vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer / rolnummer: C/08/264533 / KG ZA 21-94 Vonnis in kort geding van 17 mei 2021 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JOHOBRO B.V., gevestigd te Deventer, 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat mr. P.F. Schepel te Deventer, tegen 1. de vennootschap onder firma [gedaagde 1] , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , 2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats] , 3. [gedaagde 3], wonende te [woonplaats] , gedaagden, advocaat mr. W.A. van Overbeek de Meyer te Deventer. Partijen zullen hierna Johobro c.s. (dan wel afzonderlijk Johobro en [eiser 2] ) en [gedaagde 2] c.s. (dan wel afzonderlijk de vof, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] ) genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 12 april 2021 met 7 producties de e-mail van [gedaagde 2] c.s. van 28 april 2021 met de conclusie van antwoord in kort geding en 20 producties de e-mail van Johobro c.s. van 29 april 2021 om 11:46 uur met de pleitnota en productie 8 t/m 12 de e-mail van [gedaagde 2] c.s. van 29 april 2021 om 13:35 uur met productie 21 en 22 de e-mail van Johobro c.s. van 29 april 2021 om 17:12 uur de e-mail van [gedaagde 2] c.s. van 30 april 2021 om 10:15 uur de e-mail van Johobro c.s. van 30 april 2021 om 13:37 uur met bijlage de mondelinge behandeling via Skype op 30 april 2021 om 14:00 uur. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser 2] is bestuurder en enig aandeelhouder van Johobro. 2.2. In 1997 is de vof door wijlen [X] , de vader van [gedaagde 2] , opgericht. De vof houdt zich bezig met de verhuur en lease van machines en werktuigen en het plaatsen en afvoeren van containers voor particulieren en bedrijven. Daarnaast houdt de vof zich bezig met het afvoeren van afval, houtverkoop en in- en verkoop van sloopmaterialen. Vanaf 1 januari 2003 hebben [gedaagde 2] en [gedaagde 3] de vof overgenomen. 2.3. [A] Beheer B.V. (hierna: [A] ) is eigenaar van het perceel kadastraal bekend gemeente Deventer, sectie C, nummer 2080, plaatselijk bekend Sint Olafstraat 12002 (A) te Deventer (hierna: het perceel). Op het perceel zijn een kantoorgebouw, loodsen en opslagterrein gesitueerd. Bestuurder en enig aandeelhouder van [A] was [X] . 2.4. Vanaf 1997 verhuurt [A] het perceel aan de vof. Artikel 14 van de huurovereenkomst d.d. april 2010, aangevuld op 4 juli 2014, luidt als volgt: KOOPOPTIE Artikel 14: 1. Indien en zodra de verhuurder het gehuurde wenst over te dragen, op welke wijze dan ook, dient hij het gehuurde door middel van een aangetekende brief eerst te koop aan te bieden aan de huurder. Het is de verhuurder niet toegestaan het gehuurde gedeeltelijk te vervreemden, tenzij partijen anders overeenkomen. 2. Indien de huurder het gehuurde wenst te kopen zal hij dit uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van het in lid 1 bedoelde bericht bij aangetekende brief meedelen aan de verhuurder, bij gebreke waarvan het recht van de huurder vervalt. 3. Indien partijen na bevestigend bericht als bedoeld in lid 2 niet binnen drie maanden tot overeenstemming komen omtrent de koopprijs en overige voorwaarden, zal de koopprijs bindend worden vastgesteld door drie makelaars. Elke partij wijst een makelaar aan, welke gezamenlijk een derde aanwijzen. Bij gebreke van overeenstemming over de prijs beslist de laatst bedoelde makelaar. De taxatiekosten worden door elk der partijen bij helfte gedragen. Nadat hij het taxatierapport houdende de taxatieprijs heeft ontvangen dient de huurder binnen twee weken bij aangetekende brief mee te delen of hij het gehuurde tegen de getaxeerde prijs wil kopen, bij gebreke waarvan zijn recht vervalt. 4. (…). 5. (…). 2.5. Op 6 april 2015 is [X] overleden. 2.6. Nadat eerst de zus van [gedaagde 2] daartoe was aangewezen, heeft de kantonrechter van deze rechtbank bij beschikking van 28 maart 2018 Bonnerman & Partners B.V. te Deventer (mr. D. Bos) tot executeur benoemd in de nalatenschap van [X] . 2.7. Bij aangetekende brief van 1 maart 2019 heeft de executeur conform artikel 14 van de huurovereenkomst het perceel aan de vof te koop aangeboden tegen een koopsom van € 250.000,00 k.k. Daarin staat het volgende vermeld: Bijzonderheden: De koopsom is gebaseerd op het feit dat er van bodemverontreiniging geen sprake is. In casu bedoelen wij met bodemverontreiniging dat uit recent onderzoek blijkt dat de streefwaarden de norm overschrijden en dit leidt tot verplichting tot sanering. Als norm wordt gesteld: onbelemmerd gebruik van de locatie o.b.v. de vigerende bestemming, zijnde bedrijventerrein (zie bijlage). 2.8. Op 6 maart 2019 zou [eiser 2] met [gedaagde 2] en [gedaagde 3] een samenwerkingsovereenkomst zijn aangegaan, waarin onder meer het volgende is opgenomen: 2. Grond en weegbrug [gedaagde 2] koopt de grond aan de St Olafstraat aan en verkoopt en levert deze – tegen dezelfde prijs en voorwaarden – op dezelfde dag door aan [eiser 2] . [eiser 2] zal de koopprijs voor de grond betalen en zal in een weegbrug investeren. Ook zal [eiser 2] eventueel de daarvoor benodigde sanering van de afgegraven grond voor zijn rekening nemen. 