeving. Ik had geen vrijheid om iets te doen, zonder dat hij dit zou zien. Hij sloeg me als ik iets niet goed deed of als ik iets niet wou. Om een voorbeeld te geven; als hij seks wou en ik niet, dan dwong hij me om seks met hem te hebben. Tijdens de seks pakt hij me ook vaak bij mijn keel. Soms kreeg ik ook wel eens zomaar een klap, als hij vond dat ik iets niet goed deed.V: Als je dus zelf seks met [verdachte] had, dan pakte hij jou dus vaker bij je keel. Hoeging dat?A: Agressief. Hij drukte hard op mijn keel. Ik kreeg wel eens geen adem, maar daar deed hij niets op uit.V: Heb je bij je keel wel eens zichtbaar letsel gehad?A: Wel dat het helemaal rood was, maar geen echt letsel of zo.V: Hoe vaak kwam dat voor?A: Best wel vaak. De laatste tijd gebeurde dit steeds vaker. Als je bijvoorbeeld 7 dagen per week seks zou hebben, dan zou hij daarvan ongeveer 3 a 4 keer mij bij mijn keel pakken. Ik moest ook elke dag seks hebben met hem, sowieso elke dag ’s ochtends en 's avonds en soms ook wel drie keer per dag. In mijn laatste relatie was ik alleen maar bij [verdachte] . Ik had geen contact met andere mensen, ook niet met mijn familie. Ik was alleen bij [verdachte] . Ik had alleen telefonisch contact met mijn broer en schoonzus. Ik moest dan mijn telefoon altijd op luidspreker zetten en hij controleerde ook vaak mijn telefoon. Verder had ik met niemand contact. Dat mocht niet van [verdachte] . Ook niet met mijn vriendinnen.V: Wat gaan we in jouw telefoon aantreffen wat betreft bedreigingen die naar jou toezijn geuit?A: Hij bedreigde mij vaak genoeg via de WhatsApp. Als ik iets niet goed had gedaan bij de mannen, dan stuurde hij me een app van: "Wacht maar tot je klaar bent". En dan kreeg ik, als de mannen weg waren, klappen van hem. V: En wat gaan we aantreffen in de telefoon over jouw prostitutiewerk?A: De sms'en en emails van de mannen. Dat ik ben gebeld. De foto's. In de Whatsapp staan gesprekken tussen [verdachte] en mij tijdens en over de klanten.V: Hoe ging dat precies?A: Klanten reageren via de SMS. [verdachte] beantwoordde de sms'jes. Als een klant belde, dan moest ik oppakken. Maar ik moest dan altijd de telefoon op luidspreker zetten, zodat [verdachte] kon meeluisteren. Hij deed dit om het accent van de klanten te beoordelen, hij wilde alleen dat ik met Nederlandse klant zou doen. Hij was anders bang dat ik verliefd zou worden, als de klant niet Nederlands zou zijn.V: Je zou denken dat hij op de manier ook alle controle houdt over wat jij wel en niet doet, en welke afspraken jij met de klanten maakt. Hoe denk je daar zelf over?A: Ja, zo kan je het wel zien ja.V: In welk gezin je bent opgegroeid?A: Ik heb een broer. Mijn vader en mijn moeder. Vroeger heb ik veel huiselijk geweld meegemaakt. Mijn vader mishandelde mijn moeder. Na de scheiding heeft mijn vader mijn moeder nog steeds bedreigd. Mijn vader heeft mijn moeder wel 8 keer met een pistoolop haar hoofd geslagen. We hebben ook in een vrouwenopvang gezeten in [woonplaats 1] en [woonplaats 2] . Maar mijn vader heeft ons daar gevonden en ook bedreigd. Daarna naar [woonplaats 3] ,daar zaten we wel veilig. V: Je hebt ons eerder verteld dat je niet meer bij je moeder woont, maar bij Humanitas. Waarom is dat? A: Ik zit bij Humanitas omdat ik thuis problemen had, en hoe dat is gegaan. Ik ben aangemeld, kreeg ik een intake wat er allemaal precies aan de hand was, en twee weken later kon ik daar terecht. V: Wat is Humanitas