RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer : 9150895 EJ VERZ 21-96 Beschikking van de kantonrechter van 6 juli 2021 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, tevens te noemen [verzoekster] , gemachtigde: mr. L.L. van Dijk, advocaat te Enschede, tegen de besloten vennootschap Gouden Zorg B.V. statutair gevestigd en kantoorhoudende te Hengelo, gedaagde partij, tevens te noemen Gouden Zorg, gemachtigde: mrs. J.P.V. van Ruiven en I. Lintsen, advocaten te Enschede. 1De procedure 1.1. [verzoekster] heeft een verzoekschrift met producties ingediend waarin zij primair verzoekt om vernietiging van het haar door Gouden Zorg gegeven ontslag op staande voet, alsmede om Gouden Zorg te veroordelen de bedrijfsarts in te schakelen en [verzoekster] , zodra zij hersteld is, weer toe te laten tot het verrichten van de gebruikelijke werkzaamheden en tot (door)betaling van het (achterstallige) salaris. Tevens verzoekt [verzoekster] om Gouden Zorg te veroordelen tot afgifte van de jaaropgave 2020 en correcte loonstroken vanaf januari 2020 en tot betaling van € 5.000,00 wegens materiële en immateriële schade. Subsidiair verzoekt [verzoekster] om een verklaring voor recht dat het op 16 februari 2021 gegeven ontslag op staande voet onrechtmatig is en om aan haar als gefixeerde schadevergoeding tenminste één maandsalaris toe te kennen, alsmede de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 42.000,00. Tevens verzoekt zij Gouden Zorg te veroordelen in de kosten van deze procedure. 1.2. Gouden Zorg heeft een verweerschrift met producties tevens houdende tegenverzoek tot toekenning gefixeerde schadevergoeding en voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend. Gouden Zorg concludeert tot afwijzing van de verzoeken van [verzoekster] , onder toekenning van schadevergoeding en veroordeling in de kosten. In het voorwaardelijk tegenverzoek wordt verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen, indien deze niet reeds op 16 februari 2021 is geëindigd, te ontbinden op zo kort mogelijke termijn, zonder toekenning van een vergoeding aan [verzoekster] . 1.3. Op 8 juni 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen zijn verschenen. De gemachtigde van [verzoekster] heeft het verzoek toegelicht en daarbij gebruik gemaakt van pleitnotities. De gemachtigde van Gouden Zorg heeft het verweer, het tegenverzoek en het voorwaardelijk tegenverzoek toegelicht en daarbij gebruik gemaakt van pleitaantekeningen. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling zijn door beide partijen aanvullende producties toegezonden. 1.4. Vervolgens is beschikking bepaald op heden. 2De feiten 2.1. [verzoekster] , geboren [1984] , is op 1 september 2018 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Gouden Zorg. De laatste functie die [verzoekster] vervulde, is die van coördinerend wijkverpleegkundige voor 36 uur per week met een salaris van € 3.240,75 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. 2.2. Gouden Zorg is een onderneming die thuiszorg aanbiedt. De heer [A] (hierna te noemen: Harutunian) is enig aandeelhouder en bestuurder van Gouden Zorg. [A] is de leidinggevende van [verzoekster] . 2.3. [verzoekster] werkt gewoonlijk twee dagen per week op kantoor in Hengelo en twee dagen per week thuis. [verzoekster] gebruikt voor het werk, zowel op kantoor als thuis, een aan haar door Gouden Zorg beschikbaar gestelde laptop en mobiele telefoon. 2.4. Gedurende de periode van 6 januari 2021 tot en met 27 januari 2021 is [verzoekster] niet aanwezig geweest op kantoor in verband met verplichte quarantaine vanwege COVID-19 en een geplande kijkoperatie. Hierbij was zij vanaf 19 januari 2021 niet meer in staat thuis werkzaamheden te verrichten. Aansluitend heeft [verzoekster] vanwege ernstige ziekte van haar moeder met instemming van de werkgever verlof opgenomen. 