← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2021:2472

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 8795805 \ CV EXPL 20-2714 Vonnis van 8 juni 2021 in de zaak van de naamloze vennootschap ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,gevestigd te Utrecht, eisende partij, hierna te noemen Zilveren Kruis, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , verschenen in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 23 maart 2021, - de akte van Zilveren Kruis van 6 april
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling Hoofdsom 2.
  4. [gedaagde] heeft een zorgverzekering voor zichzelf en zijn partner [A] (hierna: partner) gesloten bij Zilveren Kruis. Zilveren Kruis vordert betaling van de zorgverzekeringspremie over de maanden mei en juni 2020 door [gedaagde] . Zij vordert hiervoor € 333,00 of – als blijkt dat Zilveren Kruis de betaling ten onrechte in een maandbetaling heeft omgezet – een bedrag van (€ 333,00 minus € 39,96 is) € 293,04 aan hoofdsom. 2.
  5. Volgens Zilveren Kruis heeft [gedaagde] in januari 2020 weliswaar de volledige jaarpremie van € 1.871,29 vooruit betaald, maar heeft [gedaagde] in april 2020 de jaarlijkse betaling omgezet naar maandelijkse betaling. Zilveren Kruis stelt dat zij daarom een bedrag van € 1.180,29 aan [gedaagde] heeft terugbetaald. Dit bedrag bestaat uit de door [gedaagde] betaalde jaarpremie minus de maandpremies voor de maanden januari tot en met april 2020 (vier keer € 166,50) en minus een bedrag van € 25,00 aan incassokosten. 2.
  6. Bij akte van 6 april 2021 heeft Zilveren Kruis schermprints overlegd uit haar boekhoudsysteem waaruit blijkt dat op 15 april 2020 een bedrag van € 1.180,29 is overgemaakt naar [gedaagde] . [gedaagde] heeft nagelaten hierop te reageren. 2.
  7. Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet worden vastgesteld of Zilveren Kruis in opdracht van [gedaagde] de jaarlijkse betaling in een maandbetaling heeft omgezet. Zilveren Kruis heeft verwezen naar een brief van 9 april 2020, gestuurd aan het adres van [gedaagde] , waaruit dit zou blijken. Dit betreft evenwel een brief die alleen betrekking heeft op de medeverzekerde partner van [gedaagde] en [gedaagde] heeft de ontvangst van deze brief betwist. 2.
  8. Nu Zilveren Kruis wel heeft aangetoond dat het genoemde bedrag is teruggestort, is [gedaagde] het restantbedrag van de jaarpremie nog verschuldigd aan Zilveren Kruis. [gedaagde] heeft verder niets aangevoerd dat aan toewijzing van dat deel van de vordering in de weg staat. De kantonrechter zal de gevorderde hoofdsom van € 293,04 dan ook toewijzen. Zwarte lijst 2.
  9. [gedaagde] vordert dat hij en zijn partner van de zogenaamde zwarte lijst worden verwijderd. Bij akte van 6 april 2021 stelt Zilveren Kruis dat [gedaagde] over de maanden mei 2020 tot en met oktober 2020 een premieachterstand van zes maanden heeft. Zij heeft [gedaagde] en zijn partner daarom, conform de Regeling wanbetalers van de Zorgverzekeringswet, aangemeld bij het CAK. Volgens Zilveren Kruis is [gedaagde] bij twee en vier maanden achterstand geïnformeerd dat hij en zijn partner bij zes maanden achterstand bij het CAK aangemeld zouden worden. Zilveren Kruis meent dan ook dat deze aanmelding terecht is. [gedaagde] heeft nagelaten om hierop te reageren en zijn vordering nader te onderbouwen. 2.
  10. Nu onbetwist kan worden vastgesteld dat [gedaagde] een premieachterstand van zes maanden heeft zal de vordering van [gedaagde] als onvoldoende gemotiveerd worden afgewezen. Wettelijke rente 2.
  11. Zilveren Kruis vordert betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom. De wettelijke rente zal als op de wet gegrond en niet weersproken worden toegewezen als na te melden. Buitengerechtelijke incassokosten 2.
  12. Zilveren Kruis maakt aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, nu het verzuim na 30 juni 2012 is ingetreden. De door Zilveren Kruis verzonden aanmaning van 5 augustus 2020 voldoet aan de in artikel 6:96, zesde lid, BW gestelde eisen. Nu Zilveren Kruis haar eis heeft verminderd en nog slechts een bedrag van € 293,04 aan hoofdsom vordert, zal de kantonrechter hierover een bedrag van € 53,19 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief BTW toewijzen, overeenkomstig het in het genoemde Besluit bepaalde tarief. Proceskosten 2.
  13. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Zilveren Kruis begroot op: - Dagvaarding: € 83,38 o Informatiekosten: € 3,45 o Toeslag BTW-schade: € 18,23 Griffierecht: € 124,00 Salaris gemachtigde: € 150,00 (2,0 punten x tarief € 75,00) Totaal: € 379,06 3De beslissing De kantonrechter 3.
  14. veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis tegen behoorlijke kwijting een bedrag van € 293,04 aan hoofdsom te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over dit bedrag vanaf opeisbaarheid tot de dag van volledige voldoening, 3.
  15. veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis tegen behoorlijke kwijting een bedrag van € 53,19 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief BTW te voldoen, 3.
  16. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Zilveren Kruis begroot op € 379,06, 3.
  17. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  18. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. U van Houten op 8 juni 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.