eigenlijk? A: Onderdak voor jongeren die geen thuis hebben, die niet meer bij de ouders kunnen wonen. Ze helpen je verder naar een woning. Eigenlijk helpen ze je met alles: uitkering, huis, schulden, noem maar op, al die dingen. V: Heb je nog hulpverlening ergens voor?A: Ja, met mijn begeleider van [naam 2] . Van Humanitas. En ik heb ook vanJarabee een begeleider, [naam 3] . V: Kun je wat vertellen over wie jouw vrienden zijn?A: Ik heb geen vrienden. Ik ga met niemand om. Ik moest van hem van iedereen afstanddoen, dus ik ga met niemand om. V: Wat gebeurde er, begin augustus?A: Hij werd weer agressief naar mij. Hij begon weer te dwingen. Toen moest ik van hem in de prostitutie. Toen werd ik door hem binnengehouden. Ik mocht niets meer van hem. Ik moest mijn telefoon inleveren. Mijn bankpasje inleveren bij hem. Hij heeft ook mijn pincode. Dat moest ik aan hem geven. Hij zei dat hij mijn pasje nodig had. Hij riep daarbij dwingend dat ik aan hem mijn pincode moest afgeven.V: Waardoor had je het idee dat je je pincode echt moest zeggen?A: Hij had me daarvoor al opgesloten, ik mocht geen contact meer met mijn familie en ik moest mijn telefoon ook al aan hem afgeven. Ik had het gevoel dat ik geen keuze had.V: Kun je je de eerste keer herinneren, in deze relatie, dat hij gewelddadig werd naar jou? En hoe ging dat?A: Toen hij me de eerste klap weer gaf, toen had ik iets verkeerd gedaan in de prostitutie.V: Hoe is het zo gekomen dat je voor hem in de prostitutie ging werken?A: Hij zei tegen me, omdat ik ook geen inkomen had, dat ik hem niet kon bieden wat hij wil. Hij had zelf ook geen inkomen. Ik zei dat ik dat niet wilde gaan doen. Ik kreeg toen klappen van hem. Hij zei dat ik dat wel zou moeten, ik had niets te willen.V: Dus je kreeg ook klappen van hem voordat je in de prostitutie ging werken?A: Ja, maar niet zo heftig als toen ik wel in de prostitutie werkte voor hem. Toen werd het erger.V: Had je eerder ervaring in werken in prostitutie? Hoe wist je hoe het gaat?A: Nee, geen ervaring. Hij heeft de sites aangemaakt. Hij vertelde me dat ik zelf moest zeggen hoeveel het zou gaat kosten, hoe lang en wat ik wel en wat ik niet deed.V: Wat kun je er nog meer over vertellen, over de prostitutie? Over hoe het verder ging?A: Ik moest dus in de prostitutie werken van hem. Hij ging foto’s van mij maken. Hij vertelde mij wat ik aan moest en hoe ik moest gaan staan. En toen heeft hij mij op de site gezet.V: En toen?A: Toen stond ik dus op internet. Ik werd gebeld en aan mij werd een sms gestuurd. Als iemand mij belde, dan moest ik de telefoon opnemen. Dat was het enige wat ik van hem mocht. Het contact met de klant, voordat de klant daadwerkelijk belde, dat deed [verdachte] allemaal. Sommige klanten belden eerst, en sommige klanten stuurden eerst een sms en belden daarna. Maar alleen als een klant belde, had ik het contact. Als het andere contact deed [verdachte] . V: Heb je daar wel eens wat van meegekregen?A: Nee. Hij besprak hier niets over met mij. Hij maakte voor mij de keuze wie wanneer zou komen en wat er moest gebeuren.V: Hij had dus altijd je telefoon bij zich?A: Ik heb, in die periode, nooit mijn telefoon in mijn hand gehad. Alleen als mijn broer of mijn schoonzus mij belde, dan kreeg ik mijn telefoon om te reageren. Maar altijd waar hij bij was en op de luidspreker. V: Hoe kwam het contact tot stand met een klant?A: Als een klant belde, moest ik opnemen en de luidspreker aanzetten. Ik moest dan vragen aan de klant hoe lang hij zou willen. Ik moest dan de prijs zeggen. Als de klant wilde afspreken, dan moest ik de straatnaam noemen. Als hij in de straat was, moest de klant mij opnieuw bellen. Dan haalde ik de klant beneden op.V: Hoe wist je welke prijzen je moest noemen?A: Dat heeft hij me vooraf verteld. In de notities, in zijn telefoon, staat een bestand. Daarin kon ik lezen welke prijzen ik moest noemen.V: Wat waren de prijzen?A; een vluggertje was 60, een half uurtje was
