RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer : 9008411 \ CV EXPL 21-435 Vonnis van 20 juli 2021 in de zaak van de stichting STICHTING WELBIONS,gevestigd en kantoorhoudende te Hengelo (O), eisende partij, hierna te noemen Welbions, gemachtigde: mr. H.W. van Yperen, tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , gemachtigde: mr. M. Aygün. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 20 april 2021,- de aanvullende producties 9 tot en met 11 van Welbions,- de aanvullende producties 8 en 9 van [gedaagde] ,- de aanvullende productie 12 van Welbions,- de mondelinge behandeling van 28 juni 2021. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [gedaagde] is al meer dan dertig jaar huurder bij Welbions. 2.2. Welbions heeft met ingang van 20 april 2020 de woning aan [het adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) voor onbepaalde tijd verhuurd aan [gedaagde] . Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden Huurovereenkomst Zelfstandige Woonruimte van toepassing verklaard. In de Algemene Huurvoorwaarden staat voor zover van belang: ‘(…) 6.8. Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te (doen) kweken, drogen of knippen, dan wel andere activiteiten te (doen) verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld. (…)’. 2.3. Op 19 juni 2020 heeft de politie een inval gedaan in de woning, waarbij een handelshoeveelheid drugs en middelen voor de bewerking en verpakking daarvan zijn aangetroffen. Van de inval is door de politie d.d. 24 juni 2020 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Beide partijen hebben een geanonimiseerde versie ontvangen. Voor zover van belang staat hierin opgenomen:‘(…)Op 19 juni 2020 werd, door de politie samen met de rechter-commissaris, het pand aan [het adres] betreden. In het pand, werden harddrugs als genoemd in lijst I van de Opiumwet, middelen om deze te bewerken en te verpakken aangetroffen.(…)Vanwege de corona uitbraak werd het onderzoek tijdelijk stil gelegd. In die periode verhuisden de verdachten vanaf het [geanonimiseerd] te [plaats] naar [het adres] .(…)Uit onderzoek is naar voren gekomen dat [geanonimiseerd] sinds februari 2020, ondanks dat zij ingeschreven stonden aan het [geanonimiseerd] te [plaats] , daar niet meer zijn gezien. Beiden zijn ook niet gezien aan [het adres] . Uit verschillende observaties is gebleken dat [geanonimiseerd] veelvuldig verblijft aan [het adres] .Op vrijdag 19 juni 2020 is het pand aan [het adres] , na meerdere kopers van harddrugs te hebben afgevangen door de politie en een rechter-commissaris betreden. In het pand werd op één slaapkamer een meer dan geringe hoeveelheid harddrugs aangetroffen. In die kamer werd namelijk in totaal 281,92 gram cocaïne aangetroffen en 2,69 gram heroïne. Daarnaast werd aan 223,98 gram versnijdingsmateriaal aangetroffen. Tevens werd verpakkingsmateriaal en een weegschaaltje aangetroffen. De kopers verklaarden dat zij bij de dealer [geanonimiseerd] harddrugs (crack en cocaïne) hadden gekocht. Bij beide kopers werden drugs aangetroffen en in beslag genomen. De kopers verklaarden beiden dat zij al vaker (in ieder geval twee of meer keren) harddrugs bij deze dealer hadden gekocht. Tijdens de actie op vrijdag 19 juni 2020 werd gezien dat [geanonimiseerd] regelmatig terugkeerde naar de woning aan [het adres] , daar kort verbleef en dan weer vertrok om weer te dealen.(…)’. 2.4. Bij brief van 31 juli 2020 heeft de burgemeester van de [gemeente] Welbions medegedeeld dat hij voornemens is om de woning te (laten) sluiten en gesloten te (laten) houden gedurende een periode van zes maanden. 2.5. Bij brief van 7 augustus 2020 heeft Welbions [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de huurovereenkomst op te zeggen. [gedaagde] is daarmee niet akkoord gegaan. 2.6. Bij brief van 22 september 2020 heeft de gemachtigde van Welbions [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de huurovereenkomst op te zeggen. [gedaagde] is daarmee niet akkoord gegaan. 2.7. Bij Besluit van 10 november 2020 heeft de burgemeester geen gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot sluiting van de woning en besloten te volstaan met een waarschuwing. 2.8. Op 27 januari 2021 is de dagvaarding betekend en onderhavig geschil aanhangig gemaakt. 3Het geschil De vordering 3.1. Welbions vordert -samengevat- dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, I. de huurovereenkomst ontbindt,II. [gedaagde] veroordeelt om met onmiddellijke ingang de woning te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom zijn van Welbions, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Welbions te stellen,III. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 2.500,00 aan Welbions, te vermeerderen met de wettelijke rente,IV. [gedaagde] veroordeelt in de (na)kosten van deze procedure. 