2.5. Op maandag 15 februari 2021, de eerste dag dat [verzoekster] weer op kantoor aanwezig was, was er een gesprek gepland tussen [verzoekster] en [A] . Het gesprek is ontaard in ruzie, waarna [verzoekster] zich heeft teruggetrokken in haar eigen kantoorruimte en [A] het kantoor heeft verlaten. 2.6. [verzoekster] heeft later die middag het kantoor verlaten met medenemen van de laptop en de mobiele telefoon. 2.7. Op 15 februari 2021 om 22.11 uur ontvangt [verzoekster] in de beveiligde werkomgeving per e-mail een brief van [A] . “Betreft: overtreding Beste [verzoekster] , (…) 15 februari 2021 was jij aanwezig op kantoor om jouw werkzaamheden te verrichten voor Gouden Zorg B.V. waar jij in dienst bent als [verzoekster] in de functie “Coördinerend Wijkverpleegkundige”. Eigenaar van Gouden Zorg B.V. of te wel jouw werkgever, heeft jou meerdere malen verzocht om de software, cliëntdossiers, kopieën, correspondentie en de laptop die wordt gebruikt tijdens het gebruik van jouw werkzaamheden achter te laten op kantoor voordat je het kantoor zou verlaten bij het einde van je werkdag van 15 februari 2021. Dit heeft de werkgever van je gevraagd om de gegevens en de veiligheid van zijn cliënten te beschermen als zorgaanbieder. [A] is namelijk als eigenaar van Gouden Zorg B.V. verantwoordelijk voor wat er gebeurd in en rondom de cliëntgegevens die zich bevinden in het kantoor. Dit maakt het onduidelijk wat er zou kunnen gebeuren met de cliëntgegevens aangezien dit niet onder beschikking is van de werkgever en hij hier op dit moment ook geen zicht op heeft. (…) Los dat er een verbintenis in de arbeidsovereenkomst is overtreden is ook een wet overtreden waar iedere burger zich aan moet houden volgens de AGV privacy wetgeving. Ook is echter hierbij art. 8 Geheimhouding en verklaring omtrent gedrag lid 2 overtreden die jullie samen overeen zijn gekomen in de arbeidsovereenkomst. (…) Werkgever [A] , eigenaar van Gouden Zorg B.V. had jou noodzakelijk en uitdrukkelijk vermeld om de laptop niet mee te nemen zonder zijn verzoek, maar dit is echter wel gebeurd. Het is namelijk niet toegestaan om verzoeken te negeren wat wordt opgelegd door de werkgever. Nadat de werkgever terug was gekomen van zijn afspraak had hij de laptop niet weer gevonden. Het doel om de laptop mee te nemen zonder hiervoor toestemming voor hebben te gekregen is niet duidelijk. Dit wordt nog nader onderzocht. Graag zou de werkgever willen weten wat hiertoe de aanleiding tot was en of jij dit zou kunnen toelichten. Dit zie ik schriftelijke tegemoetkomen. Indien de werkgever geen toelichting van jou zou ontvangen om het bovenstaande toe te lichten aan de werkgever ben ik bereid in het kader van ‘hoor en wederhoor’. Bovenstaande afspraken die werkgever en werknemer zijn overeengekomen op de arbeidsovereenkomst gaan NIET door totdat er naar tevredenheid en duidelijkheid ontstaat over het bovenstaande. (…)”. 2.7. Op 16 februari 2021 om 8.03 uur heeft [verzoekster] zich ziekgemeld bij Gouden Zorg. 2.8. Op 16 februari 2021 om 12.36 uur ontvangt [verzoekster] enkele whatsapp berichten van een bevriende strafrechtadvocaat van [A] : [verzoekster] halo [X] hier.. Hoe is het? [A] heeft me gevraagd om met je contact op te nemen en te bemiddelen (meer over laptop) Ik schrijf jou niet in hoedanigheid van advocaat maar vriend van [A] en kennis van jou Heb je tijd en zin om over te praten? 