- Drie kwartier 120 en een uur was 160 euro.[verdachte] hield op zo’n moment zijn telefoon voor mijn neus.V: Wie bepaalde wat je wel of niet zou doen?A: Hij en de klant. Hij had al bepaald dat ik zou neuken met condoom, niet zoenen. Ik moest eerst pijpen met condoom en later zonder condoom.V: Wat bedoel je daar precies mee, met later zonder condoom?A: In het begin deed ik alleen pijpen met condoom. Ik heb in het begin twee klanten gehad die ik moest pijpen met condoom. Maar het bleek dat er ook veel klanten wilde afspreken die zonder condoom gepijpt wilden worden. Hierdoor liep hij veel inkomsten mis. [verdachte] heeft daarom bepaald dat ik ook moest pijpen zonder condoom. Ik moest daar 30 euro extra voor vragen.V: Wat vond je daarvan, dat je moest pijpen zonder condoom?A: Dat wilde ik niet.V: Heb je dit tegen hem gezegd?A: Ja, maar toen werd hij agressief naar mij toe. Telkens als ik hem tegensprak, werd hij agressief. Ik kon niet anders. Bij de tweede klant heb ik [verdachte] gesmeekt dat ik dit niet wilde doen. Ik vroeg hem om te stoppen met de prostitutie. Ik wilde het echt niet doen. Ik vroeg hem om er alsjeblieft mee te stoppen. Maar [verdachte] werd erg agressief naar mij toe. Hij gaf mij toen weer klappen. V: Waar vond je prostitutie plaats?A: In zijn kamer aan de [adres 1] te Enschede.V: Wat zijn vooral de momenten geweest dat hij geweld gebruikt heeft naar jou toe?A: Dat is vooral wanneer ik iets verkeerd deed in de prostitutie, als ik geen zin had in seks met hem dan dwong hij mij op die manier om toch seks met hem te hebben en als ik, volgens hem, een weerwoord terug had naar hem toe.V: Je zegt dat hij ook jou dwong om met hem zelf seks te hebben. Hoe vaak kwam dat voor?A: Dat heb ik al verteld in mijn eerste verklaring. Dat was vrij vaak.V: Je zegt ook, als je iets verkeerd deed in de prostitutie. Kun je hier een voorbeeld van geven?A: Ik was bij de eerste klant vergeten om het geld, van de klant, aan hem af te geven. Hij appte me, toen de klant er nog was, dat ik niet geluisterd had naar hem. En dat ik straks wel zou zien, als ik klaar was met de klant. Daarna, toen ik de klant naar buiten had gelaten, kreeg ik veel geschreeuw van hem over me heen. En ik kreeg twee vuisten tegen mijn gezicht. Hij sloeg mij met zijn vuist tegen mijn jukbeen of hoofd. Dit deed mij erg veel pijn. Ik schreeuwde van de pijn. Als ik moest huilen, nadat hij mij had geslagen, dan zei hij altijd: “Ga maar weer huilen, jankerd”. V: In hoeverre was je beschikbaar voor het ontvangen van klanten in de prostitutie?A: Elke dag.V: Hoe zagen jouw dagen er uit in de tijd?A: Ik heb wel eens ’s morgens al om 09.30 of 11.00 uur een klant moeten ontvangen. In de kamer, waar we alle twee sliepen, lagen we op een luchtbed. Dit luchtbed lag tegen een verwarming aan. Naast het luchtbed, bij de verwarming, lagen onze telefoons op de grond. Dit was aan de kant waar [verdachte] sliep. Ik kon daarom ook niet ongemerkt op mijn