← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2021:3036

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 8956392 \ CV EXPL 21-79 Vonnis van 27 juli 2021 in de zaak van de naamloze vennootschap MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen, eisende partij, hierna te noemen Menzis, gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V., tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , verschenen in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 17 december 2020; - de e-mail van [gedaagde] , aangemerkt als conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de e-mail van [gedaagde] , aangemerkt als conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen. 2Waar gaat deze zaak over? De vaststaande feiten 2.
  3. [gedaagde] heeft bij Menzis een zorgverzekering afgesloten, op grond waarvan hij onder andere de verplichting heeft om de verzekeringspremies en zorgkostennota’s aan Menzis te voldoen. 2.
  4. Bij vonnis van deze rechtbank van 3 november 2020 met zaaknummer 8417675 \ CV EXPL 20-1361 is [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 355,97 aan Menzis. Dit bedrag heeft [gedaagde] op 12 november 2020 aan Menzis voldaan. Wat Menzis wil 2.
  5. Menzis wil dat [gedaagde] een openstaande zorgkostennota uit 2018 van € 287,97 betaalt, plus rente (€ 11,35 tot 17 december 2021) en incassokosten (€ 52,27). Een betaling van [gedaagde] van € 92,74 wordt op de vordering in mindering gebracht. Menzis vordert daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 258,85, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 december 2021 tot de dag van volledige betaling en de proceskosten. Wat [gedaagde] vindt 2.
  6. [gedaagde] voert aan dat de zorgkostennota volgens GGN onder dossiernummer 25376659 valt. Dat dossier is echter al meegenomen in het vonnis van 3 november
  7. En het bedrag dat in dat vonnis werd toegewezen, heeft [gedaagde] op 12 november 2020 betaald, aldus [gedaagde] . 3De beoordeling 3.
  8. Menzis vordert betaling van een vordering uit 2018 met (GGN-)dossiernummer
  9. Menzis stelt dat over dit dossier niet eerder is geprocedeerd. [gedaagde] stelt dat hij de vordering uit dossier 25376659 heeft voldaan. 3.
  10. In het vonnis van 3 november 2020 is onder andere het volgende opgenomen: “4.
  11. De betalingsregeling die [gedaagde] met GGN heeft afgesproken, zag blijkbaar op meer dossiers dan bovengenoemde, namelijk ook op oudere, nog openstaande vorderingen uit 2015, 2018 en januari
  12. Deze vorderingen hadden de (GGN-)dossiernummers 23512426, 25340478 en
  13. Dat deze dossiers nog openstonden en bij de betalingsregeling behoorden, blijkt uit de dossiernummers die genoemd worden in de (bevestiging van de) betalingsregeling. [gedaagde] gebruikt deze dossiernummers zelf ook, als kenmerk bij zijn betalingen.” “4.4 (…)Menzis mocht de betalingen die volgden dan ook toerekenen aan de oudste openstaande dossiers. De eerste twee betalingen van [gedaagde] heeft Menzis dus toegerekend aan openstaande dossiers uit 2015, 2018 en januari
  14. Vervolgens stond nog een bedrag van € 1.062,80 aan vorderingen uit 2019 open. De overige drie betalingen van in totaal € 915,00 werden daarop door Menzis in mindering gebracht.(…)” 3.
  15. Uit het vonnis blijkt dat de betalingsregeling die destijds is afgesproken, op zeven dossiers uit 2015, 2018 en 2019 zag, waaronder ook dossier 25376659 uit
  16. De betalingen die [gedaagde] op grond van de betalingsregeling deed, werden volgens Menzis toegerekend aan de oudste dossiers, namelijk die uit 2015, 2018 en januari
  17. Vervolgens is geprocedeerd over de resterende openstaande vorderingen, namelijk die uit februari 2019 tot en met november
  18. De kantonrechter kan niet anders dan concluderen dat de vordering uit 2018 (dossier 25376659) destijds niet meer in de dagvaarding hoefde te worden opgenomen, omdat deze al voldaan was met de betalingen die [gedaagde] op grond van de betalingsregeling had gedaan. Dat dossier 25376659 uit 2018 dan toch nog openstaat, heeft Menzis, mede gelet op het verweer van [gedaagde] , onvoldoende onderbouwd. De vordering zal dan ook worden afgewezen. 3.
  19. Nu de vordering tot betaling van de hoofdsom wordt afgewezen, zullen ook de vorderingen tot betaling van de rente en de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. 3.
  20. Bij conclusie van repliek heeft [gedaagde] nog aangevoerd dat hij te veel aan Menzis heeft betaald en daarom nog een bedrag van € 301,02 van Menzis vordert. Nu [gedaagde] dit niet bij conclusie van antwoord, maar bij conclusie van repliek heeft aangevoerd, heeft Menzis hier niet op kunnen reageren. Aan dit verzoek van [gedaagde] zal de kantonrechter daarom voorbij gaan. 3.
  21. Menzis wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld. Menzis moet daarom de proceskosten betalen. Deze worden aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil, nu [gedaagde] zonder professioneel gemachtigde procedeert. 4De beslissing De kantonrechter 4.
  22. wijst de vordering van Menzis af; 4.
  23. veroordeelt Menzis in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koene, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.