2.9. Op 16 februari 2021 om 15.32 uur ontvangt [verzoekster] in de beveiligde werkomgeving opnieuw per e-mail een brief van [A] : “Betreft: ontslag op staande voet Bij deze maak ik u bekend dat u op grond van artikel 7:677 BW op staande voet bent ontslagen bij Gouden Zorg B.V. Op 15 februari 2021 was u aanwezig op het kantoor van Gouden Zorg B.V. om uw werkzaamheden hier te verrichten. Op grond van art. 310 van het wetboek van Strafrecht heeft u een strafbaar feit gepleegd door het plegen van diefstal. U heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal/verduistering. De laptop behoorde niet tot uw bezit en u had ook geen toestemming gekregen om deze mee naar huis te nemen. Op de bewuste dag, 15 februari 2021, bent u meerdere malen gewaarschuwd dat dit niet is toegestaan door uw werkgever en dat hier consequenties aan vast zitten. (…) Het is op 15 februari 2021 zowel mondeling als schriftelijk duidelijk gemaakt dat dit volgens het arbeidsovereenkomst en de AVG-privacywetgeving niet is toegestaan. U heeft geen gehoor gegeven hierop en heeft zonder mijn toestemming de laptop meegenomen waarin alle bedrijfsinformatie van Gouden Zorg B.V. staat. U heeft artikel 8 lid 2 van de geheimhouding en diverse bepalingen van uw arbeidsovereenkomst overtreden door zonder de toestemming van uw werkgever de laptop mee naar huis te nemen. 15 februari 2021 is aan u een brief verstuurd waarin vermeld staat dat uw arbeidsovereenkomst niet geldt tot op het moment dat u hiervoor een verklaring voor heeft gegeven. Vanaf 15 februari 2021 is uw arbeidsovereenkomst opgeschort en volgens uw arbeidsovereenkomst op non-actief gezet. Dit houdt in dat u volgens artikel 8 lid 2 van de arbeidsovereenkomst verplicht bent om onmiddellijk de documenten, de laptop en alle correspondentie die van Gouden Zorg B.V. is en onder uw beschikking is aan de werkgever ter hand te stellen. (…)” 2.10. De gemachtigde van [verzoekster] heeft de geldigheid van het ontslag betwist in brieven van 19 en 23 februari 2021. Tevens heeft zij aangeboden de laptop op het eerste verzoek terug te brengen. [verzoekster] heeft tevens verzocht om vernietiging van het ontslag en doorbetaling van het salaris en om een bedrijfsarts in te schakelen. 2.11 Op 4 maart 2021 om 16.33 uur heeft [verzoekster] van de advocaat van Gouden Zorg een email ontvangen met het verzoek de laptop en de telefoon uiterlijk voor vrijdag 5 maart 12.00 uur in te leveren bij Gouden Zorg. [verzoekster] heeft aan dat verzoek gehoor gegeven en heeft zich op vrijdag 5 maart 2021 om 11.30 uur gemeld bij Gouden Zorg. Daar werd echter geweigerd de spullen in ontvangst te nemen omdat [verzoekster] daarvoor eerst een afspraak had moeten maken. Na overleg tussen de advocaten van partijen heeft [verzoekster] de spullen op maandagochtend 8 maart 2021 afgegeven op het kantoor van de advocaat van [A] . 3Het geschil 3.1. Het verzoek van [verzoekster] 3.1.1. Aan het verzoek legt [verzoekster] ten grondslag - kort gezegd - dat er geen dringende reden is die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. In haar functie is [verzoekster] belast met het stellen van diagnoses en het opstellen en uitvoeren van zorgplannen (ook wel indicatiestelling), evenals het bewaken van de kwaliteit in de zorgverlening. In de praktijk liepen de contacten met cliënten altijd via [A] die, zonder daarvoor gekwalificeerd te zijn, bepaalde of een client al dan niet in aanmerking kwam voor wijkverpleging, terwijl dat de taak van de wijkverpleegkundige is. [verzoekster] moest een en ander vervolgens uitwerken in een zorgplan. De documenten werden geüpload in het NEDAP systeem en daarnaast - volgens de richtlijnen – uitgeprint en bewaard in een papieren dossier, eenmaal op kantoor en eenmaal bij de client thuis. Dat Gouden Zorg afhankelijk was van de laptop is dus niet waar, alle relevante stukken waren altijd te vinden in het fysieke dossier op kantoor en bij de client. Daarnaast kon het NEDAP systeem ook vanaf andere apparaten worden geraadpleegd. 