2.9. Bij brief van 15 maart 2019 heeft de vof in verband met de kosten van sanering van de bodemverontreiniging ter plaatse van het perceel aan de executeur een tegenbod van € 1,00 gedaan, waarbij de vof aan de heer mr. [B] een volmacht heeft verleend om namens de vennoten “op te treden bij de uitoefening van het optierecht als genoemd in de huurovereenkomst (…)”. 2.10. Bij e-mail van 9 april 2019 heeft de executeur dit tegenbod van de vof afgewezen. 2.11. Bij e-mail van 24 april 2019 heeft de executeur de vof verzocht een nieuw voorstel te doen. 2.12. Bij beschikking van 24 maart 2021 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank Johobro c.s. verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag tot levering ten laste van [A] op het perceel. Op 26 maart 2021 heeft Johobro c.s. dit beslag aan [gedaagde 2] c.s. laten betekenen. 2.13. Op 26 maart 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen enerzijds [gedaagde 2] en zijn adviseur, de heer [C] , en anderzijds [eiser 2] en [B] . Van dit gesprek heeft [B] een kort verslag gemaakt, dat hij op dezelfde dag aan [C] heeft gemaild: (…). Waar ik blij mee was dat ze zich wel herinnerden dat het destijds allemaal begon omdat [gedaagde 2] er “tussen is geschoven” omdat [eiser 2] ’s bod was afgewezen door de rechter, nadat [D] het bod had geaccepteerd. (…). Voor de goede orde leg ik even vast wat er volgens mij besproken is: 1. Uiteindelijk verkrijgt [eiser 2] de grond waartegenover [eiser 2] ca 61.000 plus nadere kosten van [D] zal betalen. Dit zal in overleg met [D] verdeeld worden over grond en huur plus kosten. Oftewel [eiser 2] zorgt voor een bedrag van 71.000 zodat [D] de boedel zonder schulden kan afsluiten. 2. [eiser 2] wil wel doorwerken met [gedaagde 2] , maar accepteert [gedaagde 3] op dit moment niet. Er moet een oplossing worden gezocht voor de administratie van [gedaagde 2] . 3. [gedaagde 2] zal door kunnen werken zolang hij wil met gebruikmaking van zijn eigen spullen en die van [eiser 2] zonder dat daar een vergoeding tegenover zal staan. 4. [gedaagde 2] zal geen huur hoeven te betalen. Indien er huur wordt berekend zal deze huur weer op een andere wijze in dezelfde periode terugvloeien aan [gedaagde 2] . 5. [eiser 2] betaalt de achterstallige huur maar heeft daarbij bedongen dat de vrachtwagen, shovel, heftrucks en containerbakken zodra [gedaagde 2] stopt om niet eigendom zullen zijn van [eiser 2] (uiteraard zal ook bij tussentijdse verkoop daarvan de opbrengst aan [eiser 2] toevallen. Voor de overige goederen heeft [eiser 2] geen interesse. 6. Uiteraard zal aan [gedaagde 2] geen bedrag in rekening worden gebracht voor “kosten inzake aankoop grond” en “gebruik van vrachtwagen heftruck etc. 7. Er zal een nabetalingsregeling komen waarbij [gedaagde 2] de komende vijf jaar van een eventuele verkoopopbrengst boven de € 350.000 het eerste jaar 25% ontvangt, het tweede jaar 20, het derde 15, het vierde 10 en het vijfde 5. [eiser 2] wil geen langere periode maar is wel bereid in de percentages gedurende die vijf jaar te schuiven. Zelfs het voorbeeld van 50% gedurende vijf jaar is genoemd. Ik geloof dat ik dit gesprek zo correct heb vastgelegd in een niet juridische taal en hoop dat je hier een mooi stuk van kan maken waar beide partijen tevreden mee zijn. 2.14. Bij e-mail van 1 april 2021 heeft [gedaagde 2] c.s. de in 2.9 bedoelde volmacht per direct ingetrokken. 2.15. Bij brief van 15 april 2021 heeft [gedaagde 2] c.s. wegens dwaling de vernietigbaarheid van de in 2.8 bedoelde samenwerkingsovereenkomst ingeroepen. 2.16. In hun taxatieverslag van 19 april 2021 hebben [E] en [F] , beiden makelaar en beëdigd taxateur, de marktwaarde van het perceel vastgesteld op nihil. 3Het geschil 3.1. Johobro c.s. vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: (I) [gedaagde 2] c.s. zal veroordelen binnen zeven dagen na betekening van het vonnis samen met Johobro een notariële akte op te maken, waarbij de vof het perceel direct aansluitend aan de levering daarvan door [A] aan de vof levert aan Johobro tegen gelijktijdige betaling door [eiser 2] via de betreffende notaris van de koopsom van € 25.000,00, een bedrag van € 40.000,00 aan achterstallige huur met boetes en rente, de kosten van de levering en de in verband daarmee verschuldigde belasting en daartoe op eerste verzoek alle door de betrokken notaris redelijkerwijs verlangde medewerking te verlenen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag tot een maximum van € 250.000,00; (II) zal bepalen dat het vonnis 14 dagen na betekening daarvan zo nodig in de plaats treedt van de voor het opmaken van de hiervoor onder (I) bedoelde akte vereiste medewerking van die gedaagde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.