telefoon, dat zou hij in de gaten hebben gehad. Dit deed hij bewust. En het is dus wel eens voorgekomen dat een klant ’s morgens al belde. Ik moest die klant dan te woord staan, op de luidspreker. Mijn dagen zagen er zo uit: Ik moest hele dagen bereikbaar zijn, tot uiterlijk 23.00 uur. Na 23.00 uur gingen we slapen en legde hij de telefoon naast zijn bed. Dan moest ik vaak ook eerst nog seks met hem hebben. Ik deed de hele dag niets. Ik moest telkens bereikbaar zijn voor klanten. Wachten tot iemand belde, zo zag mijn dag eruit.V: Hoeveel klanten kreeg je gemiddeld op een dag?A: Dat was verschillend. 4 of 5 gemiddeld.V: Werd het nog ergens in bijgehouden, hoeveel klanten je kreeg en wat er verdiend werd?A: Nee. En als ik hem vroeg hoeveel geld hij nu had, zei hij: Dat gaat je niets aan.V: Kun je een berekening maken aan de hand van het geld wat de klanten aan jou hebbenafgegeven bij binnenkomst?A: Dat ging soms moeilijk. Als de briefjes geld namelijk dichtgevouwen zaten, dan mocht ik dit niet openvouwen. Ik moest het direct afgeven en [verdachte] ging dan checken of het bedrag klopte. Daardoor weet ik niet hoe veel geld hij had.V: Om toch een soort van berekening te maken hoeveel geld [verdachte] heeft verdiend, kun jeaangeven hoeveel klanten je ongeveer hebt gehad en hoe lang ze zijn gebleven en wat je moest doen?A: Ik heb er gemiddeld 5 per dag gehad. Deze bleven ook vaak een uur. Ik heb ongeveer 10 dagen gewerkt. Ik heb er ook 1 klant gehad van 2 uur. Dat was trouwens bij deze klant thuis. Ik schat dat ik ongeveer 10 klanten heb gehad die ik moest pijpen zonder condoom. Ik heb ook klanten gehad die ik geneukt heb met condoom. En vingeren. Als klanten dit wilde, dan mocht ik dit ook niet weigeren.V: Wij maken een vlugge berekening. Wij komen uit op 5 klanten per dag over en periode van 10 dagen x 160 euro per uur x het aantal van klanten zonder condoom. Dan komen we uit op ongeveer 830 per dag dus ongeveer 8300 voor de hele periode van 10 dagen. Wat vind je daarvan?A: Daar schrik ik echt van. Ik vroeg hem eens om een broek van 20 euro en daar deed hij moeilijk over.V: Wat kun je vertellen over de klant die je thuis bezocht hebt?A: Ik heb in totaal twee klanten thuis bezocht. Dat was beiden in Hengelo. Die klanten vroegen of ik escort deed. Ik wist niet eens wat dat was. [verdachte] heeft toen het geluid uitgedaan van de telefoon. Hij zei tegen me dat ik “Ja” moest zeggen en dat er 50 euro benzinekosten bij zouden komen.V: En toen?A: 1 klant wilde 2 uur afspreken. Dus 160 + 160 + 50 euro benzinekosten. Ik moest me eerstdouchen en klaarmaken. [verdachte] heeft me toen naar deze klant gebracht. Ik moest eerst naarbinnen en het geld aannemen. Dan moest ik dit geld afgeven aan [verdachte] die buiten stond. Dan moest ik weer naar binnen naar die man. En was wel een nette woning, maar ik vond het wel erg om daar te zijn. V: Heb je nog afspraken gemaakt met [verdachte] over jouw veiligheid in die woning?A: Ik had met [verdachte] afgesproken, dat wanneer er iets met mij gebeurde, dan kon ik hem bellen. Dan zou hij komen.V: Wat kun je over die andere escortklant vertellen?A: Hetzelfde als die andere, maar dan voor 1 uur, dus 160 +