3.1.2. Het kwam geregeld voor dat [verzoekster] een ingenomen zorgaanvraag wilde afwijzen maar dat [A] daarover ontstemd was omdat hij daardoor inkomsten zou mislopen. Wanneer [verzoekster] hierover wilde praten, of wanneer zij [A] aansprak op achterstallig salaris of het ontbreken van loonstroken, leidde dat tot escalatie. Door de problemen op het werk was [verzoekster] in oktober 2020 al uitgevallen met stress en fysieke klachten, maar ondanks ziekmelding werd van haar verwacht dat zij haar taken bleef uitvoeren. Begin 2021 had [verzoekster] weer soortgelijke klachten. In de periode dat [verzoekster] weinig werkte heeft [A] één keer iets gevraagd over een lopend dossier; er is nooit gebleken dat er door de afwezigheid van [A] problemen ontstonden met de lopende dossiers. 3.1.3. [verzoekster] wordt ervan beschuldigd de laptop te hebben gestolen of verduisterd, terwijl het vanaf de aanvang van het dienstverband gebruikelijk was dat zij de laptop mee naar huis nam om te werken. Gouden Zorg heeft [verzoekster] zelfs een printer gegeven om thuis te printen. Na de uitbraak van Corona werd er nog meer vanuit huis gewerkt. [verzoekster] wilde op 15 februari 2021 spreken over salarisverhoging die was toegezegd, maar niet werd uitbetaald, over het ontbreken van correcte loonstroken en over de werkverhoudingen, maar [A] kreeg een woede-uitbarsting en gedroeg zich intimiderend. Dat aan [verzoekster] werd opgedragen de laptop op kantoor te laten, wordt betwist. [verzoekster] heeft het kantoor verlaten met haar gebruikelijke werkspullen om thuis te gaan werken. In de email van 15 februari 2021 wordt om de laptop gevraagd onder verwijzing naar het belang van Gouden Zorg om de gegevens en veiligheid van cliënten te beschermen, en op 16 februari 2021 wordt gesproken van diefstal. Ter zitting wordt voor het eerst gesteld dat [A] de laptop nodig zou hebben omdat er achterstanden zouden zijn in de cliëntendossiers die moesten worden bijgewerkt, maar dat is nooit aan de orde geweest en ook niet gecommuniceerd. Zaken die Gouden Zorg achteraf nog aanvoert, kunnen niet worden meegewogen in de beoordeling van het ontslag op staande voet. Verder stelt [verzoekster] dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven, namelijk pas 24 uur na de gestelde diefstal en dat had veel eerder gekund. 3.1.4. Subsidiair, als herstel van de arbeidsrelatie niet mogelijk is, wordt schadevergoeding gevorderd wegens ontslag zonder dringende reden, waardoor onder meer reputatieschade wordt geleden. Als billijke vergoeding wordt in dat geval 12 maandsalarissen gevraagd, nu Gouden Zorg een valse ontslaggrond heeft aangevoerd om op die manier een onwerkbare situatie te creëren en het einde van het dienstverband te realiseren. Dit alles heeft een negatieve uitwerking op de gezondheid van [verzoekster] . 3.2. Het verweer en het (voorwaardelijke) tegenverzoek van Gouden Zorg 3.2.1. Gouden Zorg verweert zich en stelt dat de verzoeken moeten worden afgewezen. Als hbo-verpleegkundige mocht [verzoekster] als enige in de organisatie indicaties stellen en zorg toewijzen. De indicaties moeten worden verwerkt in het softwareprogramma NEDAP, waarin alle officiële documenten worden geüpload en bewaard en kunnen worden geraadpleegd via iedere computer of telefoon. Door dat systeem is ook bij afwezigheid van [verzoekster] de dienstverlening gewaarborgd omdat collega’s de cliëntendossiers kunnen inzien. Vanaf 28 januari 2021 heeft [verzoekster] verlof gevraagd en gekregen omdat haar moeder ernstig ziek was. Op 15 februari 2021 was [verzoekster] weer voor het eerst op kantoor. [verzoekster] vroeg om een gesprek