3.2. Ter onderbouwing van de vordering van Welbions om tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde over te gaan, voert Welbions -samengevat- een aantal gronden aan. Ten eerste stelt Welbions dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen als huurder. heeft volgens Welbions in strijd gehandeld met artikel 7:213 BW en artikel 6.8. van de Algemene Huurvoorwaarden door het (laten) verrichten van activiteiten in strijd met de Opiumwet. Ten tweede stelt Welbions dat [gedaagde] in strijd met artikel 6.5. van de Algemene Huurvoorwaarden heeft gehandeld, omdat [gedaagde] niet onafgebroken haar hoofdverblijf heeft gehad in de woning. Ten slotte stelt Welbions dat [gedaagde] het gehuurde in gebruik heeft gegeven aan derden. Hierdoor heeft [gedaagde] gehandeld in strijd met artikel 6.6. van de Algemene Huurvoorwaarden. Het verweer 3.3. [gedaagde] voert verweer tegen de vordering van Welbions. [gedaagde] betwist -samengevat- alle door Welbions ingenomen stellingen: zij heeft in de woning geen strafbare activiteiten verricht en/of de woning aan derden in gebruik gegeven voor strafbare doeleinden en zij heeft geen enkele betrokkenheid/wetenschap met/van de aangetroffen middelen. Volgens [gedaagde] heeft Welbions ook niet onderbouwd dat zij daar wel wetenschap en/of betrokkenheid bij heeft. [gedaagde] woont met haar dochter, [A] , in de woning en heeft haar exclusieve hoofdverblijf in de woning. Van begin juni tot en met 22 juni 2020 verbleef [gedaagde] niet in de woning in verband met mantelzorg van haar zieke moeder. Ten slotte betwist [gedaagde] dat zij de woning aan derden in gebruik heeft gegeven. De door Welbions gestelde tekortkoming rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst met al haar gevolgen niet, zo vervolgt [gedaagde] . Het belang van bij voortzetting van de huurovereenkomst en behoud van het gehuurde weegt zwaarder dan het belang van Welbions bij ontbinding en ontruiming. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Kern van het geschil is de vraag of de door Welbions gestelde tekortkomingen aan de zijde van [gedaagde] de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde rechtvaardigen. Of daarvan sprake is, zal hierna blijken. 4.2. Vooropgesteld wordt dat Welbions op grond van artikel 150 Rv de stelplicht en (bij voldoende betwisting) de bewijslast heeft ten aanzien van haar stelling dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen en de daartoe aangevoerde gronden. Hoofdverblijf in de woning 4.3. Ten aanzien van het standpunt van Welbions dat [gedaagde] niet onafgebroken haar hoofdverblijf had in de woning en dat [gedaagde] daarmee in strijd heeft gehandeld met artikel 6.5. van de Algemene Huurvoorwaarden en artikel 7:213 BW, overweegt de kantonrechter als volgt. 4.4. Welbions heeft ter onderbouwing van haar stelling naar voren gebracht dat er maar één slaapkamer was ingericht. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat niet voldoende om aan te nemen dat [gedaagde] niet het hoofdverblijf in de woning had. Dat klemt temeer nu [gedaagde] het standpunt van Welbions gemotiveerd heeft weersproken. Dat [gedaagde] bij aanvang van de huurovereenkomst de woning eerst moest verbouwen en aanpassen in verband met haar gezondheidsklachten, en dat dit een aantal weken heeft geduurd, vindt de kantonrechter niet vreemd. Vanaf mei 2020, een aantal weken na aanvang van de huurovereenkomst, is [gedaagde] naar eigen zeggen in de woning getrokken. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat dat niet het geval is. Dat er maar één slaapkamer zou zijn ingericht, maakt dat niet anders. Sterker nog, als onweersproken is door [gedaagde] gesteld dat op de door Welbions overgelegde foto’s al haar spullen/kleding etc. zichtbaar zijn. Ook de verklaringen van de buren die door [gedaagde] zijn overgelegd, zijn door Welbions niet weersproken. Dat [gedaagde] van begin juni tot en met 22 juni 2020 voornamelijk bij haar moeder is geweest vanwege noodzakelijke, 24/7, mantelzorg, maakt niet dat [gedaagde] (langdurig) geen hoofdverblijf heeft in de woning wat moet leiden tot een toerekenbare tekortkoming. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] concrete feiten en omstandigheden heeft aangedragen om de niet-onderbouwde stelling van Welbions dat zij geen hoofdverblijf in de woning hield, te weerleggen. Van schending van goed huurderschap en de Algemene Huurvoorwaarden is op dit punt geen sprake, zodat van een toerekenbare tekortkoming ten aanzien van het niet hebben van het hoofdverblijf ook geen sprake is. In gebruik geven woning aan derden 4.5. Ten aanzien van het standpunt van Welbions dat [gedaagde] de woning aan derden (de dochter [A] en haar vriend [B] ) in gebruik heeft gegeven en daarmee in strijd heeft gehandeld met artikel 6.6. van de Algemene Huurvoorwaarden en artikel 7:213 BW, overweegt de kantonrechter als volgt. 4.6. [gedaagde] heeft betwist dat zij de woning aan derden in gebruik heeft gegeven. [A] is de dochter van [gedaagde] en is volgens [gedaagde] een familielid die tot het huishouden van [gedaagde] behoort. De kantonrechter is het eens met het standpunt van dat [A] op grond van artikel 6.5. van de Algemene Huurvoorwaarden, als familielid, gebruik mag maken van de woning en in de woning mag verblijven. Van het in gebruik geven van de woning aan [B] is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken. Bovendien is als onweersproken door [gedaagde] naar voren gebracht dat [B] ook geen sleutel heeft van de woning. Welbions heeft haar stelling niet onderbouwd. Gelet op het vorenstaande levert dit naar het oordeel van de kantonrechter ook geen strijd op met de bepalingen in de wet en de Algemene Huurvoorwaarden, zodat van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] ook hier geen sprake is. Activiteiten in strijd met de Opiumwet 4.7. Dan blijft over de door Welbions gestelde tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door activiteiten te (laten) verrichten in de woning die in strijd zijn met de Opiumwet, en waarbij [gedaagde] volgens Welbions artikel 6.8 van de Algemene Huurvoorwaarden heeft geschonden alsmede artikel 7:213 BW. Primair neemt Welbions het standpunt in dat [gedaagde] de in strijd met de Opiumwet zijnde activiteiten zelf heeft verricht, althans [gedaagde] wetenschap heeft van de activiteiten, omdat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.