← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2021:2860

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 9114460 \ CV EXPL 21-1495 Vonnis van 13 juli 2021 in de zaak van [eiser] ,wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen [eiser] , gemachtigde: B. Rentrop (Inkassier) tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Op 20 april 2021 heeft de kantonrechter in deze zaak een tussenvonnis gewezen en bepaald dat een mondelinge behandeling zou worden gehouden. Op 21 juni 2021 heeft [eiser] een akte met aanvullende producties overgelegd. Op 27 juni 2021 heeft [gedaagde] een pleitnota overgelegd. 1.
  2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 juni 2021 via Skype. [eiser] en zijn gemachtigde, B. Rentrop van Inkassier, zijn verschenen. [gedaagde] is niet verschenen. Van de mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt. De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen. 2Waar gaat deze zaak over? 2.
  3. [gedaagde] heeft een aantal keer geld geleend van [eiser] . Deze zaak gaat om het bedrag van € 1.000,00 dat [gedaagde] op 18 januari 2016 van [eiser] heeft geleend. Daarvan heeft [gedaagde] in 2016 € 280,00 aan [eiser] terugbetaald. Het resterende bedrag heeft zij, ondanks sommaties van [eiser] , niet terugbetaald. Daarom is [eiser] deze procedure begonnen. Wat wil [eiser] ? 2.
  4. [eiser] wil dat [gedaagde] het restant van het geleende bedrag aan hem terugbetaalt, plus rente en kosten. Op 24 juni 2021 heeft [gedaagde] nog een bedrag van € 75,00 aan [eiser] betaald. Daarom heeft [eiser] ter zitting zijn eis met € 75,00 verminderd. [eiser] vordert nu dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 843,17 (bestaande uit de hoofdsom van € 645,00, de wettelijke rente tot 16 maart 2021 van € 67,49 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 130,68), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 720,00 vanaf 16 maart 2021 tot de dag van volledige betaling, de proceskosten en de nakosten. Wat vindt [gedaagde] ? 2.
  5. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord aangevoerd dat zij haar kerstbonus van € 272,00 niet heeft geaccepteerd en niet al haar gewerkte uren (ad € 528,00) heeft laten uitbetalen. Op die manier zou zij [eiser] hebben terugbetaald. In de pleitnota, die [gedaagde] voor de zitting heeft ingediend, heeft zij laten weten haar verweer te willen intrekken. 3Wat vindt de kantonrechter van de zaak? 3.
  6. Nu [gedaagde] niet langer verweer heeft gevoerd en niet bij de mondelinge behandeling is verschenen, komen de stellingen van [eiser] als onbetwist vast te staan. De hoofdsom van € 645,00 zal worden toegewezen, net als de wettelijke rente zoals hierna onder de beslissing vermeld. 3.
  7. De vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. [eiser] heeft op 6 november 2020 een 14-dagenbrief naar [gedaagde] gestuurd. In de brief is echter niet het juiste wettelijke tarief aan buitengerechtelijke kosten vermeld, waardoor deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. 3.
  8. [gedaagde] wordt in deze procedure grotendeels in het ongelijk gesteld. Zij moet daarom de proceskosten betalen. Deze kosten bestaan uit € 108,22 aan dagvaardingskosten, € 240,00 aan griffierecht dat [eiser] aan de rechtbank heeft betaald en € 248,00 aan salaris voor de gemachtigde van [eiser] (2 punten x tarief € 124,00). Dat is in totaal € 596,
  9. 3.
  10. De nakosten, waarvan [eiser] betaling heeft gevorderd, worden begroot op € 62,00 (½ punt van het liquidatietarief). 4De beslissing De kantonrechter 4.
  11. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 712,49, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 720,00 vanaf 16 maart 2021 tot 24 juni 2021 en over een bedrag van € 645,00 vanaf 24 juni 2021 tot de dag van volledige betaling; 4.
  12. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op € 596,22; 4.
  13. veroordeelt [gedaagde] in de nakosten, begroot op € 62,00; 4.
  14. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.
  15. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.