op diezelfde dag, maar omdat [A] al een andere afspraak had staan, stelde hij donderdag 18 februari 2021 voor. [verzoekster] werd woedend en maakte een scene op kantoor, waarna [A] heeft gezegd dat zij beter naar huis kon gaan. Daarbij gaf hij aan dat zij de laptop moest achterlaten en dat, als zij deze toch meenam, er consequenties aan zouden zitten. Het was [A] gebleken dat [verzoekster] sinds 6 januari 2021 slechts twee keer had ingelogd in NEDAP en dat de dossiers niet waren bijgewerkt. Collega’s waren niet op de hoogte van de status van bepaalde dossiers en indicatiestellingen waren niet ingevoerd of verlengd. Er was dus sprake van achterstallig werk en de continuïteit van de dienstverlening kwam in gevaar. Gouden Zorg wilde de dossiers door een andere verpleegkundige laten bijwerken en had daarvoor de laptop nodig, want alleen daarop staan de dossiers. Aan het einde van de middag heeft [A] nogmaals aan [verzoekster] de instructie gegeven om de laptop op kantoor achter te laten. In de e-mail van die avond is aan [verzoekster] om een toelichting op het voorval gevraagd, maar die kwam niet. Daardoor werd het duidelijk dat zij de laptop niet terug wilde geven en was ontslag op staande voet de enige oplossing. In de brief wordt het verwijtbare gedrag omschreven als diefstal, maar uit de context van wat die dag was besproken, blijkt duidelijk dat het gaat om meenemen van de laptop zonder toestemming van de werkgever. [verzoekster] wist heel goed hoe belangrijk het bijwerken van de indicatiestellingen voor Gouden Zorg was. Het ontslag is met voldoende voortvarendheid gegeven en voldoet aan het vereiste van onverwijld. Een schadevergoeding is niet aan de orde, dit verzoek is op geen enkele wijze onderbouwd. Omdat sprake is van verwijtbaar handelen is ook geen transitievergoeding verschuldigd, laat staan een billijke vergoeding. 3.2.2. Gouden Zorg verzoekt voorwaardelijk, te weten voor het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd, de arbeidsovereenkomst te ontbinden op zo kort mogelijke termijn op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e/g BW, zonder daarbij aan [verzoekster] een transitievergoeding of billijke vergoeding toe te kennen. Voor de gronden wordt verwezen naar de omstandigheden die ten grondslag liggen aan het ontslag op staande voet. [verzoekster] heeft gehandeld in strijd met de belangen van haar werkgever en van de cliënten. Door dit alles is de arbeidsverhouding ernstig verstoord geraakt. 4De beoordeling Het verzoek van [verzoekster] 4.1. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] meegedeeld dat zij haar primair ingediende verzoek handhaaft zodat voorligt de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd. 4.2. Ingevolge artikel 7:677, lid 1 BW is iedere partij bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. De stelling van [verzoekster] dat het ontslag niet onverwijld is medegedeeld, volgt de kantonrechter niet. Na de gebeurtenissen op kantoor op 15 februari 2021 heeft Gouden Zorg op 16 februari 2021 de aanzegging van het ontslag gestuurd. Daarmee is voldaan aan het vereiste van onverwijlde mededeling. 4.3.1. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Vooropgesteld wordt dat een ontslag op staande voet een uiterste middel is met vergaande gevolgen voor de werknemer, dat slechts mag worden gegeven als van de werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. 4.3.2. Voor de werknemer behoort onmiddellijk duidelijk te zijn welke eigenschappen of gedragingen de werkgever hebben genoopt tot het beëindigen van de dienstbetrekking. De werknemer moet zich immers na de mededeling kunnen beraden of hij de opgegeven reden(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.