RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 9126433 \ CV EXPL 21-797 Vonnis van 13 juli 2021 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon UNIVERSITEIT UTRECHT: FACULTEIT DIERGENEESKUNDE,gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht, eisende partij, hierna te noemen de Faculteit, gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , gemachtigde: C. Jansen. 1De procedure in conventie en in reconventie 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 20 april 2021, - de conclusie van antwoord in reconventie van 5 juli 2021, - de aanvullende akte van de Faculteit van 5 juli 2021, - de mondelinge behandeling gehouden via Skype op 5 juli 2021, waarbij D. de Waard (Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders) is verschenen namens de Faculteit en waarbij C. Jansen is verschenen namens [gedaagde] . De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten in conventie en in reconventie 2.1. [gedaagde] is eigenaar van de hond [X]. 2.2. Op 10 juni 2020 hebben [gedaagde] en de Faculteit een overeenkomst van opdracht (hierna: de overeenkomst) gesloten voor een diergeneeskundige behandeling van [X] en is [X] opgenomen bij de Faculteit. 2.3. In artikel 2 onder 2a van de overeenkomst staat: “Door het aangaan van deze Overeenkomst gaat Cliënt akkoord met de kosten van de Behandeling en verplicht zich deze te zullen voldoen.” 2.4. In artikel 2 onder 3 van de overeenkomst staat: “De Faculteit heeft bij de Behandeling een inspanningsverplichting. De Faculteit is niet verplicht tot enige specifieke Behandeling noch tot het leveren van enig vooraf bepaald resultaat. De Faculteit stelt in dit verband eenzijdig de inzet van personeel en eventueel studenten vast.” 2.5. In artikel 4 onder 2 van de overeenkomst staat: “Aan de Cliënt kan op verzoek een raming van de te verwachten kosten worden verstrekt. Aan deze raming kunnen geen rechten worden ontleend.” 2.6. Op 15 juni 2020 is [X] uit de kliniek ontslagen. 2.7. Op 8 juli 2020 heeft de Faculteit een factuur van € 4.831,41 aan [gedaagde] gestuurd voor de behandeling van [X]. 3Het geschil in conventie en in reconventie De vordering in conventie 3.1. De Faculteit vordert dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 2.127,35, bestaande uit € 1.831,41 aan hoofdsom, € 274,71 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 21,23 aan wettelijke rente berekend vanaf 7 augustus 2020 tot 26 maart 2021, vermeerderd met de wettelijke rente over de (nog openstaande) hoofdsom vanaf 26 maart 2021 tot alles is betaald, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding. 3.2. De faculteit legt aan haar vordering ten grondslag dat zij de hond van [gedaagde] heeft behandeld en dat zij hiervoor een factuur van € 4.831,41 in rekening heeft gebracht. [gedaagde] heeft een bedrag van € 3.000,00 betaald en is volgens de faculteit dus nog een bedrag van € 1.831,41 verschuldigd. De faculteit stelt dat [gedaagde] daarnaast wettelijke rente verschuldigd is vanaf de dag waarop [gedaagde] in verzuim is geraakt tot de dag waarop volledig wordt betaald. Ook maakt de faculteit aanspraak op betaling van de buitengerechtelijke incassokosten omdat zij de vordering uit handen heeft moeten geven aan haar incassogemachtigden. Het verweer in conventie 3.3. [gedaagde] voert verweer. Volgens [gedaagde] heeft de Faculteit vooraf een kostenindicatie van € 2.500,00 gegeven en zou zij anders hebben gehandeld als de Faculteit zou hebben medegedeeld dat de behandeling kon oplopen tot € 5.000,00. Zij voert aan dat de Faculteit haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandelingen en de kosten daarvan. Daarnaast voert [gedaagde] aan dat de Faculteit een verkeerde diagnose heeft gesteld. Volgens [gedaagde] heeft de Faculteit eerst gezegd dat [X] een tumor op zijn prostaat zou hebben, bleek [X] tijdens de operatie een liter bloed in zijn maag en een levertumor te hebben en heeft de Faculteit daarna gebeld dat [X] leukemie zou hebben. Deze diagnoses bleken echter onjuist. Volgens [gedaagde] zijn door de gebrekkige diagnosering en communicatie extra onnodige kosten gemaakt. Zij heeft € 3.000,00 betaald en is van mening dat daarmee de behandeling betaald is. De vordering in reconventie. 3.4. [gedaagde] stelt een tegenvordering in van € 500,00 voor geleden ellende. Zij stelt dat zij en haar kinderen erg overstuur zijn geraakt door de diagnose leukemie die achteraf onjuist bleek te zijn. De faculteit concludeert tot afwijzing van die vordering. 4De beoordeling in conventie en in reconventie 4.1. Partijen zijn het erover eens dat zij een overeenkomst van opdracht hebben gesloten zoals bedoeld in artikel 7:400 BW. In de overeenkomst tussen partijen is opgenomen dat [gedaagde] door het aangaan van de overeenkomst akkoord gaat met de kosten van de behandeling en verplicht is om deze te voldoen. 4.2. [gedaagde] stelt echter dat zij niet de volledige factuur hoeft te voldoen, omdat de Faculteit niet aan haar informatieplicht met betrekking tot de behandeling en kosten daarvan heeft voldaan en omdat dat de Faculteit medisch niet juist heeft gehandeld door niet de juiste diagnose te stellen. Informatieplicht 4.3. Op grond van artikel 7:403 lid 1 BW moet de opdrachtnemer de opdrachtgever op de hoogte houden van zijn werkzaamheden ter uitvoering van de opdracht. 4.4. De Faculteit stelt dat zij [gedaagde] tijdens de behandeling van [X] regelmatig heeft geïnformeerd over de voortgang en toestand van (de behandeling van) [X]. [gedaagde] erkent dat de Faculteit haar heeft gebeld om haar te informeren dat [X] een tumor aan zijn prostaat zou hebben en om toestemming te vragen voor een operatie en castratie. Hierbij werd een kostenindicatie van € 2.500,00 gegeven. [gedaagde] heeft toestemming voor de operatie en castratie gegeven. [gedaagde] geeft aan dat de Faculteit na de operatie heeft gebeld en heeft laten weten dat [X] een liter bloed in zijn maag en een levertumor bleek te hebben en dat er meer kosten waren gemaakt. De Faculteit heeft daarnaast berichten overlegd van 11, 12 en 15 juni 2020 die zij per e-mail naar [gedaagde] heeft gestuurd, waarin zij haar heeft geïnformeerd over de tot op dat moment gemaakte kosten. [gedaagde] erkent dat zij deze berichten heeft ontvangen. 4.5. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit voornoemde feiten dat de Faculteit [gedaagde] voldoende op de hoogte heeft gehouden van de behandeling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.