- V: In advertenties die door [verdachte] zijn aangemaakt voor jou, welk telefoonnummer is daarin gebruikt?A: Mijn eigen telefoonnummer. Dat heeft [verdachte] zo bepaald.V: In de advertenties zijn foto’s aangetroffen van jou waarin jouw tatoeages goed zichtbaar waren. Wat vind je daarvan?A: Ik had er niets over te zeggen. [verdachte] bepaalde dat voor mij.V: Je vertelde dat [verdachte] jou geregeld omhoog plaatste in jouw advertentie. Hoe deed hij dat?A: Hij regelde dat met zijn eigen bankgegevens. Hij heeft hiervoor betaald. Hij gebruikte daarvoor zijn eigen telefoon. Ik kreeg hiervan de mailtjes binnen, met de bevestiging dat ik omhoog was geplaatst. Volgens mij heeft hij dit wel 4 a 6 keer gedaan. V: Wat heb jij zelf van het geld, wat jij verdiend hebt in de prostitutie, meegekregen?A: Helemaal niks. V: Was dat altijd op je gezicht? A: Meestal wel. Ik ben ook wel eens op mijn ribben of armen geslagen. A: Ik heb echt gewoon, echt angst voor hem, echt angst, dus. V: Nadat je uit Leeuwarden terug was. A: Ja de laatste periode eigenlijk was meer prostitutie. Ja. V: Meer prostitutie. A: Ja en klappen. V: En klappen. A: Ja. V: Maar hoe vaak, het was meer, maar hoe vaak heeft hij jou ongeveer toen nog gedwongen? Tot seks? A: Nou, ik denk misschien, ik denk
- V: Ja? A: Ja, maar de laatste keer dat ik gedwongen seks met hem had, dat was tijdens de prostitutie. V: Hmmm. A: Want uhm, ik moest als ik klaar was zeg maar, met de mannen. Waarmee ik naar bed moest. V: Hmmm. A: Moest ik douchen en me helemaal schoonmaken en daarna wou hij seks met mij. Maar ik heb op dat moment, ik doe al iets wat ik niet wil. Ik lig met iemand, andere man in bed wat ik niet wil. Ik voel mij daar vies bij, ik vind het gewoon niet fijn. En dan wil hij ook nog iets van mij. En ik legde hem dat vaak genoeg uit, ik zeg: [verdachte] . Uhm? Ik zei, ik legde hem ook vaak genoeg uit van dat ik het niet meer wil, en dat ik het vies vind als hij dan ook nog in mij gaat. Maar uhm, ja het boeide hem niet echt en hij zei gewoon tegen mij dat ik hem moet geven wat hij wil. A: Ja we lagen gewoon met z’n tweeën in bed en hij begon aan mij te zitten. Aan mijn been en hij ging aan mijn kut zeg maar. En begon aan mij te zitten. En ik zei tegen hem: [verdachte] ik heb nu geen zin, ik wil dit niet. En uhm? Hij zei tegen mij: je bent mijn vrouw en je moet mij geven wat ik wil. Dus uhm? Ik had, ik had geen behoefte in hem, ik had, ik was al, toen dan, omdat ik die prostitutie van hem allemaal moest doen, ik was al af keer van hem, ik wou het gewoon niet meer, ik vond het gewoon vies, ook met hem naar bed te gaan. A: Ja. Ja wat ik net al aangaf, ik ben gewoon bang voor hem en ik deed het maar gewoon. V: Hmmm, en dat naar de keel pakken, weet jij ook waarom hij dat deed? Tijdens de seks? A: Nee want als ik een, het was meer wanneer ik geen zin had, dan kreeg ik vaak dat. Het was nooit echt wanneer ik wel gewoon normaal seks met hem had, dat ik dat op mijn keel kreeg. V: Hè, want je legt hem er zo om, wat voel jij dan? Als die dat doet? A: Ja druk op mijn keel en dat ik stik. V: Dat jij stikt. A: Ja. V: Dat het daar ook wel eens te maken kon hebben? Met je verstandelijke beperking? A: Nnja nou ik weet het niet, maar ik heb een uitslag gekregen, dat ik een verstandelijke beperking heb. En een stressstoornis heb en een depressief? Depressie? Of zo? Dus ik denk het wel. Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] , pagina’s 932 en 933, voor zover inhoudende: V: Waar gaat dit bericht over? A: Dat was in de tijd dat ik door [verdachte] ben opgesloten. Ik moest in plassen en dat had ik geappt. Hij appte toen terug dat ik maar in het potje moest plassen. Dat heb ik toen ook gedaan. Toen heb ik gezegd dat ik weg wilde, waarop hij heeft gezegd: je zult wel zien. V: Wat zal hij daarmee bedoelt hebben? A: Klappen, want toen hij terug kwam heb ik ook klappen van hem gekregen. Ik moest toen echt nodig naar de wc en heb op dat potje geplast. Hij werd toen boos omdat zijn kamer naar pies zou ruiken, maar ik moest echt heel nodig. Ik moest wel. V Hoe ging dat met die klappen? A: Met de vuisten. Meestal kreeg ik die in mijn gezicht. Soms op mijn arm of been. Ik probeerde altijd af te wijken, maar hij heeft veel meer kracht dan mij. Ik kon niet veel. V: Waarom zat jij opgesloten? A: Ik mocht geen contact met mijn familie en in die tijd, moest ik voor hem werken. Ik moest voor hem werken en als ik weg zou gaan, zou ik een probleem krijgen. V: Hoe lang zat jij opgesloten? A: Bijna twee weken. V: Wanneer ben jij opgesloten geweest? A: Dat was twee weken voordat ik mijn eerste gesprek hierover bij de politie had. V: Waar ben je opgesloten geweest? A: Op de [adres 1] te Enschede. V: Hoe vaak heb jij in die twee weken klappen gehad? A: Elke dag. Dat was omdat ik niet luisterde of dat ik tegen sprak of een grote mond had of omdat ik iets niet met een klant wilde. Ik heb ook wel eens klappen gehad omdat ik iets niet met [verdachte] wilde doen, wat hij wel wilde. Ik bedoel dan seks hebben met hem. V: Wat was dat iets niet goed doen bij de klant? A: De lamp aan doen bij een klant, dat mocht niet en het afdragen van geld, dat had ik niet gelijk gedaan toen ik het kreeg. Er staat ook nog wel zo’n gesprek in mijn telefoon. Die voorvallen met het licht en het geld zijn in die twee weken gebeurd. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1113, voor zover inhoudende: V: Oké... Uhm, vorige verhoor hebben we het daar ook over gehad. Kun je ons nog een keer uitleggen, want jij hè, jij verklaart dat jij opgesloten hebt gezeten. Uhm kun je aan ons uitleggen uhm.. Ja welke mogelijkheden je wel en welke mogelijkheden je niet had? Uhm, het zit, de kamer zit op de eerste verdieping. A: Voor mij is er geen mogelijkheid, dat, ten eerste, hij had mijn locatie, dus hij zou het sowieso zien als ik weg zou gaan. Uhm... Als ik weg zou gaan, had ik een probleem gekregen. Het enigste mogelijkheid wat ik zou kunnen hebben, is uit de raam te gaan springen. Maar die, voor mij was die mogelijkheid er niet. Misschien als je nu nadenkt van, ja dat had wel een mogelijkheid kunnen zijn, maar op dat moment, denk je daar niet bij na, omdat, ik weet hoe hij is, hij kijkt om de minuut naar mijn locatie. Als hij ziet dat ik niet meer op die plek ben, volgt hij mijn locatie. Heb ik alsnog een probleem. Dus, en ik krijg klappen van hem, dus ik had geen mogelijkheid, om weg te kunnen zeg maar.
- Het proces-verbaal van verhoor van [naam 1] , pagina 672, voor zover inhoudende: V: Kun je je nog herinneren wanneer ze een relatie kreeg met [verdachte] ?A: Dat weet ik niet precies. Dat zal ongeveer 3 maanden geleden zijn of zoiets. Toen vertelde ze me dat ze weer een relatie had met [verdachte] . Ik wist dat het mis was. Toen mocht ze al niet zoveel meer van hem.V: Wat mocht ze dan niet meer van hem?A: Ze mocht niet naar buiten, niet afspreken met vriendinnen, niet eens alleen naar de winkel.V: Heb je wel eens proberen af te spreken met [slachtoffer 1] , in de tijd dat ze een relatie had met [verdachte] ?A: Voor haar relatie met [verdachte] was ik elke dag bij haar. Toen ze een relatie kreeg, zagen we elkaar niet meer