RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige economische kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer : 84/175756-20 (P) Datum vonnis : 21 juni 2021 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] (Polen), wonende aan [adres 1] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 4 maart 2021 en 7 juni
(2018)vuurwerk verkopen en de WhatsApp van [medeverdachte] van 13 december 2019 waarin hij schrijft ‘’vorig jaar was kinderspel’’. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen verder af dat verdachte en [medeverdachte] allebei een belangrijke rol in het geheel hebben gehad. Zo was het veelal [medeverdachte] die de huurauto regelde waarmee ze naar Polen reden. Verdachte vormde een onmisbare schakel bij de inkoop van het vuurwerk. Hij voerde in Polen, zijn geboorteland, immers het woord in de winkels waar ze het vuurwerk kochten. [medeverdachte] stelde vervolgens de bestellijst op, waarna verdachte en [medeverdachte] allebei contact onderhielden met de afnemers van het vuurwerk. Dit leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe dat verdachte in een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte] een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het ten laste gelegde feit. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen. 4.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat: hij in de periode van 1 december 2018 tot en met 13 december 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten: - 32 stuks Shells (Mortierbommen) (naam onbekend, producent Triplex) en - 50 stuks vuurpijlen (Signaalraket/ lawinepijl) (naam Rakieta) en - 1 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed 1) (naam Tytan 200 SHOTS) en - 1 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed 2) (naam TWIST 19s) en - 1 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed 3) (naam MONSTER) en - 1 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed 4) (naam TITAN) en - 1 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed 5) (naam CALIBER 50mm) en - 1 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed 6) (naam AMAZING) en - 1 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed 7) (naam BLACKOUT) en - 1 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed 8) (naam Star Trek s.36) en - 1 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (flowerbed 9) (naam 1 inch 300SHOTS CAKE) en - 1 stuks Bangers (knalvuurwerk) (naam Cobra 6) en - hoeveelheden professioneel knalvuurwerk (waaronder vuurpijlen, Dumbum 5kg, Fp3 (nitraten), Tb5 en Poolse Romeinse kaars), binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. 5De strafbaarheid van het bewezen verklaarde De raadsman heeft, onder verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 oktober 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:8857), ontslag van alle rechtsvervolging bepleit wegens niet kwalificeerbaarheid van het feit. De juridische discussie die in voornoemd arrest centraal staat, heeft betrekking op – kort gezegd – het opslaan en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk en niet op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van professioneel vuurwerk, wat verdachte wordt verweten. Op dat laatste punt bestaat derhalve geen overlap tussen het eerste en het derde lid van 1.2.
- Vuurwerkbesluit. De rechtbank zal het verweer van de raadsman dan ook verwerpen. Ook overigens zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit, artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet economische delicten. Het primair bewezen verklaarde levert op: het misdrijf: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan. 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft benadrukt dat de overtreding van het Vuurwerkbesluit, gelet op het strafblad van verdachte, een eenmalige gebeurtenis is geweest. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is om die reden, en vanwege het tijdsverloop tussen de aanhouding en de behandeling ter terechtzitting, niet passend, aldus de raadsman. Volgens de raadsman kan worden volstaan met een taakstraf van 240 uren in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. Verdachte heeft zich van 1 december 2018 tot en met 13 december 2019, als medepleger, schuldig gemaakt aan het binnen Nederland brengen van professioneel vuurwerk. Hij en medeverdachte [medeverdachte] reden in voornoemde periode meerdere keren naar Polen en kochten daar vuurwerk. Bij de inkoop van het vuurwerk in Polen had verdachte een belangrijke rol in het contact met hun verkopers. Terug in Nederland stalden zij dit vuurwerk vervolgens ten behoeve van de verkoop – als een soort ‘’showroom’’ – uit in de loods van [medeverdachte] . Op 13 december 2019 trof de politie in deze loods 196,8 kilogram professioneel vuurwerk aan, waaronder zogenoemde mortierbommen. Het is algemeen bekend dat vuurwerk gevaar kan opleveren. Dat geldt zeker voor professioneel vuurwerk, dat een substantieel zwaardere of explosievere lading bevat dan het vuurwerk dat in Nederland aan consumenten verkocht mag worden. Ontploffing van dit vuurwerk tijdens het vervoer had dan ook enorme gevolgen kunnen hebben voor de omgeving. Ook het afsteken van professioneel vuurwerk brengt risico’s met zich mee, niet alleen voor degene die het afsteekt, maar ook voor de omstanders. Ernstige gehoorbeschadiging, zwaar lichamelijk letsel of zelfs overlijden kan daarvan het gevolg zijn. Dat verdachte niet heeft stilgestaan bij deze risico’s, maar in plaats daarvan alleen zijn eigen financiële belangen voor ogen heeft gehad, neemt de rechtbank hem kwalijk. In de Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten van het Openbaar Ministerie staat als uitgangpunt dat bij het binnen Nederland brengen van in totaal 196,8 kilogram professioneel vuurwerk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt gevorderd. De officier van justitie heeft bij de formulering van haar strafeis genoemde richtlijn als uitgangspunt genomen. De rechtbank overweegt als volgt. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld wegens een overtreding van het Vuurwerkbesluit. Wel is hij vanaf 2005 geregeld in aanraking gekomen met politie en justitie en veroordeeld tot onder meer geldboetes, taak- en gevangenisstraffen wegens verschillende andersoortige strafbare feiten, waaruit het beeld opkomt dat verdachte moeite heeft met autoriteit of hiërarchie. Voor dit beeld wordt bevestiging gevonden in de omstandigheid dat verdachte op geen enkel moment inzicht heeft gegeven in zijn overige persoonlijke omstandigheden. Zo heeft hij geen of niet serieus antwoord gegeven op vragen van de politie naar zijn verblijfplaats, relatie, werk, drankgebruik en gezondheid. De reclassering heeft geen rapport over verdachte kunnen uitbrengen, omdat het niet is gelukt contact met hem te krijgen. De zitting van 7 juni 2021 heeft verdachte, naar eigen zeggen vanwege hoofdpijn en verkoudheidsklachten, aan zich voorbij laten gaan. Nu de rechtbank geen omstandigheden bekend zijn die aanleiding zouden kunnen geven om van voornoemde richtlijn, in het voor- of nadeel van verdachte, af te wijken, zal de rechtbank hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De rechtbank acht het niet zinvol om hiervan een deel voorwaardelijk op te leggen, omdat eerdere veroordelingen verdachte er ook niet van hebben weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. Het voorgaande brengt de rechtbank resumerend tot het oordeel dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden passend en geboden is. 8De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 47, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: het misdrijf: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden. Dit vonnis is gewezen door mr. H. Manuel, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 juni
- Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Noord-Nederland, district Fryslân, basisteam Leeuwarden, met proces-verbaalnummer PL0100-2019335375-
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Proces-verbaal van bevindingen, van 13 december 2019 (bijlage 3). Een geschrift, zijnde een vervoerdocument, van 13 december 2019 (bijlage 8). Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, van 24 januari 2020 (bijlage 47). Proces-verbaal van bevindingen, van 18 december 2019 (bijlage 34), met bijlagen, zijnde een uitdraai van de WhatsApp-gesprekken. Proces-verbaal van bevindingen, van 5 juni 2020, blad 10 onderaan en 11 bovenaan. Een geschrift, zijnde een uitdraai van de WhatsApp-gesprekken (bijlage 35). Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] , van 16 december 2019 (bijlage 28).